Gepiden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gepidia, 539-551

De Gepiden (ook de Latijnse vorm wordt gebruikt: Gepidae) waren een Oost-Germaans volk, verwant aan de Goten, dat in de 3e eeuw samen met de Goten invallen pleegde in de Romeinse provincie Dacia.

De naam 'Gepiden' zou afgeleid kunnen zijn van 'Gepanta'; een Gotisch woord voor 'lui' of 'traag', aangezien de Goten geen al te hoge dunk hadden van de alertheid van de Gepiden. De twee stammen bleven dan ook vijanden. De Gepiden woonden oorspronkelijk in Scandinavië, waarna zij zich aan de Weichsel vestigden. Vandaar trokken zij omstreeks 350 naar het zuiden en bezetten een deel van de Hongaarse laagvlakte.

In 376 werden de Gepiden onderworpen door de Hunnen en moesten zij hulptroepen leveren aan het leger van de Hunnen. De Gepiden werden een gewaardeerd onderdeel van het leger van Attila de Hun. Zij vormden in 451 bij de slag op de Catalaunische velden (bij Troyes in Frankrijk) de rechtervleugel van het leger van de Hunnen onder leiding van hun koning Ardarik.

De politiek van de Gepiden geeft een goed beeld van de machtsverhoudingen van die tijd. Na de nederlaag van Attila op de Catalaunische velden werden de Gepiden een belangrijke kracht in het verdrijven van de Hunnen. Samen met de Ostrogoten versloegen de Gepiden onder leiding van koning Ardarik de Hunnen in 454 tijdens de Slag aan de Nadao, bij een rivier in Pannonië. Als dank werden ze opgenomen in het Romeinse Rijk, waar zij in 504 door de Ostrogotische koning Theodorik de Grote weer uit hun gebied verdreven werden.

Enkele tientallen jaren later werden de Gepiden praktisch uitgeroeid door aanvallen van Byzantijnen en Avaren. In 567 werden de Gepiden als volk vernietigd door de Longobarden; Cunimund was toen hun koning.

Volgens de zevende-eeuwse Byzantijnse kroniekschrijver Theophylact Simocatta troffen de troepen van generaal Priscus in 599 een drietal dorpen van de Gepiden aan op de andere oever van de Tissus, de dag dat hij de Avaren verslagen had. De dorpelingen die van niets wisten, waren feest aan het vieren en de meesten waren dronken. Priscus beval ze aan te vallen en er werden er dertigduizend over de kling gejaagd.[1]

In 626 hebben de Gepiden nog deelgenomen aan de aanval van de Avaren op Constantinopel.

Hertogen en koningen van de Gepiden[bewerken]