Buitengewoon hoogleraar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een buitengewoon hoogleraar (Latijn: extraordinarius) is een hoogleraar die in deeltijd in dienst is bij een universiteit. De functie wordt niet zoals gewoon hoogleraren uit het normale onderwijsbudget van een universiteit betaald, maar buiten de vaste, reguliere aanstellingsplaatsen om.

Anders dan de bijzonder hoogleraar is een buitengewoon hoogleraarschap (extra-ordinariaat) niet aangesteld vanuit de middelen van een stichting of bedrijf, maar uit die van de universiteit zelf.[bron?]

Nederland[bewerken]

Buitengewoon hoogleraren werden reeds aangesteld bij de Illustere scholen. Personen vervulden deze functie deeltijds en hadden een iets lagere status dan de gewone hoogleraren.[1] Tussen 1877-1905 werd de functie bij de rijksuniversiteiten afgeschaft, de gemeentelijke universiteit van Amsterdam behield in deze periode de functie. Vanaf 1905 had de buitengewoon hoogleraar examen- en promotierecht. In 1985 werd de functie van buitengewoon hoogleraar in Nederland afgeschaft en gelijkgesteld met de functie van gewoon hoogleraar.[2][3]

Zie ook[bewerken]