Bunker van Seyss-Inquart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bunker van Seyss-Inquart
Zuidkant van de bunker, ogenschijnlijk een boerderij
Zuidkant van de bunker, ogenschijnlijk een boerderij
Locatie landgoed Clingendael
Coördinaten 52° 6′ NB, 4° 20′ OL
Oorspr. functie commandobunker
Start bouw 1942
Bouw gereed 1943
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 525975 532049
Architect August Kubitza
Eigenaar Staat der Nederlanden
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

De bunker van Seyss-Inquart ligt op landgoed Clingendael en dateert uit de Tweede Wereldoorlog. Hij maakte deel uit van de Stützpunktgruppe Clingendael.

Den Haag - Wassenaar[bewerken]

Tijdens de oorlog[bewerken]

Luchtafweertoren

Terwijl Arthur Seyss-Inquart op landgoed Clingendael woonde, liet hij door de Abteilung Siedlung und Bauten een schuilbunker in het park bouwen aan de grens met landgoed Oosterbeek. Het als boerderij vormgegeven bouwwerk werd 61 bij 30 meter en 20 meter hoog, daarin lag een betonnen "schoenendoos" van 49 bij 17 meter en 15 hoog met 2 meter dikke muren en een 4 meter dik plafond. Vanuit de lucht leek het op een gewone boerderij.[1] De buitenmuren zijn van beton, afgewerkt met bakstenen of beschilderd om op een bakstenen muur te lijken. Op het betonnen dag liggen dakpannen en 2 zeer grote "schoorstenen" voor 2 cm Flak afweergeschut.

De bunker (Baupunkt 237) is een schuilbunker en daartegenaan is een dubbele keukenbunker (type 645), beveiligd door 2 meter dikke muren, schietgaten en zware ijzeren deuren van het type 434 P01. Bij de keuken bevindt zich de nooduitgang.

De schuilbunker had op de begane grond de werkkamer van Seyss-Inquart. Er waren nog een paar kamers inclusief een stookkamer en een machinekamer. Onder het dak was een grote zolder, waar de betonnen spanten van het dak nog te zien zijn. Vanuit de zolder had men toegang tot twee observatie- en luchtafweertorens.

In het ernaast gelegen Landgoed Oosterbeek werden vier type 625 bunkers gebouwd, waarvan er thans nog drie aanwezig zijn. Hierin stonden 7,5 cm PAK 40 kanonnen ter verdediging van de commandobunker.[2]

Na de oorlog[bewerken]

Na de oorlog werd de bunker ook beveiligd door gasdeuren. De Koninklijke Landmacht maakte nog gebruik van de bunker, onder meer om verbinding te houden met Nederlandse troepen overzee. Tijdens de Koude Oorlog werd er rekening mee gehouden dat de Nederlandse regering hier in crisissituaties onderdak moest kunnen vinden.

Rijksmonument[bewerken]

In 2000 was een eerste openstelling van de bunker voor leden van Stichting Militair Erfgoed. In 2015 gaf de rijksoverheid te kennen dat de bunker een object is „van algemeen belang uit oogpunt van stedenbouwkunde, architectuurhistorie, cultuurhistorie en militaire historie” en daarom onderdeel van het nationaal erfgoed. Deze erkenning als rijksmonument was inclusief bijgebouwen, de keukenbunker, vier Ringstände en betonblokken. Een lopende verkoopprocedure werd opgeschort, maar in juni 2018 werd bekend dat het rijksvastgoedbedrijf, in samenspraak de gemeente Wassenaar, de bunker ter openbare verkoop wilde aanbieden. De Stichting WO2 Sporen, die zich inzet voor het monument, maakte daar in een zienswijze bij de overheid bezwaar tegen. Zij meende dat een de geschiedenis recht doende bestemming onvoldoende was gegarandeerd.[3] Ook het NIOD en het Cidi hadden vraagtekens bij een openbare verkoop.[1]

Apeldoorn[bewerken]

Seyss-Inquart heeft in Apeldoorn een buitenverblijf gehad. Aan de Loolaan liet hij een commandobunker bouwen met het uiterlijk van een witgeschilderde villa. Tijdens de Apeldoornse erfgoedweek en Open Monumentendag is de bunker meestal te bezichtigen.