Agoeng de Grote

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Agoeng de Grote (geboren als Raden Mas Rangsang in 1591 in Kota Gede - 1645) was de heerser van Mataram, een koninkrijk op het eiland Java dat zeshonderd jaar na de val van het oude hindoe-boeddhistische Mataram-rijk ontstond. Hij regeerde van 1613 tot zijn dood in 1645. Het gelijknamige nieuwe rijk, ook wel Mataram-Islam genoemd, werd gesticht door zijn grootvader Panembahan Senopati (regeerde 1584-1601). Zijn naam kan ook als "Merupakan putra dari pasangan Prabu Hanyakrawati dan Ratu Mas Adi Dyah Banawati", "Sultan Agoeng van Mataram, Sultan Agoeng Anyokrokusumo" of sultan Agoeng Hanyokrokusumo (Ha and A worden in het Javaans met dezelfde letter geschreven). Hij bouwde het Karta Paleis en het koninklijke complex van graven op de heuvel van Imogiri en is de voorvader van een dynastie die over bijna heel Java zou regeren.

De troonopvolging werd met de in de kraton met de vele koninklijke vrouwen en bijvrouwen en hun vele kinderen gebruikelijke intriges omringd. Er zijn verhalen over het verwisselen van baby's in de wieg. Raden Mas Ransang zou in werkelijkheid Dyah Banawati, een oomzegger van de regerende vorst zijn geweest. Zijn officiële vader had gewild dat de zwakzinnige oudere zoon Adipati Martapura uit een huwelijk met koningin Toeloengayu, hem als heerser van Mataram zou opvolgen. Die belofte werd ingelost door Martapura één dag te laten regeren. Agoeng, als prins "Raden Mas Jatmika " of "Raden Mas stimuli" genoemd was zo gezien de zoon en de eigenlijke opvolger van Seda ing Krapyak van Mataram en diens vrouw Mas Adi Dyah Banawati uit het vorstelijk Huis van Pajang en werd zelf opgevolgd door Amangkoerat I van Mataram. Raden Mas Rangsang voerde eerst de Javaanse titel van soesoehoenan of keizer en later die ook van sultan, deze islamitische titel sultan komt uit de Arabische taal en cultuur en is een aanwijzing voor de voortgaande islamisering van het ooit hindoeïstische Java.

De namen en titels van Javaanse vorsten veranderen wanneer hun status toeneemt. Raden Mas stimuli regeerde als "Panembahan Hanyakrakoesuma" of "Sultan Pandita Hanyakrakoesuma". na de verovering van Madoera in 1624 werd hij keizer of soesoehoenan onder de titel "Soesoehoenan Agoeng Hanyakrakoesuma", nog later "Grote Keizer" of "Soenan Agoeng Hanyakrakusoema".

Na 1640 gebruikte hij de naam "Sultan Agoeng Senapati-ing-Ngalaga Abdoerrahman". Nog later was hij "Sultan Abdoellah Mohammad Maulana Mataram ". Voor het voeren van de titel van sultan liet hij toestemming vragen aan de beheerder van de Kaäba in Mekka. Voor het gemak gebruikt men vaak de aanduiding "Grote Sultan" of "Sultan Agoeng".

Sultan Agoeng had aanvankelijk goede relaties met de Nederlanders van de VOC die in de vroege 17e eeuw aan zijn hof verbleven en was van plan met hen samen te werken om zo zijn macht over Java uit te breiden. Toen echter de Nederlanders het fort Jacatra (soms ook Jayakarta genoemd, het latere Batavia of Jakarta) innamen, stelde de sultan de VOC voor de keuze: ofwel men accepteerde zijn absolute gezag, ofwel men verliet Java onmiddellijk. Jan Pieterszoon Coen, niet onder de indruk, verhinderde in 1628 dat sultan Agoeng de stad in handen kreeg. Hoewel de sultan prestige verloren had, oefende hij nog veel macht uit in andere delen van Java en onder zijn leiding werd het koninkrijk van een duidelijke structuur voorzien. Hij bouwde een enorm paleis, de Karta (bij het huidige Surakarta), en luidde het gemengd Arabisch-Javaanse tijdperk in. De sultan werd na zijn dood begraven in een mausoleum op de top van de Goenoeng Imagiri (Imogiriberg), waar tot op de dag van vandaag ook zijn opvolgers begraven worden.

De belegering van Batavia

Sultan Agoeng wat letterlijk "Grote Koning" betekent, wordt op Java vereerd als een groot erflater van de Javaanse tradities en strijder tegen de Nederlandse koloniale invloed op Java. In de legenden over hem worden oude mythen met historische feiten vermengd en men schrijft aan de sultan Agoeng ook de heldendaden van andere heersers toe. Het blijvende prestige van het Rijk van Mataram en de grote uitbreiding van dit rijk zijn aan de sultan Agoeng toe te schrijven.

Militaire campagnes[bewerken]

In 1614 overviel hij Soerabaja en Malang. In 1615 veroverde hij Wirasaba, het huidige Mojoagung. In 1616 versloeg de sultan Ajoeng de troepen van Soerabaja in de slag bij Siwalan bij Soerakarta. In dat jaar viel Rembang in zijn handen en in 1617 veroverde hij Pasoeruan zodat hij het gebied ten Zuidwesten van Soerabaja beheerste. Tuban werd in 1619 veroverd.

Soerabaja was al generaties lang de grote vijand van Mataram. Zijn grootvader Senapati en vader Seda ing Krapyak hadden de stad niet kunnen veroveren maar Sultan Agoeng verzwakte Soerabaja door één voor één haar bondgenoten te verslaan. Zo vielen Soekadana op Borneo, en Madoera in 1625. In dat jaar werd ook Soerabaja, dat zonder de aan Agoeng verloren gebieden niet van voedsel kon worden voorzien, belegerd en veroverd.

Uiteindelijk waren Madoera en geheel centraal en oostelijk Java, minus de de oostelijke en westelijke punten en het bergland buiten Mataram veroverd. Agoeng liet toen zijn blik vallen op de Nederlandse factorij en het fort van Batavia. In augustus 1628 werd de vestiging van de VOC vergeefs belegerd. Er waren ook andere tegenslagen, de onderworpen vorsten in Pajang en Pati kwamen in 1617 in opstand. Tussen 1630 en 1637 rebelleerden Tembayat, Soemedang en Oekur. De nederlaag voor Batavia had het het aureool van onoverwinnelijkheid doen verdwijnen[1]. Deze visie is niet onomstreden onder historici.

Culturele invloed[bewerken]

Rituele dansen als de bedhaya, composities voor gamelan en de kunst van de wayang hebben volgens contemporaine Nederlandse bronnen veel te danken aan Sultan Agoeng [2]. Het volksgeloof schrijft hem veel uitvindingen waaronder de Javaanse kalender toe.

President Soekarno maakte Agoeng de Grote postuum een (Pahlawan Nasional Indonesia), een "Held van Indonesië".

De administratieve nalatenschap van Agoeng was ook de basis voor het latere koloniale bestuur over Java[3]. Er werd een feodaal stelsel opgebouwd waarin een adipati (zoiets als een Europese Hertog) een gebied dat kadipaten werd genoemd bestuurde.

Een dergelijke Kaboepaten zoals Karawang ontstond toen Sultan Agoeng prins Kertaboemi in 1636 als eerste adipati van Karawang benoemde. Toen de VOC en later de Nederlandse staat Mataram als suzerein ging regeren bleef deze bestuursverdeling in stand. In de kaboepaten die nu bupati of regentschappen gingen heten werden inheemse regenten aangesteld. De Nederlandse residenten traden op als de "oudere broer" van de inheemse adellijke vorst. Een Indische bestuurder van de boepati Sastradiningrat ofwel Karawang heette "Raden Aria Adipati Sastradiningrat". In Nederlands-Indië vormden meerdere kaboepaten een residentie onder een resident. De Indonesische regering schafte de residenties in de jaren'50 af en vormde provincies met districten maar in 1999 kregen de kaboepaten weer autonome bestuurstaken.

Bronnen[bewerken]

  1. M. C. Ricklefs en H. J. De Graaf
  2. Sumarsam. Gamelan: Cultural Interaction and Musical Development in Central Java. Chicago: University of Chicago Press, 1995. Page 20.
  3. Bertrand, Romain, Etat colonial, noblesse et nationalisme à Java, Paris, 2005

Literatuur[bewerken]

  • Pranata, Sultan Agung Hanyokrokusumo, Jakarta: Yudha Gama (In Indonesian)

Zie ook[bewerken]