Deens voetbalelftal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Denemarken
Vlag van Denemarken
Bijnaam Deens dynamiet
Kledingsponsor Hummel
FIFA-ranglijst 51 Gedaald 3 (april 2017)
Hoogste ranking 3e (mei 1997, jul-aug 1997)
Laagste ranking 51e (april 2017)
Associatie Dansk Boldspil-Union
Bondscoach Vlag van Noorwegen Åge Hareide
Meeste interlands Peter Schmeichel (129)
Topscorer Poul Nielsen
Jon Dahl Tomasson (52)
Wedstrijden
Eerste interland:
Vlag van Denemarken Denemarken 17–1 Frankrijk Vlag van Frankrijk
(Londen, Engeland; 22 oktober 1908)
Grootste overwinning:
Vlag van Denemarken Denemarken 17–1 Frankrijk Vlag van Frankrijk
(Londen, Engeland; 22 oktober 1908)
Grootste nederlaag:
Vlag van Duitsland Duitsland 8–0 Denemarken Vlag van Denemarken
(Breslau, Duitsland; 16 mei 1937)
Wereldkampioenschap
Optredens 4 (eerste keer: 1986)
Beste resultaat Kwartfinale, 1998
Europees kampioenschap
Optredens 8 (eerste keer: 1964)
Beste resultaat Winnaar, 1992
Confederations Cup
Optredens 1 (eerste keer: 1995)
Beste resultaat Winnaar (1995)
Thuis
Uit
Portaal  Portaalicoon   Voetbal

Het Deens voetbalelftal is een team van voetballers dat Denemarken vertegenwoordigt in internationale wedstrijden en competities. Denemarken was in het verleden internationaal erg succesvol. Het land werd éénmaal Europees kampioen en won éénmaal de Confederations Cup.


Geschiedenis[bewerken]

1908–1948: Succes op de Olympische Spelen[bewerken]

Denemarken speelde zijn allereerste officiële interland op de Olympische Zomerspelen 1908 in Londen. In de eerste ronde speelden de Denen tegen het B-elftal van Frankrijk en wonnen met 9–0. Omdat dit het B-elftal was, wordt deze wedstrijd niet gezien als een officiële interland. In de tweede ronde (de halve finale) was het A-elftal van Frankrijk de tegenstander en deze wedstrijd geldt als de eerste officiële interland voor Denemarken. De Fransen werden met 17–1 weggespeeld. Tien van de zeventien Deense doelpunten kwamen op naam van aanvaller Sophus Nielsen. Tot op heden is dit de grootste Deense overwinning én de grootste Franse nederlaag ooit. De Denen verloren de finale met 0–2 van het thuisland Groot-Brittannië en wonnen de zilveren medaille.

In 1912 haalde Denemarken opnieuw de finale van het voetbaltoernooi. Het haalde de finale ten koste van Noorwegen (7-0) en Nederland (4-1). In de finale was Groot Brittannië opnieuw de tegenstander, nu werd er met 4-2 verloren. Na de eerste wereldoorlog zakte het Deense voetbal weg, alleen in 1920 deed het nog mee aan het Olympisch toernooi, Spanje was met 1-0 te sterk. Voor de eerste drie WK's (1930, 1934, 1938) schreef de ploeg zich niet in.

Na de tweede wereldoorlog deed Denemarken mee aan het Olympisch toernooi in Londen van 1948. Denemarken haalde de halve finale na zeges op Egypte en Italië, een derde Olympische finale ging verloren door een 4-2 nederlaag op Zweden. Een 5-3 overwinning op het gastland zorgde uiteindelijk voor de bronzen medaille. John Hansen werd topscorer van het toernooi met zeven doelpunten.

1948–1980: Eenmalige resultaten op EK en Olympische Spelen[bewerken]

Denemarken tegen Nederland (WK 2010)

In 1958 schreef het land zich voor de eerste keer in voor het WK-toernooi. Een succes werd het niet, want alle vier wedstrijden tegen Engeland en Ierland gingen verloren. In 1960 nam Denemarken deel aan het eerste EK , in de eerste ronde werd verloren van Tsjecho-Slowakije. Denemarken nam niet deel aan het kwalificatie-toernooi voor het WK in Chili in het jaar 1962.

Omdat op de Olympische Spelen van 1960 in Rome louter amateurs mochten deelnemen, was Denemarken een geducht land, aangezien het land nog steeds bestond uit amateurspelers. Ze bleken een geduchte tegenstander voor de staatsamateurs uit het Oostblok, in de eerste ronde werden Argentinië en Polen verslagen en in de halve finale werd het sterke Hongarije met 2-0 verslagen door doelpunten van Harald Nielsen en Henning Enoksen. In de finale was Joegoslavië uiteindelijk met 3-1 te sterk. Harald Nielsen scoorde de meeste doelpunten voor de Denen (vijf goals) en werd later getransfeerd naar Bologna, waardoor hij niet meer kon deelnemen aan de Deense nationale ploeg vanwege de strikte amateurstatus van de Deense bond. Denemarken bleek het enige niet-communistische land tussen 1952 en 1980, dat de finale haalde.

In 1964 plaatste Denemarken zich voor het EK naast de gerenommeerde landen Spanje, de Sovjet-Unie en Hongarije. Denemarken plaatste zich via drie play-off rondes, achtereenvolgens werden weinig aansprekende landen als Malta, Albanië en Luxemburg verslagen. Men had een beslissingswedstrijd nodig om Luxemburg te verslaan, na een 2-2 in Kopenhagen en een 3-3 in Luxemburg werd in de beslissingswedstrijd in Amsterdam met 1-0 gewonnen . Opvallend was, dat alle zes doelpunten tegen de Luxemburgers gescoord werden door één speler: Ole Madsen, hij zou later voor Sparta Rotterdam voetballen. In de halve finale was Denemarken kansloos tegen de Sovjet-Unie (3-0). In de troostfinale tegen Hongarije dwong de ploeg een verlenging af tegen Hongarije, waar uiteindelijk twee doelpunten van Dezső Novák de ploeg noodlottig werden (3-1).

Na 1964 waren er alleen incidentele successen: voor kwalificatie-toernooien van het WK 1966, EK 1968 en WK 1970 waren er overwinningen tegen respectievelijk Wales, Nederland en Hongarije. In 1971 mochten profvoetballers ook geselecteerd worden voor het nationale team, maar de resultaten in de jaren zeventig werden nog matiger: alleen voor het EK in 1972 werd Schotland verslagen, voor de rest waren er geen aansprekende resultaten meer. In die periode debuteerde Morten Olsen, hij zou later aanvoerder worden van zowel de Belgische topclub RSC Anderlecht en het Deense team van de jaren tachtig. Op de Olympische Spelen van 1972 haalde Denemarken de tweede ronde, waar het derde werd achter Polen en de Sovjet-Unie. Lichtpunt was het spel van Alan Simonsen van Borussia Mönchengladbach, hij werd in 1975 speler van het jaar in Europa.

Voor het EK van 1980 eindigde het team op de laatste plaats in zijn groep, maar toch was er een kentering gaande. Engeland werd verdienstelijk partij gegeven met een 3-4 nederlaag in Kopenhagen en een 1-0 nederlaag in Londen, tegen Ierland werd er met 3-3 gelijk gespeeld en Noord-Ierland was met 4-0 kansloos. Drie sleutelspelers van het Deense team van de jaren tachtig debuteerden: Sören Lerby, Frank Arnesen en Preben Elkjær Larsen en de Duitser Sepp Piontek werd aangesteld als coach.

Deense fans (EK 2012)

1980–1990: Danish Dynamite[bewerken]

Kwalificatie voor het WK van 1982 kwam nog te vroeg voor het team van Piontek, Denemarken begon met drie nederlagen in de kwalificatie (Joegoslavië en Griekenland thuis, Italië uit). Daarna herstelde de ploeg zich en eindigde uiteindelijk op de derde plaats, ruim achter Joegoslavië en Italië. De potentiële klasse werd met name geopenbaard door een 3-1 overwinning op Italië, het zou de enige nederlaag zijn van Italië, dat later wereldkampioen zou worden.

Kwalificatie van het EK begon meteen met een thuiswedstrijd tegen de favoriet, Engeland. Denemarken kwam twee keer op een achterstand door doelpunten van Trevor Francis, maar door een sterke individuele actie van de bij Ajax spelende Jesper Olsen kwam Denemarken een minuut voor tijd op gelijke hoogte. Denemarken bleef wedstrijden winnen en was nu de enige concurrent voor de Engelsen, want voor de uitwedstrijd tegen Engeland had Denemarken één verliespunt minder. Denemarken speelde opnieuw een sterke wedstrijd en won met 0-1 door een benutte strafschop van Alan Simonsen. Denemarken had nu twee punten nodig in de uitwedstrijden tegen Hongarije en Griekenland om zich te plaatsen. Denemarken verloor in Boedapest met 1-0, in Athene schreef Denemarken definitief geschiedenis door met 0-2 te winnen door doelpunten van Alan Simonsen en de bij FC Lokeren spelende spits Preben Elkjær Larsen. Op het EK in 1984 begon Denemarken met een 1-0 nederlaag tegen het gastland Frankrijk door een late treffer van Michel Platini. Dieptepunt was een zware overtreding op Alan Simonsen, hij moest het toernooi geblesseed verlaten. Daarna versloeg het Joegoslavië met 5-0 en had genoeg aan een gelijkspel tegen België om de halve finale te halen. De Rode Duivels kwamen op een 2-0 voorsprong, Frank Arnesen zorgde voor de rust voor de aansluittreffer. In de tweede helft zette Denemarken het duel definitief naar zijn hand, invaller Kenneth Brylle scoorde de gelijkmaker, waarna Elkjær Larsen het winnende doelpunt maakte. Opvallend was dat alle doelpuntenmakers speelden in de Belgische competitie. De halve finale was een gelijkopgaande wedstrijd tegen Spanje, die beslist werd door strafschappen, Elkjær Larsen was de enige die miste. Denemarken kon naar huis, maar maakte indruk met hun aanvallende, dynamische stijl, de bijnaam "Danish Dynamite" was geboren.

Voor kwalificatie voor het WK in 1986 begon Denemarken sterk met zes punten uit vier wedstrijden, alleen van Zwitserland werd verloren. Vooral de wedstrijd tegen de Sovjet-Unie maakte veel indruk, 4-2 met twee doelpunten van Elkjær Larsen en Michael Laudrup. De return ging in Moskou verloren en na een doelpuntloos gelijkspel tegen Zwitserland kwam kwalificatie op de tocht te staan. In de laatste twee wedstrijden tegen Noorwegen en Ierland werd kwalificatie veilig gesteld, in beide uitwedstrijden werden achterstanden omgezet in een duidelijke overwinningen: 1-5 en 1-4. Met grote verwachtingen ging de ploeg naar het WK in Mexico, veel bepalende spelers waren kampioen geworden in hun land. Men was ingedeeld in een sterke groep met de ex-wereldkampioenen West-Duitsland en Uruguay en Schotland. De eerste wedstrijd tegen Schotland werd gewonnen door een doelpunt van Elkjær Larsen in de tweede helft. De tweede wedstrijd tegen Zuid-Amerikaans kampioen Uruguay eindigde na een 2-1 ruststand in een 6-1 overwinning, Elkjær Larsen scoorde drie keer, de fraaiste treffer was een slalom van Laudrup. De inzet van de wedstrijd tegen West-Duitsland was wat merkwaardig, de winnaar zou in de achtste finale speler tegen het sterke Spanje spelen, de nummer twee tegen Marokko, Denemarken had genoeg aan een gelijkspel om eerste te worden. De Duitsers deden het rustig aan, maar de Denen wilden van de grote buurman winnen. De doelpunten werden gescoord door Jesper Olsen en de bij Feyenoord spelende invaller John Eriksen. Denemaken zou Frank Arnesen missen tegen Spanje, hij liet zich provoceren door Lothar Matthäus en ontving de rode kaart. Net als in 1984 werd Denemarken opnieuw uitgeschakeld door Spanje, ze kwamen op een 1-0 voorsprong door een strafschop van Jesper Olsen, maar door een foute terugspeelbal van dezelfde Olsen kon Emilio Butragueno vlak voor rust de gelijkmaker scoren. Na rust liep Spanje over Denemarken heen, 5-1 met nog drie treffers door Emilio Butragueno.

In de kwalificatie-ronde voor het EK scoorde Denemarken slechts vier doelpunten in zes wedstrijden, drie keer werd met 1-0 gewonnen. De ploeg werd gered door resultaten van de concurrenten, Tsjecho-Slowakije verloor met 3-0 van Finland, Wales verloor de beslissende wedstrijd tegen de Tsjechen. Het toernooi werd geen succes, alle drie de wedstrijden gingen verloren, tegen Spanje (3-2), West Duitsland (2-0) en Italië (2-0). Na het toernooi namen Morten Olsen en Frank Arnesen afscheid van het Deense team, Sören Lerby en Elkjær Larsen eindigden het toernooi op de bank.

Kwalificatie voor het WK in 1990 begon stroef met gelijke spelen tegen Griekenland en Bulgarije, maar de ploeg herstelde zich in de returns, 0-2 tegen Bulgarije en 7-1 tegen Griekenland. De achterstand op de enige concurrent Roemenië was één punt, alleen de winnaar zou het WK in Italië halen. De eerste wedstrijd in Kopenhagen ging met 3-0 gewonnen, maar in de return in Boekarest konden de Denen een 0-1 voorsprong niet vasthouden: 3-1. Denemarken moest thuis blijven, maar de cyclus was wel de doorbraak van nieuwe talenten: Flemming Povlsen scoorde vijf doelpunten, de jongere broer van Michael Brian Laudrup scoorde vier keer.

1990–2000: Niet geplaatst toch Europees kampioen, kwartfinale op het WK[bewerken]

Na het mislopen van het WK stopte Sepp Piontek als bondscoach, Richard Møller Nielsen werd zijn opvolger. Hij liet Denemarken meer verdedigend voetbal spelen, halverwege de cyclus voor kwalificatie van het EK in 1992 stopten Michael en Brian Laudrup met het spelen voor het nationale team uit onvrede over de tactiek. Denemarken was al snel kansloos voor kwalificatie na een 0-2 nederlaag tegen Joegoslavië en een gelijkspel tegen Noord-Ierland. De Denen wonnen nog wel met 1-2 in Joegoslavië, maar met één punt achterstand misten de Denen het EK. Echter, tijdens de cyclus brak de Joegoslavische burgeroorlog uit, halverwege 1992 breidde de oorlog uit naar Bosnië-Herzegovina, de VN riep uit tot een boycot van Joegoslavië en de UEFA schorste het team voor deelname aan het EK, Denemarken nam de plaats over. De algemene stelling dat alle spelers al aan het strand lagen was een fabeltje, de ploeg had vlak daarvoor een vriendschappelijke wedstrijd tegen de voormalige Sovjet Unie en de ploeg bleef bij elkaar in afwachting van het besluit van de UEFA. Brian Laudrup stelde zich weer beschikbaar, maar broer Michael bleef thuis. Na twee wedstrijden was er nog niet gescoord, 0-0 tegen Engeland, 1-0 tegen Zweden. De wedstrijd tegen Frankrijk moest gewonnen worden, bij een 1-1 stand zorgde invaller Lars Elstrup voor het winnende doelpunt. In de halve finale was titelhouder Nederland de tegenstander, dat in de laatste groepswedstrijd wereld kampioen Duitsland duidelijk had verslagen. Op inzet werd een hautain Nederlands elftal opgejaagd en de ploeg nam twee maal een voorsprong via Henrik Larsen, maar vlak voor tijd scoorde Frank Rijkaard de gelijkmaker: 2-2. Strafschoppen moesten de beslissing brengen, doelman Peter Schmeichel stopte de inzet van Marco van Basten, alle andere strafschoppen gingen erin. In de finale wachtte wereld kampioen Duitsland, John Jensen zorgde voor het eerste doelpunt. Schmeichel hield Denemarken op de been met een aantal reddingen, waarna Kim Vilfort voor de beslissing zorgde: 2-0.

In de kwalificatie voor het WK in 1994 begon de kersverse Europese kampioen met drie doelpuntloze gelijke spelen tegen Litouwen, Letland en Ierland, maar in de volgende acht wedstrijden werd er zeven keer gewonnen en één keer gelijk gespeeld. Met nog één wedstrijd te spelen had Denemarken één punt voorsprong op Spanje en Ierland, de laatste wedstrijd was uit tegen Spanje. Na vijf minuten haalde de Spaanse doelman Andoni Zubizarreta de zich weer beschikbaar stellende Michael Laudrup onderuit, hetgeen een rode kaart opleverde voor de Spanjaarden. Denemarken kon ondanks de numerieke meerderheid niet doordrukken en na 63 minuten zorgde Fernando Hierro voor de winnende treffer voor Spanje. Ierland speelde gelijk tegen Noord-Ierland, Denemarken en Ierland hadden evenveel punten en een gelijk doelsaldo, maar omdat Ierland vier doelpunten meer had gescoord ging Ierland naar het WK en bleef de Europese kampioen thuis.

In 1995 won Denemarken zijn tweede internationale prijs, het won in Saoedi-Arabië de Confederation Cup. In de finale werd met 2-0 van Argentinië gewonnen door doelpunten van Michael Laudrup en Peter Rasmussen. Voor de kwalificatie van EK in 1996 eindigde Denemarken voor de zoveelste keer achter Spanje (vijf punten achterstand ), maar door twee overwinningen op België eindigde Denemarken als tweede en was geplaatst. Het EK 1996 was geen succes, na een gelijkspel tegen (Portugal (1-1) en een nederlaag tegen Kroatië (3-0) was men afhankelijk van het resultaat Portugal - Kroatië, het al geplaatste Kroatië moest winnen. Het stelde echter het tweede elftal op, Portugal won met 3-0 en ondanks een 3-0 zege op Turkije was Denemarken zijn Europese titel kwijt. Coach Møller Nielsen nam ontslag, hij was hevig bekritiseerd vanwege de defensieve speelwijze van zijn ploeg.

De Zweed Bo Johansson volgde hem op en liet de Denen onder aanvoering van de gebroeders Laudrup aanvallender voetballen. Op de voorlaatste speeldag won het met 3-1 van Kroatië en had de Kroaten uitgeschakeld voor de eerste en rechtstreekse plaats in de groep. De laatste wedstrijd was tegen Griekenland en het had een voorsprong van twee punten. In een beladen wedstrijd redde Schmeichel een aantal keren en Denemarken behaalde het noodzakelijke punt om zich te plaatsen. De start van het wereldkampioenschap 1998 was niet overtuigend, winst op Saoedi-Arabië (1-0), een gelijkspel tegen Zuid-Afrika (1-1) en verlies tegen Frankrijk (1-2) en leverde wel een plaats in de Play-Offs op. In die Play-Offs kende Denemarken tegen Olympisch kampioen Nigeria een flitsende start: 2-0 binnen een kwartier. De eindstand was uiteindelijk 4-1, opmerkelijk was dat invaller Ebbe Sand binnen een halve minuut een doelpunt scoorde. In de kwartfinale bood Denemarken goed weerstand tegen regerend kampioen Brazilië, 3-2 voor Brazilië, waarbij Marc Rieper vlak voor tijd op de paal kopte. Het was het afscheid van de broers Laudrup, Brian stopte als - nternational, voor Michael was het zijn laatste profwedstrijd.

Het afscheid van de laatste spelers uit de jaren tachtig zorgde wel voor een leegte, spelers als de Feyenoord spelende Jon Dahl Tomasson en Ajacied Jesper Gronkjaer werden nu basisspelers. De start voor kwalificatie van het EK in 2000 was niet best: twee punten uit vier wedstrijden met thuisnederlagen tegen Wales en Italië. Denemarken moest de laatste vier wedstrijden moesten gewonnen, thuis tegen Zwitserland en uit tegen Italië scoorrde Tomasson het winnende doelpunt. Denemarken eindigde samen met Zwitserland op de tweede plaats (één punt achter Italië), maar Denemarken scoorde beter in de onderlinge resultaten tegen de Zwitsers. Het EK in Nederland en België werd een sof, de wedstrijden tegen Frankrijk, Nederland en Tsjechië gingen allemaal verloren zonder zelf gemaakte doelpunten. Doelman Peter Schmeichel nam afscheid van het team, coach Johannson stapte op.

2000–2016: Tijdperk Morten Olsen[bewerken]

Morten Olsen, aanvoerder van het "Danish Dynamite" van de jaren tachtig, werd de nieuwe coach. In het kwalificatietoernooi voor het WK in 2002 stond Denemarken na acht speeldagen één punt achter op Bulgarije. In de uitwedstrijd in Sofia nam Denemarken het initiatief over, het won met 0-2 door twee treffers van Jon Dahl Tomasson en op de laatste speeldag werd plaatsing definitief veiliggesteld door een afgetekende 6-0 overwinning op IJsland. Denemarken begon het WK met een 2-1 zege op Uruguay en een 1-1 gelijkspel tegen Senegal, Tomasson scoorde alle doelpunten. In de laatste groepswedstrijd tegen regerend wereld- en Europees kampioen Frankrijk had Denemarken genoeg aan een 1-0 nederlaag om Frankrijk uit te schakelen, maar de ploeg won zowaar met 2-0 door treffers van de PSV'er Rommedahl en de Feyenoorder Tomasson. De achtste finale tegen Engeland was een teleurstelling: bij rust was al de einstand bereikt, een 3-0 nederlaag.

Kwalificatie voor het EK in 2004 was een spannende strijd met drie landen: Roemenië, Noorwegen en Bosnië en Herzegovina. Tegen zowel de Noren als de Roemenen bereikten de Denen een overwinning en een gelijkspel, thuis tegen Bosnië werd met 0-2 verloren. In de laatste wedstrijd in Bosnië had Denemarken genoeg aan een 1-1 gelijkspel om zich te plaatsen, het had een voorsprong van één punt op Noorwegen en Roemenië en twee op Bosnië. Op het [[Europees kampioenschap 2004}EK in Portugal]] begon Denemarken met een doelpuntloos gelijkspel tegen Italië en een 2-0 zege op Bulgarije. Bij een 2-2 gelijkspel tegen Zweden hadden zouden beide landen geplaatst zijn ten koste van Italië. Denemarken kwam twee maal op voorsprong door Tomasson, maar na de gelijkmaker van de Zweden vlak voor tijd deden beide teams het rustig aan en waren geplaatst. In de kwartfinale werd de ploeg uitgeschakeld door Tsjechië, na een doelpuntloze ruststand scoorden de Tsjechen in de tweede helft drie keer.

Voor kwalificatie voor het WK in 2006 had Denemarken in Europees kampioen Griekenland en de nummer drie van het WK Turkije. Het was echter de Oekraïne die de eerste plaats opeiste. Denemarken moest een inhaalrace forceren door na negen wedstrijden vier keer gelijk te spelen en wee keer verloren (thuis tegen de Oekraĩne en uit tegen Griekenland). De laatste wedstrijden werden allemaal gewonnen, maar men kwam één punt tekort ten opzichte van Turkije om deel te nemen aan de Play-Offs.

Ook kwalificatie voor het EK in 2008 was geen succes. Denemarken einidigde met Noord-Ierland op de gedeelde derde plaats met respectievelijk acht en zes punten achterstand op respectievelijk Spanje en Zweden. Breekpunt in de kwalificatie was de thuiswedstrijd tegen Zweden, Denemarken maakte een 0-3 achterstand goed , maar bij een 3-3 stand stormde een Deense supporter het veld op om de scheidsrechter aan te vallen. De wedstrijd werd gestaakt en de eindstand op 0-3 voor Zweden bepaald.

Ondanks deze misstappen bleef Olsen aan als bondscoach. Men nam het initiatief voor kwalificatie van het WK in 2010 door tegen de belangrijkste concurrenten Portugal en Zweden de uitwedstrijd te winnen. Op de voorlaatste speeldag stelde Denemarken kwalificaie door een 1-0 overwinning op Zweden dankzij een doelpunt van Jakob Poulsen. Het WK in Zuid-Afrika begon teleurstellend, er werd met 2-0 verloren van Nederland, mede door een eigen doelpunt van Daniel Agger. Na een 2-1 overwinning op Kameroen moest Denemarken van Japan winnen om de achtste finales te halen. Denemarken verloor echter met 3-1 en moest voortijdig naar huis. Tomasson scoorde het Deense doelpunt en nam na 112 interlands afscheid van het nationale team, hij is tot op heden topscorer met 52 doelpunten.

Er was hevige kritiek op Olsen na dit teleurstellende WK, maar Olsen bleef. Op de laatste speeldag stond Denemarken en Portugal gelijk in punten, Denemarken moest de thuiswedstrijd winnen om eerste te worden. Denemarken won met 2-1 door doelpunten van Michael Krohn-Dehli en Nicklas Bendtner en was rechtstreeks geplaatst voor de eindronde. De loting van het EK in Polen en de Oekraïne leverde een bijna onmogelijke opgave op, de tegenstanders waren drie potentiële favorieten: Nederland, Portugal en Duitsland. Denemarken verweerde zich echter kranig, van Nederland werd gewonnen door een doelpunt van de bij Ajax weggestuurde Krohn-Dehli, de wedstrijden tegen Portugal en Duitsland werden pas in de slotfase verloren: respectievelijk 3-2 en 2-1.

De kwalificatie voor het WK van 2014 begon teleurstellend, na zes wedstrijden stond Denemarken pas op de vijfde plaats na één overwinning, drie gelijke spelen en twee nederlagen, vooral de thuisnederlaag tegen Armeniē was pijnlijk: 1-5. Er waren liefst drie concurrenten voor de tweede plaats (Bulgarije, Tsjechië en Armenië) om achter Italië te eindigen. Een inhaalrace was noodzakelijk en van de laatste vier wedstrijden werd er drie keer gewonnen en één keer gelijk gespeeld en Denemarken eindigde alsnog op de tweede plaats. Echter, Denemarken had van alle nummers twee in de Europese Zone de minste punten en viel alsnog af, Denemarken had één punt minder dan Kroatië. Achteraf was het laatste gelijkspel tegen Italië beslissend, in blessure-tijd scoorde Alberto Aquilani. Viel het doelpunt niet, dan had Denemarken in de play-offs gestaan.

Kwalificatie voor het EK in 2016 bood perspectieven, omdat de eerste twee zich plaatsten en de nummer drie kans had in de play-offs. Voor Denemarken zat directe kwalificatie in de mogelijkheden daar de belangeijkste concurrent voor de tweede plaats, Servië drie strafpunten kreeg voor ongeregeldheden in de wedstrijd tegen Albanië en de Denen twee maal van de Serven wonnen. In de laatste drie wedstrijden ging het mis: twee doelpuntloze gelijke spelen tegen Albanië en Armenië en een nederlaag tegen Portugal zorgde toch voor de derde plek achter Portugal en het verrassende Albanië. Er was een laatste kans in de Play-Offs tegen Zweden, de eerste wedstrijd won Zweden met 2-1 en in de thuiswedstrijd kwam Denemarken met 0-2 achter door twee treffers van Zlatan Ibrahimovic. Deemarken kwam nog terug tot 2-2, maar het was niet genoeg. Na 15 jaar nam Morten Olsen afscheid van zijn team, hij leidde Denemarken in acht cyclussen, waarvan de helft succesvol was.

2016–: Heden[bewerken]

Onder de nieuwe bondscoach Åge Hareide begon de WK-kwalificatie voor 2018. denemarken staat op de derde plaats met vier punten en één punt achterstand op respectievelijk Polen en Montenegro. Van beide concurrenten is al verloren, 3-2 uit tegen Polen, 0-1 thuis tegen Montenegro. Twee overwinningen op Armenië en Kazachstan hielden Denemarken in de race.

Deelnames aan internationale toernooien[bewerken]

WK voetbal[bewerken]

Wereldkampioenschap voetbal overzicht
Jaar Ronde Wed. W G V DV DT Kwal Tegenstanders
19301954 Geen deelname
Vlag van Zweden 1958 Niet gekwalificeerd Engeland en Ierland
Vlag van Chili 1962 Geen deelname
Vlag van Engeland 1966 Niet gekwalificeerd Sovjet-Unie, Wales en Griekenland
Vlag van Mexico 1970 Niet gekwalificeerd Ierland, Tsjecho-Slowakije en Hongarije
Vlag van de Bondsrepubliek Duitsland 1974 Niet gekwalificeerd Schotland en Tsjecho-Slowakije
Vlag van Argentinië 1978 Niet gekwalificeerd Cyprus, Polen en Portugal
Vlag van Spanje 1982 Niet gekwalificeerd Griekenland, Luxemburg, Joegoslavië en Italië
Vlag van Mexico 1986 Achtste finale 4 3 0 1 10 6 (Kwal.) Sovjet-Unie, Zwitserland, Ierland, Noorwegen, West-Duitsland, Uruguay, Schotland en Spanje
Vlag van Italië 1990 Niet gekwalificeerd Griekenland, Bulgarije en Roemenië
Vlag van Verenigde Staten 1994 Niet gekwalificeerd Noord-Ierland, Litouwen, Letland, Albanië, Spanje en Ierland
Vlag van Frankrijk 1998 Kwartfinale 5 2 1 2 9 7 (Kwal.) Kroatië, Griekenland, Bosnië-Herzegovina, Slovenië, Zuid-Afrika, Saoedi-Arabië, Nigeria, Frankrijk en Brazilië
Vlag van Zuid-KoreaVlag van Japan 2002 Achtste finale 4 2 1 1 5 5 (Kwal.) Tsjechië, Bulgarije, IJsland, Noord-Ierland, Malta, Senegal, Uruguay, Frankrijk en Engeland
Vlag van Duitsland 2006 Niet gekwalificeerd Griekenland, Albanië, Georgië, Kazachstan, Oekraïne en Turkije
Vlag van Zuid-Afrika 2010 Groepsfase 3 1 0 2 3 6 (Kwal.) Portugal, Zweden, Hongarije, Albanië, Malta, Kameroen, Nederland en Japan
Vlag van Brazilië 2014 Niet gekwalificeerd Tsjechië, Bulgarije, Armenië, Malta en Italië
Vlag van Rusland 2018 Kwalificatie bezig
Totaal 4 keer 16 8 2 6 27 24

Europees kampioenschap voetbal[bewerken]

Europees kampioenschap voetbal overzicht
Jaar Ronde Wed. W G V DV DT Kwal Tegenstanders
Vlag van Frankrijk 1960 Niet gekwalificeerd Tsjecho-Slowakije
Vlag van Spanje (1945-1977) 1964 Vierde 2 0 0 2 1 6 (Kwal.) Malta, Albanië, Luxemburg, Sovjet-Unie en Hongarije
Vlag van Italië 1968 Niet gekwalificeerd Hongarije, Oost Duitsland en Nederland
Vlag van België 1972 Niet gekwalificeerd België, Portugal en Schotland
Vlag van Joegoslavië 1976 Niet gekwalificeerd Spanje, Roemenië en Schotland
Vlag van Italië 1980 Niet gekwalificeerd Engeland, Noord-Ierland, Ierland en Bulgarije
Vlag van Frankrijk 1984 Halve finale 4 2 1 1 9 4 (Kwal.) Engeland, Hongarije, Griekenland, Luxemburg, België, Joegoslavië, Frankrijk en Spanje
Vlag van de Bondsrepubliek Duitsland 1988 Groepsfase 3 0 0 3 2 7 (Kwal.) Tsjecho-Slowakije, Wales, Finland, West Duitsland, Italië en Frankrijk
Vlag van Zweden 1992 Kampioen 5 2 2 1 6 4 (Kwal.) Noord-Ierland, Oostenrijk, Faeröer, Frankrijk, Engeland, Nederland, Duitsland, Joegoslavië en Zweden
Vlag van Engeland 1996 Groepsfase 3 1 1 1 4 4 (Kwal.) België, Macedonië, Cyprus, Armenië, Turkije, Spanje, Portugal en Kroatië
Vlag van BelgiëVlag van Nederland 2000 Groepsfase 3 0 0 3 0 8 (Kwal.) Zwitserland, Wales, Wit-Rusland, Israël, Italië, Nederland, Frankrijk en Tsjechië
Vlag van Portugal 2004 Kwartfinale 4 1 2 1 4 5 (Kwal.) Noorwegen, Roemenië, Bosnië-Herzegovina, Luxemburg, Italië, Bulgarije, Zweden en Tsjechië
Vlag van OostenrijkVlag van Zwitserland 2008 Niet gekwalificeerd Letland, IJsland, Liechtenstein, Spanje, Zweden en Noord-Ierland
Vlag van OekraïneVlag van Polen 2012 Groepsfase 3 1 0 2 4 5 (Kwal.) Portugal (2 keer), Noorwegen, IJsland, Cyprus, Nederland en Duitsland
Vlag van Frankrijk 2016 Niet gekwalificeerd Servië, Armenië, Portugal, Albanië en Zweden
Totaal 8 keer 27 7 6 14 30 43

Koning Fahd Cup (Confederations Cup)[bewerken]

Koning Fahd Cup overzicht
Jaar Ronde Wed. W G V DV DT
Vlag van Saoedi-Arabië 1995 Kampioen 3 2 1 0 5 1
Totaal 1 keer 3 2 1 0 5 1

FIFA-wereldranglijst[1][bewerken]

1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017
Straight Line Steady.svg 6 Red Arrow Down.svg 14 Green Arrow Up.svg 9 Green Arrow Up.svg 6 Red Arrow Down.svg 8 Red Arrow Down.svg 19 Green Arrow Up.svg 11 Red Arrow Down.svg 22 Green Arrow Up.svg 18 Green Arrow Up.svg 12 Red Arrow Down.svg 13 Red Arrow Down.svg 14 Green Arrow Up.svg 13 Red Arrow Down.svg 21 Red Arrow Down.svg 31 Red Arrow Down.svg 37 Green Arrow Up.svg 28 Straight Line Steady.svg 28 Green Arrow Up.svg 11 Red Arrow Down.svg 23 Red Arrow Down.svg 25 Red Arrow Down.svg 30 Red Arrow Down.svg 42 Red Arrow Down.svg 46 Red Arrow Down.svg 48

Bondscoaches[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van coaches van het Deens voetbalelftal voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bekende spelers[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van spelers van het Deense voetbalelftal voor een lijst met spelers met minimaal dertig interlands achter hun naam

Frank Arnesen
Thomas Gravesen
Jesper Grønkjær
Jan Heintze
Thomas Helveg

Preben Elkjær Larsen
Brian Laudrup
Michael Laudrup
Søren Lerby
Henning Munk Jensen

Allan Nielsen
Kenneth Pérez
Dennis Rommedahl
Ebbe Sand

Peter Schmeichel
Søren Skov
Ole Tobiasen
Jon Dahl Tomasson

Spelersrecords[bewerken]

Meeste interlands[bewerken]

Naam Carrière Interlands Doelpunten
1 Peter Schmeichel 1987–2001 129 1
2 Dennis Rommedahl 2000–2014 126 21
3 Jon Dahl Tomasson 1997–2010 112 52
4 Thomas Helveg 1994–2007 108 2
5 Michael Laudrup 1982–1998 104 37
6 Morten Olsen 1970–1989 102 4
Martin Jørgensen 1998–2011 102 12
8 Thomas Sørensen 1999–2012 101 0
9 Christian Poulsen 2001–2012 92 6
10 John Sivebæk 1982–1992 87 1

Laatst bijgewerkt op 7 februari 2017.

Meeste doelpunten[bewerken]

Naam Carrière Doelpunten Interlands Doelpunt/interland
1 Poul Nielsen 1910–1925 52 38 1,37
Jon Dahl Tomasson 1997–2010 52 112 0,46
3 Pauli Jørgensen 1925–1939 44 47 0,94
4 Ole Madsen 1958–1969 42 50 0,84
5 Preben Elkjær Larsen 1977–1988 38 69 0,55
6 Michael Laudrup 1982–1998 37 104 0,36
7 Henning Enoksen 1958–1966 29 54 0,24
8 Nicklas Bendtner 2006– 29 74 0,39
9 Michael Rohde 1915–1931 22 40 0,55
Ebbe Sand 1998–2004 22 66 0,33

██ Nog actief

Laatst bijgewerkt op 7 februari 2017.

Interlands[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Interlands Deens voetbalelftal 2010-2019 voor de meest actuele gespeelde en komende interlands van Denemarken.

Huidige selectie[bewerken]

De volgende spelers werden opgeroepen voor de vriendschappelijke interlands tegen Vlag van IJsland IJsland en Vlag van Schotland Schotland op 24 en 29 maart 2016.

Interlands en doelpunten bijgewerkt tot en met de oefeninterland tegen Vlag van Schotland Schotland (0–1) op 29 maart 2016.

Naam Wed. Dlpnt. Club
Doel
Kasper Schmeichel 20 0 Vlag van Engeland Leicester City
Jonas Lössl 1 0 Vlag van Frankrijk EA Guingamp
Frederik Rønnow 0 0 Vlag van Denemarken Brøndby IF
Verdediging
Daniel Agger Aanvoerder 75 12 Vlag van Denemarken Brøndby IF
Simon Kjær 58 2 Vlag van Turkije Fenerbahçe
Daniel Wass 14 0 Vlag van Spanje Celta de Vigo
Riza Durmisi 9 0 Vlag van Denemarken Brøndby
Jores Okore 8 0 Vlag van Engeland Aston Villa
Jannik Vestergaard 6 1 Vlag van Duitsland Werder Bremen
Erik Sviatchenko 5 1 Vlag van Schotland Celtic
Andreas Christensen 4 0 Vlag van Duitsland Borussia Mönchengladbach
Jonas Knudsen 2 0 Vlag van Engeland Ipswich Town
Henrik Dalsgaard 2 0 Vlag van België Zulte Waregem
Middenveld
William Kvist 62 2 Vlag van Denemarken Kopenhagen
Christian Eriksen 59 6 Vlag van Engeland Tottenham Hotspur
Michael Krohn-Dehli 56 6 Vlag van Spanje Sevilla
Lasse Schöne 24 3 Vlag van Nederland AFC Ajax
Pierre Højbjerg 15 1 Vlag van Duitsland Schalke 04
Thomas Delaney 7 0 Vlag van Denemarken Kopenhagen
Aanval
Nicolai Jørgensen 16 3 Vlag van Nederland Feyenoord
Martin Braithwaite 14 1 Vlag van Frankrijk Toulouse
Yussuf Poulsen 12 2 Vlag van Duitsland RB Leipzig
Lasse Vibe 10 1 Vlag van Engeland Brentford

Recent opgeroepen[bewerken]

De volgende spelers zijn het afgelopen jaar opgeroepen voor het elftal en zijn nog beschikbaar, maar zaten niet bij de laatste selectie of zijn afgevallen nadat ze geselecteerd zijn.

Naam Wed. Dlpnt. Huidige club Laatste oproep
Doel
Stephan Andersen 30 0 Vlag van Denemarken Kopenhagen Vlag van Zweden Zweden, 17 november 2015
Verdediging
Simon Poulsen 31 0 Vlag van Nederland PSV Vlag van Zweden Zweden, 17 november 2015
Kian Hansen 2 0 Vlag van Denemarken FC Midtjylland Vlag van Armenië Armenië, 7 september 2015
Andreas Bjelland 21 2 Vlag van Engeland Brentford Vlag van Servië Servië, 13 juni 2015
Frederik Sørensen 0 0 Vlag van Duitsland FC Köln Vlag van Montenegro Montenegro, 8 juni 2015
Alexander Scholz 0 0 Vlag van België Standard Luik Vlag van Montenegro Montenegro, 8 juni 2015
Nicolai Boilesen 15 1 Vlag van Nederland AFC Ajax Vlag van Frankrijk Frankrijk, 27 maart 2015
Mathias Jørgensen 6 0 Vlag van Denemarken FC Kopenhagen Vlag van Frankrijk Frankrijk, 27 maart 2015
Peter Ankersen 10 0 Vlag van Denemarken FC Kopenhagen Vlag van Roemenië Roemenië, 18 november 2014
Middenveld
Lucas Andersen 2 0 Vlag van Nederland Willem II Vlag van Montenegro Montenegro, 8 juni 2015
Lasse Vigen 0 0 Vlag van Engeland Fulham Vlag van Montenegro Montenegro, 8 juni 2015
Rasmus Würtz 12 0 Vlag van Denemarken Aalborg BK Vlag van Roemenië Roemenië, 18 november 2014
Nicolaj Thomsen 1 0 Vlag van Denemarken Aalborg BK Vlag van Roemenië Roemenië, 18 november 2014
Aanval
Morten Rasmussen 10 3 Vlag van Denemarken Midtjylland Vlag van Frankrijk Frankrijk, 11 oktober 2015
Emil Berggreen 0 0 Vlag van Duitsland Eintracht Braunschweig Vlag van Montenegro Montenegro, 8 juni 2015
Uffe Bech 3 0 Vlag van Duitsland Hannover 96 Vlag van Roemenië Roemenië, 18 november 2014

Statistieken[bewerken]

Tegenstanders[bewerken]

  • Bijgewerkt tot en met de oefeninterland tegen Vlag van Tsjechië Tsjechië (1–1) op 15 november 2016.
Tegenstander Wed. W G V DV DT DS
Vlag van Albanië Albanië 10 6 3 1 19 4 +15
Vlag van Algerije Algerije 1 0 1 0 0 0 0
Vlag van Argentinië Argentinië 2 1 1 0 3 1 +2
Vlag van Armenië Armenië 7 5 1 1 9 6 +3
Vlag van Australië Australië 3 2 0 1 5 2 +3
Vlag van België België 13 6 3 4 23 21 +2
Vlag van Benin Benin 1 0 0 1 0 2 –2
Vlag van Bermuda Bermuda 2 2 0 0 11 1 +10
Vlag van Bosnië en Herzegovina Bosnië en Herzegovina 5 1 2 2 5 8 –3
Vlag van Brazilië Brazilië 3 1 0 2 7 6 +1
Vlag van Bulgarije Bulgarije 16 4 8 4 21 20 +1
Vlag van Canada Canada 1 1 0 0 2 0 +2
Vlag van Chili Chili 1 0 0 1 1 2 –1
Vlag van Cyprus Cyprus 6 5 1 0 21 3 +18
Vlag van Duitsland Duitsland 26 8 3 15 36 53 –17
Vlag van Egypte Egypte 3 2 1 0 7 2 +5
Vlag van Engeland Engeland 19 3 4 12 19 36 –17
Vlag van Estland Estland 1 0 1 0 2 2 0
Vlag van Faeröer Faeröer 3 3 0 0 10 1 +9
Vlag van Finland Finland 59 39 10 10 153 58 +95
Vlag van Frankrijk Frankrijk 14 5 1 8 28 20 +8
Vlag van Gambia Gambia 1 1 0 0 4 1 +3
Vlag van Georgië Georgië 3 2 1 0 10 4 +6
Vlag van Ghana Ghana 1 1 0 0 1 0 +1
Vlag van Griekenland Griekenland 16 9 4 3 34 18 +16
Vlag van Honduras Honduras 1 0 0 1 0 1 –1
Vlag van Hongarije Hongarije 16 3 4 9 16 40 –24
Vlag van Ierland Ierland 13 3 5 5 16 20 –4
Vlag van IJsland IJsland 23 19 4 0 73 14 +59
Vlag van Indonesië Indonesië 1 1 0 0 9 0 +9
Vlag van Iran Iran 2 1 1 0 4 0 +4
Vlag van Israël Israël 8 7 0 1 18 4 +14
Vlag van Italië Italië 13 3 2 8 16 24 –8
Vlag van Japan Japan 2 1 0 1 4 5 –1
Vlag van Joegoslavië Joegoslavië 9 2 0 7 15 24 –9
Vlag van Kameroen Kameroen 3 2 0 1 5 4 +1
Vlag van Kazachstan Kazachstan 3 3 0 0 9 2 +7
Vlag van Kroatië Kroatië 5 2 1 2 6 7 –1
Vlag van Letland Letland 4 3 1 0 7 1 +6
Vlag van Liechtenstein Liechtenstein 3 3 0 0 13 0 +13
Vlag van Litouwen Litouwen 2 1 1 0 4 0 +4
Vlag van Luxemburg Luxemburg 10 8 2 0 29 8 +21
Vlag van Macedonië Macedonië 3 1 1 1 2 4 –2
Vlag van Malta Malta 9 9 0 0 32 4 +28
Vlag van Mexico Mexico 3 1 1 1 4 5 –1
Vlag van Marokko Marokko 1 1 0 0 3 1 +2
Vlag van Montenegro Montenegro 2 1 0 1 2 2 0
Vlag van Nederland Nederland 30 8 10 12 41 58 –17
Vlag van Nederlandse Antillen (1986-2010) Nederlandse Antillen 2 2 0 0 6 3 +3
Vlag van Nigeria Nigeria 1 1 0 0 4 1 +3
Vlag van Noord-Ierland Noord-Ierland 11 4 5 2 14 9 +5
Vlag van Noorwegen Noorwegen 88 54 14 20 226 102 +124
Vlag van Oekraïne Oekraïne 3 1 1 1 2 2 0
Vlag van Oostenrijk Oostenrijk 8 3 1 4 13 14 –1
Vlag van Duitse Democratische Republiek DDR 6 2 2 2 10 10 0
Vlag van Paraguay Paraguay 1 0 1 0 1 1 0
Vlag van Polen Polen 21 11 2 8 42 37 +5
Vlag van Portugal Portugal 15 3 2 10 18 31 –13
Vlag van Roemenië Roemenië 16 6 2 8 26 33 –7
Vlag van Saoedi-Arabië Saoedi-Arabië 3 3 0 0 4 0 +4
Vlag van Schotland Schotland 16 6 0 10 12 20 –8
Vlag van Senegal Senegal 3 2 1 0 6 3 +3
Vlag van Servië Servië 2 2 0 0 5 1 +4
Vlag van Slovenië Slovenië 4 4 0 0 11 1 +10
Vlag van Slowakije Slowakije 2 1 0 1 3 4 –1
Vlag van Rusland Rusland 1 0 0 1 0 2 –2
Vlag van Singapore Singapore 2 2 0 0 7 2 +5
Vlag van Sovjet-Unie (1980-1991) Sovjet-Unie 9 1 1 7 10 28 –18
Vlag van Spanje Spanje 17 2 3 12 15 34 –19
Vlag van Suriname Suriname 1 0 0 1 1 2 –1
Vlag van Thailand Thailand 1 1 0 0 3 0 +3
Vlag van Togo Togo 1 1 0 0 2 0 +2
Vlag van Tsjechië Tsjechië 11 2 6 3 8 10 –2
Vlag van Tsjecho-Slowakije Tsjecho-Slowakije 14 0 5 9 8 31 –24
Vlag van Tunesië Tunesië 2 2 0 0 5 2 +3
Vlag van Turkije Turkije 10 3 5 2 12 9 +3
Vlag van Verenigde Arabische Emiraten V.A.E. 1 0 1 0 1 1 0
Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten 3 2 1 0 8 5 +3
Vlag van Uruguay Uruguay 2 2 0 0 8 2 +6
Vlag van Wales Wales 8 4 0 4 8 8 0
Vlag van Wit-Rusland Wit-Rusland 2 1 1 0 1 0 +1
Vlag van Zuid-Afrika Zuid-Afrika 3 0 2 1 2 3 –1
Vlag van Zuid-Korea Zuid-Korea 1 0 1 0 0 0 0
Vlag van Zweden Zweden 105 40 20 45 175 186 –11
Vlag van Zwitserland Zwitserland 10 3 5 2 13 11 +2

Van jaar tot jaar[bewerken]

Jaar Wedstrijden Doelpunten Punten
Duels Winst Gelijk Verlies Goal Voor Goal Tegen Saldo
1908 3 2 0 1 26 3 +23 1.333
1910 1 1 0 0 2 1 +1 2.000
1911 1 0 0 1 0 3 –3 0.000
1912 4 3 0 1 16 6 +10 1.500
1913 3 3 0 0 22 1 +21 2.000
1914 2 2 0 0 7 3 +4 2.000
1915 3 3 0 0 12 1 +11 2.000
1916 4 3 0 1 12 4 +8 1.500
1917 4 3 1 0 17 3 +14 1.750
1918 4 3 0 1 10 4 +6 1.500
1919 4 2 0 2 10 7 +3 1.000
1920 4 1 1 2 3 4 –1 0.750
1921 3 1 2 0 4 2 +2 1.333
1922 5 0 2 3 4 10 –6 0.400
1923 4 3 0 1 8 6 +2 1.500
1924 4 2 0 2 7 7 0 1.000
1925 4 2 1 1 12 8 +4 1.250
1926 4 2 1 1 10 6 +4 1.250
1927 5 3 2 0 8 3 +5 1.600
1928 4 2 0 2 7 7 0 1.000
1929 3 1 0 2 12 8 +4 0.667
1930 4 3 0 1 18 6 +12 1.500
1931 5 1 0 4 8 13 –5 0.400
1932 5 3 0 2 13 11 +2 1.200
1933 4 2 2 0 9 6 +3 1.500
1934 5 1 0 4 11 17 –6 0.400
1935 4 2 0 2 7 7 0 1.000
1936 4 3 1 0 13 8 +5 1.750
1937 5 3 0 2 10 14 –4 1.200
1938 4 0 2 2 4 6 –2 0.500
1939 6 4 0 2 24 11 +13 1.333
1940 3 0 2 1 4 5 –1 0.667
1941 3 1 2 0 5 4 +1 1.333
1942 2 0 0 2 1 5 –4 0.000
1943 1 1 0 0 3 2 +1 2.000
1945 5 2 0 3 14 13 +1 0.800
1946 7 5 1 1 24 9 +15 1.571
1947 5 2 1 2 13 16 –3 1.000
1948 9 5 1 3 27 14 +13 1.222
1949 7 5 0 2 14 8 +6 1.429
1950 7 2 0 5 10 23 –13 0.571
1951 5 2 1 2 8 9 –1 1.000
1952 9 3 0 6 16 21 –5 0.667
1953 5 4 0 1 16 5 +11 1.600
1954 5 0 2 3 6 11 –5 0.400
1955 7 2 3 2 12 17 –5 1.000
1956 8 1 2 5 15 23 –8 0.500
1957 9 3 2 4 16 15 +1 0.889
1958 7 3 2 2 17 17 0 1.143
1959 10 5 2 3 22 22 0 1.200
1960 10 8 0 2 24 12 +12 1.600
1961 6 2 1 3 16 14 +2 0.833
1962 9 6 1 2 32 15 +17 1.444
1963 12 4 4 4 23 22 +1 1.000
1964 9 3 0 6 10 19 –9 0.667
1965 8 3 2 3 14 19 –5 1.000
1966 9 1 1 7 6 19 –13 0.333
1967 8 4 2 2 29 11 +18 1.250
1968 8 3 1 4 15 11 +4 0.875
1969 12 6 1 5 26 18 +8 1.083
1970 9 0 3 6 2 14 –12 0.333
1971 13 7 1 5 24 22 +2 1.154
1972 16 7 2 7 28 26 +2 1.000
1973 7 2 2 3 6 14 –8 0.857
1974 8 3 2 3 15 8 +7 1.000
1975 8 1 1 6 5 18 –13 0.375
1976 9 5 2 2 17 5 +12 1.333
1977 10 5 0 5 18 19 –1 1.000
1978 8 2 3 3 13 15 –2 0.875
1979 9 3 2 4 11 11 0 0.889
1980 9 3 2 4 12 11 +1 0.889
1981 9 8 0 1 20 10 +10 1.778
1982 9 3 2 4 11 13 –2 0.889
1983 13 7 3 3 23 9 +14 1.308
1984 15 6 3 6 19 20 –1 1.000
1985 8 4 1 3 17 10 +7 1.125
1986 12 6 2 4 14 13 +1 1.167
1987 11 6 1 4 20 6 +14 1.182
1988 15 5 4 6 20 17 +3 0.933
1989 14 7 4 3 30 11 +19 1.286
1990 11 5 3 3 11 8 +3 1.182
1991 9 5 2 2 14 10 +4 1.333
1992 13 4 6 3 11 9 +2 1.077
1993 10 6 3 1 17 5 +12 1.500
1994 8 4 1 3 11 10 +1 1.125
1995 11 8 3 0 21 5 +16 1.727
1996 10 7 1 2 13 7 +6 1.500
1997 6 3 2 1 10 5 +5 1.333
1998 13 3 3 7 13 18 –5 0.692
1999 11 7 3 1 19 6 +13 1.545
2000 11 3 3 5 11 17 –6 0.818
2001 10 6 3 1 22 5 +17 1.500
2002 13 9 2 2 20 13 +7 1.538
2003 10 6 3 1 20 11 +9 1.500
2004 14 5 6 3 20 16 +4 1.143
2005 10 7 1 2 23 9 +14 1.500
2006 9 5 3 1 16 6 +10 1.444
2007 12 6 2 4 22 16 +6 1.167
2008 9 3 4 2 11 10 +1 1.111
2009 11 5 4 2 15 7 +8 1.273
2010 12 4 2 6 12 15 –3 0.833
2011 10 7 1 2 19 9 +10 1.500
2012 11 2 3 6 11 18 –7 0.636
2013 11 6 2 3 21 16 +5 1.273
2014 9 3 2 4 10 11 –1 0.889
2015 10 3 3 4 11 12 –1 0.900
2016 10 5 2 3 21 10 +11 1.200

DBU · A-internationals · Selecties · Bondscoaches · Deens vrouwenelftal · Olympisch elftal · Denemarken U21 · Denemarken U20 · Denemarken U19 · Denemarken U18 · Denemarken U17 · Vrouwen U17

1910 – 1919 · 1920 – 1929 · 1930 – 1939 · 1940 – 1949 · 1950 – 1959 · 1960 – 1969 · 1970 – 1979 · 1980 – 1989 · 1990 – 1999 · 2000 – 2009 · 2010 – 2019

OS 1908 · OS 1912 · OS 1920 · OS 1948 · OS 1952 · OS 1960 · EK 1964 · OS 1972 · EK 1984 · WK 1986 · EK 1988 · EK 1992 · OS 1992 · EK 1996 · WK 1998 · EK 2000 · WK 2002 · EK 2004 · WK 2010 · EK 2012 · OS 2016

1908 · 1909 · 1910 · 1911 · 1912 · 1913 · 1914 · 1915 · 1916 · 1917 · 1918 · 1919 · 1920 · 1921 · 1922 · 1923 · 1924 · 1925 · 1926 · 1927 · 1928 · 1929 · 1930 · 1931 · 1932 · 1933 · 1934 · 1935 · 1936 · 1937 · 1938 · 1939 · 1940 · 1941 · 1942 · 1943 · 1944 · 1946 · 1947 · 1948 · 1949 · 1950 · 1952 · 1952 · 1953 · 1954 · 1955 · 1956 · 1957 · 1958 · 1959 · 1960 · 1961 · 1962 · 1963 · 1964 · 1965 · 1966 · 1967 · 1968 · 1969 · 1970 · 1971 · 1972 · 1973 · 1974 · 1975 · 1976 · 1977 · 1978 · 1979 · 1980 · 1981 · 1982 · 1983 · 1984 · 1985 · 1986 · 1987 · 1988 · 1989 · 1990 · 1991 · 1992 · 1993 · 1994 · 1995 · 1996 · 1997 · 1998 · 1999 · 2000 · 2001 · 2002 · 2003 · 2004 · 2005 · 2006 · 2007 · 2008 · 2009 · 2010 · 2011 · 2012 · 2013 · 2014 · 2015 · 2016

Albanië · Algerije · Argentinië · Armenië · Australië · België · Bermuda · Bosnië en Herzegovina · Brazilië · Bulgarije · Canada · Chili · Curaçao · Cyprus · DDR · Duitsland · Ecuador · Egypte · Engeland · Estland · Faeröer · Finland · Frankrijk · Gambia · Georgië · Ghana · GOS · Griekenland · Honduras · Hongarije · Hongkong · Ierland · IJsland · Indonesië · Iran · Israël · Italië · Japan · Joegoslavië · Kameroen · Kazachstan · Kroatië · Letland · Liechtenstein · Litouwen · Luxemburg · Macedonië · Malta · Mexico · Marokko · Montenegro · Nederland · Nederlandse Antillen · Nigeria · Noorwegen · Noord-Ierland · Oekraïne · Oostenrijk · Paraguay · Polen · Portugal · Roemenië · Rusland · Saoedi-Arabië · Schotland · Senegal · Servië · Singapore · Slovenië · Slowakije · Sovjet-Unie · Spanje · Suriname · Thailand · Togo · Tsjechië · Tsjecho-Slowakije · Tunesië · Turkije · Uruguay · Verenigde Arabische Emiraten · Verenigde Staten · Wales · Wit-Rusland · Zuid-Afrika · Zuid-Korea · Zwitserland · Zweden

Argentinië (1995) · Duitsland (1992) · Duitsland (2012) · Frankrijk (2002) · Japan (2010) · Kameroen (2010) · Nederland (2010) · Nederland (2012) · Portugal (2012) · Senegal (2002) · Uruguay (2002)