Cuvet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een cuvet

Een cuvet is een, veelal rechthoekig, buisje zonder schaalverdeling.

Cuvetten worden het meest in de scheikunde gebruikt bij de UV/VIS-spectroscopie. De cuvet wordt dan geplaatst tussen de lichtbron en de lichtmeter of in sommige gevallen zelfs in de lichtmeter. Het licht legt een bepaalde afstand af (de weglengte) door het monster, waarbij een deel van het licht geabsorbeerd wordt. De hoeveelheid licht die doorgelaten wordt, wordt gemeten door de lichtmeter.

Weglengte[bewerken]

Er bestaan cuvetten met uiteenlopende weglengtes, van 0,01 mm tot 100 mm. Cuvetten met een weglengte van 10 mm worden het meest gebruikt. Cuvetten met een weglengte van minder dan 1 mm zijn alleen geschikt voor zeer zuivere monsters. Het gebruik van deze cuvetten vereist nogal wat oplettendheid van de analist omdat er makkelijk luchtbelletjes en dergelijke in de lichtweg terecht kunnen komen.

Materialen[bewerken]

Voor verschillende toepassingen worden verschillende materialen gebruikt. Het meest ideale materiaal hangt af van de (chemische) eigenschappen van het monster en van de golflengte waarbij de absorptie gemeten wordt.

Kwarts[bewerken]

Kwartscuvetten zijn geschikt voor zowel waterige als organische monsters en hebben een spectrale range van 200 nm tot 2500 nm.

Glas[bewerken]

Glazen cuvetten zijn geschikt voor zowel waterige als organische monsters. Ze zijn goedkoper dan kwartscuvetten, maar de optische kwaliteit is ook slechter. In het zichtbare gebied (380 nm tot 780 nm) voldoen ze echter goed.

Polymethylmethacrylaat[bewerken]

Wegwerpcuvetten van polymethylmethacrylaat (PMMA) zijn geschikt voor toepassingen tussen 300 en 900 nm. Ze zijn niet geschikt voor organische oplosmiddelen.

Polystyreen[bewerken]

Wegwerpcuvetten van polystyreen (PS) zijn geschikt voor toepassingen tussen 400 en 900 nm. Ze zijn niet geschikt voor organische oplosmiddelen.

Natriumchloride[bewerken]

Cuvetten van natriumchloride worden gebruikt voor het opnemen van infraroodspectra. Ze zijn alleen geschikt voor apolaire organische oplosmiddelen. Water en andere polaire oplosmiddelen tasten het cuvet aan.

Doorstroomcuvetten[bewerken]

Een doorstroomcuvet kan gebruikt worden om absorptieveranderingen in de tijd te meten. Een doorstroomcuvet heeft een ingang en een uitgang voor de te meten vloeistof zodat er een constante vloeistofstroom door het cuvet gepompt kan worden. Één van de redenen waarom de vloeistof bij dergelijke metingen constant ververst wordt, is omdat voortdurende belichting van hetzelfde monster de opgeloste stoffen kan aantasten en daardoor de meting beïnvloeden. Dit is met name het geval wanneer er wordt gemeten in het UV-gebied.

Doorstroomcuvetten worden ook gebruikt in spectrofotometers die voorzien zijn van een autosampler.