Fibonaccigedicht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Een Fibonaccigedicht (ook wel afgekort als Fib, een term geïntroduceerd door Gregory K. Pincus) is een jonge, Westerse vorm van poëzie waarin de oude Japanse kunst van de haiku gecombineerd is met de rij van Fibonacci uit de wiskunde.

Net als de haiku kent het Fibonaccigedicht een strenge lettergreepverdeling. Bij het Fibonaccigedicht is die verdeling echter niet zoals bij de haiku gebaseerd op de getallen 5-7-5 in de lettergreepverdeling, maar op de eerste zes termen uit de rij van Fibonacci.

Structuur[bewerken]

De standaardvorm van het Fibonaccigedicht is de zesregelige vorm, waarbij elke regel het volgende aantal lettergrepen heeft:

1
1
2
3
5
8

Varianten met meer dan zeven regels komen zelden voor, aangezien het aantal lettergrepen dan overeenkomstig de Fibonaccireeks zeer snel toeneemt.

Voorbeeld[bewerken]

Ik
leef
op de
grens van de
toekomstige tijd
die me steeds een stapje voor blijft.