Bijstelling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een bijstelling of appositie is een zinsdeel zonder gezegde dat direct achter het woord of de woordgroep waar het naar verwijst (het antecedent) staat. Net als andere bijvoeglijke bepalingen vormt ook een bijstelling altijd een zinsdeel samen met het antecedent. Verder staat een bijstelling vrijwel altijd tussen komma's.

In de volgende voorbeelden is de bijstelling steeds cursief weergegeven:

  • De oud-burgemeester van Den Haag, Wim Deetman, was vroeger minister.
  • De oude dame droeg haar mooiste juwelen, een gouden ketting met oorbellen, alleen op feestdagen.
  • Saddam Hoessein, een gewetenloze potentaat, vergaste in de jaren tachtig zo'n tienduizend Koerden.
  • Mijn vriend Herman kwam te laat.

Verwante begrippen[bewerken]

Een bijstelling onderscheidt zich van een bijvoeglijke bijzin door het ontbreken van een zelfstandig gebruikte werkwoordsvorm. Een bijvoeglijke bijzin bevat - ook in beknopte vorm - nog altijd een werkwoordelijk gezegde:

  • De man die daar woont, koopt elke dag een krant (niet-beknopte bijzin).
  • De door zijn vrouw bedrogen echtgenoot werd gespeeld en gezongen door Anthony Berendse (beknopte bijzin).

Een bijwoordelijke bepaling bevat vaak ook geen werkwoordelijk gezegde, maar is tevens een apart zinsdeel.

Zie ook[bewerken]