Cogito ergo sum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De eerste uitgave van Discours de la Méthode uit 1637

Cogito ergo sum (Ik denk, dus ik ben) is een filosofische stelling van René Descartes, die een belangrijk element werd van de westerse filosofie. Cogito ergo sum is Latijn, de taal die men destijds soms sprak, maar vooral waarin werd geschreven. Descartes kwam tot zijn stelling in het werk Principia Philosophiae uit 1644; in het Discours de la Méthode uit 1637 komt de Franse versie ("Je pense donc je suis") voor.

Betekenis[bewerken]

Descartes begint zijn filosofie vanuit een scepticistisch standpunt. Overgeleverde waarheden kunnen onwaar blijken te zijn, en ook je eigen waarneming kan je bedriegen. Descartes vraagt zich af hoe je iets zeker kan weten. Zintuigen kunnen je bedriegen. Misschien is er wel een kwaadwillende demon die ons doorlopend probeert te bedriegen. Als men echter daarvan uitgaat, is er dan nog iets wat we zeker kunnen weten? Daar komt het cogito ergo sum om de hoek kijken: Descartes kan wel aan alles twijfelen, hij kan in alles bedrogen worden, maar dan nog is er iemand die (of iets dat) twijfelt, bedrogen wordt. Het simpele feit dát hij twijfelt, impliceert dat hij bestaat. Het 'ergo' of 'dus' drukt geen conclusie uit, maar is een explicatie van wat er al was: zijn ligt besloten in het denken. Het enige wat je echt zeker kan weten is dat je bestaat, want je denkt, denkt te voelen, twijfelt. Daarmee is de eerste zekerheid terug in Descartes' filosofisch systeem, en heeft hij dus een grond om op te staan, een beginpunt om in zijn filosofie van uit te gaan.

Er is aan getwijfeld of Descartes' breuk met de traditie wel zo reëel was als hij aankondigde. De inwaartse blik en het vertrouwen op het zelf was sinds de klassieke oudheid al aanwezig. In die zin zijn in het Cogito ergo sum echo's te horen van het Griekse Ken uzelf en van Augustinus' Si fallor, sum ("Als ik mij vergis, ben ik").