Ferdinand Bruckner

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ferdinand Bruckner[1], pseudoniem van Theodor Tagger (Sofia, 26 augustus 1891 - Berlijn, 5 december 1958) was een Oostenrijks dichter en toneelschrijver. In de jaren '20 en 30 was hij een van de belangrijkste Duitstalige toneelauteurs. Na de machtsovername van Hitler week hij uit via Zwitserland en Frankrijk naar de Verenigde Staten. In 1953 keerde hij terug naar Berlijn, waar hij bij het theater werkzaam bleef. Zijn vooroorlogse roem wist hij echter nooit meer te halen; het enige stuk dat repertoire heeft gehouden was Krankheit der Jugend (1926).

Biografie[bewerken]

Bruckner was zoon van een joods-Oostenrijks zakenman en een Franse vertaalster. Na de scheiding van zijn ouders bracht hij zijn jeugd door in Wenen, Parijs en Berlijn. Hij studeerde muziek en recht, maar werd zo gegrepen door het artistieke klimaat in Berlijn na de Eerste Wereldoorlog dat hij overstapte op literatuur. Hij schreef gedichten en richtte een tijdschrift op, Marsyas (1917-1919), waarin tijdgenoten als Max Brod, Alfred Döblin en Carl Zuckmayer publiceerden. In 1922 stichtte hij in Berlijn een toneelgezelschap. Met zijn toneelstukken sloot hij aan bij de stroming van het Expressionisme en gaf hij uitdrukking aan de toenmalige tijdgeest. Hij behoorde met de iets jongere Zuckmayer, Bertolt Brecht en Ödön von Horvath tot de toonaangevende toneelschrijvers. In zijn werk is de invloed van Friedrich Nietzsche en Sigmund Freud terug te vinden. Ook zijn historische stukken waren succesvol. Onder de nazi's werd zijn werk verboden.

In Zwitserland schreef hij in enkele weken een fel toneelpamflet Die Rassen (1933) dat uitstekend werd ontvangen en onder meer waardering kreeg van Thomas Mann. In de Verenigde Staten, waar hij verbleef sinds 1936, kreeg hij echter weinig weerklank; men vond zijn thematiek te Europees. Zijn contract met Paramount Pictures werd spoedig ontbonden, daarna wijdde hij zich aan bewerkingen en vertalingen. In zijn werk na de oorlog keerde hij terug naar een klassiek-realistische stijl, die weinig weerklank meer opriep. Sinds 2003 wordt zijn Volledig Werk als wetenschappelijke editie uitgegeven in vijftien delen als coproductie van de Freie Universität Berlin en Weidler Verlag.

Krankheit der Jugend[bewerken]

Dit stuk, Bruckners doorbraak in de toneelcultuur van de Weimarrepubliek, behandelt relatieproblemen, lesbische liefde, prostitutie, intrige en zelfmoord; het doet daarmee wel wat denken aan Lulu van Wedekind. Meer dan dat is het een uiting van de pessimistische tijdgeest en een portret van de lost generation Duitse jongeren na de Eerste Wereldoorlog.

Toneelwerk[bewerken]

  • Krankheit der Jugend (1926)
  • Die Verbrecher (1928)
  • Elisabeth von England (1930)
  • Timon (1932)
  • Die Rassen (1933)
  • Napoleon I. (1937)
  • Simon Bolivar (1945)
  • Die Befreiten (1945)
  • Denn seine Zeit ist kurz (19450
  • Fährten (1948)
  • Pyrrhus und Andromache (1952)
  • Der Tod einer Puppe (1956)
  • Der Kampf mit dem Engel (1956)
  • Das irdene Wägelchen (1957)

Noten[bewerken]