Besomming

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Onder besomming wordt verstaan de opbrengst van een visreis of die van het totaal der opbrengsten van een visseizoen of teelt. Het begrip is inmiddels verouderd geraakt; het woord was vooral in gebruik ten tijde van de vleetvisserij op haring. De bemanning van een vissersschip - met name destijds de logger - kreeg van de opbrengst of besomming van de aangevoerde haring een vast percentage uitgekeerd.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Henk den Heijer - Scheveningse haringvissers, 1987
  • A. Hoogendijk Jz. - De grootvisserij op de Noordzee, 1895
  • A.C. Ligthart - De Vlaardingers en , 1966
  • Piet Spaans en Gijsbert van der Toorn - Vertel me wat van Scheveningen..., 1998
  • Piet Spaans - Bouweteelt, 2007
  • Dr. J.P. van de Voort - Vissers van de Noordzee, 1975