Macedoniërs (oudheid)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De zon van Vergina, een symbool dat wijd door Griekstalige Macedoniërs wordt vereerd

De Macedoniërs waren een volk uit de oudheid dat woonde in het historische land Macedonië.

In de oudheid was Macedonië een land dat het tegenwoordige Grieks Macedonië in het noorden van Griekenland, Pirin-Macedonië in het zuidwesten van Bulgarije en het moderne land Macedonië omvat.

De bewoners waren de Macedoniërs, een volk dat het Macedonisch sprak, een mogelijk aan het Grieks verwante taal. Deze Macedoniërs werden echter door de Atheens-Griekse redenaar Demosthenes als een halfbarbaars volk beschouwd wegens hun minder verfijnde beschaving. In Griekse historische literatuur, worden zij vaak aangeduid als Makedones (Grieks: Μακεδόνες, Macedoniërs).[1]

De mythische Thyia werd door de Oude Grieken als oermoeder van deze etnische groep beschouwd. Stamvader Makednos was namelijk één van haar zonen, naast Graikos, van wie dan de Grieken afstamden.

De Griekse stadstaat Macedonië is vooral bekend door Alexander de Grote die een klein maar goed georganiseerd rijk veranderde in een vechtmachine en een groot gedeelte van de toen bekende wereld veroverde om zo de Griekse cultuur te verspreiden onder de barbaren. Zie ook Macedonië (oudheid). De bedoeling van deze grote generaal was om alle Griekse staten met elkaar te verenigen. Die (Griekstalige) Macedoniërs hebben verder geen echt verband met de moderne Slavische Macedoniërs.

Macedonische koningen, heersers en veldheren.[bewerken]

Uitbreiding van het Oude Macedonië tot aan de dood van Phillipus II

Zie Lijst van koningen van Macedonië

Noten[bewerken]

  1. Jupp, J. The Australian People: An Encyclopedia of the Nation, Its People and Their Origins, Cambridge University Press, October 1, 2001. ISBN 0-521-80789-1, p. 147.