Achterhoek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Achterhoek (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Achterhoek.
Achterhoek
Regio van Nederland Vlag van Nederland
LocatieAchterhoek.svg
Geografie
Provincie Gelderland Vlag Gelderland
Aantal gemeenten 11
Oppervlakte 1475,97
Bevolking
Inwoners 332.321 (2012)
Talen Nederlands, Nedersaksisch
Dialecten Achterhoeks
Overig
Volkslied Achterhoeks volkslied
Foto's
Slangenburg 2008.jpg

De Achterhoek (Nedersaksisch: Achterhook) is een streek in het oosten van Nederland in de provincie Gelderland en beslaat het gebied tussen de IJssel in het westen, de Oude IJssel in het zuidwesten, de Duitse grens in het zuiden en oosten en de Overijsselse streken Salland en Twente in het noorden. Het gebied wordt ook wel De Graafschap genoemd, naar het oude graafschap Zutphen, echter De Achterhoek beslaat een groter gebied dan De Graafschap, met onder andere het gebied van de voormalige Heerlijkheid Borculo.[1]

Begrenzing[bewerken]

Als men het in moderne context over het gebied 'De Graafschap' heeft, dan spreekt men feitelijk nog steeds over het oude graafschap Zutphen. Dat mag zijn bestuurlijke zelfstandigheid lang geleden kwijt zijn geraakt, als plaatsbepaling is de naam blijven bestaan, zij het dat er wat begripsverwarring met de naam 'Achterhoek' lijkt op te treden. De historische Achterhoek is echter veeleer het gebied beoosten Hamaland dat voor de 13e eeuw deel uitmaakte van het bisdom Münster. Daarin lagen de kerspelen Winterswijk, Aalten, Bredevoort, Zelhem, Varsseveld, Silvolde, Hengelo, Groenlo, Lichtenvoorde, Vragender, Borculo (heerlijkheid Borculo), Geesteren, Neede, Eibergen en havezate Harreveld. De graven van Gelre zijn pas vanaf de 13e eeuw tot en met 17e eeuw geleidelijk in dat gebied gepenetreerd. Nadat het graafschap Zutphen steeds meer gebied verwierf ten koste van het bisdom Münster en het zelfstandige graafschap uiteindelijk opging in het Hertogdom Gelre, is de naam Graafschap als plaatsbepaling blijven bestaan, hetzelfde gebied dat men nu de Achterhoek noemt. Doetinchem, Winterswijk en Zutphen zijn de grootste plaatsen in wat tegenwoordig de Achterhoek wordt genoemd. Er bestaat ook een Regio Achterhoek, een samenwerkingsverband van acht en soms tien gemeenten in de streek, de IJsselstad en gemeente Zutphen hoort hier echter niet bij.

Hoewel de ten zuidwesten van de Achterhoek gelegen streek De Liemers als zelfstandige streek wordt onderscheiden, participeert de gehele Liemerse gemeente Montferland wel in de Regio Achterhoek.

Etymologie[bewerken]

Willem Sluyter

Oorspronkelijk had het woord "Achterhoek" nog de betekenis voor een afgelegen hoek, maar rond 1872 werd daarmee ook het landschap Twente en graafschap Zutphen mee bedoeld.[2] De vroegst bekende term 'Achterhoek' duikt op in een gedicht van dominee Willem Sluyter uit de zeventiende eeuw: "Waer iemant duisent vreugden soek / Mijn vreugt is in dees' achter-hoek". Hij doelde daarmee op het gedeelte van de landstreek waar hij werd geboren en woonde, de omgeving van de hoek Neede en Eibergen. Hoewel het ook mogelijk is dat hij daarmee zijn favoriete hoekje bij de haard mee bedoelde.[3] Rond 1850 komt in boeken meermaals de aanduiding Achterhoek voor met betrekking tot de gehele streek. Schoolmeester Bernard Stegeman (1877 - 1952) schreef het 't Gif maor enen Achterhook / Den Gelderschen, den echten. Hij wordt soms ten onrechte beschouwd als diegene die voor het eerst het woord Achterhoek gebruikte voor het gebied van de voormalige graafschap Zutphen.

Geschiedenis[bewerken]

Prehistorie[bewerken]

Wie zich een beeld probeert te vormen van het oorspronkelijke landschap, ziet een woest en moeilijk toegankelijk gebied. Het gebied bestaat uit dekzandruggen, uitlopers van een diluviaal hoogteterras van oostelijke zijde. Vele beken stromen van oost naar west en voedden een lager gelegen strook van moerasbos en veen aan de westzijde van de Achterhoek, die een moeilijk te nemen barrière vormde voor bezoekers uit het westen. In het midden van de Achterhoek zou het niet duidelijk te lokaliseren bos Berlewalde gelegen hebben dat in een dertiende-eeuws document genoemd wordt. Later is hier door het laten grazen van gedomesticeerd vee vooral veel heide ontstaan.

Op veel plaatsen in de Achterhoek zijn sporen aangetroffen van nederzettingen uit de prehistorie, evenals urnenvelden en grafheuvels uit de late bronstijd. Het is onduidelijk of de diverse plaatsen in de loop van de millennia permanent bewoond zijn gebleven, of dat er sprake is geweest van radicale volksverhuizingen. Uit recent archeologisch onderzoek blijkt dat de eerste bewoners zich rond 8800 voor Christus in dit gebied waagden. In een oude afzetting van de Ooijerhoekse Laak bij Zutphen vonden archeologen twee 'afvalhopen' van deze jagers. De oudste dateert van 8650 en 8400, de andere van rond 6400 voor Christus. Uit de afvalhopen bleek dat deze eerste Achterhoekers zich in leven hielden met vlees en vis.[4] De eerste landbouwers kwamen pas veel later, getuige sporen van raatakkers[5] die vanaf de Late Bronstijd tot in de Romeinse tijd als landbouwsysteem werd gebruikt voor de verbouw van primitieve graansoorten. Namen van volken, waarvan aangenomen wordt dat ze de Achterhoek bewoond hebben, zijn in chronologische volgorde: Bructeren en Chamaven (Germaanse stammen, later gerekend tot de Franken), en na de Grote Volksverhuizing de Saksen.

Kerstening[bewerken]

De Achterhoek komt in geschriften voor vanaf de periode van zijn kerstening, ingezet in het laatste decennium van de 8e eeuw. Het westelijke deel, toen Hamaland geheten, viel onder het bisdom Utrecht, de oostelijke Achterhoek onder het bisdom Münster. Doetinchem wordt in 838 voor het eerst genoemd.

Nadat Karel de Grote de Saksische hertog Widukind definitief had verslagen, eiste hij van hem en zijn onderdanen de bekering tot het christendom. Zo kreeg missionaris Liudger de opdracht om onder andere de heidense Saksen in de Achterhoek te bekeren. Hij heeft parochies gesticht in Groenlo, Wichmond, Winterswijk en Zelhem. Liudger werd later de eerste bisschop van Münster.

Middeleeuwen en Vroegmoderne Tijd[bewerken]

Het Kwartier Zutphen in 1741 uitgegeven door Isaak Tirion

Plaatsen als Bronkhorst, Doesburg, Doetinchem, Terborg en Zutphen kregen al vroeg stadsrechten. In het gebied bevinden zich een aantal kastelen van met name de adellijke families Bronkhorst en Van Heeckeren. De families vochten een verwoede machtsstrijd uit met name tijdens de Gelderse Successieoorlog. In de middeleeuwen heeft zich in de Achterhoek een feodale maatschappij ontwikkeld, die voortduurde tot in de 19e eeuw. Het oostelijke deel van de Achterhoek waarin de parochies Winterswijk, Aalten, Bredevoort, Zelhem, Varsseveld, Silvolde, Hengelo (G), Groenlo, Lichtenvoorde, Vragender, die voorheen deel uitmaakten van het graafschap Lohn onder het bisdom Münster werden na de strijd om Bredevoort ook onderdeel van de graafschap Zutphen. Dat gebeurde geleidelijk in de 13e en 14e eeuw. De in het noordoosten gelegen heerlijkheid Borculo was lange tijd een zelfstandig staatje, maar werd later betwist door de hertogen van Gelre en de bisschoppen van Münster. Ook tijdens de Gelderse Oorlogen en de Tachtigjarige Oorlog werd het gebied regelmatig geteisterd door de vijandigheden. Onder andere om het Huis Bergh, Kasteel Keppel en de steden Bredevoort, Groenlo, is stevig gevochten. Bisschop Bernhard von Galen, bijnaam Bommen Berend, heeft ook na de Vrede van Münster met militaire acties geprobeerd de heerlijkheid Borculo tot zijn gebied te maken. Borculo behoorde immers niet tot het hertogdom Gelre en daarover stond dus niets in dat verdrag. De bisschop wist wel Groenlo, de heerlijkheid Bredevoort, en de heerlijkheid Lichtenvoorde in te nemen. De Münsterse bezetting duurde bijna 2 jaar en in mei van het jaar 1674 trokken de Münsterse troepen weer weg uit de Achterhoek. In 1616 tenslotte werd Borculo na een erfopvolgingstwist onderdeel van de graafschap Zutphen.

Industrialisatie[bewerken]

Saksische boerderij of Los hoes in Erve Kots

In een groot deel van de Achterhoek was tot in de 19e eeuw kleinschalige landbouw de voornaamste bron van bestaan. Veel buurschappen, dorpen èn steden bezaten vaak gezamenlijk enkele esgronden en heidevelden in de buurt van de nederzetting. De rest van gronden was nog woest, met name de lagere delen. Pas in het begin van de 20e eeuw is de Achterhoek grootschalig ontgonnen. Lange tijd heeft men veel bos in de Achterhoek gekapt ten behoeve van de houtindustrie.

De industrialisatie heeft voornamelijk in twee delen van de Achterhoek plaatsgevonden: in een strook langs de Oude IJssel en in de oostelijke Achterhoek. Dankzij de oerhoudende grond aan weerszijden van de Oude IJssel ontstond vroeg in de 18e eeuw een ijzerindustrie rond de plaatsen Ulft, Terborg, Doetinchem en Keppel. Bekende namen van Achterhoekse oorsprong zijn DRU, Pelgrim, Becking en Bongers en ATAG. In de oostelijke Achterhoek, in Aalten, Bredevoort, Neede en Winterswijk is de textielindustrie tot grote bloei gekomen, evenals in het aangrenzende Twente[6]. Door de groeiende concurrentie vanuit het buitenland, met name uit de lagelonenlanden, bleek een groot deel van de textielindustrie na de Tweede Wereldoorlog niet langer levensvatbaar. Voor de textielindustrie zijn spoorlijnen aangelegd die dit deel van de Achterhoek verbonden met Arnhem, Zutphen, Twente en Duitsland. [7].

Doordat de overheid en particuliere ondernemers, zoals de textielfabrikant Jan Willink, in de tweede helft van de 19e eeuw met de aanleg van spoorlijnen en verharde wegen in de streek investeerden, werd het gebied toegankelijker. Verschillende plaatsen werden aangesloten op het spoorwegnet van de Nederlands-Westfaalsche Spoorweg (NWS) en de GOLS, de rest van de Achterhoek werd begin 20e eeuw ontsloten door middel van goedkopere trambanen van een viertal trambedrijven. Hierdoor nam naast de traditionele agrarische sector de industriële werkgelegenheid toe, en werd de streek ook bezocht door recreanten. Met het toenemen van het wegverkeer zijn na de Tweede Wereldoorlog veel van de lokaalspoorlijnen en alle tramwegen verdwenen.

Grolsch-bier werd sinds 1615 gebrouwen in Groenlo (Nedersaksisch: Grolle). In het voorjaar van 2005 is de laatste echt 'Grolsche' bierbrouwerij gesloten en heeft het bedrijf de Achterhoek definitief verlaten.

Begin 2000 ontstonden door tegenvallende resultaten veel bedrijfsbeëindigingen. In samenwerking met Wageningen Universiteit werd daarna de Stichting Wijnbouw Achterhoek en later de Coöperatief Verenigde Achterhoekse Wijnbouwers opgericht.[8] De opzet is kleinschalige wijnbouw met een streven naar hoge kwaliteit. Inmiddels produceren tientallen wijngaarden tussen de 20.000 en 40.000 (afhankelijk van de seizoensomstandigheden) flessen per jaar. Sommige wijnboeren winnen prijzen voor de kwaliteit van hun wijn.[9]

Geografie[bewerken]

Ligging van gemeenten in de Achterhoek. (1) Er is geen officiële grens voor de Achterhoek.

Landschap[bewerken]

In het Achterhoekse coulisselandschap is veel en geschakeerd natuurschoon te vinden zoals op de Lochemse Berg, in boswachterijen te Ruurlo, in de Slangenburg bij Doetinchem en in enkele veengebieden tegen de oostgrens met Duitsland zoals het Korenburgerveenen het Vragenderveen. De Achterhoek is rijk aan kastelen en landhuizen. Het bekendst is Vorden vanwege het feit dat het acht kastelen telt, waarmee het een van de meest kastelen-rijke dorpen van Nederland is met de kastelen; Huis Vorden, Hackfort, Den Bramel, De Kieftskamp, De Wildenborch, De Wiersse, Onstein en Het Medler. Het landschap rond Winterswijk is misschien wel het meest karakteristiek voor de Achterhoek. Het heeft vanwege het bijzondere karakter de status van Nationaal Landschap Winterswijk gekregen.

Gemeenten[bewerken]

Op 1 januari 2005 vond een gemeentelijke herindeling plaats in de Achterhoek (en een aangrenzend deel van Overijssel). Hierbij werden enkele kleinere gemeenten gefuseerd tot een aantal grotere. Thans bestaat de Achterhoek in de ruimste opvatting uit de volgende gemeenten(1):

Een overzicht van de gemeenten en hun grotere en/of toeristische plaatsen:

Gemeente Aantal inwoners 1-01-2015 Plaatsen
Aalten 26.908 Aalten, Bredevoort, Dinxperlo, De Heurne
Berkelland 44.381 Borculo, Beltrum, Eibergen, Geesteren, Gelselaar, Haarlo, Neede, Noordijk, Rekken, Rietmolen, Ruurlo.
Bronckhorst 36.722 Hengelo, Bronkhorst, Laag-Keppel, Achter-Drempt, Baak, Halle, Hoog-Keppel, Hummelo, Keijenborg, Kranenburg, Olburgen, Steenderen, Toldijk, Velswijk, Vierakker, Voor-Drempt, Vorden, Wichmond, Zelhem.
Doesburg 11.530
Doetinchem 56.351 Doetinchem, Gaanderen, Nieuw-Wehl, Wehl, Wijnbergen.
Lochem 33.248 Lochem, Almen, Barchem, Epse, Eefde, Gorssel, Harfsen, Laren,
Montferland 34.881 Didam, 's-Heerenberg, Azewijn, Beek, Braamt, Kilder, Lengel, Loerbeek, Loil, Nieuw-Dijk, Stokkum, Zeddam.
Oost Gelre 29.850 Lichtenvoorde, Groenlo, Harreveld, Lievelde, Mariënvelde, Vragender, Zieuwent.
Oude IJsselstreek 39.777 Terborg, Bontebrug, Breedenbroek, Etten, Gendringen, Megchelen, Netterden, Silvolde, Sinderen, Ulft, Varsselder, Varsseveld, Westendorp.
Winterswijk 28.982 Winterswijk, Meddo
Zutphen 47.052 Zutphen, Warnsveld
totaal 332.321

Taal[bewerken]

Nedersaksische uitnodiging op een bankje te Lichtenvoorde

In de Achterhoek spreekt men van oudsher een variant van het Nedersaksisch: het Achterhoeks, ook wel plat genoemd. Inwoners met Nedersaksisch als enige taal beginnen zeldzaam te worden. De meeste Achterhoekers zijn tweetalig opgevoed, vaak met Nedersaksisch thuis en Nederlands op school. Uit een onderzoek van 2005 naar het gebruik en beheersing van het Nedersaksisch blijkt dat 73% van de Achterhoekers het Nedersaksisch redelijk tot zeer goed spreekt, dat 60% het thuis inderdaad spreekt en dat 45% het frequent, wekelijks tot maandelijks, leest. Het Nedersaksisch is een grensoverschrijdende streektaal en is in Europa als volwaardige taal erkend.[10]

Mede door immigratie uit en bestuur vanuit het westen heeft het Nederlands veel invloed op de Achterhoekse streektaal. Veel oude woorden zijn vergeten en vervangen door van het Nederlands afgeleide varianten. Anderzijds zijn ook nieuwe woorden ontstaan zoals bijvoorbeeld: Spiekerbokse voor spijkerbroek of huulbessem (letterlijk huilbezem) voor stofzuiger.[11][12]

De opkomst van streektaal- en dialectmuziek zorgt voor een bepaalde toename aan populariteit van het Nedersaksisch.[13] De avonturen van Aornt Peppelenkamp, geschreven in de streekstaal, verschenen veertig jaar lang in De Graafschapbode. De gedichten en boeken van Bernard Stegeman, maar bovenal de rockgroep Normaal (met een opname in de Canon van Gelderland) hebben bijgedragen aan de "emancipatie" van de Achterhoekers. Men werd er trots op boer te zijn. Supporters van voetbalclub De Graafschap bedienen zich van de geuzennaam "super boeren". Jovink en de Voederbietels is ook een bekende popgroep uit de Achterhoek. Iets minder bekend buiten de Achterhoek, maar in de streek zelf populair is de popgroep Boh Foi Toch.

Dwars over de Achterhoek ligt de Eenheids-pluralislijn met de Oude IJssel als taalgrens. Ten zuiden daarvan zijn Zuid-Gelderse invloeden merkbaar van het Liemers. Ten westen van de lijn Doetinchem, Hengelo, Vorden en Laren ligt de overgangszone naar het West-Veluws.[14]

Religie[bewerken]

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek was in 2003 nog 34,4% van de Achterhoekse bevolking rooms-katholiek, 23,9% Nederlands-hervormd, 4,7% gereformeerd, 3% moslim, 5,1 % overig; en 31,2% gaf aan geen kerkelijke gezindte te hebben. Er zijn geen recentere cijfers bekend voor de Achterhoek, wel blijkt uit landelijke CBS-cijfers dat sinds 2003 het aantal christenen verder is afgenomen.

Door de toenemende secularisatie neemt het aantal gelovigen, en met name het kerkbezoek gedurende de laatste decennia af. Vooral de katholieke kerk moet ingrijpend reorganiseren door de nog steeds verdergaande ontkerkelijking. Nadat in het begin van de 21e eeuw de dekenaten waren opgeheven werden vervolgens in de hele regio rooms-katholieke parochies samengevoegd.

Verwacht wordt dat verscheidene kerken mede als gevolg van de reorganisatie maar vooral door het afnemend kerkbezoek hun deuren zullen moeten sluiten. Ook het aantal katholieke missen is sterk verminderd vanwege het steeds verder afnemende kerkbezoek. Volgens de cijfers van het onderzoeksinstituut KASKI over 2006 is het aantal zondagse kerkbezoekers in het bisdom Utrecht (dat ook de Achterhoek omvat) tot minder dan een procent van de bevolking gedaald.

Kerkelijk kenmerkte de Achterhoek zich tijdens Maurits' veldtocht van 1597 waarmee de reformatie werd ingevoerd waardoor de streek nadien grotendeels van Nederlands-hervormde signatuur was, met een aantal rooms-katholieke 'enclaves'. Dit zijn onder andere de voormalige gemeenten Bergh en Wehl, en plaatsen als Groenlo en Lichtenvoorde. Doetinchem kent - voor zover godsdienstig - gezien een gemengde bevolking. In Aalten telt men vanouds talrijke gemeenteleden van de Gereformeerde Kerken in Nederland (nu PKN).

Cultuur[bewerken]

Musea[bewerken]

Museum More[bewerken]

In het Achterhoekse Gorssel staat een museum met de grootste Nederlandse collectie op het gebied van modern realisme, het Museum More. Het omvat de collectie van Hans Melchers die voor het grootste gedeelte bestaat uit de oorspronkelijke Scheringacollectie. Topwerken van het museum zijn werken van onder anderen Carel Willink, Jan Mankes en Charley Toorop. Het museum opende in juni 2015. In de loop van 2016 zal er een tweede vestiging van het museum op kasteel Ruurlo komen.[15]

Dickens Museum[bewerken]

In het "kleinste" stadje staat het kleinste Achterhoekse museum, het Dickensmuseum genoemd naar de Engelse schrijver Charles Dickens. Het is een particulier museum van Sjef en Alie de Jong, en sinds 1988 gevestigd in een oude stadsboerderij. Sinds 2004 is er tevens een klein theater.[16] Rond kerst is het hele stadje in Dickens sfeer, is er een Dickens kerstmarkt en wordt in de kapel de Christmas Carol opgevoerd.[17]

Stadsmuseum Doetinchem[bewerken]

In het Stadsmuseum Doetinchem toont men twee maquettes uit 1830 en 1940 van de stad Doetinchem. Daarnaast bestaat de collectie onder andere uit een verzameling Achterhoekse schilders, archeologische vondsten en topografische kaarten. Het museum is gevestigd in het voormalige postkantoor en bevat een stijlkamer in Jugendstil. De kamer is als vergaderruimte te huur. In het museum is de kunstuitleen ondergebracht.[18][19]

Openbaar Vervoer Museum[bewerken]

Het Openbaar Vervoer Museum is gevestigd in Doetinchem nabij het trein- en busstation. Het is in 1988 gesticht en sinds 2006 in Doetinchem gevestigd. De collectie bevat naast schaalmodellen van vervoermiddelen allerlei aanverwante voorwerpen.[20]

Tradities[bewerken]

Noaber vrouwleu in klederdracht zijn een zeldzaamheid geworden in het straatbeeld van Aalten

In delen de Achterhoek worden nog altijd veel tradities levend gehouden zoals dauwtrappen (tijdens hemelvaart), het carbidschieten, nieuwjaar winnen (het inzamelen van zakken snoep door de kinderen) of het eten van kniepertjes (wafels) met oud en nieuw, het paasvuur, het plaatsen van een meiboom (als de bouw van een huis het hoogte punt heeft bereikt), het midwinterhoornblazen tussen Advent ("anbloazen") en Driekoningen (6 januari, "afbloazen"), kroamschudd'n (het afleggen van een kraamvisite), het lopen met een palmpasenstok tijdens palmpasen, Schuttersfeesten en veelal het bijbehorende vendelen. Een volgens sommigen typisch Oost-Nederlands gebruik dat men in de Achterhoek terugvindt is de burenhulp, het noaberschap.

Evenementen[bewerken]

Regionaal bekende evenementen met een artikel op Wikipedia:

(2)Geplaatst op de lijst van de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed.

Economie[bewerken]

Exportproducten[bewerken]

  • Uitvoerwaarde van 20%; vlees, zuivel, fruit en andere gewassen.
  • Aardappels, onder andere door Aviko.
  • Vlees, onder andere door ForFarmers.
  • Technologische producten (zoals Nedap) met ruim 25% uitvoerwaarde.[21]

Toerisme[bewerken]

De verschaling van de landbouw heeft er mede voor gezorgd dat er binnen de regio veel plattelandstoerisme is ontstaan. Het gebied is erg in trek bij mensen die rust zoeken of juist een zeer actieve vakantie wensen. Diverse activiteiten als fietsen (zoals de 80-jarige oorlog route, Arfgoodroute), wandelen, paardrijden, nordic walking, huifkartochten, kanovaren en ballonvaren, een verblijf bij één van de recreatieplassen zoals: Hilgelo, Slingeplas en Stroombroek worden door de toeristen ondernomen.

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Overzicht Achterhoek/Liemers
  2. J.H. van Dale Nieuw Woordenboek der nederlandsche taal 1872
  3. Bennie te Vaarwerk Van achterhoek tot Achterhoek, op website: heerlijkheidborculo.nl
  4. Eerste Achterhoekers aten vlees en vis, de Stentor, 17 december 2008
  5. Routeboek wijst in Winterswijk de weg, op website: tubantia.nl
  6. Th.J. IJzerman - Beeld en Werkelijkheid van de Twents-Achterhoekse Textielindustrie. Rapport van de Stichting Textielvak te Hengelo
  7. Winterswijk spoorlijnen voor textielindustrie en steenkolen: gols-station.nl
  8. Geschiedenis Achterhoekse wijn op website: achterhoeksewijnbouwers.nl
  9. Veel Achterhoekse wijnen vallen in de prijzen, op website: gelderlander.nl
  10. Bloemhof, Henk (2005) Taaltelling Nedersaksisch. Een enquête naar het gebruik en de beheersing van het Nedersaksisch in Nederland. (Groningen, Stichting Sasland)
  11. J.W. de Vries, Het verhaal van een taal - 1995
  12. Achterhoeks woordenboek op: achterhoek.nl
  13. Streektaalvrienden.nl Meer status voor dialect
  14. Taalkaart Nedersaksisch, online op: taal.phileon.nl
  15. Gorssel.nl Museum More
  16. dickensmuseum.nl
  17. Christmas Carol in Bronckhorst
  18. Stadsmuseum Doetinchem geraadpleegd 23 mei 2015
  19. Kunstuitleen Stadsmuseum geraadpleegd 23 mei 2015
  20. Openbaar vervoer museum Doetinchem geraadpleegd 23 mei 2015
  21. Regiovisie Twente en de Achterhoek ING Economisch Bureau, online op website: ing.nl