Tien geboden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dit uit 1768 stammende perkament van Jekuthiel Sofer bevat de Tien geboden, ter versiering van de Portugees-Israëlietische Synagoge te Amsterdam[1]
De Tien geboden in de aan Mauritius gewijde kerk van Silvolde

Met de tien geboden (Hebreeuws:, עשרת הדברים asèrèt hadewariem, "tien woorden" of "tien uitspraken") of dekaloog (Oudgrieks: οἱ δέκα λόγοι, hoi déka lógoi, "de tien woorden") worden de leefregels aangeduid die volgens het jodendom en christendom door God via Mozes aan de mensen gegeven zijn. De tien geboden worden in de Hebreeuwse Bijbel twee keer opgesomd: in Exodus 20:3-17[2] en Deuteronomium 5:7-21.[3] De versies zijn vrijwel gelijk, de laatste is uitvoeriger beschreven. Deze leefregels hebben een zeer sterke invloed gehad op de samenlevingen waarin een abrahamitische religie dominant is of was.

De uitdrukking "de tien geboden" werd voor het eerst gebruikt door Ireneüs[4] en Ptolemaeus Gnosticus[5] onder verwijzing naar de vertaling in de Septuagint van Deuteronomium 10:4. Soms wordt ook de aanduiding "de stenen tafelen", "de tafelen der Wet", "Wet des He(e)ren", "De getuigenis"[6] of "De tafelen der Getuigenis"[7] gebruikt.

Traditie in de Hebreeuwse Bijbel[bewerken]

Volgens Exodus 20:1 ontving Mozes van God, op de berg Horeb in de Sinaïwoestijn, op twee stenen tabletten ("tafelen") de tien geboden. Deze twee tafelen waren niet alleen door God gemaakt, maar ook "beschreven door Gods vinger".[8]

In Exodus 34 staat dat God Mozes opdroeg een tweede versie van deze stenen tafelen te maken, omdat hij de eerste stuk gooide toen hij terugkwam van de berg en zag dat het volk een gouden kalf had gemaakt en aanbad. God gaf Mozes opdracht om twee stenen platen uit te hakken, waarna Hij ze zou beschrijven,[9] maar nadat God aanvullende geboden had gegeven waaraan de Israëlieten zich moesten houden, zei God tegen Mozes: "Stel deze geboden op schrift".[10] Dit had kennelijk geen betrekking op de tien geboden, want later vertelde Mozes dat God de stenen platen die hij had uitgehakt had beschreven en aan hem had overhandigd.[11] Na voorlezing aan het verzamelde volk werden deze tweede set stenen tafelen in de Ark van het Verbond bewaard.

Historische context en datering[bewerken]

De tien geboden werden beïnvloed door vergelijkbare verbonden tussen volken en hun goden als die van de Hettieten en andere volken in Mesopotamië, zoals de Codex Hammurabi,[12][13] wat duidt op een ontstaan in de periode van de 14e tot de 12e eeuw v.Chr.[14] De formulering "geen andere goden dan ik"[15] duidt op een context van polytheïsme,[16] waardoor over het algemeen wordt aangenomen dat de tien geboden en het "verbondsboek" waarvan ze deel uitmaken, niet door de Jahwist zijn opgeschreven maar later, mogelijk in de periode van hervormingen door Asa rond 900 v.Chr.[17] en hun definitieve vorm kregen in de 7e eeuw v.Chr., de tijd van Josia.[18][19] Een latere datering (na 586 v.Chr.) wordt gesuggereerd door David H. Aaron.[20]

Traditie in de Koran[bewerken]

In de Koran worden de tien geboden niet als zodanig genoemd. Wel komen diezelfde geboden voor zoals overgeleverd in de Thora, maar worden niet als de tien geboden van Mozes benoemd. Ook in Soera Het Vee 151-152 is een sterke verwijzing naar de tien geboden te vinden, gezien hetgeen daar als ver- en geboden wordt opgesomd. Daarnaast is er consensus binnen de islam dat Mozes op de berg Sinaï tien geboden kreeg.

De tien geboden[bewerken]

Mozes toont de wetstafelen, tussen 1600 en 1624, Museum Catharijneconvent
Mozes smijt de twee tafelen stuk

De tekst in de Nieuwe Bijbelvertaling luidt als volgt (nummers zijn verzen in Exodus 20):

  1. Toen sprak God deze woorden:
  2. 'Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.
  3. Vereer naast mij geen andere goden.
  4. Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde.
  5. Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten;
  6. maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.
  7. Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan.
  8. Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag.
  9. Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten,
  10. maar de zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw vee, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen.
  11. Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft, en op de zevende dag rustte hij. Daarom heeft de HEER de sabbat gezegend en heilig verklaard.
  12. Toon eerbied voor uw vader en uw moeder. Dan wordt u gezegend met een lang leven in het land dat de HEER, uw God, u geven zal.
  13. Pleeg geen moord.
  14. Pleeg geen overspel.
  15. Steel niet.
  16. Leg over een ander geen vals getuigenis af.
  17. Zet uw zinnen niet op het huis van een ander, en evenmin op zijn vrouw, op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat het ook maar toebehoort.'

Nummering[bewerken]

In Exodus 34:28 en Deuteronomium 4:13 en 10:4 worden deze regels (afhankelijk van de vertaling) de Tien woorden, Tien geboden of Tien grondregels genoemd, maar de oorspronkelijke tekst bevat geen aanwijzing waar het ene gebod eindigt en het andere begint. Verschillende groepen hebben de geboden op verschillende manieren ingedeeld. Bijvoorbeeld, protestanten vatten de regels "geen andere goden" en "geen gesneden beelden" op als twee aparte geboden. De aparte vermelding van het verbod op afgodsbeelden, vindt men ook bij de oosters-orthodoxe kerken en de oosters-katholieken. Katholieken rekenen de twee eerste zinnen tot één verbod, namelijk dat op afgoderij. Katholieken interpreteren het verbod om te begeren als twee afzonderlijke geboden (te weten, één ten aanzien van vleselijke begeerte en één ten aanzien van materiële hebzucht). De protestanten en joden beschouwen dit als onderdelen van één gebod.

De joodse indeling[bewerken]

In de joodse traditie wordt niet gesproken van geboden, maar van woorden: de Hebreeuwse aanduiding ‘aseret ha-dibrot betekent "de tien woorden".

Men hanteert de volgende indeling:

  1. Ik ben de eeuwige, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb.
  2. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
  3. Gij zult de naam van de Eeuwige, uw God, niet ijdel gebruiken.
  4. Gedenk de Sjabbat, dat gij die heiligt.
  5. Eert uw vader en uw moeder.
  6. Gij zult niet moorden.
  7. Gij zult niet echtbreken.
  8. Gij zult niet stelen.
  9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
  10. Gij zult niets begeren dat van uw naaste is.

Men verdeelt de woorden soms als 1 + 3 + 3 + 3: éen afgezonderd (heilig) woord, drie met betrekking tot de relatie tussen mens en God, drie met betrekking tot de verhouding tot de naaste en drie met betrekking tot het innerlijk van de mens.

Katholieke indeling[bewerken]

Monument op de grond van Texas State Capitol

Doordat in de katholieke indeling de eerste verbodsbepalingen samen genomen worden in één gebod, wordt het verbod op het maken van afbeeldingen onderdeel van het verbod op de afgoderij. Men mag dus geen afgoden afbeelden om die te aanbidden. Vandaar dat in een rooms-katholieke kerk wel afbeeldingen (van dieren, heiligen, Christus en God) voor kunnen komen. Deze beelden worden niet als goddelijke aanwezigheid gezien of als goden, maar beschouwd als toegewijde, dierbare afbeeldingen van een geestelijke realiteit die niet direct met de materie van het beeld in relatie staat. De Tempel van Jeruzalem bevatte ook afbeeldingen van dieren, stierenbeelden, de engelen-cherubijnbeelden op de Ark van het Verbond (zie boek Koningen), en eveneens afbeeldingen van palmbomen en engelen. Joden zelf hebben nooit religieuze afbeeldingen verboden op de calvinistische wijze. In het boek Numeri moet Mozes in opdracht van God een koperen slangenbeeld maken en wordt dit later religieus gebruikt. De slang wordt ook uiteindelijk, nadat hij alsnog werd verafgood, pas vernietigd.[21]

  1. Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen.
  2. Gij zult de naam van de Heer, uw God, niet zonder eerbied gebruiken.
  3. Wees gedachtig dat gij de dag des Heren heiligt.
  4. Eer uw vader en uw moeder.
  5. Gij zult niet doden.
  6. Gij zult geen onkuisheid doen.
  7. Gij zult niet stelen.
  8. Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen.
  9. Gij zult geen onkuisheid begeren.
  10. Gij zult niet onrechtvaardig begeren wat uw naaste toebehoort.

Vergelijkingstabel[bewerken]

Indeling van de 10 geboden per godsdienst of stroming
Gebod joods oosters-orthodox rooms-katholiek, lutheraans anglicaans, gereformeerd, en andere protestanten
Ik ben de Heer uw God 1 1 - -
Gij zult geen andere goden hebben 2 1 1
Gij zult geen afgodsbeelden maken 2 2
Gij zult de naam van God niet misbruiken 3 3 2 3
Gedenk de sabbat en houd hem in ere 4 4 3 4
Eer uw vader en moeder 5 5 4 5
Gij zult niet doden/moorden 6 6 5 6
Gij zult geen overspel plegen 7 7 6 7
Gij zult niet stelen 8 8 7 8
Gij zult geen valse getuigenis afleggen 9 9 8 9
Gij zult de vrouw van uw medemens niet begeren 10 10 9 10
Gij zult het huis van uw medemens niet begeren 10

Versvormen[bewerken]

In versvorm klinkt het zo:[22]

  1. Bovenal bemin één God.
  2. Zweer niet ijdel, vloek noch spot.
  3. Heilig steeds de dag des Heren.
  4. Vader, moeder zult gij eren.
  5. Dood niet, geef geen ergernis.
  6. Doe nooit wat onkuisheid is.
  7. Vlucht het stelen en bedriegen.
  8. Ook de achterklap en ’t liegen.
  9. Wees steeds kuis in uw gemoed.
  10. En begeer nooit iemands goed.

De volgende berijming van Johannes Eusebius Voet is te vinden als Gezang A in het gedeelte tussen de psalmen en de gezangen in de Psalmen- en Gezangenbundel van de Nederlandse Hervormde Kerk, uitgave 1938. (de coupletten zijn hier genummerd, niet de geboden zelf):

1. Mijn ziel, herdenk met heilig beven,
hoe God, met majesteit bekleed,
zijn wet op Horeb heeft gegeven,
waar Hij deez’ woorden hooren deed:
2. “Ik ben de HEER, uw God en Koning,
die van Egypte u bevrij’,
u leidend uit uw slaafsche woning;
dient dan geen goden nevens Mij.
3. Voor beeldendienst zult gij u wachten:
Ik ben de HEER, een ijv’rig God;
’k straf die in drie en vier geslachten,
maar schenk mijn dienaars ‘t zaligst lot!
4. Misbruikt geenszins den naam des HEEREN,
zweert nimmer eenen valschen eed;
want hun, die zijnen naam onteeren,
is zijn getergde wraak gereed.
5. Gedenk en viert, met vee en magen
den Sabbath, na zesdaagsche vlijt:
God schiep ‘t heelal in zooveel dagen,
en heeft den Sabbath zich gewijd.
6. Gij zult uw ouders need’rig eeren,
opdat uw God, die eeuwig leeft,
uw dagen gunstig moog’ vermeeren
in ‘t land, dat zijne hand u geeft!
7. Gij zult niet doodslaan, noch u wreken.
Breekt nooit den echt, steelt niemands goed.
Gij zult geen valsch getuig’nis spreken,
bemint elk met een vroom gemoed!
8. Uw hart zal nimmer iets begeeren
van alles, wat uws naasten is.
Uw ziel zal als uw mond God eeren,
en houden zijn getuigenis.”
9. Och, of wij uw geboôn volbrachten!
Genâ, o hoogste Majesteit!
Gun door ’t geloof in Christus krachten,
om die te doen uit dankbaarheid!

Uit vers 9 blijkt dat dit lied in de reformatorische traditie staat, waarin wordt gepredikt dat de wet vervuld is door Jezus Christus en dat er uitsluitend door geloof in Jezus genade voor God kan worden verkregen. Het leven naar de wet is dan een uiting van dankbaarheid voor de verkregen genade. Het vers is een gebed van de gelovige om kracht, die nodig is om hieraan invulling te kunnen geven.

Theologie[bewerken]

In het christendom zijn twee interpretatiewijzen gangbaar,[bron?] namelijk:

  1. als wet: Het "gij zult" kan als imperatief gelezen worden, als regels waaraan men zich moet houden, dus door God opgelegd aan zijn volk.
  2. als belofte: Sommige theologen lezen echter de Tien geboden met nadruk (zoals de joden plegen te doen) op de verkondiging aan het begin, dan worden het – volgens deze theologen – woorden van belofte en bevrijding; de schets van de situatie waarnaar het volk onderweg is, een land van belofte, een wereld van rechtvaardigheid.

Controverse[bewerken]

Volgens sommige aanhangers van de documentaire hypothese is in Exodus 34:11-26 een derde lijst van geboden en verboden te vinden die verschilt van de reeds genoemde gelijkaardige versies: hij is uitgebreider en bevat onder andere het opmerkelijke gebod de altaren van andersgelovigen stuk te slaan. Deze lijst wordt door hen omschreven als de rituele dekaloog.

De tien geboden van de Koran[bewerken]

De tien geboden in de Koran zijn te vinden in Al-Anaam 6:151-153 en Al-Israa 17:22-39. De verzen Al-Anaam 6:151-153 luiden als volgt:[23]

“Zeg O Mohammed: ‘Kom, ik zal u verkondigen, welke onschendbare/heilige grenzen jullie Ontwikkelaar tot perfectie jullie heeft opgelegd:

  1. Dat jullie Hem met niets vergelijken/goddelijke macht naast Hem geven. (Dat jullie aan Hem niets als metgezel mogen toevoegen).
  2. Dat jullie je ouders goed behandelen/hun tekorten aanvullen. (Wees goed voor jullie ouders).
  3. En dood jullie kinderen niet uit armoede. Wij zijn het, Die voor jullie en voor hen zorgen. (Dat jullie je kinderen niet mogen doden uit vrees voor armoede).
  4. Benader schadelijk immoreel gedrag niet (la taqraboe al-Fawahisha), hetzij in het openbaar of in het geheim. (En nadert niet de zedeloosheid, de openlijke noch de verborgene).
  5. Dat jullie geen enkele mens doden, omdat God deze heilig/onschendbaar heeft verklaard, behalve via het recht. Dit is wat Hij jullie heeft bevolen, opdat jullie je verstand/begrip gebruiken.(En doodt niet de ziel die Allah verboden heeft verklaard, tenzij volgens het recht, Dat draagt jullie Heer op; misschien zullen jullie verstandig worden).
  6. En benader niet het eigendom van de wezen, behalve ten goede voor hen, totdat hij/zij volwassen is. (En nadert het bezit van de wees niet, tenzij op ten wijze die meet voordeel (aan de wees) geeft, totdat hij de volwassenheid bereikt).
  7. En geef de volledige maat/balans met eerlijke rechtvaardigheid . Wij belasten geen persoon boven zijn/haar vermogen. (En geeft de volle maat en vult de weegschaal met het gelijke gewicht. Wij (Allah) belasten niemand dan volgens zijn vermogen).
  8. En wanneer jullie spreken, wees dan onpartijdig/rechtvaardig, zelfs wanneer het iemand betreft die dicht bij jou staat (familie, buren, vrienden etc).
  9. En vervul het verbond van God. Dit is wat Hij jullie heeft opgedragen, zodat jullie er van kunnen leren.
  10. En dit is Mijn rechte pad van rechtvaardigheid. Volgt het daarom en volg geen andere wegen [van onderdrukking en geweld] anders zullen deze jullie van Zijn pad [van vrede] afdwalen. Dit is wat Hij jullie heeft opgedragen, zodat jullie rechtvaardigheidsbewust worden”.

De Koran breidt de geboden nog verder uit in Al-Israa 17:22-39, voegt nog twee extra regels toe en sluit met het eerste fundamentele gebod waarin uitdrukkelijk wordt opgedragen geen goden naast God aan te nemen.

Kunst[bewerken]

In de beeldende kunst ziet men vaak afbeeldingen van Mozes die met de twee stenen „tafelen” (oude term voor tablet) van de berg komt. De twee tafelen worden meestal getoond als rechthoekig met een gebogen bovenzijde. Op de ene tafel staan de Romeinse cijfers van I tot IV en op de andere van V tot X, omdat het meestal niet praktisch is de volledige tekst te schilderen.

De Poolse cineast Krzysztof Kieślowski maakte in 1988 de miniserie Dekalog, waarin er een interpretatie werd gegeven van de tien geboden.

Zie ook[bewerken]