Dhamma

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Zie ook Dharma voor de meer algemeen religieuze betekenis van het begrip Dharma.
Dhamma wiel

Boeddhisme

Concepten
Geschiedenis
Stromingen
Geschriften
Tempels
Devotie
Per land
Termen
Van A tot Z
Dhamma wiel

In het boeddhisme heeft de term Dhamma (Pali) of Dharma (Sanskriet) verschillende betekenissen. De bekendste zijn:

  • dhamma als de "natuurlijke elementen" waaruit het universum en onze ervaringen zijn samengesteld
  • dhamma volgens de boeddhistische leer: weergave van wat (er) werkelijk is.[1]

Pali en Sanskriet[bewerken]

Dhamma is de Pali-variant van het Sanskriet-woord Dharma. Dharma wordt gebruikt in het hindoeïsme en de sanskriet literatuur, en in het Mahayana en het Vajrayana boeddhisme. Dhamma wordt gebruikt in het Theravada boeddhisme en de Pali-canon.

Verschillende betekenissen[bewerken]

Dhamma als natuurlijke elementen[bewerken]

De oorspronkelijke betekenis van dhamma was:

"...onderhouden, wat werkelijk bestaat, echte werkelijkheid, wat er werkelijk is in het universum".[1]

Dhammas verwijst dan naar de elementen waar alles uit is opgebouwd, maar ook naar de fundamentele werking ervan. In de Abhdihamma, een systematisering van de boeddhistische leer, worden overzichten gegeven van deze dhamma's.

Dhamma als leer van de boeddha[bewerken]

Een tweede betekenis van dhamma is die van een leer of filosofie die claimt een juiste weergave van de werkelijkheid te geven en van de menselijke bestemming daarin.[1] De leer van de Boeddha is zo'n dhamma. Voor de onderscheiding van de specifieke boeddhistische dhamma wordt ook wel de term Buddha-Dhamma (Pali) of Boeddha-Dharma (Sanskriet) gebruikt.

Inhoud van de Boeddha-Dhamma[bewerken]

Centraal in de Buddha-Dhamma staan de Vier Edele Waarheden, het Achtvoudige Pad, en afhankelijk ontstaan. Hierin wordt beschreven hoe de mens gevangen zit in ontevredenheid met het bestaan, doordat ervaringen niet worden geaccepteerd zoals ze zijn, en hoe de mens zichzelf kan bevrijden van deze onjuiste zienswijzen.[2]

De volgende instructie werd door de Boeddha gegeven aan de eerste 60 Arahants, als indicatie over hoe zij de leer aan anderen dienden te onderwijzen:

Het vermijden van al het foute gedrag,
Het ondernemen van het goede,

En het ontwikkelen van je eigen geest;

Dit is de leer van de Boeddhas.

De monnik Assaji legde de Dhamma op de volgende manier uit aan Sariputta, die daarop verlichting bereikte:

Van alle dingen die door een oorzaak ontstaan,
De Tathagata (Boeddha) heeft de oorzaak ervan uiteengezet;
En hoe ze tot hun einde komen, dat vertelt hij ook,
Dit is de leer van de Grote Hermiet.[3]

In de Pali Canon wordt de volgende kwalificatie van de Dhamma vaak gebruikt:

De Dhamma is goed beschreven door de Gezegende (de Boeddha):
Waarneembaar in het hier en nu,
Tijdloos,
Aanmoedigend tot onderzoek,
Voorwaarts leidend,
Door de wijzen zelf te ervaren.

Zie ook[bewerken]