Fakir

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Fakir op spijkerbed (1907).

Een fakir is een soefistische en soms ook hindoeïstische asceet die vooral voorkomt in India. Het woord komt van het Arabische woord faqir, dat arme betekent.

Zij staan lokaal bekend als wondermensen, treden in de praktijk vaak op als goochelaar. De bekendste vertoning is het nemen van een touw en dit rechtop in de lucht laten staan. Andere stereotiepe voorbeelden zijn die van de fakir die in kleermakerszit achter een mandje zit, waaruit een slang verticaal omhoog komt terwijl de fakir op een fluit blaast, en het zonder verwonding liggen op een spijkerbed.

In de islam komt een fakir, in de betekenis van iemand die geen inkomen of bezittingen heeft, in aanmerking voor het ontvangen van een deel van de zakat.

Verwant met de fakir is de jadugar, een rondtrekkende magiër die verhalen vertelt, gedachten leest, goochelen en toveren met de zwaartekracht. Ze leren hun vak op de academies voor magie.