Grafheuvel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zogenoemd 'graf van koning Midas' in Gordion, hoofdstad van het vroegere Frygië

Een grafheuvel (ook: heuvelgraf of tumulus) is een heuvel uit de prehistorie die werd gebruikt als begraafplaats. De heuvels werden opgeworpen over menselijke resten in een kuil, boomkist, hunebed, steenkist, grafkist, urn, tombe of grafkamer. Grafheuvels komen voor in diverse afmetingen en werden gemaakt van verschillende materialen, afhankelijk van de periode en het gebied. Ook de maatschappelijke positie van de overledene bepaalde het type grafheuvel.

De grafheuvel werd gebruikt voor het begraven van een persoon of meerdere overledenen van de gemeenschap. Vaak werd de grafheuvel daarna ook nog gebruikt voor het begraven van resten van later overleden mensen. Deze personen werden in de bestaande grafheuvel begraven, waarbij de grafheuvel soms werd verhoogd. In bepaalde gebieden is er één grafheuvel in het landschap, maar grafheuvels worden ook in groepen aangetroffen of zijn onderdeel van een groter grafveld of urnenveld.

Men vermoedt dat grafheuvels, behalve om de doden een laatste rustplaats te geven, ook gebouwd en gebruikt werden voor verering.

Verschillende benamingen[bewerken]

Reconstructie van twee boomkisten; als centraal heuvelgraf en als bijzetting in de oudere grafheuvel, Duitsland
  • In het Engels spreekt men van een barrow
  • Een cairn is een grafheuvel gemaakt van stenen
  • Een brandheuvel is opgeworpen op crematieresten (vaak op de plek van de brandstapel)
  • Als de grafheuvel een (stenen) toegang bezit spreekt men van een ganggraf
  • In Oost-Europa en Rusland spreekt men van koergans
  • Tumulus is de Romeinse benaming voor een grafheuvel die opgetrokken werd boven het crematiegraf van een vooraanstaand burger
  • De rijke grafgiften in Vorstengraven tonen aan dat de persoon, waarvoor deze grafheuvels zijn gemaakt, hoog in aanzien moet zijn geweest

Beschrijvingen[bewerken]

Sami brengen offers en bidden bij een grafheuvel, 1724
De begrafenis van Igor van Kiev, Heinrich Semiradzki, 1883

Er zijn verschillende beschrijvingen van het gebruik van een grafheuvel. Zo wordt in boek 23 van de Ilias verteld hoe het lijk van Patroclus wordt gecremeerd. Er worden paarden, honden en twaalf gevangengenomen Trojanen geofferd. Daarna wordt een grafheuvel opgeworpen, waarna lijkspelen worden georganiseerd. Het lijk van Hektor wordt rond Troje en de grafheuvel van Patroclus gesleept door Achilles. Na de dood van Achilles werd er door de Achaeërs nabij het voorgebergte Sigeion een, vanaf zee zichtbare, grafheuvel opgericht voor hem en voor zijn vrienden Patroclus en Antilochos (de zoon van Nestor). Er werden luisterrijke lijkspelen gevierd en er werd in de 5e eeuw een stad gesticht (Achilleion). De Thessaliërs hielden er een jaarlijkse bedevaart naar toe.

Ook in Beowulf wordt verteld over crematies in Gamla Uppsala. Er zijn hier meerdere vorstengraven. De grafheuvel van Eadgils werd in 1874 onderzocht en bleek een man liggend op een berenvel te bevatten. Ook bevatte de grafheuvel twee honden en rijke grafgiften. De grafheuvel van Ongentheow is nog niet onderzocht. Ook Ohtheres grafheuvel werd onderzocht. Het lijk van Beowulf wordt naar Hronesness gebracht, waar het gecremeerd wordt. Er wordt verteld hoe een treurzang wordt gezongen terwijl er in cirkels rond de grafheuvel wordt gelopen. Skalunda hög wordt wel gezien als de grafheuvel van Beowulf.

In de Skjoldungesaga wordt verteld dat Sigurd Ring (735–756) zich, na het oplopen van een zware verwonding, liet neerleggen op een verhoging op het achterste deel van zijn schip. Men liet het schip de zee opvaren en stak het in brand. Daarna werd een grafheuvel op het strand opgeworpen en deze kreeg de naam Ringhøje. De Møllehøj von Årslev op Funen wordt wel met dit verhaal in verband gebracht, deze grafheuvel wordt ook Ringshøj of Ringstedhøj genoemd.

In de Ynglingesaga wordt beschreven dat men de as van de overledene in zee werpt of in de bodem begraaft. Als aandenken aan belangrijke mensen wordt een grafheuvel opgericht.

Als een koning voor welvaart had gezorgd tijdens zijn leven, werd aangenomen dat dit ook na zijn dood zo zou zijn. Daarom was de plaats van de grafheuvel belangrijk. Na de dood van Halfdan de Zwarte ontstond een strijd om deze plek. Als oplossing werd het lijk in vieren gedeeld en werden vier grafheuvels opgeworpen, zo werd door Snorri Sturluson beschreven in de Hálfdanar saga svarta. Het hoofd van Halfdan de Zwarte zou in Ringerike zijn begraven.

Een van de meest bekende beschrijvingen van een begrafenis bij de Wolga is geschreven door de arabische diplomaat Ahmed ibn Fadlan. De prins werd eerst in een tijdelijk graf begraven en er werden nieuwe kleren voor hem gemaakt. Een slavin kreeg een bedwelmende drank en zong luid, ze werd goed bewaakt. Een belangrijk schip werd aan wal gesleept en op een houten platform geplaatst. Er was een bed voor de prins en een oude vrouw was verantwoordelijk voor de rituelen. De prins werd opgegraven, kreeg de nieuwe kleren aan en hij kreeg de bedwelmende drank, snaarinstrumenten en fruit. Er werden paarden, een kip en een haan geofferd. De slavin ging van tent tot tent en had seksuele omgang met de mannen. Nadertijd kreeg zij nog meer bedwelmende drank en ze zag de andere wereld. De eerste keer vertelde ze dat ze haar ouders zag, de tweede keer zag ze haar hele familie en de derde keer zag ze haar meester. Ze werd naar het schip geleid en haar armband werd afgenomen. Haar vinger werd gegeven aan de dochter van de oude vrouw, die haar had bewaakt. Op het schip kreeg ze nog meer bedwelmende drank. Ze werd in de tent gebracht en de mannen sloegen op hun schilden, zodat de mensen haar geschreeuw niet konden horen. Zes mannen gingen de tent binnen en hadden seksuele omgang met de vrouw. Nadien werd ze op het bed gelegd en haar armen en benen werden vastgehouden door twee van de mannen. De oude vrouw legde een touw om haar nek en de twee andere mannen trokken hier aan. De oude vrouw stak het meisje met een mes tussen de ribben. Daarna kwam de familie van de prins met een fakkel en het schip werd in brand gestoken. Later werd er een grafheuvel opgeworpen op de as van het schip, in het midden kwam een stok van een berk. De naam van de prins werd hier op geschreven en de mensen vertrokken met hun schepen.

Dateringen[bewerken]

Verschillende typenn grafheuvels uit "Stonehenge Today and Yesterday"

Grafheuvels werden opgeworpen in de late steentijd, de bronstijd en de ijzertijd.

Neolithicum[bewerken]

In de late steentijd werd men vaak begraven in een kuil, waaroverheen de heuvel werd opgeworpen. De heuvels hadden vaak één of meer kransen van palen door de voet van de heuvel, een traditie die men tot in de vroege bronstijd en ijzertijd terugziet.[1]

Bronstijd[bewerken]

In de koper- en vroege bronstijd van Rusland zien we de verdere ontwikkeling van de koergan. Deze ontwikkeling begon in de Samaracultuur met individuele graven of kleine groepen, soms met steen afgedekt. In de Chvalynskcultuur vinden we groepsgraven. Op en rond de koergans zijn vele koergansteles aangetroffen. De verspreiding van deze koergans is in verband gebracht met de verspreiding van de Indo-Europese talen, men spreekt hierbij van de koerganhypothese.

De grafheuvels uit de midden- en late bronstijd zijn anders opgebouwd en worden ringwalheuvels genoemd. Dit type grafheuvel kenmerkt zich door een heuvel in het midden, met daaromheen een greppel, omgeven door een wal van aarde. In grafheuvels die in de vroege bronstijd zijn opgeworpen bevinden zich soms keien.

Vanaf de vroege tot late bronstijd vindt men crematieurnen met asresten in de heuvel. In de midden-bronstijd wordt de dode soms in een uitgeholde boom (boomkist) begraven.

In Midden-Europa vindt men de zogenaamde grafheuvelcultuur.

IJzertijd[bewerken]

In de ijzertijd werd het lijk verbrand, en de heuvel over deze plek opgeworpen.

De Hallstatt-cultuur kenmerkt zich door enorme grafheuvels, waarvan sommige een stenen kern hebben. De graven zijn voorzien van vele bijgiften, zoals wapens, gebruiksvoorwerpen en in enkele gevallen grote bronzen emmers (z.g. Situlae), waarvan het doel niet helemaal duidelijk is. Uit enkele grafheuvels zijn prachtige houten wagens bekend, net als in de grote grafheuvels van het Hallstatt-kerngebied in Zuid-Duitsland/Oost-Frankrijk.

Van de Scythische volkeren zijn in Oost-Europa en Centraal-Azië vele, vaak zeer grote grafheuvels bekend. In de Altaj werd in een koergan uit de tijd van de Scythische Pazyrykcultuur het graf van de Oekokprinses gevonden.

Grafheuvels in Europa[bewerken]

Bulgarije[bewerken]

Grafheuvels (Могила) ontstonden in Bulgarije tijdens de bronstijd, ze zijn kenmerkend voor de Thracische cultuur en werden opgeworpen tot de klassieke oudheid. De grafheuvels zijn tegenwoordig enkele tientallen centimeters hoog, maar er bestaan ook grafheuvels van 20 meter hoogte. Ze liggen solitair of verzameld in een necropolis. Er zijn meer dan 3.000 grafheuvels bekend in het land.

Het graf werd in de grond gegraven of boven de grond aangelegd, ze waren van hout of steen. Daarna werd de heuvel opgeworpen. Enkele grafheuvels worden omring door stenen blokken (krepis) om aardverschuivingen te voorkomen.

De grafheuvels werden gebruikt voor secundaire en tertiaire begravingen. Er zijn ook lege grafheuvels aangetroffen, aangenomen wordt dat zij dienden als cenotaaf. Er zijn ook theorieën, o.a. door Diana Gergova, dat het om de uitbeelding van sterrenbeelden zou gaan.

In Bulgarije is het Thracisch graf van Sveshtari op de Werelderfgoedlijst geplaatst, dit geldt ook voor het Thracisch graf van Kazanlak. In een andere grafheuvel werd in 1949 de schat van Panagyurishte aangetroffen, deze bevatte in totaal 6,164 kilo 24-karaats goud. In 1985 werd per toeval de schat van Rogozen ontdekt, deze bevat meer dan 20 kilo zilver. In 2012 werd een goudschat aangetroffen in een grafheuvel uit de vierde eeuw v. Chr.[2][3]. Ook bij Aleksandrovo werd een grafheuvel opgegraven, deze werd in 2000 ontdekt. Deze staat bekend om de goed bewaarde fresco's, o.a. Zalmoxis wordt afgebeeld met een dubbele bijl.

In Karanovo werden in 2008 grafrovers betrapt, archeologen vonden later een wagengraf en een jaar later werd de grafkamer aangetroffen. Deze grafkamer werd gebouwd in een bestaande grafheuvel, wat ongebruikelijk was voor dit type. Aan de hand van de grafgiften kan men afleiden dat het om een man van aanzien ging en hier werd normaal gesproken een nieuwe grafheuvel voor opgeworpen. De al bestaande grafheuvel was zo'n 14 meter hoog en moet een dubbele grafkamer bevatten, deze is nog niet opgegraven. Men neemt aan dat de begraven paarden de wagen naar de plek in de grafheuvel hebben getrokken[4].

Denemarken[bewerken]

Men vindt een boomkist in het midden van de opgegraven Borum Eshøj, Julius Magnus Petersen, 17 september 1875, Nationalmuseet
Grafheuvel bij Jægerspris, Søren L. Lange, 1799
̼Landschap met jongetje zittend voor een grafheuvel, Georg Emil Libert, 1885

In Denemarken zijn sporen van zo'n 85.000 grafheuvels (gravhøj) aangetroffen, er zijn meer dan 22.000 beschermde grafheuvels in het land. De grafheuvels zijn opgericht in het neolithicum tot het eind van de Vikingtijd, toen het christendom zijn intrede deed.

Veel grafheuvels zijn verdwenen, bijvoorbeeld bij het ploegen of door (illegale) opgravingen. De stenen werden wel gebruikt voor de bouw van wegen, kerken en kastelen. In 1937 werd een wet in werking gesteld om de grafheuvels te beschermen, maar veel landeigenaren hebben in de korte tijd daarvoor nog grafheuvels verwijderd uit het landschap voor het te laat was om dit te kunnen doen.

De meeste grafheuvels uit het vroege neolithicum zijn rond (rundhøj), maar er komen ook langwerpige grafheuvels voor. De grafkamers waren eerst van hout. In het eind van het vroege neolithicum werden meerdere stenen gebruikt om de kamer af te dekken en het ganggraf (jættestue) ontstond. Er werden meerdere personen in begraven, die eerst ontvleesd werden (excarnatie). Hierna was het gebruikelijk dat er één persoon begraven, waarna de grafheuvel werd opgeworpen. De heuvel kon weer worden gebruikt voor een latere begrafenis en werd dan hoger. Er werd ook wel een hek rond de grafheuvel aangelegd. Aan het eind van het neolithicum werden personen in een hellekiste begraven, hellekisten komen voor in Seeland, Jutland (en Skåne). Sommige grafheuvels zijn leeg en kunnen gebouwd zijn als gedenkteken.

In de eerste helft van de bronstijd werden eiken boomkisten gebruikt en hierop werd een heuvel van turf aangelegd. Rond de heuvel werd soms een lage muur van stenen aangelegd. Een voorbeeld is Storhøj waar het Egtved meisje in aangetroffen werd. Ook de grootste grafheuvel van Denemarken, Hohøj, behoort tot dit tijdperk. Deze grafheuvel is 72 meter in doorsnede en 12 meter hoog en is bekend door de openbare bijeenkomsten. Volgens een legende is koning Ho met een pantser en een zwaard van puur goud in de grafheuvel begraven. Grafheuvels waren in de bronstijd belangrijke plaatsen in het landschap. In de late bronstijd werden urnen begraven in bestaande grafheuvels.

In de vroege ijzertijd werden nog altijd urnen gebruikt, maar deze werden nu geplaatst in lage grafheuvels (nauwelijks een meter hoog). Deze grafheuvels werden omringd door een gracht. Dit type grafheuvel (tuegrav) is grotendeels verdwenen door landbouw. Aan het eind van de ijzertijd, bekend als de pre-romeinse ijzertijd, en in de Vikingtijd werden weer grote heuvels opgeworpen.

Bekend zijn de koninklijke graven bij Jelling. De grafheuvels van Jelling (van Tyra Danebot en Gorm de Oude) staan, samen met de runenstenen van Jelling en de kerk van Jelling, vermeld op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. De zuidelijke grafheuvel is waarschijnlijk de jongste grafheuvel in Denemarken, hij werd afgerond in ca. 975. Denemarken ging toen over tot het christendom en er werden geen grafheuvels meer opgeworpen.

De grootste historische begraafplaats in Denemarken is de Lindholm Høje, deze heuvel is 42 meter hoog. Er zijn 682 graven aangetroffen. De graven zijn goed bewaard, doordat de heuvel met een laag zand werd bedekt in de middeleeuwen.

Een bekend Vorstengraf (scheepsgraf) is Ladbyhøj. De heuvel was oorspronkelijk hoger, maar is door ploegen genivelleerd.

Grafheuvels hadden (en hebben soms nog altijd) een rituele betekenis. Er werden (en worden) dansen opgevoerd en vergaderingen, zoals een ting (ding), gehouden. Het is door de sagas overgeleverd dat koningen op de heuvels zaten en hier hun macht uitoefenden. Er werd ook wel recht gesproken. Een voorbeeld van een grafheuvel waarop een ting werd gehouden is Anundshög.

Een dansehøj (dansheuvel) heeft een platte top en is ca. 1,5 tot 3,0 meter hoog en heeft een doorsnede van 35 tot 67 meter, de Bredhøj is de meest bekende dansehøj. Op deze grafheuvels met een platte top werden in latere tijden soms klokkenstoelen gebouwd. In sommige gevallen werden grafheuvels echter pas in de middeleeuwen vlak gemaakt om deze klokkenstoel te plaatsen. In sommige gevallen werd er op een grafheuvel met platte top een galg gebouwd, zoals bij de Galgebakken (onderdeel van de Hashøjene-heuvelgroep). Er werden ook dieroffers gebracht op grafheuvels met een platte top.

Aquarel door Julius Magnus Petersen, 1880, Nationalmuseet
Een bautasten op een treudd, Sveriges hednatid , 1877

Ook werden grafheuvels gebruikt als baken (baune), er werden 's nachts vuren ontstoken. Dit was bijvoorbeeld het geval op Hyrdehøj.

Een sneglehøj (slangenheuvel) heeft een pad naar de top. Een gravrøser is gemaakt van stenen. Een treudd is een stervormige cairn met drie armen.

Byhøj is de Deense benaming voor een kunstmatige heuvel, vergelijkbaar met een tell, terp of wierde.

Er werd soms een steen geplaatst op de grafheuvel, deze soort menhir staat bekend als bautasten. De bekendste bautasten is de Hellig Kvinde'op Bornholm. Volgens volksverhalen is dit een heilige vrouw en de kleinere stenen rondom zijn haar kinderen.

In de grafheuvel tussen Haderslev en Kolding werd een compleet huis met drie kamers aangetroffen, ter grootte van de grafheuvel.

Er zijn namen van mythische koningen verbonden aan enkele grafheuvels, zoals de Kong Asger Høj (Møn), de Kong Grøns Høj en de Kong Svends Høj (Lolland), de Kong Humbles Grav en de Kong Renes Høj (Langeland), de Kong Knaps Dige (Jütland) en de Kong Rans Høj (Randbøl). Op Seeland liggen de Kong Skjolds Høj, de Kong Øres Grav en de Kong Suders Høj.

Duitsland[bewerken]

In Duitsland zijn veel grafheuvels (Grabhügel of Hügelgrab) met rijke grafgiften aangetroffen. Deze grafheuvels staan bekend als Fürstengrab of Fürstinnengrab, zie Vorstengraf. De grootste grafheuvel van Midden-Europa (een Vorstengraf uit de ijzertijd) is de Magdalenenberg bij Villingen-Schwenningen. Deze grafheuvel heeft een doorsnede van 100 meter en een hoogte van 10 meter. Naast het centrale heuvelgraf trof men hier 126 andere graven aan met de overblijfselen van 136 personen.

Er zijn talloze grafheuvels geregistreerd, alleen al in Mecklenburg-Voor-Pommeren zijn 4978 Einzelhügelgräber en 81 Hügelgräberfelder met ca. 1274 grafheuvels gevonden. De oude grafheuvels waren honderden jaren een belangrijk onderdeel van het landschap. De grafheuvels werden in de loop der tijd steeds hoger opgeworpen, tot het gebruik ervan stopte en de betekenis ervan vergeten werd. De grafheuvels werden kleiner door weersinvloeden of door menselijk handelen, de akkerbouw heeft veel grafheuvels vernietigd. Toch zijn er nog veel grafheuvels en grafvelden overgebleven en deze worden tegenwoordig door archeologen onderzocht.

In volksverhalen worden de grafheuvels soms in de herinnering gehouden. Sommige grafheuvels staan bekend onder benamingen zoals Mansenberge en Männige Berge, volgens de volksverhalen leven hier mannetjes en/of kabouters.

Ook in de vroege middeleeuwen werden nog grafheuvels opgeworpen. In Mecklenburg-Vorpommern zijn 132 grafheuvels en 5 grafheuvelvelden uit de Slawenzeit (600-1200) bekend.

Dobberworth
Dwarsdoorsnede van de gereconstrueerde grafheuvel bij Heckholzhausen
Grafheuvel op de Bretziner Heide

Het Gräberfeld von Pestrup is de grootste necropolis uit de brons- en ijzertijd van Midden-Europa. Eén van de grootste grafheuvels van Noord-Duitsland is de Dobberworth met een geschat volume van 22.000 m³. Deze grafheuvel heeft een doorsnede van 40 meter, de heuvel is 15 meter hoog en is waarschijnlijk in de bronstijd opgeworpen. Volgens volksverhalen is deze grafheuvel door een reus gebouwd.

De grafheuvels met daarin een urn, aangetroffen in oost-Nedersaksen, staan bekend als Buckelgrab. Bekende Buckelgrabevelde werden aangetroffen bij Lüneburg (bij Oedeme, op de Uhlenberg bij Boltersen en op de Lüneburger Heide bij Bad Bevensen). In Noordwest-Duitsland komen grafheuvels met sleutelgat-vorm voor (Schlüssellochgraben).

Rondom de begrafenis werden rituelen uitgevoerd, waarschijnlijk werd het altaar van Kosbach ook bij rituelen gebruikt.

In enkele gevallen zijn beelden aangetroffen die op of rond de grafheuvel waren opgesteld. Er waren vier beelden rond het Vorstengraf (Glauberg) opgesteld en op de grafheuvel van Ditzingen stond (waarschijnlijk) één beeld; de krijger van Hirschlanden.

De Opstalboom in Oost-Friesland is op een grafheuvel gelegen, later is hier een piramide gebouwd.

Frankrijk[bewerken]

Eén van de grafheuvels van de tumulus de Bougon
Tekening van de grafheuvel van Saint-Michel bij Carnac door archeoloog Zacharie Rouzic (1864-1939)
De dubbele ingang in de grafheuvel van Dissignac, Saint-Nazaire

De tumulus de Bougon is een necropolis uit het neolithicum, er zijn meerdere grafheuvels. Ook de tumulus de champ Châlons bij Courçon is een necropolis, hier zijn vijf grafheuvels aangetroffen..

De tumulus de Bussy-le-Château bevat vijf verschillende grafheuvels langs de rivier de Noblette. De grootste werd gebouwd door de Bourgondiërs en er werd later een windmolen op gebouwd.

De grafheuvel van Saint-Michel in Carnac is de grootste grafheuvel van continentaal Europa. De grafheuvel is 125 meter lang, 60 meter breed en is 12 meter hoog, de grafheuvel werd gebouwd tussen 5000 en 3400 v. Chr. Het was een graf voor leden van de elite. In 1663 werd een kapel op de grafheuvel gebouwd.

Er zijn meerdere grafheuvels aangetroffen bij Locmariaquer.

De tumulus de Dissignac heeft een diameter van 28 meter, een omtrek van 12 meter en een hoogte van 3,2 meter. De grafheuvel heeft twee grafkamers, twee parallelle gangen van 11 meter leiden naar deze grafkamers.

Italië[bewerken]

In Italië is de Necropoli Della Banditaccia (samen met die van Tarquinia) op de Werelderfgoedlijst gezet. Er zijn ook necropolissen aangetroffen bij Vulci, Vetulonia, Populonia, Cortona, Tarquinia.

Er werden bovengrondse grafkamers gebouwd en hierover werd een tumulus'opgeworpen, zie Etruskisch kamergraf. Vanaf ca. 650 v.Chr. worden kamergraven volledig onder de grond gemaakt. Een beroemd voorbeeld is het Regolini-Galassi-graf.

Kroatië[bewerken]

In Kroatië worden grafheuvels in het noorden aangeduid met humcima, meer zuidelijk worden de grafheuvels gomile of gromile genoemd. De grafheuvels zijn rond of ellipsvormig en worden soms omringd door een krans van platte stenen of een stapelmuur. Er zijn grafheuvels aangetroffen met een diameter va 60 meter.

De meeste grafheuvels worden aan de llyriërs toegeschreven. Ze werden echter na het verdwijnen van de Illyriers nog zeker duizend jaar gebruikt voor het begraven van overledenen.

Maklavun is bijzonder door aanwezigheid van een hal (dromos) en grafkamer (tholos). Er zijn sterke aanwijzingen dat het gaat om een zonne-observatorium gaat, de ingang van de dromos is gericht op het punt de winterzonnewende. De grafheuvel is gebouwd in de bronstijd. Er vind archeologisch onderzoek plaats. De grafheuvel wordt bedreigt door afgravingen in de nabije steengroeve.

Op de hellingen van de Papuk werd een groep van tenmisnte 20 grafheuvels aangetroffen, waaronder een vorstengraf. Zij zijn gebouwd tussen 800 en 400 v.Chr. In de bergen van Žumberak werden 140 grafheuvels gevonden.

De grafheuvel bij Krč Bosiljevski heeft een diameter van 50 tot 60 meter en is 6 tot 7 meter hoog. Er werd aardewerk van de Laninjska cultuur aangetroffen.

Noorwegen[bewerken]

Opgraving van het Osebergschip in de Oseberghaugen, 1904

In Noorwegen zijn grafheuvels (gravhaug) met een ronde vorm (rundhaug) en met een ovale vorm (langhauger). Ze voornamelijk gebouwd in Scandinavische ijzertijd tot in de Vikingtijd. Gravrøyser kwamen voor in de bronstijd. In de ijzertijd werden ook treudds gebouwd, maar zij zijn in Noorwegen zeldzaam. Ook de hellekiste komt in Noorwegen niet vaak voor, er zijn enkele gevonden in Østfold.

De grafheuvels lijken zich te concentreren op bepaalde plaatsen in een woongebied en lijken verbonden te zijn aan het hoger gestelde deel van de boeren in voorchristelijke tijden.

Er zijn meerdere koningsgraven (Kongs Hauger), ze hebben een diameter van ongeveer 40 tot 50 meter en zijn ca. 10,5 meter hoog. Voorbeelden zijn de Borrehaugene (hier zijn nu nog 7 grafheuvels en 1 cairn zichtbaar), de Oseberghaugen (met het Osebergschip), de Gokstadhaugen (met het Gokstadschip), de Karnilshaugen en de enorme Jellhaugen (ovaal; 85 bij 70 meter) en Raknehaugen (met een doorsnede van 100 meter en een hoogte van 15 meter, de grootste grafheuvel in Scandinavië). De Grønhaug bevat ook een scheepsgraf.

Op het Hunnfeltene bij Fredrikstad zijn honderden grafheuvels ontdekt. Er loopt op het terrein ook een holle weg.

Tsjechië[bewerken]

Een van de grafheuvels op de Baba bij Ševětín

Een bekende grafheuvel (mohyla) in Tsjechië is de Mohyla v Chotouni in Okres Kolín. Er zijn ook vorstengraven aangetroffen, zoals het Vorstengraf (Blučina) en het Vorstengraf (Mušov).

Zweden[bewerken]

De grafheuvels bij Gamla Uppsala, Arthus Bertrand, 1852

In Zweden zijn grafheuvels (gravkulle, gravhög, högen) gebouwd in het neolithicum tot in de Vikingtijd. Een storhög is een ongewoon grote grafheuvel, tenminste 20 meter in diameter. In de vroege bronstijd werden ze in halfronde vorm gebouwd in Skåne en Småland. In de vroege ijzertijd werden ze gebouwd in Götaland, Svealand en Norrland. Deze hadden rechte zijkanten en een afgeplatte top. In Götaland, Svealand en Norrland werden in de vroege bronstijd stenen heuvels gebouwd, deze werden niet met aarde bedekt.

Map met grafheuvels bij Kungsgården, ca. 1860
Opgraving van de westelijke grafheuvel bij Gamla Uppsala, 1874

De grootste grafheuvel van Zweden is de Anundshög, met een doorsnede van 60 meter en een hoogte van 10 meter. Deze grafheuvel wordt in verband gebracht met "Bröt-Anund" uit de Ynnlingensaga.

De grootste grafheuvel van Södermanland is de Uppsa kulle. Deze grafheuvel is nog niet onderzocht. Aangenomen wordt dat de grafkamer is ingestort, omdat er een kuil in de top van de grafheuvel zit. Volgens de verhalen is het de grafheuvel van Ingjald Illråde, zoon van Bröt-Anund.

De Skalunda hög is de grootste grafheuvel in Västergötland en één van de grootste grafheuvels in Scandinavië. De diameter van de grafheuvel is 65 meter en de heuvel is 7 meter hoog. De namen Lagmansgården en Lagmanstorp wijzen erop dat de wetsprekers van de Gauten in Skalunda verbleven. Beowulf zou in deze grafheuvel begraven liggen, maar de grafheuvel is nog niet onderzocht.

Gamla Uppsala staat vermeld op de Werelderfgoedlijst. Dit was de plek waar het ting van heel Zweden (allra Svía þing of Þing allra Svía) gehouden werd, dit viel samen met de jaarlijkse dísablót en disting (markt).

Het agrarisch landschap van Zuid-Öland staat ook op de Werelderfgoedlijst en omvat grafheuvels uit de bronstijd.

Het grafveld (gravfält) van Högom bevatte tenminste 17 grafheuvels, waarvan er nog 10 zichtbaar zijn. Vier grafheuvels hebben een diameter van 40 meter en zijn tussen de 4 en 5 meter hoog.

Lijst van grafheuvels in Europa[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Grafheuvels in België en Grafheuvels in Nederland

Buiten Europa[bewerken]

Illustratie van een gedeelte van Cahokia Mounds, de overblijfselen van de woodhenge bij heuvel 72 en heuvel 96 tonen de langste dag de kortste dag en de equinoxen
Grave Creek Mound is een van de grootste grafheuvels van de Verenigde Staten en behoort tot de Adena-cultuur
Eén van de grafheuvels van Xi Han wuling, China
De fukiishi van de Goshikizuka Kofun in Kobe is hersteld
  • Verenigde Staten:
    • Monks Mound is groter dan de Grote Piramide van Gizeh. Ten westen van Monks Mound werd een woodhenge aangetroffen, de palen markeren nachteveningen en zonnewende. Uit grafheuvel 72 werden meer dan 250 doden opgegraven. Cahokia bevatte 120 kunstmatige aarden heuvels, waarvan er nog 80 behouden zijn. Het is een treffend voorbeeld van een complexe chiefdomsamenleving met veel grafheuvel-centra en tal van afgelegen gehuchten en dorpen.
    • De Ojibweg begroeven hun doden in grafheuvels, waar vaak een jiibegamig of “zielenhuis” bovenop geplaatst werd, en die gemarkeerd werden met een houten gedenkteken met de odoodem (het clanteken) van de overledene erop gegraveerd.
    • De Grave Creek Mound is een van de grootste conische grafheuvels van de Verenigde Staten. De diameter is 73 meter en de grafheuvel is 19 meter hoog. Moundsville dankt zijn naam aan deze nabijgelegen grafheuvel.
  • Colombia: de San Agustín-indianen bouwden grafheuvels, het archeologisch park San Agustin staat vermeld op de Werelderfgoedlijst.
  • De vroegste monumenten van de Mayacultuur bestaan uit eenvoudige, soms met cement bedekte grafheuvels. Hieruit ontwikkelden zich de uit steen opgetrokken piramiden.
  • Op de top van Nemrut Dağı ligt een 50 meter hoge grafheuvel in de vorm van een piramide.
  • Het graf van Qin Shi Huang is nooit geopend; de grafheuvel was oorspronkelijk 115 meter hoog en begroeid met gras en bomen, de grafheuvel werd omringd door 10 tot 12 meter dikke muren. Het terracottaleger staat in vijf kuilen op twee kilometer van de grafheuvel.
  • Japan: uit de Kofunperiode is de kofun bekend. Een kofun wordt soms afgedekt met een fukiishi (stenen uit een rivierbedding). In Nabari ligt een sleutelvormige grafheuvel.
  • De Xi Han wuling zijn vijf grafheuvels van keizers van de westerse Han-dynastie, er werden later nog vier grafheuvels opgeworpen.
  • Bahrein: A'ali is beroemd om de Dilmun-grafheuvels, die zich bevinden op (voor zover bekend) de grootste begraafplaats ter wereld (85.000 graven), waarvan sommige teruggaan tot 4100 v.Chr., waarvan de Qal'at al-Bahrein die boven de stad uitsteekt deel uitmaakt.
  • Uit de prehistorische gewone tumuligraven ontwikkelden zich bij de Oude Egyptenaren de mastabagraven en later de piramiden.
  • In de Kemi-Obacultuur werden de doden onder grafheuvels begraven, vaak van een vrij complexe structuur, waarbij veelvuldig gebruik werd gemaakt van steen en hout. Rond de centrale structuur werd, soms op enige afstand, een steencirkel geconstrueerd en het geheel bedekt met aarde. Soms werd op de heuvel een antropomorfe stele of verticale langwerpige steen (menhir) geplaatst, mogelijk ter ere van belangrijke persoonlijkheden.

Trivia[bewerken]

Witte wieven die, volgens Johan Picardt, grafheuvels bewonen op een ets uit 1660

Rondom grafheuvels bestaan veel volksverhalen, bijvoorbeeld over spoken, spookdieren (zoals de helhond), geesten, reuzen, elfen, witte wieven en kabouters (zie woonplaatsen van kabouters). Er bestaan veel volksverhalen over de vondst van schatten, die spoorloos verdwijnen zodra ze worden aangeraakt.

  • Het hunebed D13 wordt ook wel de Stemberg genoemd. Het verhaal wil dat in 1730 (anderen bronnen zeggen in 1756) een stenendelver op de door hem gevonden grafheuvel klopte en dacht, vanwege de holle klank, dat hij stemmen hoorde. Meer waarschijnlijk is stemberg een verbastering van steenberg.
  • 'Oudenberg' zou een verbastering zijn van 'Odinberg', dus de berg gewijd aan de Germaanse oppergod Odin. De huidige kapel zou staan op de plek van het heiligdom. De Oudenberg zou een grafheuvel zijn.
  • Het Vorstengraf bij Oss wordt ook wel Hans Joppenberg genoemd, naar de naam van de kabouter.
  • Bij Hoogeloon zou kabouterkoning Kyrië geregeerd hebben, de grafheuvel wordt Kabouterberg genoemd.
  • De naam van de Schelleguurtjesbelt in Gelderland komt van Schele Guurte, zie Het verhaal van Schele Guurte.
  • Over de Auveleberg bestaan verhalen over Alvermannekes, er bestaan meerdere Auvelebergen.
  • De Sommeltjes trokken weg toen de Sommeltjesberg op Texel werd afgegraven.
  • Zie ook Elfenheuvel, Simeliberg en De grafheuvel.
  • In Bergeijk bestaan volksverhalen over zwarte katten die 's nachts rond de grafheuvels dansen.
  • Bij Landrop (bij Hoogeloon) dansten heksen op de Kattenberg, een grafheuvel uit 1400 v.Chr.[5]
  • In de Táin Bó Cúailnge wordt Fráech mac Idad na zijn dood door honderdvijftig vrouwen van de Sídhe zijn grafheuvel in gedragen.
  • Volgens de verhalen ligt Medb begraven in een grafheuvel op de berg Knocknarea.
  • In Midden-aarde (uit de boeken van J.R.R. Tolkien) ligt Tyrn Gorthad (Barrow-downs of de grafheuvels)
  • Olga van Kiev zou bij de grafheuvel van Igor van Kiev 5000 Drevljanen ter dood gebracht hebben.
  • Er bestaan veel volksverhalen over de vondst van schatten, die spoorloos verdwijnen zodra ze worden aangeraakt.
  • "Branwen haar graf" of "Bedd Branwen" is de grafheuvel van Branwen uit de Welshe mythologie.
  • Het centrum (een heuvel van 20 meter diameter en van ongeveer 5 meter hoogte) van Rujm al-Hīrī (“hoogte van de wilde kat”) zou het graf zijn van de reus Goliath of Og.
  • De draugen spookt rond bij de grafheuvel en beschermt meestal een schat.
  • Hlaiwa of Leeuw betekent "bij de grafheuvels".

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties