Ban Jieyu

Ban Jieyu (Chinees: 班婕妤, "Dame Ban"; circa 48 v.Chr. - vermoedelijk 2 v.Chr.) was een Chinese dichteres en concubine van keizer Cheng Di van de Westelijke Han-dynastie. Ze wordt beschouwd als de enige bekende dichteres uit deze periode.
Levensloop
[bewerken | brontekst bewerken]Ban Jieyu werd geboren in het district Anling (in de huidige provincie Shaanxi, nabij de stad Xianyang. Haar voornaam is niet overgeleverd. Haar vader, Ban Kuang, diende als commandant van de cavalerie onder keizer Cheng Di en werd later benoemd tot Shaoshi (少使), een lage hofrang.
Ban Jieyu trad in dienst als dienstmeisje aan het hof en trok al snel de aandacht van keizer Cheng Di door haar intelligentie, schoonheid en literaire talent. Ze klom op tot de rang van Jieyu (婕妤, ongeveer: Geprefereerde Schoonheid), een titel voor concubines die door keizer Wu was ingesteld en gelijkstond aan die van een hogere kamerheer. Als favoriete maîtresse van de keizer baarde ze twee zonen, die beiden op jonge leeftijd overleden.
Ban Jieyu leefde volgens de confucianistische deugden voor vrouwen, zoals beschreven in het Boek der Liederen. Ondanks haar positie weigerde ze hoogmoedig te worden en zag ze de concubines van de mythische keizers Shun, Ehuang en Nüying, zoals Tai Ren (moeder van de koning Zhou Wenwang) en Tai Si (moeder van koning Zhou Wuwang), als voorbeelden. Toen keizer Cheng met haar in dezelfde draagstoel wilde verschijnen, wees ze dit af, verwijzend naar de traditie dat alleen regeringsleden deze eer toekwam. Alleen de laatste koningen van Zhou, handelaren en usurpatoren toonden zich met hun maîtresses in dezelfde wagen. Op grond van haar deugdzaamheid, leefde Ban Jieyu als Fan Ji, een van de grootste voorbeelden van deugdzaamheid en wijsheid van de westelijke Han-dynastie.
Rond 20 jaar v.Chr. verloor Ban Jieyu de keizerlijke gunst aan nieuwe concubines, waaronder de zussen Zhao Feiyan en Zhao Hede, die later berucht zouden worden in de Chinese geschiedenis. In 18 v.Chr. beschuldigde Zhao Feiyan Ban Jieyu, keizerin Xu, diens zus Xu Ye, en anderen van samenzwering. Keizerin Xu werd afgezet en Xu Ye geëxecuteerd, maar Ban Jieyu ontliep straf door te verwijzen naar het confuciaanse idee van het noodlot. Ze trok zich terug als dienaar van keizerin-weduwe Wang Zhengjun in het Changxin-paleis, waar ze gedichten schreef over haar eenzaamheid. In haar gedichten vergeleek Ban Jieyu haar situatie met die van koningin Shen, die door koning You was verstoten. Ze diende vanaf 7 jaar v.Chr. in het gedenkpark van Cheng Di, waar ze na haar overlijden ook werd begraven.
Literaire werken
[bewerken | brontekst bewerken]Ban Jieyu’s bekendste werken zijn:
- "Rhapsodie van het Zelfmedelijden" (自悼賦): een reflectie op haar leven als verstoten concubine.
- "Rhapsodie over het Vollen van Zijde" (搗素賦): een gedicht over een vrouw die ’s nachts zijde bewerkt.
- "De Waaiers in de Herfst" (怨歌行): een allegorie waarin ze zichzelf vergelijkt met een waaier, nuttig in de zomer maar vergeten in de herfst.
Haar familieleden Ban Gu en Ban Zhao (een bekende historica) zetten later haar literaire traditie voort en schreven het Boek van Han, een belangrijke bron over haar leven.
Referenties
[bewerken | brontekst bewerken]- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Ban Jieyu op de Duitstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.