Karel van Oostenrijk-Teschen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aartshertog Karel

Karel Lodewijk Johan Jozef Laurens (Florence, 5 september 1771Wenen, 30 april 1847), aartshertog van Oostenrijk, prins van Toscane, hertog van Teschen, was de zoon van keizer Leopold II en Marie Louise van Spanje. Hij was dus de jongere broer van keizer Frans II. Hij stamde uit het Huis Habsburg-Lotharingen.

Nadat in 1793 de Franse legers uit de Zuidelijke Nederlanden waren verdreven, werd hij benoemd tot landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden. Karel kreeg in 1822 de titel "Hertog van Teschen".

Jeugd en carrière[bewerken]

Karel werd geadopteerd door zijn kinderloze tante Maria Christina van Oostenrijk en haar echtgenoot Albert Casimir van Saksen-Teschen en in Wenen opgevoed. Hij bracht zijn jeugd door in Toscane, Wenen en de Oostenrijkse Nederlanden, waar hij zijn militaire carrière begon in de oorlog van de Franse Revolutie. Hij stond aan het hoofd van een brigade tijdens de Slag bij Jemappes en in 1793 onderscheidde hij zich tijdens de Slag bij Aldenhoven en de Tweede Slag bij Neerwinden. In dit jaar werd hij stadhouder van België en kreeg hij de militaire rang van luitenant-veldmaarschalk en niet veel later die van Feldzeugmeister. Hij voerde het bevel over verschillende troepen tijdens de oorlog in de Lage Landen en hij was aanwezig bij de Slag bij Fleurus.

In 1795 diende hij aan de Rijn en het jaar daarop kreeg hij het gezag over alle Oostenrijkse troepen aan die rivier. Door zijn optreden tijdens de operaties tegen de Fransen Jourdan en Moreau in 1796 kreeg hij erkenning als één van de beste generaals in Europa.

Karel tijdens de Slag van Aspern-Essling

Napoleontische oorlogen[bewerken]

In 1797 werd hij uitgezonden om het oprukken van generaal Bonaparte in Italië tegen te houden; hij leidde de terugtocht van de overwonnen Oostenrijkers met de hoogste bekwaamheid. In de campagne van 1799 kwam hij weer tegenover Jourdan te staan, maar hij versloeg de Fransman in de gevechten te Osterach en Stokasch. Dit werd gevolgd door zijn succesvolle invasie van Zwitserland en het verslaan van de Fransman Masséna tijdens de Eerste Slag van Zürich, waarna hij Duitsland weer betrad en de Fransen over de Rijn dreef.

Vanwege zijn slechte gezondheid moest hij zich terugtrekken naar Bohemen. Maar al snel werd hij weer opgeroepen om de opmars van de Franse troepen naar Wenen te stuiten. Het resultaat van de Slag bij Hohenlinden (1800) had dit echter bij voorbaat onmogelijk gemaakt en de aartshertog zag zich gedwongen de wapenstilstand van Steyr sluiten. Zijn populariteit was nou zo groot dat de parlementszitting van Regensburg besloot te zijner ere een standbeeld op te richten en hem de titel van redder van zijn land te geven, maar Karel weigerde beide onderscheidingen.

In 1806 benoemde Frans I van Oostenrijk Karel tot opperbevelhebber van het Oostenrijks leger en tot hoofd van de krijgsraad. Karel reorganiseerde het leger en zette de aanval op de Franse troepen in. In eerste instantie behaalde hij veel successen, maar die werden overschaduwd door de latere nederlagen bij Abensberg, Landshut en Eckmuhl. Daarna won de aartshertog de grote Slag van Aspern-Essling. Niet lang daarna vocht hij in de Slag van Wagram, waarin de Oostenrijkers werden verslagen. In deze laatste twee gevechten had Napoleon meer dan 50.000 man verloren. Aan het eind van de campagne gaf de aartshertog al zijn militaire functies op. Karel trok zich voor de rest van zijn leven terug uit militaire en politieke zaken, behalve een korte tijd in 1815, toen was hij namelijk gouverneur van Mainz. In 1822 volgde hij zijn stiefvader, Albert Casimir van Saksen-Teschen, op als hertog van Teschen.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Aartshertog Karel en zijn gezin

In 1815 trad hij in het huwelijk met prinses Henriëtte Alexandrine van Nassau-Weilburg, een dochter van Frederik Willem van Nassau-Weilburg. Ze kregen zeven kinderen, van wie de oudste zoon, aartshertog Albrecht, één van de meest gevierde generaals van Europa werd.

Karel stierf op 30 april 1847 te Wenen. Hij werd aldaar begraven in tombe 122 van de Keizerlijke Crypte. In 1860 werd op de Heldenplatz te Wenen een ruiterstandbeeld van hem geplaatst.

Voorganger:
Maximiliaan Frans van Oostenrijk
Grootmeester van de Duitse Orde
1801-1804
Opvolger:
Anton Victor van Oostenrijk


Voorganger:
Albert Casimir
Hertog van Teschen
1822-1847
Opvolger:
Albrecht