Beatrix Ruf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Beatrix Ruf
Ruf in 2015
Ruf in 2015
Algemene informatie
Geboren Singen, 1960
Nationaliteit Vlag van Duitsland Duitsland
Beroep Museumdirecteur

Beatrix Ruf (Singen, 1960) is een Duitse kunstkenner en kunstadviseur. Zij was van november 2014 tot en met oktober 2017 artistiek directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam. Eerder vestigde ze haar naam als directeur van de Kunsthalle Zürich, van 2001 tot 2014.

Carrière[bewerken]

Ruf studeerde psychologie, etnologie en kunst- en cultuurwetenschappen aan de Universiteit Zürich en dans aan het Conservatorium van Wenen. Na haar studie begon ze als freelance curator, choreografe en critica. Bij het Kunstmuseum des Kantons Thurgau was ze vanaf 1994 tentoonstellingsmaker. In 1998 werd ze directeur van het Kunsthaus in Glarus en in 2001 van de Kunsthalle Zürich. Naast haar reguliere werk was ze als curator betrokken bij de opbouw van de kunstcollectie van het uitgevershuis JRP Ringier. Tijdens haar periode in Zürich was zij als (mede)samensteller betrokken bij tentoonstellingen rondom hedendaagse kunst, waaronder de Tate Triennal 2006 in Tate Modern in Londen en de Yokohama Triennal 2008. Zij stond in 2013 op de zevende plaats van de 'Power Top 100 van kunstgrootheden' van het Amerikaanse tijdschrift Art Review.

Stedelijk Museum[bewerken]

Het Stedelijk Museum Amsterdam maakte in april 2014 haar benoeming tot directeur bekend als opvolger van de enkele maanden eerder vertrokken Amerikaanse Ann Goldstein.[1] Vanaf 1 november 2014 vormde Ruf de leiding van het museum samen met zakelijk directeur Karin van Gilst, die per 1 oktober 2017 vertrok.[2]

In 2017 werd Ruf onderwerp van controverse. Ze had in 2016 gemeld dat ze twintig nevenfuncties had.[3] Ze raakte in opspraak vanwege belangenverstrengeling. Als eigenaar van het kunstadviesbureau currentmatters B.V. adviseerde ze particulieren en bedrijven die kunst aan het museum in bruikleen gaven. Met dit bedrijf maakte ze in 2015 een winst van meer dan 437.000 euro.[4] Uit het jaarverslag van het Stedelijk Museum van 2016 bleek dat ze verzuimd had deze werkzaamheden aan de raad van toezicht te melden.[5] Op 17 oktober 2017 liet de raad van toezicht weten dat Ruf per direct opstapte. Volgens de toezichthouder was dit haar eigen besluit.[6] In een interview in The New York Times stelde ze dat de raad van toezicht al haar nevenactiviteiten had goedgekeurd en dat ze er zeker van was alles goed te hebben verantwoord.[7]

De gemeente Amsterdam, de belangrijkste financier van het museum en eigenaar van de collectie, liet twee onafhankelijke onderzoeken uitvoeren naar de nevenactiviteiten, naar governance, transparantie en nevenfuncties, en naar de naleving van de beloningsregelgeving en de Wet normering topinkomens.[8] Het eerste rapport verscheen in juni 2018. Volgens de onderzoekers had Ruf transparanter moeten zijn over vergoedingen uit nevenactiviteiten, maar is haar integriteit niet in het geding. Haar vertrek werd als een "bedrijfsongeval' omschreven.[9]

In februari 2018 verscheen een paginagrote advertentie in Het Parool, waarin verschillende mensen uit de kunstwereld pleitten voor een terugkeer van Ruf bij het Stedelijk Museum.[10] De raad van toezicht wilde Ruf een adviseursrol geven, maar de interim-directie besloot in augustus 2018 dat niet te doen, omdat het haaks stond op het advies uit de onafhankelijke onderzoeken om schoon schip te maken in de organisatie.[11]