Agape

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Agape (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Agape.
Voorstelling van een agapefeest in de catacomben van de H. Marcellinus en Peter, Rome

Agape (Grieks: ἀγάπη) is een Grieks woord, dat in het Nederlands vaak vertaald wordt met 'liefde'.

Dit wordt vaak gezien als een verarming van het woord in zijn volledige betekenis. Met a'ga·pe wordt een door beginselen geleide of beheerste liefde bedoeld. Ze kan al dan niet genegenheid en warme gevoelens inhouden. Deze liefde richt zich op de behoeften van de ander, zoekt wat het beste voor de ander is en laat de ander de vrije keus om die liefde te beantwoorden of niet.

Gebruik in de Bijbel en daarbuiten[bewerken]

Klassiek Grieks[bewerken]

Het woord agape zelf werd door de Grieken niet vaak gebruikt: eros, de geslachtelijke liefde, en philia, vriendschap, komen veel vaker voor. In het Latijn werd dit vaak vertaald als caritas, wat men kan vertalen naar het Nederlands als dierbaarheid of naastenliefde.[1] Toch heeft men enkele niet-Joodse inscripties gevonden met het woord.[2] Vanaf Homerus, 800 v.Chr., vinden we echter wel de verwante woorden als agapaoo (liefhebben) en agapetos (geliefd).[3]

Septuaginta en Nieuwe Testament[bewerken]

In de Septuagint en ook bij de Joodse schrijver Philo van Alexandrië wordt het woord agape vaak gevonden. In het Nieuwe Testament komt het 110 keer voor. Het woord eros, dat de liefde tussen de seksen weergeeft, komt in de Bijbel alleen in de Griekse vertaling van het Oude Testament (Septuagint) voor en niet in het Nieuwe Testament. Een christelijke visie op de (positieve) samenhang tussen eros en agape geeft de pauselijke encycliek Deus Caritas Est. Storge, zoiets als: genegenheid, komt niet voor in het Nieuwe Testament.

Het zelfstandige naamwoord agape is daarmee het meest voorkomende soort liefde in de Bijbel, en is de grondslag voor bijvoorbeeld 1 Korinthiërs hfst. 13. De concordantie van Strong geeft de volgende betekenis aan: broederlijke liefde, genegenheid, het goedgezind zijn, liefde, welwillendheid. In Johannes 21:15-17 worden beide woorden, agape en philia, gebruikt. In de NBG-vertaling zijn ze respectievelijk vertaald als 'waarlijk liefhebben' en 'liefhebben'. In de NBV-vertaling werd gekozen voor 'liefhebben' en 'houden van'. De Herziene Statenvertaling heeft eveneens 'liefhebben' en 'houden van'.

Agape kiest ervoor de ander te beschouwen zoals in 1 Korintiërs 13 gebeurt: altijd bereid het beste van de ander te denken, klaar om te vergeven, bereid het beste voor de ander te zoeken. Als dit volkomen ontbreekt is het christelijk leven zinloos. Een belangrijke eigenschap van agape, charity, is dat ze niet gebaseerd is op de eigen behoeften. Het Nieuwe Testament leert dat wij deze agape van God ontvangen (Evangelie volgens Johannes 3:16; Romeinen 5:8) opdat we die zelf weer door geven.

Liefde in soorten[bewerken]

Er zijn meer soorten liefde te onderscheiden:[4]

  • Genegenheid (affection) (Grieks storge, zoals tussen ouders en kinderen). Het woord komt in de Bijbel niet voor, de zaak zelf wel.[5]
  • Vriendschap (friendship) (Grieks filia; de Bijbel spreekt vaak van filadelfia, liefde als broeders en zusters onderling)
  • De geslachtelijke liefde (eros). Hier kan onderscheid gemaakt worden tussen zuiver lichamelijke aantrekkingskracht, die soms maar weinig met liefde te maken heeft, verliefdheid die heftig maar vluchtig kan zijn, en de liefde als in een goed huwelijk. Ook hier geldt dat de zaak zelf in de Bijbel voorkomt, maar het woord in het Nieuwe Testament niet en in de Septuagint maar zelden. Merkwaardig is dat in het boek Hooglied, waar je het woord eros zou verwachten, in de Griekse vertaling liefde agape wordt genoemd.
  • Liefde als keus (agape), zoals hierboven beschreven.