Nestorianisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deel van een serie artikelen over het
christendom
Christendom
..Pijlers
..Christelijke feesten
..Belangrijke personen

Portaal  Portaalicoon  Christendom

Mumnestorian.jpg
Schilderij uit 1779 van een nestoriaanse non
NestorianTombstoneIssykKul1312.jpg
Nestoriaanse grafsteen met Oeigoerse inscripties uit 1312, gevonden bij het Ysykkölmeer in Kirgizië
Nestorian Archbishop - Modern Persia by Mooshie G. Daniel.jpg
Foto uit 1897 van een Nestoriaanse aartsbisschop in Perzië

Nestorianisme ('leer van Nestorius') is een doctrine in het Oosters christendom. Het stelt dat Christus bestaat als twee personen; de man Jezus en de heilige Zoon van God (of Logos / Woord) en staat in tegenstelling tot de leer van de twee naturen (Echt God en Echt Mens) van een heilige persoon. De leer is afkomstig van Nestorius (of Nestorios in Grieks), die patriarch van Constantinopel was van 428 tot 431. Deze leer over Christus werd door de patriarch Cyrillus van Alexandrië bestreden. Toen beiden beroep deden op paus Celestinus, steunde de paus Cyrillus. In 431 werd het nestorianisme veroordeeld tijdens het Concilie van Efeze en het conflict hierover leidde tot het Nestoriaans Schisma, waardoor zij zich afscheidde van de Kerk, met name van de Syrische Kerk van Antiochië en bekend is gaan worden als de Kerk van het Oosten.

Geschiedenis[bewerken]

Het nestorianisme ontstond in de 5e eeuw als gevolg van een poging om de incarnatie (vleeswording) van de heilige Logos rationeel te kunnen verklaren, die de tweede persoon vormt binnen de Heilige Drie-eenheid als Jezus Christus. Het nestorianisme leerde dat het menselijke en heilige wezen van Christus apart moeten worden gezien van elkaar en dat er twee verschillende christelijke naturen bestaan, de mens Jezus en de heilige Logos. In het verlengde daarvan wezen nestorianen terminologie als "God leed" of "God werd gekruisigd" af, aangezien de menselijkheid van de lijdende Jezus Christus door hen wordt onderscheiden van Zijn heiligheid. Om diezelfde reden wezen zij het begrip Theotokos (Geboortegeefster van God/Moeder van God) af als titel van de Maagd Maria en stelden in plaats daarvan de titel van Christotokos (Geboortegeefster van Christus/Moeder van Christus) voor, omdat Christus volgens hun denkwijze zijn menselijke natuur alleen aannam van zijn moeder, terwijl de heilige Logos daarvoor al bestond en eeuwig was, waardoor het noemen van Maria als "Moeder van God" misleidend was en mogelijk fout.

De Kerk van het Oosten weigerde haar steun aan Nestorius in te trekken of hem tot ketter te veroordelen. Om die reden wordt die kerk nog steeds aangeduid als 'nestoriaans' in het Westen, om deze te onderscheiden van andere Oosterse Kerken. De later ontstane Assyrische Kerk van het Oosten zelf ziet haar leer echter niet als werkelijk nestoriaans: het onderwijst de leer van Babai de Grote; dat Christus twee qnomes (wezens) heeft, die niet gemengd zijn en voor eeuwig verenigd zijn in een parsopa (persoonlijkheid). Volgens sommige interpretaties is de oorsprong van dit geloof vooral historisch en taalkundig. Zo hadden de Grieken bijvoorbeeld twee woorden voor 'persoon', wat slecht kon worden vertaald naar het Syrisch en waren de betekenissen van deze termen nog niet met zekerheid vastgesteld tijdens het leven van Nestorius.

De nestoriaanse Kerk ontplooide een grote missionaire activiteit, met name in het Oosten. Vooral leken, handelaren, artsen en schrijvers droegen veel bij tot de verbreiding van het christelijk geloof.

In het Perzië van de Sassaniden werd er een 'Perzisch-Christelijke' kerk gecreëerd onder de controle van de Koning der Koningen (Shahanshah) en het groeiende aantal christenen stond onder toezicht van het rijk. Hierdoor werd de 'Christelijke Romeinse' propaganda, die voor religieuze concurrentie en druk in het Sasanidische rijk had gezorgd, afgezwakt. Vanaf dat moment was de Romeinse keizer niet de enige heerser over de christenen, maar waren er twee heersers, de tweede was de Shahanshah in Ctesiphon. Het Christendom werd een herkende religie in Perzië met de eerste synode van de Nestoriaanse Kerk in 410, tijdens de regering van Yazdagird I (399-420). In de tijd van Khusro I (531-579) was de Eran Cathollicos de leider van de Perzische christenen. Hij verbleef in Ctesiphon.[1]

China maakte in de 7e eeuw voor het eerst kennis met het christendom. In 635 arriveerde Alopen. Hij was de eerste christelijke missionaris in China. Uit die periode dateren de Nestoriaanse stele en een aantal documenten die bekendstaan als de Jezussoetra's.

Nadat de nestorianen grotendeels onderdanen waren geworden van het rijk van de kaliefen, verloor hun Kerk vele van haar gelovigen aan de islam. Niet zozeer door regelrechte vervolgingen, maar vooral omdat de islamitische heersers hen slechts een plaats als tweederangsburgers toebedeelden. Na de vervolgingen onder Timoer Lenk (1370–1405) bleef nog slechts een klein deel over van de eens zo grote Kerk.

Toen er moeilijkheden ontstonden bij de benoeming van een nieuwe katholikos, verenigde een deel van de nestorianen zich in 1551 met Rome. Het werd gebruikelijk hen met de naam chaldeeën aan te duiden. Zij die het nestorianisme trouw bleven, noemde men vanaf de 19e eeuw Assyriërs. Er bevinden zich tegenwoordig nog ongeveer 170.000 Assyriërs in met name Syrië, Irak en Iran.

Zie ook[bewerken]