Jacht (activiteit)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bioscoopjournaal uit 1949 over een jacht op wilde zwijnen in de Drunense duinen
Artemis, godin van de jacht
jachttechnieken
Landschap met jager, geschilderd door Gustave Courbet (1873)
Voor en na de jacht wordt meestal een signaal gegeven op een jachthoorn
Het einde van een jacht in Polen
Zwijnenjacht met president Mohammed Ayub Khan van Pakistan, op staatsbezoek in Duitsland, 1961
Een vossenjacht met honden
Op jacht, geschilderd door Jozef Chelmonski, 1882

Van oorsprong is de jacht het opsporen en bemachtigen van wilde dieren met als doel ze te benutten als voedsel of voor gebruik van andere delen van het dier. Tegenwoordig wordt ook gejaagd ter bestrijding van schade aan veldgewas of jong houtgewas of ter bescherming van natuurwaarden. De verkeersveiligheid is gebaat bij niet te hoge dichtheden van grote grazers, waartoe afschot nodig kan zijn. Ook kan door jacht overlast van wilde dieren worden beperkt. Jacht is in beginsel een eigendomsrecht van de grondeigenaar. Die kan het jachtrecht verhuren of zelf uitoefenen. Jachtrechten zijn zeer oud. Eeuwenlang was de jacht vooral voorbehouden aan vorsten, de adel en andere grootgrondbezitters. Nu kan iedereen in principe een jachtgebied huren of jagen als genodigde van een jachtgerechtigde. Daarvoor gelden wel strenge voorwaarden en regels; jagers moeten een jachtexamen hebben afgelegd. Nederland telt ongeveer 27.000 jagers met een jachtakte.

Geschiedenis[bewerken]

Jagen is met verzamelen de oudste manier om aan voedsel te komen. Hoewel er discussie kan zijn of oude hominiden als Homo erectus en Homo habilis nu jagers of aaseters waren, is bij alle natuurvolken jacht in een of andere vorm een bron van bestaan. Opgravingen uit de steentijd laten dit ook zien. Naast plantenresten worden ook resten van vis, watervogels en zoogdieren aangetroffen in de oude steentijd. De gevolgen van de jacht door mensen op populaties wilde dieren is voor de meeste soorten beperkt geweest door de geringe bevolkingsomvang in die tijd. Voor grote zoogdieren zijn er wetenschappers die het uitsterven van de mammoet in verband brengen met de activiteit van de mens in de ijstijden. Anderen zien de klimatologische veranderingen als de belangrijkste oorzaak van het verdwijnen hiervan. In het neolithicum nam in vele culturen het belang van de jacht door de introductie van de landbouw af. Voor de jacht gebruikte men bewerkte vuursteen als pijlpunt en speerpunt. In de bronstijd werden de jachtwapens van brons en in de ijzertijd van ijzer. Doorgaans is men de mening toegedaan dat jacht van oudsher voornamelijk een mannenactiviteit is geweest.

Vaak werden diersoorten uit andere streken (exoten) uitgezet voor de jacht. Zo wordt tegenwoordig aangenomen dat de Romeinen het konijn en de fazant hebben geïntroduceerd in West-Europa. Het edelhert werd voor de jacht in Nieuw-Zeeland geïntroduceerd, wat een ecologische ramp is gebleken.

Middeleeuwen[bewerken]

In de middeleeuwen werd er door vele groepen van de samenleving gejaagd. De adel genoot vaak vele privileges op dit terrein. Zo hadden ze het alleenrecht op jacht in vele gebieden. Wanneer anderen gingen jagen in deze terreinen, konden ze worden bestraft wegens stroperij. De uitvinding in de middeleeuwen van het vuurwapen, waarvan de handzame varianten worden toegepast in de jacht, heeft de effectiviteit van de jacht zeer vergroot.

Huidige tijd[bewerken]

Tegenwoordig is de jacht geregeld door middel van nationale en regionale (provinciale) regelgeving. Met betrekking tot de jacht zijn er enkele verschillen tussen de Belgische en de Nederlandse regelgeving.

Jachtmethodes[bewerken]

  • Jacht voor de voet: Een kleine jacht voor doorgaans één of enkele personen. De jager loopt, al dan niet met een hond, door het jachtveld en bejaagt daar het wild.
  • Waterwild: Deze jacht is toegestaan op wilde eenden of met speciale vergunningen op smienten en diverse ganzen. Ze kunnen onder meer worden bejaagd vanaf een boot, een eendenkooi of vanaf een bedekte omgeving op de grond. Tegenwoordig mag er alleen nog maar op wilde eenden gejaagd worden. Bovendien mag er alleen op vliegende eenden geschoten worden (wat natuurlijk moeilijker is), tenzij een eend reeds aangeschoten is.
  • Aanzitjacht: Heeft doorgaans plaats bij reeën, maar ook bij herten en wilde zwijnen. De jager loopt niet door het veld maar blijft lange tijd op dezelfde plek wachten tot het wild zich vertoont. Deze jachtvorm vindt meestal plaats vanaf een hoogzit of jachtstoel, een verhoging die ervoor zorgt dat het jachtveld beter is te overzien, het wild makkelijker te tellen en het schot beter te plaatsen. Hierbij zit men soms in een hutje, maar vaak op een bankje met ladder, of een aan de bovenzijde open kansel. Doordat men hoger zit is de methode vrijwel altijd veilig, want het schot kkmt bij doorslag in de grond terecht.
  • Drukjacht: Eén jager, drijver of voorjager met hond zorgt dat het wild rustig in beweging komt, waarna de jager, vaak vanuit een hoogzit, het wild bejaagt. Deze methode vindt alleen plaats indien de Minister voor het betreffende jaar toestemming heeft gegeven, omdat afschot met andere methodes slecht te realiseren valt.
  • Lokjacht: De jager lokt met lokkers het wild naar de plaats waar gejaagd wordt. Vaak gebruikt bij jacht op de houtduif. Bij wilde zwijnen wordt ook voer gebruikt en toegestaan, al spreekt men dan over aanzitjacht.
  • Drijfjacht: De drijfjacht heeft plaats met meer jagers. Behalve door de jagers wordt aan de drijfjacht ook door een aantal honden en de nodige 'drijvers' deelgenomen. De dieren worden uit een bepaald gebied gedreven door hond en mens en 'opgewacht' door de jagers. De drijfjacht op grofwild is in Nederland verboden.
  • Sluipjacht: jacht waarbij het (groot) wild beslopen wordt.

Jacht in Nederland[bewerken]

Met betrekking tot de jacht in Nederland kunnen drie aspecten worden onderscheiden: jacht op "bejaagbare" diersoorten, beheersjacht en schadebestrijdingsjacht.

Wanneer men spreekt over jacht heeft men het meestal over de jacht op vijf diersoorten, namelijk haas, konijn, fazant, houtduif en wilde eend. Deze jacht is gericht op het beheer van deze diersoorten op basis van het wise use-principe en is slechts gedurende een bepaalde tijd opengesteld. Eigenlijk bestaat de lijst bejaagbare dieren uit zes diersoorten, maar de jacht wordt niet "opengesteld" voor de patrijs.

Bij de jacht op damwild (damhert), edelhert, moeflon, reewild en wild zwijn spreekt men van beheersjacht, bij de overige soorten over schadebestrijding. Beheersjacht en schadebestrijding vinden in Nederland uitsluitend plaats op basis van faunabeheerplannen, die door faunabeheereenheden worden opgesteld voor het beheer van soorten en het voorkomen en bestrijden van schade aan de belangen zoals vermeld in de Flora- en faunawet. Jacht op basis van het faunabeheerplan geschiedt indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat en indien geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort .

Schadebestrijding wordt noodzakelijk geacht in geval van

a. belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, bedrijfsmatige visserij en wateren of

b. schade aan de (wilde) fauna.

Beheersjacht en schadebestrijding worden uitgevoerd en gecoördineerd door de 330 wildbeheereenheden en hun leden in Nederland op basis van ontheffingen (art 68 FF-wet) en van aanwijzingen van diersoorten (art 67 FF-wet) of van vrijgestelde diersoorten (art 65 FF-wet), die verleend worden door de provincies op basis van de goedgekeurde faunabeheerplannen van de faunabeheereenheden of op grond van het eigen provinciale faunabeleid. Ook de minister kan diersoorten vrijstellen, als deze in het gehele land veel schade veroorzaken; de provincies kunnen dat doen op provinciaal niveau.

Voorwaarden[bewerken]

De vrije jacht is in Nederland verboden. Slechts met een speciale vergunning (jachtakte) mag worden gejaagd. Als er zonder deze papieren gejaagd wordt is er sprake van wildstroperij. De jachtakte wordt aangevraagd bij de politie en moet jaarlijks worden verlengd. De politie geeft alleen een jachtakte af onder de volgende voorwaarden:[1]

  • de aanvrager is minstens achttien jaar;
  • de aanvrager heeft met goed gevolg een jachtexamen afgelegd;
  • de aanvrager heeft een aparte aansprakelijkheidsverzekering voor het jagersrisico afgesloten;
  • de aanvrager moet kunnen aantonen dat hij in de gelegenheid is om te kunnen jagen. Om aan deze voorwaarde te voldoen moet de aanvrager van een jachtakte aantonen dat hij/zij het jachtrecht heeft gehuurd van een veld met een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 40 ha. Wanneer aan deze voorwaarde niet kan worden voldaan volstaat het wanneer hij/zij aan kan tonen dat hij/zij op regelmatige basis zal worden uitgenodigd door een andere jager die wel aan deze voorwaarde voldoet.
  • er is geen grond om aan te nemen dat de aanvrager misbruik zal maken van de bevoegdheid om te jagen;
  • er is geen grond om aan te nemen dat de aanvrager misbruik zal maken van de bevoegdheid om wapens en munitie voorhanden te hebben;
  • aan de aanvrager is, op het moment van de aanvraag, niet de bevoegdheid om te jagen ontzegd;
  • de aanvrager is in de twee jaren voorafgaand aan de aanvraag niet veroordeeld voor een van de in de Flora- en faunawet genoemde strafbare feiten.

Het diploma van het jachtexamen is te halen na de jachtcursus. De theorielessen en examens worden afgenomen door de Stichting Jachtopleidingen Nederland. De praktijklessen kunnen worden gevolgd op een erkende schietbaan naar keuze.

Waterwild en klein wild[bewerken]

Tot het kleinwild behoren volgens het Jachtbesluit onder meer: haas, konijn, fazant, houtduif en patrijs. Onder waterwild wordt onder andere de wilde eend verstaan.[2] Voor al deze dieren geldt een jachtseizoen. De jacht op de patrijs is gesloten, omdat de patrijs ook is opgenomen op de rode lijst.[3]

Grof wild[bewerken]

De Nederlandse wildlijst heeft geen soorten opgenomen onder grof wild. Grof wild wordt dus niet bejaagd. Onder grof wild worden verstaan edelherten, reeën, damherten, moeflons en wilde zwijnen. Alleen op vergunning mogen deze soorten worden bejaagd. Een vergunning wordt afgegeven door Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde staten kunnen besluiten tot het afgeven van een vergunning indien de wildstand te groot wordt. Vooral voor reewild, edelherten en wilde zwijnen worden vergunningen afgegeven. De stand van het damhert en moeflon is gezond. Sinds de inwerkingtreding van de Flora- en faunawet op 1 april 2002 is de drijfjacht op wilde zwijnen afgeschaft, waarmee het oude zwartwildbrevet is komen te vervallen.

Een vergunning wordt afgegeven volgens een plan dat door vertegenwoordigers van de agrariërs, de natuurbescherming en de jagers is opgesteld en door gedeputeerde staten is goedgekeurd. Het optreden van jagers wordt ook gevraagd bij (dreigende) landbouwschade.

Andere dieren[bewerken]

Alleen bij soorten die opgenomen zijn in de wildlijst in het Jachtbesluit spreekt men over jagen. Daarnaast kent Nederland een landelijke- en provinciale vrijstellingslijst, opgenomen in het Besluit beheer en schadebestrijding. Deze soorten mogen, in het kader van schadebestrijding, gedurende het hele jaar worden bestreden. Op de landelijke vrijstellingslijst staan de soorten vos, konijn, houtduif, Canadese gans, kauw en zwarte kraai. De provincies zijn verder bevoegd om tijdelijk ontheffingen te verlenen voor soorten die schade veroorzaken, maar niet op deze lijst voorkomen.

Drijfjacht in Nederland[bewerken]

Vroeger werden in Nederland drijfjachten gehouden op onder meer wilde zwijnen. Sinds de inwerkingtreding van de Flora- en faunawet op 1 april 2002 is het op grond van artikel 74 lid 1 sub b van die wet verboden om edelherten, damherten, reeën en zwijnen te drijven. Drijfjachten op klein- en overig wild, zoals hazen, fazanten en konijnen, zijn wel toegestaan. Een drijfjacht resulteert in hogere afschotcijfers dan de individuele jachten. Van het verbod op de drijfjacht op grofwild kan geen ontheffing worden verleend, maar op grond van artikel 74 lid 2 van de Flora- en faunawet kan voor wilde zwijnen in bijzondere omstandigheden wel de drukjacht worden toegestaan waarbij slechts één drijver en één jager actief zijn. Argumenten voor het verbod op de drijfjachten op grofwild zijn dat het wild de jagers snel passeert (het wordt opgedreven) en het daardoor veel moeilijker is om een goed schot te plaatsen dan wanneer het wild stilstaat en vanaf de hoogzit wordt geschoten (de kans op ziek schieten neemt toe bij een drijfjacht). Bovendien is er bij een drijfjacht geen tijd om het wild goed aan te spreken en een zorgvuldige selectie te maken van de dieren die moeten worden afgeschoten. Ten slotte is door een verhoogd adrenalinegehalte het wildbraad minder smakelijk.

Controverse en kritiek[bewerken]

De jacht in Nederland is niet onomstreden. Hiervan getuigt bijvoorbeeld het partijprogramma van de Partij voor de Dieren. Deze partij heeft in haar partijmanifest opgenomen dat jacht- en vismethoden die 'extreem, langdurig of onnodig lijden veroorzaken', dienen te worden verboden. De Nederlandse Stichting 'Faunabescherming' voert sinds 1976 actie tegen de jacht. Argumenten van tegenstanders zijn onder meer dat de jacht een wrede en niet-effectieve manier van faunabeheer is, dat het verstorend is voor de fauna en dat door amateurisme van jagers veel misstanden tijdens de jacht voorkomen.

In Nederland zijn dode roofdieren aangetroffen die vergiftigd zijn. Roofdieren zoals vossen, dassen, haviken en buizerds zijn de natuurlijk concurrenten van jagers. De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging (KNJV) en de Nederlandse Organisatie voor Jacht en Grondbeheer (NOJG) distantiëren zich van dergelijke vergiftigingsacties en royeren leden die roofdieren vergiftigen. In 2011 werden in Drenthe 52 vergiftigde roofdieren gevonden.[4][5]

Argumenten tegen de jacht[bewerken]

Een aantal argumenten van de Dierenbescherming tegen de jacht:[6]

  • Een groot deel van de dieren die geschoten worden, zijn niet bestemd voor consumptie.
  • Geschoten dieren die niet direct doodgaan, vluchten en niet (snel) gevonden worden, lijden nodeloos pijn.
  • Jongen waarvan de ouderdieren zijn gedood, kunnen omkomen van honger.
  • Er worden dieren illegaal uitgezet, speciaal voor de jacht.
  • Jagen, uitzetten en bijvoederen verstoren het natuurlijk evenwicht in een gebied.
  • Plezierjagers jagen uit eigenbelang op dierlijke concurrenten, zoals de vos.

De Dierenbescherming pleit voor een algemeen verbod op jacht als hobby en voor consumptie.

Jacht in België[bewerken]

Voorwaarden[bewerken]

Jagers zijn mensen die een jachtverlof hebben. Om dit te verkrijgen moet men:

  • minstens achttien jaar oud zijn
  • geslaagd zijn in het theoretisch (vanaf 17 jaar) en praktisch examen, jaarlijks georganiseerd in het Vlaams en Waals gewest
  • in het bezit zijn van een recent bewijs van goed gedrag en zeden
  • verzekerd zijn voor de jacht.

Jachtheren kunnen hun jachtterrein laten bewaken door bijzondere veldwachters. Deze laatste beschikken over een wettelijk statuut op basis van het veldwetboek.

In Vlaanderen zijn er wildbeheerseenheden actief die zorg dragen voor de wildstand. Voor het Vlaams Gewest geldt het jachtdecreet.

Jachthonden[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie jachthond voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Een jachthond apporteert een Amerikaanse tafeleend
Een hoogzit in Duitsland

Een jachthond helpt de jager bij de jacht. Jachthonden kunnen dienen om wild op te sporen, wild zelf te doden of afgeschoten wild te apporteren. Een drijfhond (zoals de Basenji) spoort het wild op en drijft het wild naar de jager of naar een net. Een brak drijft het wild op en volgt het wild totdat het uitgeput raakt. Een brak doodt het kleinwild meestal zelf. Voorbeelden van brakken zijn de Grand bleu de Gascogne voor de jacht op grootwild en de Beagle voor de jacht op kleinwild. Een vogelhond, zoals de spaniël, drijft de vogels uit de lage dekking, waarna de jager de vogel afschiet. Een staande hond, zoals de Vizsla, speurt het wild voorzichtig op, waarbij ze op afstand van het wild stil gaan staan (zo wordt gewezen op de plaats waar het wild schuilt). Een retriever (zoals de Golden Retriever) haalt het afschoten klein wild voor de jager op (apporteren), de Nova Scotia Duck Tolling Retriever kan waterwild binnen schietbereik van de jager brengen en daarna apporteren. Een terriër, zoals de Jackrussellterriër, is gefokt om kleinwild uit de holen te jagen of ze in de holen klem te zetten. Voor de moderne jacht worden vaak allround jachthonden gebruikt, zoals de Duitse Staande.

Hoogzitten[bewerken]

Een hoogzit is een kleine uitkijktoren aan een bosrand of aan de rand van een veld van waar de jager het wild kan observeren en eventueel afschieten. De hoogzit is met een laddertje te beklimmen en kan bestaan uit een stevige jachthut op palen, of uit een simpeler gecamoufleerd platform met een zitplank dat bevestigd is aan de stam van een boom.

Het schieten van wild vanaf een verhoging - de zogeheten aanzitjacht - doet men om meerdere redenen.

  • Men heeft een beter zicht op het jachtterrein
  • De jager kan zich er goed verbergen voor het wild
  • Indien men vanaf een verhoging schiet is er minder kans onbedoelde objecten te raken omdat de bodem als veilige kogelvang fungeert.

Vanaf een hoogzit wordt doorgaans op groter wild geschoten, vooral vossen, reeën, herten en (ever)zwijnen.

Geweren[bewerken]

Veruit de meeste jagers maken gebruik van een geweer om de jacht uit te oefenen. Dit omdat het doorgaans het meest efficiënte middel is om mee te jagen.

De jager gebruikt twee soorten geweren, het hagelgeweer en het kogelgeweer (ook wel kogelbuks genoemd). Het hagelgeweer wordt voornamelijk gebruikt voor kleinwild en het kogelgeweer voor grofwild. Dubbelloops jachtgeweren zijn er in twee vormen: met de lopen naast elkaar (juxtaposé) en boven elkaar (superposé), voor zowel hagel als kogel. Er zijn ook combinaties mogelijk, bijvoorbeeld twee hagellopen naast elkaar en daaronder een kogelloop, dit wordt een drilling genoemd. Enkele modellen zijn: Browning, Winchester, Lincoln, Zabala, Sako, Remington en Ruger.

Termen uit de jacht[bewerken]

Aanzitjacht
vanuit of vanaf een hoogzit bij de jacht op zwartwild en ander grootwild
Apporteren
het wild naar de jager brengen door de jachthond
Biotoop
leefomgeving van dieren
Drift
een stuk land wat men opdrijft
Drijfjacht
jacht met drijvers
Hofjager
Een jager in dienst van het Koninklijk Huis
Drukjacht
een manier van jagen waarbij de jagen in het bos zit en één drijver met hond het wild op de voet probeert te brengen
Jachthuurovereenkomst
een overeenkomst voor de huur van een jachtgebied.
Jachtopziener
Een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) die toezicht houdt op naleving van de Flora- en faunawet
Kegelen
het zich op de achterlopers verheffen door haas of konijn om beter te kunnen rondkijken
Klokhuis
organen (hart, longen, lever, nieren)
Klucht
groep patrijzen
Laveien
voedsel zoeken
Lepel
oor van een haas of konijn
Loper
poot van haas, konijn en grote hoefdieren
Mummelen
het nuttigen van de traditionele borrel na de jacht uit respect voor een geschoten stuk grofwild, vroeger ook wel 'dooddrinken' genoemd
Partout
aangeven dat er lopend wild is gesignaleerd
Pekelen
De urine uit de blaas van een haas/konijn drukken Dit om de kwaliteit van het vlees te behouden.
Rammelaar
mannelijk haas of konijn
Rekel
mannelijke vos
Schelden
geluid van een verstoord ree
Spiegel
wit stukje vacht op het achterste van een ree
Tableau
de totale hoeveelheid geschoten dieren van een jachtdag
Tiro
aangeven dat er vliegend wild is gesignaleerd
Verwaaiing
geur die een levend wezen verspreidt: lichaamsgeur of zweet
Vossenjacht
een jacht te paard met een meute jachthonden. In Nederland vindt dit echter op een weidelijke manier plaats, met het geweer.
Weidelijkheid
verantwoordelijke houding tegenover mens, plant en dier
Weidmannsheil
jagersgeluk. Ook felicitatie aan een jager bij weidelijk afschot.
Zweet
bloed afkomstig van aangeschoten wild

Jachttoerisme[bewerken]

Jagers nemen soms deel aan jachtreizen naar wildrijke gebieden in het buitenland, dit wordt wel "jachttoerisme" genoemd. Onder begeleiding van een plaatselijke gids kan men jagen op grootwild, zoals wilde zwijnen, elanden, beren, wolven in de noordelijke streken of antilopen, gazelles, buffels en dergelijke in de savannes van Afrika. Deze laatste vorm van reizen wordt vaak een safari genoemd. Natuurfotografen kunnen dezelfde gebieden bezoeken voor fotosafari's. Jachtreizen worden onder andere aangeboden naar Mongolië, Kazachstan, Rusland en Canada. Meestal moet in het land van bestemming een aanzienlijk bedrag betaald worden aan de lokale autoriteiten voor een afschotvergunning. Dit is voor armere landen een aantrekkelijke bron van inkomsten.

Oudere vormen van jacht[bewerken]

Oorspronkelijke inwoners van diverse streken ontwikkelden verschillende manieren van jacht. Zo gebruikte men in Australië daarvoor een boemerang en in Zuid-Amerika een blaaspijp met een gifpijl. Ook het gebruik van werpsperen komt voor. Een andere veel voorkomende methode is het jagen met pijl-en-boog. Soms worden er ook klemmen en vallen gezet; deze methode wordt vooral toegepast door pelsjagers, bijvoorbeeld in Siberië. Een andere traditionele vorm van jacht is het jagen met valken, de valkerij.

Schutspatronen[bewerken]

De jagers hebben 4 schutspatronen. De bekendste is Sint Hubertus met als zijn voorganger Sint Eustachius of Sint Eustatius (20-9). Daarnaast Sint Egidius of Sint Gilles (1-9) en Sint Bavo of Sint Baaf (1-10). De laatste vooral voor de valkeniers.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]