Alexander Farnese

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Alexander Farnese
1545-1592
Alexander Farnese, hertog van Parma. Otto van Veen
Alexander Farnese, hertog van Parma. Otto van Veen
Hertog van Parma
Periode 1586-1592
Voorganger Ottavio
Opvolger Ranuccio I
Vader Ottavio Farnese
Moeder Margaretha van Parma
Dynastie Farnese

Alexander Farnese (Italiaans: Alessandro) (Rome, 27 augustus 1545 - Atrecht, 3 december 1592) was een Spaans veldheer, landvoogd van de Nederlanden (1578-1592) en hertog van Parma en Piacenza (1586-1592). Hij was de zoon van Margaretha van Parma en Ottavio Farnese, hertog van Parma, en dus een onwettige kleinzoon van keizer Karel V en via zijn vader een achterkleinzoon van paus Paulus III.

In de Nederlandse geschiedschrijving wordt hij doorgaans de hertog van Parma of kortweg Parma genoemd. Hij werd echter pas hertog bij het overlijden van zijn vader in 1586, en was tot dan slechts prins van Parma. In de Vlaamse geschiedschrijving (en in toenemende mate ook in de Nederlandse) wordt tegenwoordig de voorkeur gegeven aan zijn echte naam Alexander Farnese (zeldzamer Alessandro Farnese) of kortweg Farnese in plaats van zijn titel.

Levensloop[bewerken]

Benoeming tot Landvoogd der Nederlanden[bewerken]

Alexander Farnese was als landvoogd opvolger van Don Juan van Oostenrijk, die in 1578 overleed. Hoewel 2 jaar jonger, was Don Juan als bastaardzoon van Karel V feitelijk de oom van Alexander, die als officier in dienst was van Don Juan; hij vocht mee in o.a. de Slag bij Gembloers en de Slag bij Rijmenam. De Staten-Generaal van de Nederlanden, die toen nog de noordelijke en de zuidelijke Nederlanden vertegenwoordigden, hadden aan Filips II aartshertog Matthias voor deze functie voorgedragen. Filips drukte echter de benoeming van Farnese door, waarop de Staten-Generaal weigerden hem te erkennen. In 1581 verklaarde de Unie van Utrecht zich onafhankelijk en zette Filips af als landsheer met het Plakkaat van Verlatinghe.

Parma's negen jaren[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Parma's negen jaren voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Farnese liet het hier niet bij. In opdracht van Filips II bracht hij een leger op de been dat aankwam in Luxemburg. Hij kreeg medewerking van huurlingen uit de Waalse gewesten die de koning trouw bleven in de Unie van Atrecht (die op 6 januari 1579 opgericht werd). Dit was het begin van Parma's negen jaren; van hieruit begon de herovering van de Nederlanden.

De meeste steden ten noorden van de taalgrens wezen de Unie van Atrecht af; enkele gewesten sloten de Unie van Utrecht op 23 januari van hetzelfde jaar, waar later vrijwel alle andere gewesten en steden, die ook de Unie van Brussel hadden ondertekend, zich bij aansloten (de gewesten van de Unie van Atrecht, Namen, Luxemburg en Limburg niet; zij waren eind 1579 allemaal in Spaanse handen). Dit militair verbond verenigde Parma's vijanden, wat een snelle herovering van de opstandige gebieden onmogelijk maakte. Farnese probeerde daarom een wig te drijven binnen de Staatse partij; hij stond calvinisten toe zonder bestraffing te vertrekken uit hun woonplaats, in tegenstelling tot eerdere landvoogden die calvinisten zo streng mogelijk straften. Hierdoor waren opstandige steden eerder bereid tot overgave. Tekenend voor Farnese is dat hij zich ook vergeefs verzette tegen de namens Filips bevolen afkondiging van de ban over Willem van Oranje.[1]

Farnese ontpopte zich behalve als relatief tolerant tegen calvinisten ook als een bekwaam militair leider en slaagde er met een combinatie van toegeeflijkheid jegens protestanten en krijgskunst in om verscheidene opstandige steden zoals Brugge, Brussel, Gent, Oudenaarde en Antwerpen te veroveren om ze niet meer los te laten.

Farnese werd namens de koning in de kapel van de schans Sint-Philips te Antwerpen geridderd in de Orde van het Gulden Vlies als beloning voor het heroveren van de stad Antwerpen. Na een plechtigheid door de aartsbisschop van Kamerijk, Lodewijk van Berlaymont, gaf de graaf van Mansfeld het sieraad aan Farnese op 11 augustus 1585.[2]

Tegen 1586 had de hertog van Parma (sinds de dood van zijn vader in 1586 mocht hij deze titel voeren) het grootste deel van de Nederlanden in handen. Enkel Zeeland, Holland, Utrecht en delen van Friesland, Overijssel en Gelre waren nog niet in zijn handen.

Tegen Frankrijk[bewerken]

In 1589 werd koning Hendrik III van Frankrijk, waar de achtste Hugenotenoorlog aan de gang was, vermoord tijdens het beleg van Parijs. Hij werd opgevolgd door de protestantse Hendrik IV. Net toen Parma zijn blik richtte naar de Noordelijke Nederlanden, werd hij gedwongen door zijn koning om in Frankrijk aan de zijde van de katholieken tegen Hendrik IV te gaan vechten, dit tot grote opluchting van de Nederlandse opstandelingen, die in de jaren 90 het tij van De Opstand voorgoed zouden keren. Farnese speelde volgens de wens van Filips II in 1590 inderdaad een belangrijke rol in het beleg van Parijs. Hij werd echter aan een arm gewond in Rouen in 1592. Hij droeg het commando over aan zijn zoon Ranuccio en ging naar Vlaanderen. Hij werd door Filips II van zijn positie als landvoogd ontheven, omdat hij niet voldoende loyaal zou zijn geweest. Vermoedelijk heeft jaloezie om zijn successen een rol gespeeld. Farnese trok zich terug in Atrecht, toen nog behorend tot de Spaanse Nederlanden, waar hij stierf.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Alexander Farnese huwde op 11 november 1565 te Brussel Maria van Portugal, dochter van Eduard van Guimarăes. Uit het huwelijk werden de volgende kinderen geboren:

Maria overleed in 1577 in Parma.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Winkler Prins Encyclopedie (1977) s.v. "Parma, Alessandro Farnese."
  2. Famiano Strada, Der Nederlandtsche oorloge, Volume 2 P.376 Uitgave: A. van Hoogen-huyse, 1655
Voorganger:
Juan I van Oostenrijk
Landvoogd van de Nederlanden
1578-1592
Opvolger:
Peter Ernst I van Mansfeld