Arbeidsongeval

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een arbeidsongeval is een ongeval op het werk of onderweg van en naar het werk. Het is één van de sociale risico's die worden vergoed door de Sociale Zekerheid. Als aan de voorwaarden voor een arbeidsongeval voldaan is, wordt de schade die daarvan het gevolg is volledig vergoed door een verzekeringsmaatschappij. De Belgische Wet van 10 april 1971 (Arbeidsongevallenwet) is de recentste wijzigingswet van het vraagstuk rond arbeidsongevallen.

Elementen van een arbeidsongeval[bewerken]

Vooraleer men kan spreken van een arbeidsongeval, moet volgens de wetgeving en rechtspraak aan een aantal voorwaarden zijn voldaan.

1. Het moet gaan om een plotse gebeurtenis.

Deze vereiste wordt gesteld om het onderscheid te maken met een Beroepsziekte, die een ander vergoedingssysteem kent. Vroeger moest het gaan om een abnormale plotse gebeurtenis, maar dit vereiste wordt niet meer gesteld.

2. De plotse gebeurtenis moet zijn veroorzaakt door een externe kracht.

Ook hier probeerde men duidelijk de Beroepsziekten van de Arbeidsongevallen te onderscheiden. Na veel gepalaver werd door het Hof van Cassatie beslist dat slechts één van de oorzaken van de plotse gebeurtenis een externe kracht moet zijn. Een voorbeeld om dit aan te tonen, is het volgende: Als een werknemer valt door een hartaanval en met zijn gezicht in het zand valt en stikt, is er dan sprake van een arbeidsongeval met een externe oorzaak. De verzekeraar zal met alle middelen proberen bewijzen dat de schade hier het gevolg is van een interne oorzaak, namelijk de hartaanval, terwijl de weduwe van de overleden man er alle belang bij heeft om te zeggen dat het om een externe oorzaak gaat (het stikken in het zand), anders werd zij niet vergoed. Om deze situaties te voorkomen, is beslist dat één externe oorzaak zou volstaan. In het aangehaalde voorbeeld, gaat het dus om een externe oorzaak en wordt de weduwe vergoed.

3. Er moet een letsel zijn.

Dit letsel moet niet zuiver fysisch zijn en al evenmin plotseling. De kwalificatie plotseling is belangrijk om de ongevallen aan te duiden die pas na lange tijd gevolgen hebben. Een voorbeeld: Als een man een baksteen op zijn hoofd krijgt op het werk, kan het lijken of alles in orde is. Het zou kunnen dat pas maanden later blijkt dat er ernstige schade aan de hersenen is. Om de verzekeraars te snel af te zijn en te voorkomen dat zij zouden gaan discussiëren over de schade, werd gezegd dat de schade niet onmiddellijk na het ongeval moet optreden om vergoedbaar te zijn.

4. De schade moet zich voordoen bij het uitvoeren van een arbeidsovereenkomst.

Ook over deze vereiste is al veel inkt gevloeid. Uiteraard is het vanzelfsprekend dat vooraleer er sprake kan zijn van een arbeidsongeval er sprake moet zijn van een arbeidsovereenkomst. Nochtans geldt dit vereiste niet altijd. Immers, studenten en zelfs mensen zonder arbeidsovereenkomst (zwartwerkers en tewerkgestelde illegalen) hebben recht op dezelfde bescherming die de Arbeidsongevallenwet biedt aan "gewone" werknemers.

Omdat vroeger de werknemer die vergoed wilde worden, de schade en een fout van zijn werkgever moest bewijzen (en een band tussen de schade en de fout) werden maar weinig ongevallen vergoed. Het was immers heel moeilijk te bewijzen dat de werkgever een fout had begaan. Dit haalde heel de bedoeling van de sociale zekerheid onderuit, dus wordt er nu anders bewezen. De werknemer moet nu bewijzen dat hij een letsel opliep tijdens het werk en dan gelooft de rechter dat het letsel werd opgelopen door het werk. Bovendien moet men nu zelfs niet meer de band tussen de schade en de fout van de werknemer bewijzen.

Is aan deze vereisten voldaan, dan is er sprake van een Arbeidsongeval en de daarbij horende vergoedingen.

Externe link[bewerken]

Vaak gestelde vragen over arbeidsongevallen (BE)