Patrijs (vogel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Patrijs (vogel)
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Perdix perdix 2 (Marek Szczepanek).jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Galliformes (Hoendervogels)
Familie: Phasianidae (Fazanten)
Geslacht: Perdix (Patrijzen)
Soort
Perdix perdix
(Linnaeus, 1758)
Verspreiding in Eurazië en (als exoot) in Noord-Amerika
Verspreiding in Eurazië en (als exoot) in Noord-Amerika
Afbeeldingen Patrijs (vogel) op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Patrijs (vogel) op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De patrijs of het veldhoen (Perdix perdix) is een akkervogel uit de familie der fazantachtigen (Phasianidae). De soort komt voor in grote delen van het Europese continent en het westen van Azië. De patrijs leeft ook in Nederland en België.

Kenmerken[bewerken]

Een volwassen patrijs is 28 à 32 centimeter lang en is compact met een rond lichaam.[2] Op het eerste gezicht lijken de mannetjes en vrouwtjes op elkaar; toch is er sprake van seksueel dimorfisme.[3] De mannetjes hebben een donkerbruine buikvlek in de vorm van een hoefijzer, terwijl bij vrouwtjes deze vlek een stuk kleiner en grauwer is of helemaal ontbreekt. Beide geslachten hebben een oranjekleurige keel, wangen en wenkbrauwstreep. De kroon, nek, borst en flanken zijn lichtgrijs. De flanken zijn daarnaast voorzien van meerdere roestbruine banden. Daarnaast heeft de patrijs bruine vleugels en een witte buik en onderstaartdekveren. Juveniele vogels hebben geen borstvlek en hebben veel weg van een kwartel (Coturnix coturnix) of jonge fazant (Phasianus colchicus), maar zijn groter en compacter. De jonge vogels zijn geelbruin tot grijsbruin, zonder oranje delen rondom de kop of borstvlek. Na twee à drieënhalve maand zal de jonge patrijs naar een adult verenkleed ruien. Patrijzen zijn vaak in kleine groepen te zien.[2]

Broeden[bewerken]

Het broeden begint in het Verenigd Koninkrijk al vanaf eind april, in Centraal-Europa tussen begin mei en juni en in Zweden tussen eind mei en juni, met een eventueel tweede legsel in augustus of september. Het eerste legsel bestaat uit maar liefst 15-17 eieren, maar legt minder eieren bij een eventueel tweede legsel. Het nest is een ondiep kuiltje met plantaardige materialen die gebouwd wordt onder een heg of andere dichte vegetatie.[4]

Er was een partnerkeuze-experiment opgezet door Beani & Dessì-Fulgheri (1995) om uit te vinden of uiterlijke kenmerken van het mannetje een rol spelen voor vrouwtjes bij de keuze van een partner. De kastanjebruine buikvlek werd hierbij geheel of gedeeltelijk verbleekt. Er bleek dat het belangrijkste kenmerk van een mannelijke patrijs geen rol speelt bij de partnerkeuze; daarentegen kozen de vrouwtjes wel een partner op basis van zijn zangkwaliteiten.[3]

Voedsel[bewerken]

Het voedsel bestaat uit zaden, onkruiden, granen, bladeren van grassen en klaver en insecten.[4]

Verspreiding en ondersoorten[bewerken]

De Europese populatie werd in 2015 door Birdlife International geschat op 1,38-2,67 miljoen broedparen. Het verspreidingsgebied van de patrijs strekt zich uit over grote delen van het Europese continent en reikt van Ierland tot aan het Oeralgebergte, met uitzondering van noordelijk Fennoscandinavië, IJsland en het noorden van Rusland.[4] Daarnaast is de soort ook aanwezig in delen van West-Siberië, Kazachstan en Transkaukasië en is hij geïntroduceerd in Noord-Amerika.[5] De patrijs is hoofdzakelijk een standvogel, maar in Oost-Europa trekt de soort gedeeltelijk. Trekt in de Kaukasus in oktober of november van de bergen naar de valleien.[4]

Er worden doorgaans zeven ondersoorten onderscheiden:

In Nederland is de patrijs vooral nog te vinden in Zeeland, Noord-Brabant, delen van Limburg, de Betuwe, Achterhoek, het oosten van Overijssel, de bollengebieden in de Kop van Noord-Holland en de grootschalige akkergebieden in Oost-Groningen.[11]

Biotoop[bewerken]

Een patrijsvriendelijke akker in het Verenigd Koninkrijk.

Patrijzen komen van nature voor in steppegebieden en cultuurlandschappen in de gematigde zone voor. Heeft in onze contreien een voorkeur voor extensief beheerde landbouwgebieden met een verscheidenheid aan kleinschalige elementen. De patrijs leeft daar in weilanden, graanakkers, akkerranden, wegranden en braakliggende terreinen met houtwallen, singels of heggen.[4][5] De ondersoort Perdix perdix hispaniensis die in de Pyreneeën en het Cantabrisch Gebergte voorkomt, leeft in berggebieden met dicht struikgewas dat afgewisseld wordt door kruidenrijke vegetaties. Deze gebieden moeten echter beheerd worden door middel van begrazing of door het gecontroleerd laten afbranden, omdat ze anders tot bossen uitgroeien.[12]

Geluid[bewerken]

De zang, die door beide geslachten ten gehore wordt gebracht is een hees en raspend kierr-ik of pierr-ik, dat meerdere keren met korte intervallen herhaald wordt. De zang is vaak in de schemering of 's nachts te horen. Soms is ook een scherp, kort prrri prrri prri... of rick-rick-rick... te horen.[2]

Achteruitgang van de patrijs[bewerken]

Een groep patrijzen in de winter.

Sinds het begin van de 20e eeuw gaat de patrijs in alle 31 landen waar de soort voorkomt in aantal achteruit. De oorzaak van de achteruitgang van de patrijs is onder andere een gebrek aan insecten, door het overmatige gebruik van pesticiden en herbiciden. Daarbij komt ook nog een afname van nestgelegenheid door de verschraling van het agrarische landschap door intensieve landbouw en veeteelt, waarbij kleinschalige elementen als heggen, kruidenrijke overhoekjes en stoppelakkers verdwijnen. Bovendien lopen jonge vogels en nesten in het broedseizoen het risico om uitgemaaid te worden.[4]

De achteruitgang is in Nederland goed gedocumenteerd; dit begon al in de periode 1950 tot 1970, waarbij uit deelstudies bleek dat de vogel in die periode achteruitging met 40-60%.[13] Volgens Sovon Vogelonderzoek Nederland nam het aantal broedparen in de periode 1990-2003 verder af en broedden er in 2007 nog ongeveer 10.000 paar in Nederland.[14]

Er zijn onder meer in de Achterhoek initiatieven opgezet om de patrijs weer te doen toenemen. Dankzij gerichte beschermingsmaatregelen wist de soort in de omgeving van Aalten weer toe te nemen en steeg het aantal broedparen van drie paartjes in 2011, naar 34 paartjes in 2015.[15]

Beschermingsstatus[bewerken]

De patrijs heeft een groot verspreidingsgebied en daardoor is de kans op de status kwetsbaar (voor uitsterven) gering. De grootte van de wereldpopulatie werd in 2004 uiterst grof geschat op 5 tot 10 miljoen individuen. De patrijs gaat in aantal achteruit. Echter, het tempo op wereldschaal ligt onder de 30% in tien jaar (minder dan 3,5% per jaar). Om deze redenen staat de patrijs als niet bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN.[1]

Is ook via de Europese Vogelrichtlijn beschermd onder Annex II en Annex III en de ondersoorten Perdix perdix italica en Perdix perdix hispaniensis onder Annex I. Voor de ondersoorten in Annex I zijn nationale beschermingsprogramma's opgezet.[4] Omdat de achteruitgang van de patrijs ook betrekking heeft op patrijzenpopulaties in Nederland en Vlaanderen, staat de soort zowel op de Nederlandse Rode Lijst als op de Vlaamse Rode Lijst als kwetsbaar vermeld.[13]

In Nederland was de patrijs in de Flora- en faunawet aangemerkt als wildsoort, maar is de jacht hierop al sinds 1996 gesloten. Doordat de soort op de Rode Lijst staat en de patrijzenpopulatie in Nederland niet stabiel is werd de soort uiteindelijk helemaal van de lijst met bejaagbaar wild geschrapt.[16] Ondanks dat de patrijs in Vlaanderen een Rode Lijstsoort is, is deze bejaagbaar van 15 september tot en met 15 november. Dit is alleen toegelaten in erkende wildbeheereenheden en alleen indien de patrijzenbestand in een bepaald jachtterrein gunstig is. Het Agentschap voor Natuur en Bos kan de jacht sluiten als de populatiestand ongunstig is of als er onvoldoende maatregelen genomen worden om de stand te verbeteren.[17]

Trivia[bewerken]

Illustratie van de soort.
  • De Romeinse schrijver Ovidius vertelt in Daedalus en Icarus, een verhaal uit zijn Metamorphosen, over Perdix, een jongen die van het Parthenon geduwd werd. Daedalus was een uitvinder en leerde het vak aan zijn neefje Perdix. De jongen dreigde zelfs een betere uitvinder te worden dan Daedalus zelf. Dat kon de man niet verkroppen, en hij duwde Perdix van het tempeldak van het Parthenon. Maar de jongen werd gered door de godin Pallas Athena - de beschermgodin van de kunstenaars. Zij veranderde Perdix, nog voor hij te pletter stortte, in een patrijs (Latijn: perdix). Ovidius zegt dan ook dat patrijzen bang zijn om op grote hoogte te vliegen, omdat Perdix een trauma overhield aan zijn val.[18]
  • De naam Perdix is mogelijk een onomatopee.[19] Zijn roep klinkt als kierr-ik of pierr-ik.[2]
  • Omdat de patrijs dreigt te verdwijnen uit Nederland riepen Sovon Vogelonderzoek Nederland en Vogelbescherming Nederland 2013 uit tot het Jaar van de Patrijs.[20]
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek