Maria van Hongarije (1505-1558)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maria van Hongarije
wapen van Maria als koningin van Hongarije

Maria van Hongarije (Brussel, 18 september 1505Cigales, 18 oktober 1558) was een dochter van Filips de Schone en Johanna van Castilië. Samen met haar broer, keizer Karel V en haar zussen Eleonora en Isabella werd ze in Mechelen opgevoed door haar tante Margaretha van Oostenrijk, landvoogdes van de Nederlanden.

Huwelijk[bewerken]

Nog voor Maria haar eerste verjaardag gevierd had, werd ze door haar grootvader Maximiliaan I van Oostenrijk als bruid beloofd aan de op dat moment nog ongeboren eerste zoon van Wladislaus II, de koning van Hongarije en Bohemen. Op 1 juli 1506 werd haar toekomstige echtgenoot dan geboren, de latere koning Lodewijk II van Hongarije. De huwelijksinzegening vond op 22 juli 1515 in de Stephansdom in Wenen plaats tijdens een beroemde dubbele plechtigheid (de Wiener Doppelhochzeit), waarbij ook Maria's oudere broer Ferdinand werd uitgehuwelijkt aan Lodewijks oudere zus Anna. Maximiliaan was daarbij zelf plaatsvervanger voor zijn afwezige kleinzoon Ferdinand.

Van dan af werd Maria in Innsbruck op haar rol als koningin van Hongarije voorbereid. Voor de officiële voltrekking van het huwelijk voer Maria in het voorjaar van 1521 per schip van Linz naar Wenen en verder naar Boeda, waar Lodewijk zich ophield vanwege de acute Turkse dreiging. In 1522 werden ze in de echt verbonden. Slechts vier jaar later sneuvelde Lodewijk op 20-jarige leeftijd tijdens de gevechten tegen Süleyman I in de Slag bij Mohács (29 augustus 1526). Maria nam daarna het regentschap in Hongarije waar tot aan de kroning van de nieuwe koning, haar broer Ferdinand. Ze zou nooit meer hertrouwen.

Landvoogdes van de Nederlanden[bewerken]

Na de dood van haar tante Margaretha van Oostenrijk in 1530 werd Maria door haar broer Karel V aangesteld als landvoogdes van de Nederlanden. Tijdens haar regeringsperiode in deze gewesten gaf ze blijk van een enorme toewijding aan de keizer en bleef ze trouw aan de Bourgondisch-Habsburgse politiek. Zij bevorderde de territoriale eenmaking en versterking van het bestuur in de Nederlanden. De eenwording werd in 1543 voltooid, toen met het Traktaat van Venlo Gelre als laatste Nederlands gewest onder Habsburgs bestuur kwam.

De landvoogdes zag met zorgen de Franse expansiedrang van Frans I en Hendrik II aan. Ze drong bij de keizer dan ook herhaaldelijk, maar tevergeefs, aan op een preventieve aanval. Hij vond dat zij zich als vrouw niet met zulke zaken moest inlaten. In 1542 liet ze nabij Couvin, in het zuiden van de provincie Namen, een versterkte stad aanleggen die naar haar Mariembourg genoemd werd. De bedreiging van de Nederlanden bereikte een hoogtepunt bij het Franse beleg van Metz (1553-1554). De keizer werd daar zo in het nauw gedreven, dat hij zonder de troepen en het geld van Maria van Hongarije de Fransen moeilijk het hoofd had kunnen bieden. Tot verstomming van zowel de Fransen als haar troepen verscheen ze in eigen persoon het slagveld op galopperend in zwart leren rijbroek en een zilveren borstpantser om haar soldaten aan te moedigen.

Maria van Hongarije kreeg echter ook met economische, financiële en religieuze problemen in de Nederlanden te maken. Hoewel zij op godsdienstig gebied een voor die tijd vrij gematigd en opportunistisch standpunt had ingenomen - meermaals werden haar Luthersgezinde sympathieën toegeschreven - liet zij de strenge plakkaten tegen de ketters van haar broer Karel V wel toepassen.

Op 25 oktober 1555 legde ze tegelijk met het aftreden van Karel V haar bestuursfunctie over de Nederlanden neer. Toch bleef ze Filips II (vanaf 1555 heer der Nederlanden) en Emanuel Filibert van Savoye (1528-1580, landvoogd van de Nederlanden 1555-'59), die haar opvolgde, nog gedurende een jaar bijstaan.

Op 15 september 1556 nam ze samen met haar broer Karel en haar zus Eleonora in Vlissingen de boot richting Spanje. Na de dood van Eleonora in februari 1558 en later dat jaar van Karel (op 21 september), werd Maria van Hongarije ernstig ziek. Zij stierf op 18 oktober van hetzelfde jaar.

Maria van Hongarije staat bekend als zeer begaafd en als een markante persoonlijkheid. Zij had een ruime belangstelling voor de humanistische studies en voor de kunst van de Renaissance, die aan haar hof te Brussel een hoge opbloei kenden. Eén van haar opmerkelijke trekjes was ook dat ze verslingerd was aan de jacht. Vaak verbleef ze in de Henegouwse stad Binche, in het paleis dat ze liet bouwen door de Bergense architect-beeldhouwer Jacques Dubrœucq. Ze verwierf ook een jachtgebied in het naburige dorp Morlanwelz, waar ze door dezelfde Jacques Dubrœucq een jachtpaviljoen liet bouwen dat naar haar "Mariemont" ('heuvel van Maria') genoemd werd. Beide kastelen werden echter al in 1554 door de troepen van Hendrik II van Frankrijk vernield, nog voor ze voltooid waren.

Externe link[bewerken]

Voorganger:
Margaretha van Oostenrijk
Landvoogdes van de Nederlanden
1530-1555
Opvolger:
Emanuel Filibert van Savoye
Voorganger:
Anna van Foix
Koningin van Bohemen
1522-1526
Opvolger:
Anna van Bohemen
Voorganger:
Anna van Foix
Koningin van Hongarije
1522-1526
Opvolger:
Anna van Bohemen