Sassaniden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Iranshahr
 Parthen
 Indo-Scythen
 Kushana
 Koninkrijk Armenië
 Lakhmiden
224 – 651 Kalifaat van de Rashidun 
Daboejiden 
Kaart
Het Middellandse Zeegebied in de eerste helft van de zesde eeuw met het rijk van de Sassaniden (geel) en zijn vazalstaten (oranje)
Het Middellandse Zeegebied in de eerste helft van de zesde eeuw met het rijk van de Sassaniden (geel) en zijn vazalstaten (oranje)
Algemene gegevens
Hoofdstad Ctesiphon
Bevolking 621 ca. 19.700.000
Talen Perzisch
Religie(s) Zoroastrisme (Christendom, jodendom, boeddhisme, manicheïsme, mazdakisme, mandeïsme)

De dynastie van de Sassaniden (Perzisch: ساسانیان), ook wel Sasaniden, was het koningshuis in het Perzische rijk van de 3e eeuw tot de 7e eeuw.

Geschiedenis[bewerken]

Opkomst[bewerken]

Ardashir I (links) ontvangt de Ring der Macht van de god Ahura Mazda (rechts); bas-reliëf in Naqsh-e-Rustam.

Op 24 april 224 versloegen de Sassaniden onder leiding van Ardashir I de laatste Parthische koning in de Slag bij Hormizdegan.[1] Deze veldslag wordt algemeen gezien als de bevestiging van de macht van de Sassaniden. De overwinning van de Sassaniden brak de macht van de toen heersende Parthische dynastie van de Arsaciden.

Ardashir liet zich in 226 tot 'Koning der Koningen' (sjahansjah in het Perzisch) kronen. Onder Ardashir I en Shapur I werd begonnen met een reeks expansieoorlogen. Belangrijke steden als Merv en Bactra werden hierbij veroverd. Ook een aanzienlijk deel van het rijk van de Kushana werden opgedeeld in Sassanidische vazalstaten. De uitbreidingen van Shapur I reikten uiteindelijk tot aan de steden van Kashgar en Tasjkent.[2]

Rond de tijd van de opkomst van de Sassaniden was het Romeinse Rijk de dominante macht in het Midden-Oosten; Iran lag aan de oostelijke periferie van de Romeinse macht. De Sassaniden zetten de Romeins-Parthische oorlogen voort. Rond 241 begon Shapur I Romeinse gebieden binnen te vallen. Hij veroverde Syrië, Armenië, en steden in Mesopotamië. De Romeinse keizer Gordianus III ondernam in 243 een mislukte poging Syrië terug te winnen. Zijn opvolger Valerianus I verdreef Shapur in 260 ten slotte uit Syrië, maar bij Edessa viel de keizer, die met een kleine delegatie voor onderhandelingen was overgekomen, levend in handen van Shapur. De 65-jarige Valerianus onderging gedurende weken of maanden de verschrikkelijkste vernederingen voor hij uiteindelijk werd terechtgesteld en als opgezette trofee in het koninklijk paleis werd tentoongesteld.

Na zijn overwinning viel Shapur Syrië opnieuw binnen, maar ditmaal werd hij verslagen door Callistus "Ballista", die als prefect was aangesteld door Gallienus, zoon en opvolger van Valerianus. Het zich terugtrekkende Perzische leger werd opnieuw en in de rug aangevallen door Odaenathus, koning van Palmyra, die de Perzen verdreef en Mesopotamië heroverde.

Tussenperiode[bewerken]

Onder koning Shapur II werden aan het van de vierde eeuw de steden Nisibis en Singara veroverd en ook grote delen van Armenië geannexeerd.[3] Na diens regering kwam het rijk onder druk te staan door invallen van het oosten van de Hunnen. Hierdoor raakte steden in het oosten ontvolkt en werden er grote sommen aan buit meegenomen door de invallers. In 395 bedreigden de aanvallen zelfs de hoofdstad Ctesiphon. In een poging hun noordgrens te beschermen sloten de Sassaniden hierop een verbond met het Romeinse Rijk. Met Romeinse hulp werden de muren van de stad Derbent verstevigd en een verdedigingsmuur aangelegd in de Darjalkloof om nieuwe aanvallen tegen te houden.[4]

Gouden periode[bewerken]

Khusro I in een jachtscène afgebeeld op een zilveren schaal

In de vijfde en zesde eeuw kende het Sassanidische Rijk een periode van toenemende welvaart. De religieuze verdraagzaamheid ging hand in hand met de economische groei. Door de verhoogde belastinginkomsten kon de overheid meer geld besteden aan de infrastructuur wat leidde tot de stichting van vele nieuwe steden. Grootschalige irrigatieprojecten, met name in Khuzestan en Irak, vergrootten de landbouwproductie. Ook vonden er op grote schaal centralisatieprocessen plaats in het rijk.[5]

In 531 volgde Khusro I zijn vader Kavad I op en een jaar na zijn troonsbestijging sloot hij de Eeuwige Vrede met keizer Justinianus I die een einde maakte aan de Iberische Oorlog van 526-532. Vervolgens wist Khusro I in 537 en 538 de Hephtalieten aan zijn oostgrens te verslaan en nadat zijn oostgrens veilig was startte hij in 540 een nieuwe oorlog tegen de Byzantijnen. Ook deze oorlog zou een lange tijd voortslepen en zou aanhouden tot 557.[6]

In 541 brak er een pestepidemie uit die ook in het Sassanidische Rijk om zich heen greep.[7]

De Byzantijnse keizer Justinus II ging in 572 een verbond met de Gokturken aan tegen de Perzen waarop de oorlog uitbrak. In 574 werd de stad Dara veroverd door de Sassaniden. De oorlog zou uiteindelijk veertig doorgaan, maar de kansen keerden zich tegen het Sassanidische Rijk toen Bahram Chobim de macht greep. Khusro II vluchtte hierop naar Constantinopel en deze deed grote concessies aan keizer Mauricius. De Britse historicus Peter Sarris noemde dit het "Versailles-moment van de zesde eeuw". Met de hulp van de Byzantijnen wist Khusro II betrekkelijk makkelijk zijn troon terug te krijgen, maar de prijs ervoor was hoog geweest.[8]

Verval van het rijk[bewerken]

Door de vele interne opstanden in het Byzantijnse Rijk zagen de Sassaniden hun kans schoon om het gebied dat Khusro II had opgegeven terug te veroveren. Met succes wisten ze de Levant en Egypte aan het rijk toe en voerden ze strijd in Anatolië. Hun legers onder Khusro II bereikten zelfs Constantinopel de Byzantijnse hoofdstad (zie het Beleg van Constantinopel (626)), maar konden de Byzantijnen niet definitief verslaan. Nadat het beleg was opgeheven ging de Byzantijnse keizer direct in de tegenaanval en wist in 627 in de slag bij Ninive de Perzen te verslaan. Na de moord op Khusro in 628 sloot keizer Herakleios met diens zoon Kavad II de vrede.[9]

De Sassaniden moesten volgens de bepalingen van het vredesverdrag met keizer Heraclius al hun veroverd land opgeven en zich terugtrekken. De hoge belastingen die nodig waren voor de langdurige oorlog veroorzaakten opstanden in het imperium. Na de Slag bij Ninive vluchtte Khusro II, maar hij werd gevat en geëxecuteerd (628) door zijn zoon en opvolger Kavad II. De volgende Sassanidische sjahs hadden geen controle meer over het land.

Val van het Sassanidische Rijk[bewerken]

Na enkele jaren van paleisrevoluties kwam de laatste Sassanidische koning als kind op de troon, Yazdagird III (632-651). Het rijk was totaal uitgeput door de jaren van interne en externe oorlogen. Niet het eveneens verzwakte Byzantijnse Rijk profiteerde daarvan, maar een nieuwe opkomende macht in het Midden-Oosten: het islamitische Arabische Rijk, dat met enkele bekwame generaals het nog steeds formidabele Perzische leger wist te overwinnen.

1rightarrow blue.svg Voor meer informatie over dit onderwerp, zie Islamitische expansie en Byzantijns-Arabische oorlogen

Organisatie[bewerken]

Vier standen[bewerken]

Sassanidisch Perzië, in tegenstelling tot Parthië, was een hoogst gecentraliseerde staat. De mensen werden strikt georganiseerd in een kastesysteem, pesag: asronan (priesters), artestaran (militairen), wastaryosan (boeren) en hutuxsan (handwerkers en kooplui). Aan het hoofd van de vier klassen stond de pesag salar.

De priesters waren verdeeld in mowbedan (hoofdpriesters), herbedan (de priesters die de vuren in de vuurtempels onderhielden), dasturan (theologische experts), dadwaran (rechters) en radan (geleerde priesters). De leider van de mowbeds was de mowbedan mowbed en de herbedan herbed het hoofd van de herbeds. De belangrijkste vuurtempel stond op het priesterlijke landgoed Adur Farrobay.

Het leger werd geleid door een Iran-spahbed (generaal van het Iraanse rijk). Onder Khusro I kwamen er vier generaals, een voor elk kwart (kust) van het rijk. De hoogste generaal was toen de artestaran salar. Lokale koningen, sahrdaran en hoge edelen als de wipuhran (prinsen), wuzurgan en azadan (ridders) maakten deel uit van het leger en gaven haar steun. Het leger, spah, was onderverdeeld in aswaran (cavalerie, het belangrijkste deel van het leger) en paygan (infanterie). De paarden waren ook met een wapenuitrusting bedekt. Er was ook een lichte cavalerie en een olifantencorps, pil-banan. De olifanten werden uit India aangevoerd. De oorlogsvloot telde schepen, kastigs, met 100 man per schip. Het leger had een eigen vuurtempel, Adur Gushnasp in Shiz.

Het hoofd van de landbewerkers was de wastaryosan salar. Hun vuurtempel was de Adur Burzenmihr.

De vierde 'kaste' was het grootst. De zoroastrische priesters hielden wat de handwerkers en kooplui betrof er een negatieve kijk op na. De Sogdische kooplui in het noordoosten stonden open voor verschillende religieuze tradities. Christelijke, (nestoriaanse) Perzen waren prominent onder de zijdehandelaren en kolonisten in het Verre Oosten. Het Christendom stond positiever tegenover handel en ambacht dan het Zoroastrisme. Ook de Manicheïsche 'luisteraars', in tegenstelling tot hun 'uitverkozenen', waren ambachts- en kooplieden. De komst en het succes van de Islam is mede te verklaren om haar positieve houding ten opzichte van handel, de Profeet was immers zelf een koopman. Onder de handwerkers en kooplui waren Romeinse, Gothische en Mesopotamische vaklieden. Er waren gilden en de Karragbed was de gildemeester. De vierde klasse had geen eigen vuurtempel.

Religie[bewerken]

Zoroastrisme[bewerken]

Na de machtsgreep van de Sassaniden werd de leer van het Zoroastrisme voortgezet ten koste van andere religieuze overtuigingen. Ardashir zette de zoroastrische traditie voort, die vanaf de Achaemenidische tijd in de provincie Persis bestond. De leer van Zarathoestra gaf de heersers tevens een sterk ethisch kader voor het voeren van expansieoorlogen.[2] Ardashir stelde de priester Tosar (Tansar) aan om verspreide leringen, waaronder gesproken tradities, te verzamelen en tot een canon te vormen. Dit gebeurde omstreeks dezelfde tijd dat de heilige teksten van de christenen werden gecanoniseerd. Vernieuwingen werden in de staatsreligie doorgevoerd om eenheid te krijgen zowel in de religie als de natie.

Ardeshirs zoon, Shabur I, verzamelde (ook niet-religieus) materiaal om de Avesta te vormen. Ideeën uit de Griekse en Indiase wetenschappen werden er onder meer in opgenomen. In de Dênkard zijn Aristotelische en neoplatoonse invloeden terug te vinden. En het waren Shabur I en zijn zoon, die Mani alle vrijheid gaven om zijn ideeën uit te dragen. Mani droeg zijn Sabuhragan, geschreven in het Middel-Perzisch, op aan Shabur.

De inspanningen van Kerdir, de hoofdpriester onder Hormizd I en Wahram I, ter bevordering van het zoroastrisme gingen gepaard met onderdrukking van plaatselijke culten en rivaliserende religies. Joden, boeddhisten, hindoes, christenen, Nazareners, Mandaeërs en manicheïsten werden vervolgd en hun tempels aan de eredienst onttrokken. Tijdens deze religieuze vervolgingen vond ook de profeet Mani de dood.[10] Door de veelvuldige onderdrukking van andere religies groeide het zoroastrisme uit tot een staatsgodsdienst en ging het dienen als een extra pijler onder het Sassanidische koningschap.[11]

Manicheïsme[bewerken]

Mani verscheen in de regeringsperiode van Shapur I, die belangstelling had voor verschillende tradities en ook voor Mani's eclectische ideeën. Mani nam door zijn reizen naar India en Centraal-Azië ideeën mee van het Hindoeïsme en Boeddhisme. Mani ontwikkelde een dualistisch wereldbeeld, gebaseerd op twee principes: goed en kwaad. Hij wist dit te vertalen naar de zoroastrische verdeling tussen Ahura Mazda (het goede) en Ahriman (het kwade). Zijn religie werd als universeel bestempeld, omdat hij zichzelf zag als diegene die de leer voltooide van de zoroastriërs, christenen, boeddhisten en mandaeërs. Mani vervlocht tevens het gnostische systeem van onder meer Bardesanes van Edessa en Marcion in zijn eigen leer. Toch waren er ook veel tegenstellingen tussen het Manicheïsme en Zoroastrisme: het Manicheïsme was anti-materialistisch en op de 'Andere Wereld' gericht, waar het (Sassanidisch) Zoroastrisme meer werelds georiënteerd was en het 'goede leven' omarmde, waarin al het schone wat in deze wereld geschapen was het werk was van Ahura Mazda en zijn helpers de Amharspandan (overvloedige onsterfelijken).

Pas toen de Zoroastrische leer zich steeds verder had uitgekristalliseerd en andersdenkenden begon te vervolgen en de hoofdpriester Kerdir onder koning Bahram I zelfs tot dadwar (rechter) van het land was benoemd, kwam het tot een directe confrontatie en werd Mani gevangengezet en gedood. Mani's religie richtte zich nu vooral op de Turkse stammen en Chinezen van Centraal Azië. Er hebben Manicheeërs in Rome geleefd, maar het Christendom maakte in het westen aan hun geloof een einde.

Christendom[bewerken]

Het Christendom had, voordat het Oost-Romeinse Rijk het tot staatsgeodsdienst verhief, net als het Manicheïsme, een universele kijk op de wereld en universele aspiraties. Maar onder Constantijns heerschappij moesten de Perzische christenen kiezen tussen trouw aan de Romeinse keizer of de zoroastrische Koning der Koningen. Ook het christendom ontkwam niet aan de vervolgingen van de sjah's, vooral in de 4e eeuw toen de Sassaniden tegen de Romeinen vochten. Nadat Shapur I Romeins Syria had bezet werden de christenen in grote getale naar het oosten gedeporteerd. Hier droeg hij onwillekeurig bij aan de verspreiding van het christendom naar het oosten waar vele nieuwe kerken en bisdommen werden gesticht.[12] Het overlijden van de Romeinse keizer Constantijn de Grote, die had willen opkomen voor de onderdrukte Perzische christenen, gaf het startsein voor een nieuwe golf van vervolging van christenen onder sjah Shapur II.[13] Shapur II vroeg een dubbele belasting aan de christenen om zijn campagnes tegen de Romeinen te financieren. Door de ineenstorting van het Romeinse Rijk in de vijfde eeuw verbeterde de positie van de christenen en onder de leiding van shah Yazdagird I werd zelfs het eerste concilie in 410 gehouden.[14] Vanaf de 5e eeuw verbleef de Catholikos, de leider van de Perzische Christelijke kerk, in Ctesiphon. Het christendom kwam in de eeuwen die hierop volgde tot grote bloei en tot ver in het rijk waren verschillende (aarts)bisdommen, waaronder Merv, Kashgar en Gondesjapoer.[15]

Jodendom[bewerken]

De Joden, die in het begin meer aandacht kregen en beter behandeld werden, waren een rivaliserende gemeenschap voor de Christenen. De Sassaniden waren geïnteresseerd in de verhalen die de Joden in hun Bijbel hadden opgetekend over hun voorouders, de Achaemeniden, zoals het Boek Esther. De Bijbel werd in het Middel-Perzisch vertaald.

Koning Narseh was de zoon van een jodin. En Shishindokht was de echtgenote van koning Yazdagird I, de zoon van Shapur. Shishindokht was de dochter van de Joodse koning 'Resh Galut' (leider van de ballingen) en de moeder van koning Wahram Gur.

Koningen van de Sassaniden[bewerken]

In 651 werd het rijk van de Sassaniden door het Arabische Rijk veroverd.

IranPahlavidynastieKadjarenAfsharidenSafavidenMongoolse RijkIslamSassanidenParthenOud-GriekenlandAchaemeniden

Tijdslijn van de Geschiedenis van Iran

Sassanidische architectuur[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Daryaee, T. (2009), Sasanian Persia, I.B.Tauris, London-New York, 2013, ISBN 9781780763781

Externe links[bewerken]

Achaemeniden:Cyrus · Cambyses · Smerdis · Darius I · Xerxes I · Artaxerxes I · Darius II · Artaxerxes II · Artaxerxes III · Darius III
Macedoniërs:Alexander de Grote · Philippos III Arridaios · Alexander IV
Seleuciden:Seleucus I Nicator · Antiochus I Soter · Antiochus II Theos · Seleucus II Callinicus · Seleucus III Ceraunus · Antiochus III de Grote · Seleucus IV Philopator · Antiochus IV Epiphanes
Parthen:Arsaces I · Arsaces II · Priapitius · Phraates I · Mithridates I de Grote · Phraates II · Artabanus I · Mithridates II de Grote · Gotarzes I · Orodes I · Sinatrukes · Phraates III · Mithridates III · Orodes II · Phraates IV · Tiridates II · Phraataces · Orodes III · Vonones I · Artabanus II · Tiridates III · Vardanes I · Gotarzes II · Sanabares · Vonones II · Vologases I · Vardanes II · Vologases II · Pacorus II · Artabanus III · Vologases III · Osroes I · Mithridates IV · Vologases IV · Osroes II · Vologases V · Vologases VI · Artabanus IV
Sassaniden:Ardashir · Sjapoer I · Hormazd I · Bahram I · Bahram II · Bahram III · Narses · Hormazd II · Sjapoer II · Ardashir II · Sjapoer III · Bahram IV · Yazdagird I · Bahram V · Yazdagird II · Hormazd III · Peroz · Valash · Kavad I · Zamasp · Khusro I · Hormazd IV · Khusro II · Bahram VI · Kavad II · Ardashir III · Boran · Hormazd V · Yazdagird III
Ghaznaviden:Alptigin · Sebük Tigin · Ismail · Mahmud · Mohammed · Mas'ud I
Il-kans:Hulagu · Abaka · Teguder · Arghun · Geikhatu · Baidu · Ghazan · Öljeitü · Abu Sa'id · Arpa · Musa · Mohammed
Timoeriden:Timoer Lenk · Pir Mohammed · Shahrukh Mirza · Abu'l-Qasim Bābar · Sjāh Mahmūd · Ibrāhim · Sultān Abu Sa'id Gūrgān · Yādgār Muhammad · Sultān Hussayn · Badi ul-Zamān · Muzaffar Hussayn
Safawieden:Ismail I · Tahmasp I · Ismail II · Mohammad Khodabanda · Abbas I · Safi · Abbas II · Suleiman I · Soltan Hoseyn I · Tahmasp II · Abbas III · Suleiman II · Ismail III
Afshariden:Nadir Sjah Afshar · Adil Sjah Afshar · Ebrahim Sjah Afshar · Shahrokh Sjah Afshar
Zand:Karim Khan · Mohammad Ali Khan · Abol Fath Khan · Sadiq Khan · Ali Murad Khan · Jafar Khan · Lotf Ali Khan
Kadjaren:Agha Mohammed Khan Kadjar · Fath'Ali Kadjar · Mohammad Sjah Kadjar · Ali · Hossein Ali Kadjar · Naser ed-Din Kadjar · Mozaffar ed-Din Kadjar · Mohammed Ali Kadjar · Soltan Ahmad Kadjar · Ali Reza Khan-e Kadjar · Nasir al-Mulk · Mohammed Hassan Mirza
Pahlavi:Reza Pahlavi · Mohammad Reza Pahlavi