Breedbeeld (film)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Verhoudingen zoals gebruikt in de filmwereld.

De filmstrook die wordt gebruikt voor bioscoopfilms is meestal 35mm breed. De strook verschilt niet van de kleinbeeldfilms die door fotografen worden gebruikt, afgezien van de lengte en het feit dat bij film de beeldjes meestal dwars op de film staan en bij kleinbeeldfotografie in de lengterichting. De film loopt meestal verticaal door de camera en de projector. De gebruikelijke beeldverhouding is 1:1,37.

De opkomst van de televisie was reden om naar bredere beeldformaten te zoeken, zodat de bioscoop met de televisie kon concurreren. Enkele breedbeeldsystemen staan hieronder.

Cinerama[bewerken]

1952. De opname geschiedt met drie camera's en dus drie filmstroken. De beelden worden door synchroon lopende projectoren, die in aparte cabines zijn opgesteld, naast elkaar op een gebogen doek geprojecteerd. De stralen van de projector kruisen elkaar, dus de projector die linksachter in de zaal staat, straalt op het rechterdeel van het doek. De scheidingen tussen de drie beelden zijn zichtbaar maar niet hinderlijk. Een vierde band dient voor het geluid. Beeldverhouding 2,77:1.

Doordat dit systeem een speciaal uitgeruste bioscoop nodig heeft, wordt het niet vaak toegepast.

CinemaScope[bewerken]

1952. Gebruikt een anamorfotisch objectief dat het beeld bij opname horizontaal samendrukt en bij projectie weer uitrekt. Er kan dus een normale filmstrook van 35 mm worden gebruikt en de beeldverhouding is 2,35:1 t/m 2.66:1.

Vista Vision[bewerken]

De film loopt horizontaal door de projector, zodat op een standaardfilm (35 mm) een breder beeld mogelijk is en de beeldverhouding is 15:9 t/m 18:9.

Todd AO 70 mm[bewerken]

1955. Er wordt een filmstrook gebruikt van dubbele breedte: 70 mm en de beeldverhouding is 2,20:1.

Ultra Panavision 70[bewerken]

Hetzelfde als CinemaScope, maar met een film van 70 mm en de beeldverhouding is 2,76:1.

Variform[bewerken]

De brandpuntsafstand van de projector wordt tijdens de vertoning naar behoefte aangepast, zodat er, afhankelijk van de scène, grote en kleine beelden worden geprojecteerd.

Cinetarium[bewerken]

De camera wordt omhoog gericht en boven de camera wordt een spiegelende bol gehangen. De projectie geschiedt via een spiegelende bol op een koepelvormig scherm.

Zie ook[bewerken]