Vroege middeleeuwen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Replica van de helm van Sutton Hoo; het origineel werd begraven met de Angelsaksische leider — waarschijnlijk koning Rædwald van East Anglia, ca 620[1]

Onder vroege middeleeuwen verstaat men in het algemeen de periode die loopt van de 5e eeuw (de val van het West-Romeinse Rijk) tot het einde van de 10e eeuw, meer in het bijzonder als onderdeel van de geschiedenis van Europa.

De term 'donkere middeleeuwen'[bewerken]

Soms gebruikt men hiervoor ook wel de term 'duistere' of 'donkere middeleeuwen', omdat er - door de chaos die veroorzaakt was door de vele invasiegolven van op drift geraakte volkeren - uit deze periode weinig schriftelijke bronnen zijn overgeleverd en onze kennis hierover dus grote lacunes vertoont. Ook de achteruitgang van bevolking en levensstandaard, in vergelijking met die in de Romeinse tijd, is een reden deze eeuwen te beschouwen als een periode van verval. Het tij keerde in West-Europa pas enigszins met de Karolingische renaissance, dus tijdens het bewind van Karel de Grote (768-814).

Deze perceptie van achteruitgang, vooral het resultaat van culturele houdingen ten opzichte van de middeleeuwen die te bespeuren zijn in de geschiedsschrijving van de Renaissance en Verlichting, is echter geenszins onbetwist. In academische geschiedsschrijving wordt vrijwel altijd gesproken van de vroege middeleeuwen, om het in sommige opzichten onterechte waardeoordeel impliciet in de term donkere middeleeuwen (Dark ages) te vermijden.

Geschiedenis[bewerken]

Val van het West-Romeinse Rijk[bewerken]

Invasies in het Romeinse Rijk
Periodes uit de
westerse geschiedenis


Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis
Portaal  Portaalicoon  Middeleeuwen

Het binnendringen van verschillende "barbaarse" volkeren binnen de grenzen van het Rijk, de volksverhuizingen. Vaak ging het om agressieve invallen zonder meer, maar sommigen kregen de toestemming van de keizer om zich te vestigen in het Romeinse gebied. Zij kregen hierbij de status foederati. Tijdens en na de val van het West-Romeinse Rijk volgde een zeer onrustige periode, waarin verschillende vaak kortstondige rijkjes gesticht werden op het vroeger Romeinse grondgebied. Veel van deze nieuwe volksstammen waren al voordat zij zich op Romeins gebied vestigden overgegaan tot het christendom, hoewel meestal tot een afwijkende vorm daarvan, het arianisme.

Byzantijnse Rijk[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Byzantijnse Rijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Om problemen bij de troonopvolging te voorkomen had Diocletianus als eerste het rijk in een oostelijke en een westelijke rijkshelft verdeeld, elk met zijn eigen augustus (opperkeizer). De beslissing van Constantijn om de hoofdstad te verplaatsen naar Constantinopel had verstrekkende gevolgen. Het zwaartepunt van het rijk werd verplaatst naar het oosten. Ook het feit dat Constantinopel zeer strategisch gelegen is en bovendien goed te verdedigen, droeg ertoe bij dat het Oost-Romeinse Rijk zou blijven bestaan.

In de interne politiek van het Oost-Romeinse Rijk speelden, zoals in het West-Romeinse Rijk, Germaanse legeraanvoerders ook een dominante rol. Met behulp van soldaten uit Isaurië, het bergachtige westen van Cilicië, maakte keizer Zeno (474-491) hier een einde aan.
Het Balkanschiereiland werd nog lange tijd onveilig gemaakt door de Ostrogoten. Keizer Zeno slaagde erin de Ostrogoten naar Italië te doen trekken om dit te veroveren. Onder hun koning Theodorik, die was opgegroeid aan het hof te Constantinopel, vielen zij in 489 Italië binnen. Een Romeins hulpkorps vergezelde hen. De koning der Germanen in Italië, Odoaker, werd in twee veldslagen verslagen. Odoaker verschanste zich in het vrijwel onneembare Ravenna. In 493 werd een verdrag gesloten volgens welke de twee koningen de heerschappij zouden delen. Voor Theodorik was dit slechts een tijdelijke oplossing. Korte tijd later werd Odoaker eigenhandig door hem gedood en werden zijn Germaanse soldaten afgeslacht. Sindsdien heersten Theodorik (493-526) en zijn Ostrogoten over Italië.

Nieuwe rijken[bewerken]

Frankische rijk[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Frankische Rijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Franken vormden de eerste stabiele en machtige staat in West-Europa na de verdwijning van het West-Romeinse rijk. Onder de Merovingische koningen werd het Frankische rijk steeds meer een centraal geregeerde staat.

Karel Martel wist de Frankische Burgeroorlog (715-718) te winnen en zo de weg vrij maakte voor de dynastie der Karolingers, die de titel Koning der Franken van de Merovingen zouden overnemen.

Het Verdrag van Verdun (843), het Verdrag van Prüm (855) en het Verdrag van Meerssen (870) zullen de verdere geschiedenis van West-Europa bepalen.

Visigotische Rijk en Al-Andalus[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Visigotische Rijk en Al-Andalus voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

De Visigoten, die zich sinds begin 5e eeuw in Spanje hadden gevestigd, werden begin 8e eeuw door de Moren overrompeld. Een klein christelijk gebied, Asturië, bleef over. In 750 werden de Omajjaden verdreven door de Abbasiden. De Omajjadische prins Abd al-Rahman I kon de dans ontspringen en vluchtte naar Spanje waar hij het Emiraat Córdoba stichtte.

Ostrogotische Rijk[bewerken]

Vanaf het moment, dat Theodorik de Grote, Odoaker in twee kliefde, werd Italië een deel van het Ostrogotische Rijk. De laatste hoofstad van het West-Romeinse Rijk, Ravenna werd ook hun hoofdstad.

Longobardische Rijk[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Longobarden voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Avaarse Rijk[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Avaarse Rijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Magyaren[bewerken]

1rightarrow blue.svg Geschiedenis van Hongarije

Na de Slag bij Pressburg (907) viel het Groot-Moravische Rijk uiteen en stichtten de Magyaarse huurlingen het vorstendom Hongarije. Samen met de Saracenen en de Vikingen zullen zij gedurende de tiende eeuw Europa teisteren.

Bulgaarse Rijk[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Eerste Bulgaarse Rijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na het ineenstorten van het Eerste Rijk der Göktürken komen de Khazaren aan de macht, die op hun beurt een andere Turkse stam, de Onogur-Bulgaren naar het Westen verdrijven. Op hun beurt verdrijven zij de Avaren. Een deel van de Bulgaren hadden zich onder Asparuch aan de benedenloop van de Donau gevestigd en een nieuw rijk gesticht. Het Eerste Bulgaarse Rijk. Hoewel zij zelf een andere taal spraken, waren hun meeste onderdanen daar Slaven en zo ontstond allengs een Zuid Slavisch Bulgaars rijk. In 680 leed Constantijn verlies tegen hen en moest hij het bestaan van een onafhankelijk rijk in de voormalige provincie Moesia erkennen.

Vikingen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Geschiedenis van de Vikingen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De ongebreidelde expansiedrang en de daarbij horende kerstening van Karel de Grote, maakte de inwoners van het Noorden boos.

Arabische Rijk[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Islamitische veroveringen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Maatschappij[bewerken]

Levensomstandigheden[bewerken]

Eeuwenlang vormden de Rijn en de Donau de noordgrens van het Romeinse Rijk en daarmee ook de grens tussen beschaving en barbaren. Het Romeinse Rijk was een sedentaire beschaving met een gecentraliseerd gezag en een beroepsleger. De economie was deels afhankelijk van slaven, die werkten op de domeinen van de elite. De Romeinse steden waren vooral bestuurlijke en administratieve centra. Brood, wijn en olijfolie vormden het dagelijks menu. Ten noorden van deze grenzen woonden verschillende Germaanse stammen. De Germanen waren in deze tijd nog half-nomadisch en leefden naast akkerbouw van hun kudden. Vechten en plunderen waren voor de vrije mannen onder hen een normaal onderdeel van het bestaan. Het is niet verwonderlijk dat vele Germanen zich graag binnen het rijk met zijn hogere levensstandaard wilden vestigen. In de loop der eeuwen nam de druk op de grenzen van het Romeinse Rijk toe.

Massale bevolkingssterfte[bewerken]

Inhoud van een merovingisch vrouwengraf (Vrijthof, Maastricht)

De Europese bevolking, die aan het begin van de Christelijke jaartelling ongeveer 70 miljoen zielen telde[2], kromp in de vroege middeleeuwen tot 20-30 miljoen. Dit was niet door toedoen van massale slachtingen door oorlogsgeweld of grote hongersnoden, hoewel die ook een aanzienlijke tol eisten. De belangrijkste oorzaak lijkt te zijn dat er voorheen onbekende epidemische ziektes, meekomend met de invallende steppevolkeren, opdoken die massaal om zich heen grepen. De bevolking had hiertegen vooralsnog geen enkele natuurlijke weerstand en het sterftepercentage bij besmetting was meestal meer dan 50% (vergelijk de enorme sterfte door ziekten onder de indianen tijdens de tijd van de Spaanse Conquistadores). Bekend van kroniekschrijvers uit die periode is een gigantische sterfte in het Byzantijnse Rijk ten tijde van keizer Justinianus I als gevolg van een uitbraak van de pest. De eerste uitbraak was rond 542, waarna deze ziekte lange tijd elke twaalf tot twintig jaar zou terugkeren.

Leenstelsel[bewerken]

Rond 800 ontstond een element van de middeleeuwse maatschappij, het leenstelsel, dat ook met de term feodalisme aangegeven wordt. Essentieel aan het middeleeuwse leenstelsel is de combinatie van vazalliteit en beneficium, het leen dat de vazal ontvangt om in zijn levensonderhoud te voorzien. Overigens ontvingen lang niet alle vazallen een leen. Om vazal te worden moest men een eed van trouw aan de heer zweren. Tot zijn dood was de vazal verplicht zijn heer met raad en daad (consilium et auxilium) bij te staan.

Religie[bewerken]

Christendom[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Geschiedenis van het christendom voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Vroeg-christelijke grafsteen (Maastricht, 5e eeuw)

Gedurende de gehele middeleeuwen was het christendom in zowel het Latijnse Westen als het Griekse Oosten de heersende godsdienst met doorgaans grote invloed op het dagelijks leven.

Constantijn de Grote gaf de christenen met het Edict van Milaan (313) vrijheid van godsdienst. Keizer Theodosius I maakte het christendom in 380 zelfs staatsgodsdienst. De geloofsbelijdenis zoals vastgesteld door het concilie van Nicea (325) werd voortaan als orthodox beschouwd. De heidense cultus werd verboden en de tempels gesloten.

Het feit dat een deel van de Germanen reeds (ariaans) christen waren, vergemakkelijkte hun integratie in de Romeins-Griekse cultuur. Clovis I, de eerste koning van de Franken, bekeerde zich omstreeks 500 tot het katholicisme, gevolgd door een deel van de Frankische elite. Ook de Longobarden bekeerden zich. Volgens de overlevering werd het Bisdom Tongeren, het oudste bisdom in de Nederlanden, al in de 3e eeuw gesticht, maar hiervoor is geen bewijs voorhanden.[3] Domitianus van Hoei was in 535 de eerste bisschop, waarvan vaststaat dat hij te Maastricht resideerde. Vanaf de 6e eeuw werden er in Noordwest-Europa ook steeds meer kloosters gesticht, zoals de Abdij van Luxeuil en de Sint-Medardusabdij. In de Lage Landen gebeurde dit vanaf de 7e eeuw: in 640 de Abdij van Nijvel, in 648 de Abdij van Stavelot, omstreeks 655 de Abdij van Sint-Truiden en in 714 de Abdij van Susteren. Vanaf eind 7e eeuw verbreidt het orthodoxe (Roomse) christendom zich onder invloed van Angelsaksische missionarissen in het huidige Nederland en België.

In de eerste drie eeuwen na Karel de Grote breidde het christendom zich verder uit. Landen die in deze periode tot het christendom zijn overgegaan zijn Moravië, Bohemen, Bulgarije, Polen, Hongarije en het Kievse Rijk.[4]

Iconoclasme[bewerken]

Iconoclasme is de aanduiding van een periode in de geschiedenis van de Oosterse Kerk (730-843), waarin het vervaardigen en het vereren van afbeeldingen (iconen) verboden was. De tegenstanders van het gebruik van iconen werden iconoclasten genoemd, en de voorstanders werden iconodulen genoemd.

Islam[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Islam voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tijdens de zevende eeuw ontstond de islam op het Arabisch Schiereiland. De islamitische profeet Mohammed werd geboren in Mekka rond 570 en begon te prediken in deze stad rond 610. In 622 migreerde hij naar Medina. Van daaruit verenigden hij en zijn gezellen de Arabische stammen onder de vlag van de islam. Mohammed stichtte een nieuwe verenigde staat op het Arabische schiereiland, dewelke tijdens de op elkaar volgende Rashidun en Omajjaden kalifaten een eeuw van snelle groei van Arabische macht betekende, ver buiten de grenzen van het Arabische schiereiland. In enkele decennia slaagden de islamieten erin het Byzantijnse leger te verslaan en het Perzische Rijk te vernietigen. De islamitische staat groeide uit tot een groot islamitisch Arabisch Rijk met een invloedssfeer van Noordwest-India via Centraal-Azië, het Midden-Oosten, Noord-Afrika, Zuid-Italië en het Iberisch Schiereiland tot aan de Pyreneeën. De politieke focus van de moslimwereld verschoof naar de veroverde gebieden,[5][6] maar Mekka en Medina bleven wel de belangrijkste religieuze plaatsen in de moslimwereld. De Koran schrijft voor dat elke moslim die hiertoe de mogelijkheid heeft, eenmaal in zijn leven een pelgrimstocht of Hadj naar Mekka dient te maken tijdens de islamitische maand Dhu al-Hijjah.[7] Bij de al-Masjid al-Haram (de Grote Moskee) in Mekka bevindt zich de Kaäba, de meest heilige voor de islam, en de Masjid al-Nabawi (de Moskee van de Profeet) in Medina is de plaats waar Mohammed begraven werd. Zo werden Mekka en Medina vanaf de zevende eeuw bedevaartsoorden voor grote aantallen moslims van over de hele islamitische wereld.[8]

Sjiieten en soennieten[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Stromingen in de islam voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Ali, neef en schoonzoon van Mohammed, was niet aanwezig toen Aboe Bakr werd aangesteld tot kalief. De aanhangers van Ali zijn van mening dat de kalief niet gekozen kon worden, maar dat het leiderschap van nature over gaat tot een lid van de familie van Mohammed, in dit geval dus Ali. Volgens hen moet de kalief dus een directe bloedband hebben met Mohammed. De soennitische moslims verwerpen deze theologie en zijn van mening dat het geloof in God en in Zijn boodschapper volledig los staat van familie of bloedband. De aanstelling van Aboe Bakr tot kalief wordt door de soennieten bekrachtigd door het feit dat Mohammed het gebed in de moskee aan Aboe Bakr liet leiden toen hij ziek was.

Dat leidde dertig jaar later (661) tot het eerste schisma binnen de moslimgemeenschap: de strijd tussen de sjiieten en de soennieten. Sjia betekent partij of volgeling en is een afkorting van Shīʻatu ʻAlī (partij of volgelingen van Ali) en Ahli Soenna betekent volk van de traditie (van de profeet). De meningsverschillen lagen echter niet zozeer op het gebied van de orthopraxis, als wel op politiek, ideologisch en spiritueel vlak. In principe kan een moslim in iedere moskee aan het gebed deelnemen en vrijwel alle groeperingen houden zich aan de basispunten van de geloofsleer en geloofspraktijk zoals hierboven genoemd.

Wetenschap en onderwijs[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Wetenschap in de middeleeuwen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De intelligentsia bevond zich waar de rijkdom was, met name het Byzantijnse rijk. Voorbeelden zijn de Codex Justinianus of de Hagia Sophia. In het Westen verspreidde de kennis zich via het kloosterwezen. In het begin had je twee richtingen, de Latijnse met als grondlegger Benedictus van Nursia, patroonheilige van Europa en de Keltische, waarvan Columbanus een van de belangrijkste was.

Eind de 8ste eeuw hervormde de raadgever van Karel de Grote, Alcuin, het onderwijs volgens het principe van het Trivium en Quadrivium. In die tijd ontstonden ook de Kathedraalscholen.

Door de verovering van Spanje door de Moren, maakte Europa kennis met de wetenschap in de middeleeuwse islamitische wereld.

Economie[bewerken]

Met de Islamitische veroveringen en het verlies van de Middellandse Zee-eilanden, werd Europa afgesloten van de toenmalige wereldhandel. De munthervorming, het overstappen van de gouden standaard naar de zilveren standaard toont de verarming aan [9].

Cultuur[bewerken]

Kunst[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Muziek[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • N. Davies, Europe: A History, Oxford, 1996.
  • H.P.H. Jansen, Geschiedenis van de Middeleeuwen, Utrecht, 2002 (= 19882).
  • L. Nees, Early Medieval Art, Oxford - New York, 2002.