Bombardement op Amsterdam (1940)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het wegdragen van slachtoffers

Het eerste bombardement op Amsterdam in de Tweede Wereldoorlog vond plaats op 11 mei 1940. Veertien panden aan de Blauwburgwal werden bij een Duits bombardement geheel verwoest, er vielen 44 doden en 79 gewonden.

Doelwit[bewerken]

Er zijn een tweetal verklaringen waarom de bommen afgeworpen werden:[1]

  • De Duitsers bombardeerde op 11 mei net als de dag ervoor Schiphol. Een van de bommenwerpers die daar naar toe op weg waren werd waarschijnlijk geraakt door Nederlands afweergeschut dat in Sloten stond. Om gewicht kwijt te raken heeft het aangeschoten toestel waarschijnlijk al boven Amsterdam zijn bommen afgegooid.
  • Het oude postkantoor achter het Paleis op de Dam zou doelwit geweest kunnen zijn, daar een communicatiecentrum van het Nederlandse leger gevestigd. In dat geval vielen de bommen echter 350 meter bezijden het doel.

Herinnering[bewerken]

De Nederlandse kranten schreven na het gebeurde niet over het bombardement. Waarschijnlijk wilde de Duitse bezetter niet dat bekend werd dat er in de eerste oorlogsdagen zoveel onschuldige burgerdoden waren gevallen. Een paar dagen later werd bovendien de binnenstad van Rotterdam volledig plat gebombardeerd, waardoor de bom in Amsterdam geheel op de achtergrond raakte. De 44 doden zijn destijds anoniem begraven. In 2017 werden de namen achterhaald door de overlijdensaktes te bestuderen die destijds uitgeschreven waren.[1]

De bomaanval wordt nog elk jaar herdacht.[2]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]