Chapelloise

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De chapelloise, Aleman's Marsj of All-American Promenade is een Zweedse volksdans die zich vanuit Frankrijk over heel Europa heeft verspreid. In België en Nederland wordt de dans ook wel jig genoemd, omdat hij vaak op de muziek van Ierse jigs gedanst wordt. Veel typische muziek voor deze dans is echter in vierkwartsmaat, en dus zeker geen jig. De schrijfwijze "gigue" of zelfs "jigue" komt ook voor.

Le Bal de Sur les chemins à l'occasion de la Nuit du Trad de Saint-Girons de 2018

Oorsprong[bewerken | brontekst bewerken]

De chapelloise is een mixer, een dans waarbij in steeds wisselende paren gedanst wordt. Hij is afkomstig uit Zweden, waar hij Aleman's Marsj genoemd wordt. In de jaren 1930 werd de dans in Frankrijk geïntroduceerd en verspreidde zich daar in de jaren 1970 bij de folkbals.

In Schotland bestaat een dans die er erg op lijkt, de Gay Gordons. Deze dans is echter geen mixer.

Omschrijving[bewerken | brontekst bewerken]

De chapelloise wordt gedanst op een ritme van acht vierkwartsmaten, of zestien 6/8-maten. In het eind van de choreografie wisselen de dansers van partner, zodat elke leider een keer met elke volger danst (indien de dans lang genoeg duurt).

De paren staan achter elkaar in een cirkel, tegen de klok in kijkend, de leider aan de binnenkant en de volger aan de buitenkant; de leider heeft in zijn rechterhand de linkerhand van de volger.

  1. de paren lopen vier passen vooruit
  2. ze draaien om en lopen vier passen achteruit, nog steeds in dezelfde richting
  3. ze lopen vier passen vooruit, terugkerend op hun schreden
  4. ze draaien om, lopen vier passen achteruit en zijn terug op hun uitgangspunt
  5. de dansers bewegen naar elkaar toe en weer van elkaar af
  6. leider en volger wisselen van plaats: de volger draait voor de leider langs, hem aankijkend, en de leider beweegt naar rechts
  7. de dansers bewegen weer naar elkaar toe en van elkaar af
  8. de leider doet zijn linkerarm omhoog; de volger draait daardoorheen (pastourelle) en komt rechts van de leider van het paar achter hun terecht; de leiders bewegen zich weer naar links

Op de festoù-noz in Bretagne danst men een variant in het midden van een tovercirkel, op een rij en zonder van partner te wisselen.

Het is meestal goed mogelijk om een tovercirkel te dansen op de muziek van een chapelloise of omgekeerd; de choreografie van de tovercirkel heeft twee keer zoveel maten als die van de chapelloise.

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

  • Yvon Guilcher, La danse traditionnelle en France: d'une ancienne civilisation paysanne à un loisir revivaliste, Librairie de la Danse, FAMDT, in samenwerking met de ADP.