Jean-Jacques-Régis de Cambacérès

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Jean-Jacques-Régis de Cambacérès
1753-1824
Jean-Jacques-Regis de Cambaceres (par Henri-Frederic Schopin).jpg
Hertog van Parma
Periode 1808-1814
Voorganger Pauline Bonaparte
Opvolger Marie Louise van Oostenrijk
Vader
Moeder
Dynastie Napoleontische tijd

Jean-Jacques-Régis de Cambacérès, als prince de l'Empire 1e hertog van Parma, 1e hertog van Cambacérès (Montpellier, 18 oktober 1753Parijs, 8 maart 1824), was een Frans advocaat en staatsman, het best bekend als de auteur van de Code Napoléon, die nog steeds de basis vormt van het Franse privaatrecht.

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

Cambacérès studeerde rechten aan de universiteit van Montpellier. In de jaren 1765 was hij burgemeester van Montpellier, tijdens het ancien régime. In deze ambtsperiode liet hij waterleidingen en fonteinen aanleggen in de stad; hij legde bovendien een waterreservoir aan, met een park errond, de promenade au Peyrou. Hij was lid van de vrijmetselaarsloge l'Ancienne et la Réunion des Elus.

Van 1789 tot 1798 was Cambacérès parlementslid: eerst voor de Staten-Generaal van het koninkrijk Frankrijk, nadien voor de Convention Nationale en de Raad van Vijfhonderd. In 1799 was hij minister van Justitie. Cambacérès was vervolgens als tweede consul een collega van eerste consul Napoleon Bonaparte en derde consul Charles-François Lebrun tijdens het Consulaat in Frankrijk rond 1799 tot 1804.

In 1803 werd Cambacérès verkozen tot lid van de Académie française. Na de val van het keizerrijk ging de titel hertog van Parma over naar de vrouw van Napoleon, Marie Louise, die na het Congres van Wenen in 1815 hertogin van Parma werd. Hij gebruikte sindsdien de titel hertog van Cambacérès. Jean-Jacques Régis de Cambacérès had een broer, Étienne-Hubert de Cambacérès (1756-1818) die kardinaal en aartsbisschop was.

Toen in 1814 in Frankrijk de monarchie hersteld werd, trok hij zich terug uit het politieke leven. Tijdens de honderd dagen werd hij in al zijn functies hersteld. Op 2 juni 1815 werd hij benoemd tot Pair de France, voorzitter van de Kamer, en par interim, minister van Justitie, een ministerie geleid door Antoine Boulay de la Meurthe. Na de definitieve val van Napoléon ging hij in ballingschap in Brussel, in akkoord met de regering van Lodewijk XVIII. Dit was de periode van de Restauratie van de monarchie. Na het einde van zijn ballingschap keerde Cambacérès onmiddellijk terug naar Frankrijk. In 1818 kreeg hij, bij koninklijk besluit, zijn titel van hertog en al zijn bezittingen terug, alsook een rente van de staat als oud-minister.[1]

Zijn begrafenis werd bijgewoond door talrijke hoogwaardigheidsbekleders (1824); 150 koetsen begeleidden de kist naar het kerkhof Père Lachaise in Parijs. Op hetzelfde moment vond in Brussel een kerkdienst plaats voor zijn nagedachtenis. Dit laatste werd georganiseerd door ballingen in Brussel.

Zie de categorie Jean-Jacques-Régis de Cambacérès van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.