Fagradalsfjall

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zicht op de Fagradalsfjall vanuit het zuiden.

Fagradalsfjall (vertaald uit het IJslands: Mooievallei-berg) is een tufsteenberg op het schiereiland Reykjanes in IJsland. De berg is van noord-oost naar zuid-west langgerekt en het hoogste punt dat de naam Langhóll draagt is ongeveer 385 meter hoog. Daarmee is het de hoogste berg op Reykjanes.

De Fagradalsfjall is ontstaan tijdens een ijstijd bij een eruptie onder een gletsjer. Een kleine lavalaag aan de bovenzijde geeft aan dat deze een klein stukje boven uit de gletsjer uitkwam. De berg is geclassificeerd als een tafelberg.

De crash van het militair vliegtuig.

Op 3 mei 1943 stortte een Amerikaans militair vliegtuig neer. Hierbij kwamen veertien mensen om en één overleefde. Onder de doden was luitenant-generaal Frank Maxwell Andrews van het Amerikaanse leger. Bronnen zeggen dat hij een belangrijke rol speelde wat betreft de invasie in Normandië. Het vliegtuig zou op de luchthaven van Kaldaðarnes nabij Selfoss moeten gaan landen.[1]

Vulkanische activiteit[bewerken | brontekst bewerken]

Dit gebied is onderdeel van het Krýsuvík-Trölladyngja-systeem. Een divergente plaatgrens van de westelijke vulkaanzone van de Euraziatische- en Noord-Amerikaanse platen onder IJsland.[2]

De eerste eruptie in het Geldingadalir per 24 maart 2021.

Van begin oktober 2020 tot en met maart 2021 deed zich er een groot aantal aardbevingen voor. Twee daarvan hadden een kracht van 5,6 op de schaal van Richter. Hierdoor vermoedde men dat er een uitbarsting op handen was.[3] Voorafgaand werden er door seismografen meer dan 50.000 trillingen geregistreerd.[4]

Op 19 maart 2021 rond 21.30 uur begon – even ten zuiden ervan in het aanliggende dal Geldingadalir – de vulkanische uitbarsting.[5] Het IJslandse Meteorologische Bureau (IMO) rapporteerde een spleetopening van 600 à 700 meter die lava begon uit te stoten. Hiermee was het de eerst bekende uitbarsting op het schiereiland in 800 jaar, en van deze berg na 6000 jaar. Er leek geen rechtstreeks gevaar te zijn voor omwonenden en de infrastructuur, maar men hield rekening met vervuiling door zwaveldioxide.[6]

Fagradalshraun fissuur 2 (rechts) kort nadat deze zich opende op 5 april 2021. De gelijktijdig ontstane fissuur links sloot alweer snel en kreeg geen nummer.

Op 5 april 2021 opende zich een tweetal fissuurvulkanen op de flanken van de Fagradalsfjall, ongeveer een kilometer noord-noord-oostelijk van de eruptie in Geldingadalir. De lava van deze nieuwe erupties stroomde uit in het dal Meradalir.[7] Op 6 april opende zich twee seconden voor middernacht (GMT) een fissuur aan de rand van Geldingadalir tussen de eerder genoemde erupties in. In de daarop volgende week ontstonden er nog drie openingen op dezelfde lijn. Er zouden halverwege april acht kraters actief zijn. In de laatste week van april werden deze op een na (fissuur 5, op sociale media onofficieel Nar gedoopt) inactief. Een van de openingen bleef echter actief doorgroeien en begon vanaf 1 mei met een pulserend patroon elke paar minuten lava te spuiten. Tijdens deze pulsen werd de lava 200 tot 300 meter de lucht in gespoten.[8] Een enkele keer was de lavafontein meer dan 450 meter hoog. Opvallend aan deze uitbarsting is dat de uitstroom van lava na bijna twee maanden nog steeds bleef toenemen.[9] Ondanks dat het aantal actieve openingen van acht naar een ging nam de lavauitstroom van de eruptie begin mei 2021 flink toe. Van 8 mei tot 3 juni bleef de gemiddelde uitstroom van lava stabiel rond twaalf kubieke meter per seconde.[10]

De officiële naam voor dit vulkanisch systeem is Fagradalshraun.[11] De bevolking van Grindavík mocht tussen 29 maart en 9 april 2021 namen voorstellen. Er kwamen 339 voorstellen. Op 20 april 2021 zou de stadsraad daaruit de namen Fagrahraun en Fagradalshraun voor de eindronde.[12] Die laatste naam werd een paar weken later definitief gekozen.[13] Andere namen die veel worden gebruikt zijn Fagradalsfjallvulkaan en Geldingadalirvulkaan.

In mei 2021 werd een dam opgeworpen waarmee men hoopte te voorkomen dat de lava vanuit het dal Meradalir de Nátthagi-vallei instroomt en uiteindelijk de zuidelijke kustweg van Reykjanes zou blokkeren. Langs die weg, een van de twee wegen naar Grindavik, ligt ook een intercontinentale glasvezelleiding voor dataverkeer die mogelijk in gevaar zou komen. De verwachting was dat deze dam niet heel lang effectief zou blijven maar mogelijk wel enige tijdwinst kon opleveren.[14] Op 22 mei, enkele dagen na het gereedkomen van de dammen stroomden deze al over. Op 14 juni had de lava ook een rechtstreekse route vanuit Geldingadalir naar de Nátthaggi-valei gevonden. Deze stroom verliep via de top van de heuvel Nátthaga naar het oosten. Om te voorkomen dat die stroom ook naar de westkant van die heuvel naar de vlakte Nátthaggi-krikke zou stromen werd nogmaals een dijk aangelegd. De vrees bestaat dat de lava anders op den duur de geothermische centrale bij de Blue Lagoon zou kunnen bereiken. Ook werd een richel aan zuidkant van Nátthaggi verhoogd met een dam om de lava zo lang mogelijk in die vallei te houden.

In juli en augustus 2021 en trok de lava van de vulkaan voornamelijk noordoostwaarts en bereikte maar weinig lava de Nátthaggi-valei. De vulkaan begon toen een eruptiecyclus van ongeveer 30 uur te vertonen met iedere cyclus een periode van rust en een periode van activiteit. Ook begon de vulkaan steeds meer de eigenschappen van een Schildvulkaan met minder steile hellingen aan te nemen. Halverwege augustus werden scheuren in een nabijgelegen heuvel (Gónhóll) waargenomen. Op 14 augustus ontstond een nieuwe fissuur in het verlengde van die scheuren op de rand van de vulkaan. Op 17 augustus ontstonden er nog enkele kleine fissuren terwijl de fissuur van 14 augustus flink groeide. Deze nieuwe fissuren volgen de 30-urige cyclus van de hoofdkrater, maar niet het ritme van de lava in het calderon, wat erop duidt dat de splitsing van de magmakanalen kilometers diep moet liggen.[15] Van 2 tot 11 september 2021 pauzeerde de eruptie waarna er tot 18 september weer magma uit de krater stroomde. Tijdens de pauze die daarop volgde ontstond er eind september een aardbevingenzwerm bij de berg Keilir, zo’n 6,5 kilometer noordoostelijk van de vulkaanmond. Oorspronkelijk werd de uitbarsting daar verwacht maar de activiteit verplaatste zich toen naar Fagradalsfjall. Er wordt rekening mee gehouden dat de magmadike, die zich van het zuidwesten van Geldingadalir tot Keilir strekt, daar zal uitbarsten. Maar, de aardbevingen kunnen ook onderdeel zijn van het sluiten van de dike wat het einde van de eruptie zou inluiden. Tijdens de eruptiepauze van eind september 2021 (die mogelijk het einde van de eruptie is) werd er geen nieuwe lava aan het lavaveld toegevoegd maar verplaatste vloeibare lava zich nog wel door het lavaveld. Zo zakte het lavaveld in het noorden enkele meters terwijl het aan de zuidkant in Natthagi nog steeg.[16]

Toerisme[bewerken | brontekst bewerken]

Door het betrekkelijk rustige karakter van de vulkaan was en is de jonge vulkaan goed te bezoeken. In de eerste twee maanden waren het vooral IJslanders die massaal een bezoek aan de vulkaan brachten. Vanaf het begin waren er vrijwillige search and rescue-teams aanwezig om mensen te waarschuwen voor veiligheidsrisico’s zoals uitstoot van giftige gassen of sneeuw- en regenstormen en eventueel gewonden (vooral schade aan enkels) bij te staan. Medio mei 2021 begon het internationaal toerisme na de COVID-19-lockdown weer aan te trekken en werd de vulkaan een toeristische trekpleister. Er werden wandelpaden aangelegd om de tocht door het zeer ruige terrein naar de vulkaan veiliger te maken. Ook is het risico op verdwalen in de mist, die er zeer plotseling kan komen opzetten en dagen lang kan aanhouden, door die paden beperkt. De kortste afstand die toeristen tot de vulkaan konden bereiken werd met het groeien van het lavaveld wel steeds groter. Zo was de nabijgelegen heuvel Gónhóll vanaf juni 2021 alleen nog per helikopter bereikbaar en werd het twee maanden later na de ontdekking van scheuren in die heuvel verboden om daar nog te landen.