Naar inhoud springen

Bataven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

De Bataven, ook Batavi of Batavieren genoemd, waren een vermoedelijk West-Germaanse stam die in de oudheid leefde.

Omtrent hun precieze oorsprong en leefgebied bestaat weinig zekerheid; de gegevens hierover zijn voornamelijk afgeleid uit wat de overgeleverde teksten uit de oudheid over deze stam melden. Archeologische vondsten die met redelijke zekerheid Bataafs zijn, zijn vrij schaars. Algemeen wordt aangenomen dat de Bataven zich in de 1e eeuw v.Chr. afsplitsten van een andere Germaanse stam, de Chatten, die leefden in wat nu een deel van het noorden van Duitsland is. Vervolgens lijken de Bataven de Rijn in westelijke richting te zijn afgedaald tot aan de rivierdelta, voorbij de huidige Nederlandse rijksgrens. Daar zouden ze zich met name hebben gevestigd in de Betuwe, het gebied dat tegenwoordig het sterkst met hen wordt geassocieerd.

Vermeldingen in de oudheid

[bewerken | brontekst bewerken]

In de Romeinse tijd maakten met name Julius Caesar, Strabo, Tacitus, Cassius Dio, Suetonius, Claudius Ptolemaeus en Orosius melding van de Bataven.

Insula Batavorum (Caesar)

[bewerken | brontekst bewerken]

De Romeinse veldheer Caesar noemt deze stam voor zover bekend terloops in zijn Commentarii de bello Gallico, het overgeleverde verslag waarin hij de door hemzelf gewonnen Gallische Oorlog (58 -51 v.Chr.) beschrijft.[1] Caesar heeft het in de betreffende passage over het insula Batavorum, het "eiland der Bataven", hun woongebied. De niet nader gepreciseerde streek die hier door hem werd bedoeld stelt men over het algemeen gelijk aan de Rijndelta (Latijn: Rhenus) in het huidige Nederland. Over de precieze situering hiervan is echter vanaf de 16e eeuw (de tijd dat Nederlandse historici zich uitgebreid in de Bataven gingen verdiepen) de nodige verwarring, onduidelijkheid en tegenspraak geweest , met name of het nu zou gaan om het oosten of het westen van Nederland of om beide (zie verder hieronder).

Vermelding bij Strabo

[bewerken | brontekst bewerken]

De Griekse historicus Strabo, die in dezelfde tijd leefde als Caesar, heeft het eveneens over de Bataven.[2]

Vermelding bij Tacitus

[bewerken | brontekst bewerken]

Tacitus vermeldt in diens Historiae de (vermoedelijke) Bataafse hoofdstad als Oppidum Batavorum (Latijn: "stad van/voor de Bataven). Tacitus geeft verder een wat uitvoeriger beschrijving van de Bataven dan Caesar eerder deed. Hij betitelt de Bataven als de "moedigste van de stammen in het gebied".[3] Tacitus vermeldt er ook bij dat de streek vóór de komst van de Bataven nog onbewoond was; deze informatie wordt echter niet door iedereen even betrouwbaar geacht.

De betekenis van veel topografische namen in onder andere Tacitus' teksten kan echter op meerdere manieren worden uitgelegd, waardoor bepaalde delen van het huidige Nederland – met name het westen en de provincie Utrecht – al dan niet mede onder het veronderstelde Bataafse woongebied vallen. Ook op dit punt is er zodoende nooit echte duidelijkheid gekomen, ondanks de vele ontwikkelde theorieën hierover.[4]:50-53

Vermelding bij Cassus Dio

[bewerken | brontekst bewerken]

De Romeinse schrijver Cassius Dio vermeldt dat de leden van een cohort bereden hulptroepen Batavi genoemd werden, wat volgens hem zowel verwees naar het insula Batavorum als naar de reputatie van de Bataven als zeer bekwame ruiters.[5] Dit laatste zou aan kunnen sluiten bij de door Rudolf Much en Frank Heidermanns voorgestelde etymologieën.

Vermelding bij Ptolemaeus

[bewerken | brontekst bewerken]

De Griekse schrijver Claudius Ptolemaeus, een tijdgenoot van Tacitus, benoemt een stad/vestingplaats als Batavodurum; onder de meeste historici is het de consensus dat hij daarmee dezelfde plaats bedoelde als het Oppidum Batavorum van Tacitus. Ook de plaatsnaam Lugdunum Batavorum wordt nog genoemd door Ptolemaeus, maar naar welke plaats hij daarmee verwees is tot op heden onduidelijk.[4]:69

Vermelding bij Orosius

[bewerken | brontekst bewerken]

De Bataven worden rond het begin van de 5e eeuw ook nog genoemd door de laat-Romeinse geschiedschrijver Orosius (385-420). Hij vermeldt in zijn Historiae dat men op het eiland Britannia "vanuit Rutupiæ (Richborough) 's middags [aan de andere kant van de zee] in Gallië van dichtbij de Menapii en Bataven ziet, en net ten zuiden daarvan de Morini".[noten 1] De Morini en Menapii werden in de 1e eeuw ook al vermeld door Plinius de Oudere; hij situeert naar het schijnt hun woongebied, samen met dat van de Toxandriërs, nabij de Schelde – die dan de grens vormde tussen Batavia en Gallia Belgica – en tevens nabij Gesoriacum (Boulogne-sur-Mer). De hoofdbedding van de Schelde moet in de oudheid noordelijker zijn geweest dan tegenwoordig, wat zou verklaren dat de Schelde toen rechtstreeks in de Maas uitkwam (de Rijn-Maas-Scheldedelta bestond nog niet in de huidige vorm).[6][7] De grens tussen de leefgebieden van de Menapii en Morini moet in dat geval ongeveer bij het huidige Duinkerke gelegen hebben. Uit onder andere Orosius' tekst is geconcludeerd dat de Bataven en Menapii in ieder geval buurstammen waren van de Morini, en/of dat de Bataven zelf iets ten noorden van deze twee andere Germaanse stammen woonden.[noten 2][8][9]

Aan het begin van de 5e eeuw worden de legereenheden van de Bataven nog genoemd in de Notitia Dignitatum. Daarna houden de schriftelijke vermeldingen over deze stam op, waarna de Bataven gedurende een aantal eeuwen vrijwel geheel in de vergetelheid raakten, tot ca. 1500.

Verschillende volkeren rond 150 na Chr. geprojecteerd op een moderne kaart.
Grafsteen van Indus, een van de Bataafse lijfwachten van Nero
De samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis van Rembrandt van Rijn, 1661-1662 (het schilderij heeft een verkeerde titel; Julius Civilis werd een tijdlang ten onrechte Claudius genoemd, wat de voornaam was van zijn broer)

Oorsprong en migratie

[bewerken | brontekst bewerken]

Veelal wordt aangenomen dat het woongebied van de Chatten (ook wel Hessen genoemd) ongeveer overeenkwam met wat nu het noorden van de Duitse deelstaat Hessen is.[10]:14 De Bataven lijken zich, na een intern conflict, van deze andere stam te hebben afgesplitst.[11] Ze vestigden zich daarna – volgens de tot en met de 20e eeuw meest gangbare opvatting – in de Rijndelta, oostelijk van de Cananefaten, nog een andere Germaanse stam. Op de betreffende plek zou toen ook al langer een Keltische stam te hebben gewoond: de Menapii. Een buurvolk van de Menapii – en vanaf die tijd dus ook van de Bataven – dat in de antieke geschriften tevens wordt genoemd zijn de Eburonen; de mogelijkheid is wel geopperd dat de (gedeeltelijke) uitroeiing van deze laatste stam door Caesars troepen ertoe heeft geleid dat er voor de Bataven nieuw woongebied vrijkwam.[10]:14 De Bataven zouden zich in ieder geval nog vóór de komst van de Romeinse veldheer Drusus (12 v.Chr.) in deze nieuwe streek moeten hebben gevestigd.[12]:19

Vooral vanaf de 16e eeuw werd vaak gesteld dat de Bataven tot veel westelijker in het huidige Nederland waren gekomen, inclusief wat nu Noord- en Zuid-Holland. Deze aanname heeft tegenwoordig weinig draagvlak meer. In de loop van de 20e eeuw begon men ook het idee waarschijnlijker te vinden dat het gebied in en rond het huidige Nijmegen tot aan het moment dat de Romeinen hier arriveerden nog voornamelijk onbewoond bosgebied was. Noch op de Valkhofheuvel, noch in het Hunnerpark en Kelfkensbos zijn tot op heden archeologische sporen teruggevonden van vóór het begin van de Romeinse tijd in Nederland die met enige zekerheid aan Germanen en Kelten toe te schrijven zijn.[noten 3][13]:19-20

Bataafse hoofdstad en omgeving

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie Oppidum Batavorum voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Omstreeks 10 v. Chr. lijkt het hiervoor genoemde Oppidum Batavorum te zijn verrezen. Waarschijnlijk was dit, anders dan de naam in eerste instantie doet vermoeden, geen daadwerkelijk inheemse Bataafse nederzetting. Het lijkt veeleer een door de Romeinen zelf gesticht economisch en bestuurlijk centrum te zijn. De Romeinen zouden de nederzetting naar de in de nabijheid wonende volksstam hebben vernoemd. In de nederzetting zelf woonden niettemin waarschijnlijk óók Bataven, die hier met de Romeinen samenleefden.[4]:106

De locatie van Oppidum Batavorum wordt over het algemeen geïdentificeerd als een plek waar de Maas (Mosa) en de Waal (Vacalus) bij elkaar komen, 80 Romeinse mijlen van de monding van de rivier.[14][noten 4] De veronderstelde locatie hiervan komt overeen met wat nu een deel van het Nijmeegse stadscentrum is. Nijmegen, een plaats die sowieso erg bekend is vanwege onder meer het Romeinse verleden, is later dan ook door sommigen sterk met de Bataafse geschiedenis verbonden; vooral Johannes Smetius was erg geporteerd voor dit idee (zie verder hieronder).

Ook ten noorden van de Waal, bij Lent, Elst en Oosterhout, lijken er uitgebreide sporen van bewoning aanwezig te zijn. De datering daarvan begint in de 3e eeuw v.Chr. en loopt door tot in de Romeinse tijd. Een deel hiervan wordt aan de Bataven toegeschreven. De bewoningscontinuïteit in de huidige Over-Betuwe lijkt nauwelijks te zijn beïnvloed door de Gallische Oorlog[12]:19[10]:14

Cultuur en taal

[bewerken | brontekst bewerken]

Toen de Bataven zich in hun nieuwe gebied vestigden, gingen ze mogelijk een soort van creooltaal spreken: Keltisch met Germaanse invloeden, wat zich weer ontwikkelde tot een 'Gallo-Romaans' dialect door contact met de Romeinen.[15]

De hoofdgod van de Bataven zou Hercules Magusanus zijn geweest. Het eerste deel van deze naam verwijst naar de Romeinse halfgod Hercules, die in de Bataafse religie zou zijn overgenomen. Het tweede lid heeft een Germaanse basis; het is afgeleid van het inheemse Magusano, dat weer een germanisering is van de Keltische naam Magusenos. Hercules Deusoniensis was mogelijk een andere Bataafse god, en een verwijzing naar Diessen.[16]

Verhouding tot de Romeinen

[bewerken | brontekst bewerken]
Kunstwerk van een veldslag waarin de Bataven de Romeinen verslaan, van Otto van Veen

Rond 12 v.Chr. werden zij door de Romeinen onder Drusus onderworpen. Ze werden daarna bondgenoten van de Romeinen, waarbij zij vrijstelling kregen van belastingen.

Het Romeinse leger heette in de provincia Exercitus Germaniae Inferioris ("strijdkrachten van Neder-Germanië") op inscripties afgekort als EXGERINF. Het bestond uit meerdere (tot vier) legioenen en Auxilia of hulptroepen. Van de Bataven en de Cananefaten samen waren permanent 5000 tot 6500 mannen in dienst. Daarvoor leverden de Cananefaten 24 nieuwe rekruten, de Bataven 260 tot 280 jaarlijks.[17] De Bataven golden in de Romeinse tijd als elitetroepen. Ze zouden als enigen in staat zijn geweest om bewapend te paard zwemmend de Rijn over te steken. Ze waren onder andere betrokken bij de veldtochten van Germanicus tegen de Marsen en Cherusken,[18] het neerslaan van de opstand van Boudicca[19] en die van Gaius Julius Vindex.[20] Daarnaast dienden sommige Bataven als keizerlijke lijfwachten te Rome. Dit wordt niet alleen door Suetonius gemeld,[21] maar tevens door grafstenen bevestigd.[noten 5]

Bataafse Opstand (69-70 n.Chr.)

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie Bataafse Opstand voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de troebelen van het Vierkeizerjaar speelden de Bataven een zeer belangrijke rol.[22] In 69 n.Chr. leidde Julius Civilis de opstand van de Bataven tegen de Romeinen. Met behulp van de Frisii, Cananefaten en andere Germaanse stammen behaalden ze in eerste instantie veel overwinningen. Een hele reeks Romeinse forten aan de limes langs de Rijn, waaronder Castra Vetera (Xanten) werd in korte tijd verwoest. Oppidum Batavorum werd door de opstandelingen zelf platgebrand.[23] Het jaar daarop waren echter de kansen gekeerd ten gunste van de Romeinen. De opstand eindigde in 70 n.Chr. alsnog met de nederlaag van de Bataven.

Hoe deze opstand precies afliep en hoe het de opstandelingen en hun leider Civilis daarna verder verging, is onbekend; het relaas hierover uit de Historiae van Tacitus breekt abrupt af op het moment dat Julius Civilis zich op een brug over de Nabalia overgeeft aan Cerialis.[4]:53 Wel is duidelijk dat een van de rechtstreekse gevolgen van de opstand was dat het Romeinse Legio X Gemina zich ongeveer een jaar later voor ca. 30 jaar op de Hunnerberg vestigde, ten oosten van het huidige Valkhof; in de omgeving lagen waarschijnlijk vier kampdorpen (Canabae), onder andere aan de Waaloever, ten westen van het Valkhof.[13]:20 Voor de Romeinse aanwezigheid aldaar in die tijd zijn vrij veel duidelijke archeologische aanwijzingen (ook is er een aquaduct waarvan men weliswaar geen rechtstreekse sporen heeft teruggevonden, maar dat is gereconstrueerd op basis van uitgravingen in de bodem).[24]

Latere geschiedenis

[bewerken | brontekst bewerken]

Op ongeveer dezelfde plek waar Oppidum Batavorum had gelegen, verrees vermoedelijk vrij snel na de opstand een nieuwe nederzetting. Op grond van diverse indirecte aanwijzingen gaat men ervan uit dat deze plaats omstreeks het jaar 100 Romeinse stadsrechten toegekend kreeg van keizer Trajanus, en werd hernoemd tot [Municipium] Ulpia Noviomagus Batavorum, ofwel Romeins Nijmegen.

Over het algemeen wordt aangenomen dat de Bataven na de val van het Gallische keizerrijk[noten 6] opgegaan zijn in de Franken. Een andere mogelijkheid is dat zij in of rond de 3e eeuw naar zuidelijkere gebieden zijn getrokken, mogelijk tegelijk met de Romeinen die hier in deze tijd ook begonnen weg te trekken.[noten 7][10]:16 Hun gebied kwam hierna vermoedelijk in handen van de Salische Franken.

In zowel de Betuwe als in Hessen zijn schotelvormige Keltische muntjes gevonden, bestaande uit een legering van goud, zilver en koper. Deze vondsten worden wel gezien als bewijs voor de Bataafse aanwezigheid hier, al is niet helemaal zeker of deze munten inderdaad dateren uit de tijd dat de Chatten vanuit het oosten migreerden, en of ze wellicht van elders kwamen.[10]:15

Bij Empel heeft een tempel gestaan die vermoedelijk aan de Bataafse hoofdgod Magusanus was gewijd. Rond dit heiligdom zijn veel offergaven gevonden, waaronder verschillende wapens. Omdat het offeren van wapens geen Romeins gebruik was, wordt aangenomen dat de tempel van Empel Bataafs was.[25] De eveneens bekende Tempels van Elst zijn gedurende enige tijd ook gehouden voor inheemse, aan Magusanus gewijde Bataafse heiligdommen, maar hier wordt inmiddels aan getwijfeld.[26]

Voorgestelde etymologieën

[bewerken | brontekst bewerken]

Volgens een populaire theorie is de huidige streeknaam Betuwe rechtstreeks afgeleid van de naam Bataven (die hier immers ook worden verondersteld te hebben gewoond), maar hierover bestaat geen zekerheid.

Much en Heidermanns stellen dat het Germaanse element *bata in verband moet worden gebracht met het Gotische batiza („beter“) of bōta („van nut zijn“, vergelijk het Nederlandse baten) en zo zou de stamnaam vertaald worden als „de beteren“.[27][28] De naam van het insula Batavorum zou in de vroege middeleeuwen verbasterd zijn (via BatuvuaBatuuuaBataweBataweBettue) tot "Betuwe".[29]

De historicus Luit van der Tuuk stelt in zijn boek "De Romeinse limes" een omgekeerde etymologische ontwikkeling voor. De Bataven zouden dan dus niet zelf hun naam aan de Betuwe hebben gegeven, maar de benaming van deze destijds door de Rijn omgeven streek[noten 8] hebben overgenomen in hun stamnaam.[30]

Nieuwe beschrijvingen vanaf de 16e eeuw: gedeeltelijke mythologisering en veronderstelde woongebieden

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie Bataafse mythe voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Wilhelmus Frederici noemt de Bataven al even in zijn De Frisiae situ gentisque origine (1498).[31]:22 In de Nederlanden nam vervolgens vanaf het begin van de 16e eeuw de interesse in de Bataven ineens sterk toe, een trend die min of meer samenviel met de opkomst van het humanisme. Vanaf deze tijd ontstond gaandeweg het beeld dat de Bataven volledig inheems waren geweest in het huidige Nederland, dat ze daar mogelijk met velen geweest waren, veel eigen nederzettingen hadden gehad en mogelijk een voor die tijd hoogontwikkelde eigen beschaving (de zogeheten Bataafse mythe kwam met name hieruit voort; zie ook hieronder). De jonge republiek, nog in strijd met de Spanjaarden, identificeerde zich tevens sterk met de Bataven, die zich in hun eigen tijd ook al hadden verzet tegen de Romeinse dwingelandij. Men ging op grond hiervan rechtstreekse parallellen trekken tussen de Bataafse Opstand van 69-70 en de actualiteit van dat moment: de Nederlandse Opstand tegen de Spaanse koning Filips II onder leiding van Willem van Oranje.[4]:49[32] In Nederland ging men de Bataven vanaf die tijd feitelijk beschouwen als de eigen voorouders. Tot de eerste echt bekende schrijvers die zich intensief op dit onderwerp toelegden behoren Desiderius Erasmus (ca. 1466-1536), Cornelius Aurelius (1460-1531) en Gerardus Geldenhouwer (1482-1542). Zij identificeerden zichzelf tevens publiekelijk als Bataaf.[33][31]:22

In dezelfde tijd vatte de gedachte post dat het leefgebied van de Bataven zelf Batavia heette. Allerlei bekende Nederlandse historici en schrijvers uit de 16e en 17e eeuw schaarden zich achter dit idee, onder wie ook Johannes van Someren (1622-1676) en Jacob Aertsz. Colom (1600-1673).[34][35] Ook voor het bestaan van de naam Batavia in de oudheid ontbreken desondanks duidelijke rechtstreekse aanwijzingen.

De theorieën over de "Bataven als oudste Nederlanders" zijn gaandeweg steeds meer losgelaten en gelden inmiddels als vrijwel volkomen achterhaald. Het in de Nederlandse bodem teruggevonden archeologische materiaal is wat betreft de veronderstelde grootschalige Bataafse aanwezigheid bij lange na niet voldoende overtuigend gebleken (zie ook #Archeologie). Tegenwoordig wordt het dan ook als een veel aannemelijker scenario gezien dat de Bataven op instigatie van de Romeinen en/of bij wijze van kolonisatie naar de Betuwe werden gebracht.[36]

Verwijzingen in de cultuur vanaf de 16e eeuw

[bewerken | brontekst bewerken]

Met de in de 16e eeuw opgekomen interesse in de Bataafse geschiedenis in de Nederlanden kwamen er vanaf die tijd ook allerlei culturele verwijzingen. Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) schreef P.C.Hooft een historisch treurspel, Baeto, of Oorsprong der Hollanderen (1617),[37] over de fictieve voorvader van de Bataven, dat het beeld van de Nederlandse geschiedenis sterk beïnvloedde. De rechtsgeleerde Hugo de Groot schreef in 1610 De antiquitate reipublicae Batavicae (over de oudheid van de Bataafse republiek), waarin hij 'uit politieke overwegingen' stelde dat de Hollandse Republiek direct verband hield met een (mythische) Bataafse republiek.[38] Schilders als Otto van Veen, Rembrandt van Rijn en Jan Lievens kregen opdracht de Bataafse geschiedenis in beeld te brengen.

Bekende vernoemingen

[bewerken | brontekst bewerken]
Bataafse Republiek
De burgers van de Bataafse Republiek (1795 - 1801) werden toentertijd ook Bataven genoemd.
Batavia
Batavia, de hoofdstad van Nederlands-Indië (het huidige Jakarta) werd eveneens vernoemd naar de Bataven.
Betuwe
Over de vraag of er een etymologisch verband bestaat tussen de topografische naam Betuwe en de naam Bataven bestaat geen overeenstemming (zie ook #Mogelijke etymologieën).
Passau
Door de Romeinen Batavis genoemd vanwege de Bataafse huursoldaten die daar waren gelegerd. De moderne vorm van de naam is toe te schrijven aan de Hoogduitse klankverschuiving (b > p, t > ss).
Lugdunum Batavorum
Op grond van de veronderstelling dat de Bataven (ook) in het huidige Zuid-Holland hadden geleefd, is de toponiem Leiden omstreeks de 17e eeuw verlatiniseerd tot het bij Ptolemaeus aangetroffen Lugdunum Batavorum ("Lyon van de Bataven").[39][4]:60-61 Deze zelfde gelatiniseerde plaatsnaam is bovendien nog op Katwijk betrokken, op grond van het idee dat de Bataven dáár hun woongebied hadden.

Behalve uit deze Romeinse historiografieën, zijn de Bataven ook in de epigrafie geen onbekenden. Zo zijn in Rome grafstenen teruggevonden van mensen die het vak corporis custos (lijfwacht) beoefenden, waaronder veel Bataven. Ze dienden Nero en Tiberius.

Behalve de lijfwachten van de keizers leverden de Bataven ook ruiter-regimenten, alae of (alae) miliariae, die in grafschriften en getuigenissen van honesta missio terug te vinden zijn op de Balkan, in Zuid-Duitsland (Raetia), Hongarije, Oostenrijk en Frankrijk. Bekend zijn onder andere:

  • ala I Batavorum
  • I Batavorum miliaria. Een ala miliaria is een dubbele ala. Wordt ook met de eretitel pia fidelis vermeld.
  • VIIII Batav(orum) miliaria, ruiterij. Komt ook onder de titel turma voor, maar of het hier dezelfde eenheid betreft, is onzeker.
  • cohors I Batavorum
  • cohors II Batavorum
  • cohors III Batavorum peditata
  • cohors IX Batavorum