Fin de la guerre

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
"Fin de la guerre", door Frans Hogenberg.
(collectie:Rijksmuseum Amsterdam)

De Fin de la guerre (einde van de oorlog) was een Nederlands oorlogsschip dat werd ingezet tijdens het Beleg van Antwerpen (1584-1585) dat een einde aan de oorlog moest maken. Het werd vanaf augustus 1584 gebouwd en volledig afgewerkt in april van het jaar 1585. Het schip had bijna een vierkante romp die gevuld was met gestampte netten, hooi en stro, voorzien van dubbele borstweringen, vier kogelvrije scheepsmasten, drie roeren, vierentwintig zware kanons, vijfhonderd schutters die zodanig waren geplaatst dat een vijand ze niet kon zien of kwetsen.[1] Het schip was wegens haar omvang en gewicht onbestuurbaar en liep op de eerste dag vast in het zand, waarna troepen van Parma het eenvoudig in handen kon krijgen en daarna sloopten.

Geschiedenis[bewerken]

In het belegerde Antwerpen wedijverde men onderling met het uitvinden van kunstige verdelgingsmiddelen tegen hun belegeraars. Twee ingenieurs genaamd Hendrik en Antheunis hadden een ontwerp gemaakt voor een drijvend kasteel van balken. In zes maanden tijd was de bouw ervan voltooid. Het was de bedoeling om met het drijvend kasteel forten en schansen te bestoken. De staatsgezinden waren erg trots op het resultaat, wie er iets negatiefs over zei, was in hun ogen geen goed vaderlander. Het zou met zijn geschut alle vestingen kunnen vellen, met zijn musketiers alle weergangen vegen. Na de tewaterlating bleek het schip meteen al te zwaar.[2] Het bleek dat de diepgang van de romp twee keer zo diep was als berekend. Men moest er weer veel van slopen om het vaartuig lichter te maken. De onkosten liepen daardoor met meer dan honderdduizend gulden op. Uiteindelijk leek het schip niet veel meer op het oorspronkelijke ontwerp. Men besloot toch om er mee te gaan varen, het had tenslotte al te veel geld gekost om het nu in de haven te laten liggen.[2]

De Fin de la guerre strandde bij het verdronken dorp Oordam, niet ver van de tegenwoordige Kruisschansbrug in het Antwerpse havengebied.

De Antwerpenaren verwachtten dat een aanval met het drijvend kasteel onweerstaanbaar zou zijn. Het logge gevaarte bleek echter onbestuurbaar. Enkele dagen voor de slag op de Kouwensteinsedijk voer het de haven uit om als ondersteuning van de slag de betrokken schansen te bestoken. Maar het schip liep al snel vast in het zand. De bemanning verliet het schip, enkele dagen later maakten Parma's soldaten het schip buit.[3] De "onhandige houtstapel" werd in bezit genomen door de graaf van Arenberg in gezelschap van enkele edelen en soldaten. Ze troffen het monsterschip aan, ontdaan van het meeste geschut. Parma kwam het schip bezichtigen en gaf bevel het te slopen.[4] In Antwerpen noemden ze het monsterschip nadien spottend: de Olifant, de Ark van Noach of Verlorenkost.[5]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Gerrit Engelberts Gerrits, Keur van gedenkwaardige tafereelen uit de Nederlansche geschiedenis, Volume 2 P.16 Uitgave: G. Portielje, 1827
  2. a b F. H. Mertens, Geschiedenis van Antwerpen sedert de Stichting der Stad tot onze Tyden uitgegeven door de Rederykkamer de Olyftak bewenkt door F. H. Mertens en K. L. Torfs, Volume 5 P.231-233 Uitgave:1849
  3. Willem Jan Frans Nuyens, Geschiedenis van den oorsprong en het begin der Nederlandsche beroerten (1559-1598) P.73 Uitgave;Van Langenhuysen, 1869
  4. Pieter Corneliszoon Hooft, Nederlandsche Historien met Aanteekeningen en ophelderingen van M. Siegenbeck, A. Simons en J.P. van Ceppelle, Volume 6 P.348, Uitgave: 1823
  5. Floris Prims, Geschiedenis van Antwerpen - Volumes 19-20 P. 209, Uitgave: 1941