Boom (trap)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dwarsdoorsnede trap, 1=optrede, 2=wel, 3=aantrede, 4=voorhout, 5=achterhout, 6=wellat, 7=trapboom, 8=stootbord

De boom (ook wel: wang) van een trap draagt de treden.[1] De boom van een trap wordt gevormd door de hoofdliggers waarop de treden en eventuele stootborden bevestigd zijn.

Een trap heeft meestal twee trapbomen. De boom aan de korte zijde heet de binnenboom, de andere heet de buitenboom. Zit een rechte trap aan één kant tegen een muur dan is dat de buitenboom. Bij een houten trap is de boom vaak ingefreesd zodat de treden en stootborden er stevig in verankerd zijn, we spreken dan van een keepboom.

De hoek van de trapboom bepaalt de benaming van de trap. Is de keepboom recht en ligt de eventuele buitenboom daaraan gespiegeld, dan spreken we van een rechte steektrap. Hebben de bomen niet dezelfde vorm dan spreken we van een scheluwe trap.