De Boeverie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
vooraanzicht

Het kasteel van Snellegem, ook wel De Boeverie genoemd, werd gebouwd omstreeks 1875 door de familie Gilles de Pélichy. Deze rijke familie bouwde het kasteel als tweede residentie op enkele kilometers van het centrum van Varsenare, net buiten de Belgische stad Brugge. Op 50 meter van het kasteel werd een heuvel opgetrokken waaronder de ijskelder schuilt.

Tijdens de wereldoorlogen[bewerken]

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het kasteel in beslag genomen door de Duitsers en deed het dienst als commandocentrum. Na de oorlog werd het teruggeschonken aan de erfgenamen van de familie Gillès de Pélichy. In het jaar 1927 brak er een brand uit die ontstond in de kelder waar in die tijd de keuken gevestigd was. Er was een grote schade aan de linkerflank van het gebouw, maar die werd spoedig hersteld.

De Duitse troepenmacht nam opnieuw bezit van het gebouw tijdens de Tweede Wereldoorlog. De commandopost was ditmaal echter gelegen in het nabije kasteel De Blauwe Torre (nu de witte paters in de Manlaan). De kelders deden er toen dienst als veldhospitaal terwijl de bovenste verdiepingen residenties waren van hoge officieren. In 1943 werd boven Varsenare een Engels verkenningsvliegtuig neergehaald door Duits luchtafweergeschut. De twee piloten konden zich redden met hun valscherm en landden in het domein van De Boeverie. Bij het vallen van de nacht schoten ze zo door de ramen van het kasteel twee feestvierende Duitse officieren dood.

Na de jaren 40[bewerken]

Na de oorlog bleef het kasteel voor lange tijd leegstaan en was het een toevluchtsoord voor kluizenaars. Pas in 1975 werd het gebouw gekocht door Paul de Grande. Die heeft er nog steeds zijn woning, maar het kasteel doet ook dienst als expositieruimte voor zijn handel in antiek en kunst. De handelszaak zelf was eerst gelegen in het industriepark van Loppem maar verhuisde in 2001 naar het industriepark in het nabije Jabbeke. De gelijkvloerse verdieping en de kelder zijn ingericht met burelen en ruimtes die qua stijl overeenkomen met de geëtaleerde kunst en antiek. De eerste en tweede verdieping zijn op afspraak te bezoeken. In 1989 liet Paul de Grande het middelste koepeldak vervangen door een glazen piramidedak. De kunst die hieronder tentoon wordt gesteld is dan ook moderner dan die op de onderste verdiepen.

Ten oosten van het kasteel ligt op een 50-tal meter de koetsierswoning. Deze werd in de beginjaren van het kasteel gebruikt door de mensen die in het kasteel werkten onder de familie Gillès de Pélichy. Ook dit gebouw gebruikt Paul de Grande als expositieruimte. De eerste verdieping doet dienst als gastenverblijf.

Zie ook[bewerken]