Lijst van landvoogden van de Nederlanden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hieronder volgt een lijst van landvoogden van de Nederlanden. De landvoogd(es) (alternatieve benamingen: algemeen stadhouder of gouverneur-generaal) was de hoogste regeringsfunctionaris en vertegenwoordigde de landsheer, die zelf sinds 1559 altijd in het buitenland resideerde. De landsheer regeerde over de Nederlanden met titels zoals graaf van Holland en hertog van Brabant. Tussen 1516 en 1714 betrof het de koning van Spanje; tussen 1714 en 1793 was het de regerende aartshertog van Oostenrijk.

Vanaf een bepaald tijdstip in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) bestuurde de landvoogd in de praktijk alleen nog de Zuidelijke Nederlanden. Dit is ook na de oorlog altijd zo gebleven.

Habsburgse Nederlanden (1482-1700)[bewerken]

In 1700 overleed Karel II, de laatste Spaanse koning van het Huis Habsburg. Hij werd opgevolgd door zijn achterneef Filips, een lid van het Huis Bourbon. Hij ging de naam Filips V dragen.

Aangesteld door de Staatsen[bewerken]

Vanaf 1572 waren er voortdurend Nederlandse gebieden in handen van de Staatsen, die in opstand waren gekomen tegen het Spaanse gezag (zie: Tachtigjarige Oorlog). De Staten-Generaal die binnen deze gebieden actief waren hebben de volgende landvoogden aangesteld:

Hun bestuurlijke pogingen mislukten. In 1588 besloot de Staten-Generaal het verder zonder landvoogd te stellen. De door de Staatsen opgerichte Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd pas in 1648 door de Spaanse koning erkend in het verdrag van Münster.

Zuidelijke Nederlanden onder Filips V (1700-1714)[bewerken]

Oostenrijkse Tijd (1714-1793)[bewerken]

Met de Vrede van Utrecht werden de Zuidelijke Nederlanden aan de Rooms-Duitse keizer toegewezen, die tevens de aartshertog van Oostenrijk was en lid was van het Huis Habsburg. De Republiek der Noordelijke Nederlanden mocht evenwel regimenten houden in de steden van de Zuidelijke Nederlanden, de tractaatsteden.

1713-1740 Keizer Karel VI

1716-1724 : gevolmachtigd minister Hercule-Louis Turinetti
1725 : gevolmachtigd minister Wirich von Daun
1726-1732 : gevolmachtigd minister Giulio Visconti Borromeo Arese
1732-1743 : gevolmachtigd minister Friedrich August von Harrach-Rohrau

1740-1780 : keizerin Maria Theresia

1743-1744 : gouverneur-generaal ad interim Karel, graaf van Königsegg-Erps en Rottenfels, Aulendorff en Staufen, markies van Boischot
1744-1746 : intermaris, vervolgens gevolmachtigd minister Wenceslas graaf van Kaunitz-Rittberg

1745: Franse bezetting; Ulrich van Löwendal voorlopig gouverneur-generaal

1746-1747 : militair bevelhebber, maarschalk Karel van Batthyany
1747-1749 : bewind aan de tijdelijke Jointe
1749-1753 : gevolmachtigd minister a.i. Antoniotto Botta Adorno
1753-1770 : gevolmachtigd minister a.i. Karel van Cobenzl
1770-1783 : gevolmachtigd minister a.i. Georg van Starhemberg

1780-1790 : Jozef II, zoon van keizerin Maria Theresia

1783-1787 : gevolmachtigd minister Lodewijk van Barbiano en Belgiojoso
1787 : militair bevelhebber Jozef van Murray
1787-1789 : gevolmachtigd minister Ferdinand van Trauttmansdorff
1789 : vicekanselier der Nederlanden Frans van Cobenzl

Van 11 januari tot 10 december 1790 : Verenigde Nederlandse Staten
1790-1792 : keizer Leopold II, zoon van keizerin Maria Theresia en broer van Jozef II

1790-1791 : gevolmachtigd minister: Florimond van Mercy-Argenteau
1791-1794 : gevolmachtigd minister: Franz Georg von Metternich-Winneburg

1792-1794 : keizer Frans II, zoon van Leopold II
nieuwe Franse bezetting tussen nov. 1792 en maart 1793; Franse legers verdreven met de Tweede Slag bij Neerwinden

Hierna werden de Zuidelijke Nederlanden voor de derde keer in die eeuw bezet door Frankrijk. Dit markeert het begin van de Franse tijd in België (1794-1815). De Oostenrijkse Nederlanden en het prinsbisdom Luik werden als negen verenigde departementen formeel tot een deel van Frankrijk gemaakt. Sinds dien heeft de titel van landvoogd nooit meer in de Nederlanden bestaan.

Zie ook[bewerken]