Standvogel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een standvogel is een vogelsoort waarvan (vrijwel) alle individuen in (of zeer dicht bij) het broedgebied blijven overwinteren. Hij weet daar tijdelijk voorkomende minder optimale omstandigheden zoals voedselgebrek het hoofd te bieden. Het wordt ook wel een resident of blijver genoemd.

Indeling vogelsoorten naar trekgedrag[bewerken]

  • Trekvogel, als alle individuen van die soort in de herfst wegtrekken.
  • Deeltrekker, als een deel van de individuen wegtrekt.
  • Standvogel, als de vogelsoort geen trek vertoont, dus gewoon in het broedgebied blijft.

Het begrip standvogel moet niet soortspecifiek worden gezien, maar populatiespecifiek. Afhankelijk van de geografische breedte, respectievelijk hoogte boven zeeniveau van hun broedgebied zullen vogels trekvogel, deeltrekker of standvogel zijn. Vaak zijn de populaties uit Noord-Europa trekvogel en die uit Zuid-Europa standvogel. De Lage Landen nemen veelal een tussenpositie in, er zijn daar veel deeltrekkers. Ditzelfde kunnen we zeggen met betrekking tot de hoogte boven zee. Vogelpopulaties hoog in de bergen trekken in de herfst vaak naar lagere regionen.

Voorbeelden standvogels in België en Nederland[bewerken]

Fazant
Grote bonte specht
Ekster
Huismus

Enige standvogels elders:

Tabel aanwezigheid vogels[bewerken]

jaarvogel = het hele jaar aanwezige broedvogel
zomervogel = buiten het broedgebied overwinterende broedvogel
jaargast = het hele jaar aanwezige niet-broedvogel
wintergast = in het winterhalfjaar aanwezige niet-broedvogel
zomergast = in het zomerhalfjaar aanwezige niet-broedvogel
doortrekker = alleen in de trektijd aanwezige niet-broedvogel
standvogel = broedvogel die geen trek vertoont


Zie ook[bewerken]