Basenpaar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
DNA-helix

Het erfelijk materiaal, DNA, bestaat uit een zeer lange dubbele keten van basenparen in de vorm van een dubbele helix. Deze basenparen bestaan uit steeds twee nucleotiden. De gedeelten van de nucleotiden, die de basenparen vormen, worden basen genoemd.

Een basenpaar (1 bp) geeft 2 bit aan informatie daar er bij DNA of RNA vier verschillende mogelijkheden (nucleotiden) zijn. De massa van een basenpaar in een dubbele DNA-helix bedraagt 650 atomaire massa-eenheden. Het molecuulgewicht van een mol van een bepaalde DNA-soort is dus ongeveer 650 g per basenpaar.

Watson-Crick-paringen[bewerken | brontekst bewerken]

De nucleotiden zijn in paren gekoppeld en zitten in lange strengen vast, als een ladder. De vier verschillende nucleotiden in het DNA zijn adenine, thymine, cytosine en guanine, aangeduid met de letters A, C, G en T. A vormt altijd een paar met T (en omgekeerd) en G vormt een paar met C (en omgekeerd). Tussen G en C zitten drie waterstofbruggen, tussen A en T twee.

De vier basenparen komen ook voor in RNA, met een kleine afwijking: het RNA bevat uracil (U) waar DNA thymine bevat.

Afwijkende paringen[bewerken | brontekst bewerken]

Afwijkende paringen treden vooral op in tRNA's en in triplehelices. Ze volgen weliswaar het Watson-Crick-schema, maar vormen andere waterstofbruggen.

Voorbeelden:

  • Reverse-Watson-Crick-paringen,
  • Hoogsteen-paringen (genoemd naar Karst Hoogsteen (1923-2015)) en
  • Reverse-Hoogsteen-paringen.

Afkortingen[bewerken | brontekst bewerken]

  • bp = één basenpaar
  • kbp = kilobasenpaar = 1000 bp
  • Mbp = megabasenpaar = 1.000.000 bp
  • Gbp = gigabasenpaar = 1.000.000.000 bp

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

DNA