Pasen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
detail van het middenpaneel van een polyptiek van Titiaan

Pasen is het belangrijkste christelijke feest in het liturgische jaar, volgend op de Goede Week. Christenen vieren deze dag vanuit hun geloof dat Jezus opgestaan is uit de dood, op de derde dag na zijn kruisiging. De aardbeving die volgens het Evangelie van Mattheüs gelijktijdig zou hebben plaatsgevonden kan verwijzen naar een aardbeving die volgens aardlagenonderzoek in de Dode Zee inderdaad tussen 26 en 36 n.Chr. heeft plaatsgevonden[1][2]; een artikel in Nature in 1983 veronderstelt op basis van zulke gegevens dat het het meest waarschijnlijk is dat de kruisiging op 3 april van het jaar 33 rond 15 uur is voltrokken. Op dit tijdstip zou er een zandstorm en een aardbeving hebben plaatsgevonden, twee jaar na een eerdere aardbeving in 31 n.Chr.[3]

In de loop der jaren zijn veel non-religieuze culturele elementen toegevoegd aan het feest waardoor het een belangrijk seculier feest is geworden. Pasen duurt twee dagen en wordt gevierd op een zondag en maandag. Beide dagen worden wel afzonderlijk eerste en tweede paasdag of paaszondag en paasmaandag genoemd.

Pasen heeft zijn oorsprong in het joodse Pesach. Tijdens het Eerste Concilie van Nicea (325) zijn de datums van beide feesten officieel ontkoppeld.[4][5]

Het christelijke Pasen verwijst ook naar de vijftig dagen durende periode van het kerkelijke jaar vanaf het paasfeest tot Pinksteren[6], gedurende welke de christenen hun jaarlijkse paasplicht mogen vervullen. De periode van het paasfeest tot Hemelvaartsdag[7] duurt veertig dagen.

De paastijd en de christelijke liturgie daaromheen heeft door de eeuwen heen vele componisten geïnspireerd tot muzikale composities. In de Barokperiode viel vooral het werk van Johann Sebastian Bach op met de Johannes-Passion, Matthäus-Passion en zijn cantates. Voor de eerste paasdag bedacht Bach de cantate nr. 4 Christ lag in Todesbanden. Voor de tweede paasdag schreef hij vervolgens de cantate nr. 6 Bleib bei uns, denn es will Abend werden.

Voorchristelijke symboliek en oorsprong[bewerken]

Palmpasen in Polen
"Osterbrunnen" in Duitsland

Over de precieze oorsprong en viering is men het niet volledig eens. Er bestaan verschillende lentefeesten uit diverse culturen (zie feesten en rituelen tijdens de lente) die sterk op elkaar lijken en waaraan ook het christendom symbolen zou hebben ontleend. Daarom stellen sommigen dat Pasen eigenlijk een vrij recente feestdag is waarin al dan niet bewust oude symbolieken van de lentefeesten zijn opgenomen. Maar er zijn ook die zeggen dat de oorsprong meer algemeen is; als in een feest van de lente, waarbij het ontwaken van de natuur na de winter werd gevierd.[8] Zo'n lentefeest is in veel culturen en religies vaak ook ter ere van een godin van het leven en de vruchtbaarheid, die de natuur heeft doen ontwaken en vruchtbaar heeft gemaakt. Voor Noord-Europa menen sommigen dat het de godin Ostara betreft. Het is twijfelachtig of deze godin ooit bestaan heeft. De gangbare wetenschappelijke theorie is tegenwoordig dat men over de voorchristelijke periode nauwelijks iets weten, omdat er nauwelijks iets van is overgeleverd. De aangehaalde theorieën worden in dit wetenschappelijk discours dan ook als puur speculatief gezien.[5] Zo zouden volgens bepaalde populaire theorieën de naam Ostara (Oudengels: Eostre), alsook de Duitse en Engelse benaming voor pasen, "Ostern" en "Easter"', zijn te herleiden tot het Oergermaanse woord voor het oosten, maar dit is allerminst zeker.

Een ander gebruik zijn de paasvuren. De ontstaansperiode hiervan is onbekend. De bedoeling van de vuren zou in het verleden het verjagen van de demonen van de winter zijn. In het oosten van Nederland en het aangrenzende westen van Duitsland, het woongebied van de Saksen, is dit gebruik nog altijd een levendige, toeristische attractie rondom Pasen.

De paashaas en paaseieren illustreren volgens sommige populaire theorieën hoe voorchristelijke elementen opduiken in de christelijke riten. Zo worden paaseieren opgehangen in de bomen, hetgeen een overblijfsel zou zijn van de heilige-boom cultus uit de Germaanse traditie. Deze symbolen ziet men ook in andere lentefeesten zoals Beltane en feesten van regeneratie die aanmerkelijk ouder zijn dan de christelijke versie, maar waar deze laatste volgens deze theorieën wel op steunt. Zo is er ook de oude symboliek van de mythe van Adonis, de jaarlijks stervende en herrijzende god, of zoon-gemaal van de moedergodin. De hedendaagse wetenschap gaat er echter vanuit dat de paashaas helemaal niet zo oud is, maar een verzonnen kinderritueel is, dat pas sinds de zeventiende eeuw voor het eerst in Duitsland opkomt. De paashaas heeft van oorsprong een pedagogisch karakter en hij schenkt oorspronkelijk slechts eieren aan kinderen die zich goed gedragen. Via een vertaald Duits boek is de paashaas voor het eerst in ieder geval in 1825 in Nederland bekend. Ook de voor-christelijke herkomst van de paaseieren blijft grotendeels in nevelen gehuld, omdat hier simpelweg schriftelijk niets van is overgeleverd.[5][9]

Christendom[bewerken]

In de christelijke traditie is Pasen, of ook wel het paasfeest, het belangrijkste liturgische feest. Op Goede Vrijdag, de vrijdag voor Pasen, herdenken christenen het lijden en de kruisdood van Jezus en met Pasen vieren zij zijn opstanding, ook wel verrijzenis genoemd, uit de dood. Pasen behoort daarmee tot de traditie van de zoenoffers, die draaien om de noodzaak van de dood voor het leven, de verzoening met het goddelijke en de spirituele ontwikkeling van de eigen ziel door beproeving.

Bijbelse geschiedenis[bewerken]

Volgens Matteüs 28:1-10, Marcus 16:1-13, Lucas 24:1-53 en Johannes 20:1-23.

Op Witte Donderdag is Jezus op de Olijfberg en wordt Hij verraden door Judas Iskariot. Hierop wordt Hij gearresteerd door soldaten die in dienst waren van de hogepriester. De Joodse leiders wilden hem ter dood veroordelen, maar dat mocht alleen de Romeinse gouverneur, Pontius Pilatus, doen. Pilatus verklaarde echter in het openbaar niets te zien waarom Jezus ter dood zou moeten worden veroordeeld. De aanklagers bleven echter aandringen. Ook verklaarden ze dat Jezus zich 'koning der Joden' noemde en dat dit al een veroordeling zou rechtvaardigen. Pilatus kon hier niet goed onderuit komen als hij moeilijkheden met de Romeinse keizer wilde vermijden. Hij kon nog maar een oplossing zien van dit dilemma: het was traditie dat ter gelegenheid van het joodse feest Pesach een veroordeelde misdadiger gratie kreeg en het volk mocht kiezen welke dat zou zijn. Pilatus gaf nu de keus tussen Jezus en een moordenaar, veronderstellend dat het volk niet een moordenaar zou vrijlaten. Opgehitst door de leiders koos het volk echter voor vrijlating van de moordenaar Barabbas in plaats van Jezus. Jezus werd door Pilatus veroordeeld tot de dood aan het kruis. Hij waste daarbij zijn handen 'in onschuld'. Jezus werd op vrijdag aan het kruis genageld, waar hij kort voor de joodse sabbat, op de vooravond van het Pesach, stierf. Door Jozef van Arimathea wordt Jezus begraven, in een graf dicht bij Golgotha.

Heel vroeg op de zondagmorgen gaan er vrouwen naar het graf om het lichaam van Jezus te verzorgen. Ze vinden Hem daar echter niet, engelen vertellen hun dat Jezus is opgestaan. "Waarom zoekt u de levende onder de doden?" Kort daarop verschijnt Hij aan Maria van Magdalena. Daarop gaan de vrouwen naar de discipelen, die hen niet geloven. Toch gaan ze wel bij het graf kijken, Johannes en Petrus voorop. Diezelfde dag verschijnt Jezus aan twee volgelingen die onderweg zijn naar Emmaüs. Nadat Hij Zich aan hen geopenbaard heeft (bij het breken van het brood) haastten ze zich terug naar Jeruzalem om het de discipelen te vertellen. Terwijl ze hun verhaal aan het doen zijn, verschijnt Jezus in hun midden. Hij belooft hierbij de Heilige Geest te zenden en geeft ze de opdracht: "Zoals de Vader Mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit."

Betekenis[bewerken]

Met de christelijke viering wordt, evenals met de joodse viering, de uittocht uit Egypte (de exodus) herdacht, zij het metaforisch vanuit het werk van God in en door de persoon Jezus als christus, door christenen beschouwd als de Zoon van God, de beloofde Messias, de Verlosser. Hij wordt in het Nieuwe Testament het paaslam genoemd, dat zichzelf vrijwillig liet offeren voor de verzoening van God met de mensen. Dit duidt op de symbolische betekenis van het offerlam, dat volgens de Mozaïsche voorschriften (Oude Testament, Pentateuch) en de tradities van de joodse godsdienst geofferd moest worden ter vergeving van zonden. Met de voorstelling van Jezus als het eeuwige paaslam werd in geestelijke zin een 'nieuw verbond' tussen God en mens aangeboden, gebaseerd op de genade, waarmee het oude verbond, gebaseerd op de wet, buiten werking kon worden gesteld. Wie in Hem gelooft, hoeft volgens de christelijke traditie niet meer 'onder de wet' te leven, maar valt 'onder de genade'. Deze begrippen en de verhoudingen tussen het een en ander zijn in onder meer de brieven van de apostel Paulus nader uitgewerkt.

Met het paasfeest wordt ook uitgekeken naar de verwachte wederkomst van Jezus op aarde.

Ontstaansgeschiedenis[bewerken]

Pesach[bewerken]

De oorsprong van het christelijke paasfeest ligt in de joodse traditie. Het joodse Pesach (in de christelijke liturgie Pascha) is nauw verbonden met de uittocht uit Egypte, de Exodus. De viering en herdenking hiervan werd volgens het Bijbelboek Exodus de avond voor de uittocht ingesteld en is de eeuwen door in verschillende vormen bewaard gebleven. Inherent is het herdenken van de grote daden van God aan het volk Israël. Hierin ligt het idee van 'bevrijding' besloten. Dit geldt ook voor het christelijke paasfeest, zij het vanuit een andere invalshoek. In Nederland herinneren tijdens Pasen de matzes (ongerezen broden) nog aan het joodse Pesachfeest. Volgens de Thora moesten de joden vlak voor hun vertrek in opdracht van God snel brood bakken zonder daar zuurdesem aan toe te voegen (Exodus 12:8). Deze matzes worden vóór Pasen verkocht door supermarkten en tijdens Pasen gegeten door zowel joden, christenen als niet-christenen.[5]

Pasen rond het begin van de jaartelling[bewerken]

In de tijd van Jezus was het Pesach, naast het pinksterfeest en het Loofhuttenfeest een van de drie belangrijke pelgrimsfeesten. Het was nauw verbonden met het Massotfeest; beide werden in feite als één feest gevierd. Van heinde en ver kwamen de mensen naar de tempel in Jeruzalem. De betekenis was nog altijd: herdenking van de bevrijding uit Egypte en hoop op de komende verlossing door de beloofde Messias.

Het Laatste Avondmaal van Jezus en zijn volgelingen, de discipelen, was volgens de Evangeliën een Pesachviering. Men trof de voorgeschreven voorbereidingen de avond ervoor, de viering vond 's avonds plaats in Jeruzalem, er werd wijn gedronken, brood gegeten en een loflied gezongen, het Halleel. De vereiste kruiden en het woord 'ongezuurd' (brood) worden niet genoemd, maar dat kan komen doordat de evangelieschrijvers niet per se volledig pretendeerden te zijn, bepaalde onderdelen natuurlijk aanwezig zijn dus niet genoemd hoeven worden, en men zich bij de verslagen kennelijk concentreerde op wat men voor de eerste christenen van die tijd van belang vond.

De eerste christenen[bewerken]

Ook de eerste christenen, van wie de meesten Joden waren, bleven aan de joodse feesten deelnemen, ook aan het Pesach. Gaandeweg werd het voor de christenen een tijd van vooral vasten ter herdenking van Jezus' lijden en een nachtwake. Later is een scheiding tussen de feesten gekomen, alleen al door het instellen van verschillende datums voor Pesach en Pasen (zie onder). De quartodecimanen hielden vast aan de oude manier van vaststellen van het paasfeest en werden daarom door de paus geëxcommuniceerd. Daarnaast was er nog een stroming (de montanisten genoemd) die vond dat het christelijke Paasfeest gevierd moest worden op de eerste zondag na 5 april, en een stroming die meende dat het christelijke Pasen moest vallen op de eerste zondag na het joodse paasfeest. Omdat het feest daardoor ook vóór het begin van de lente kon vallen, werden de aanhangers van deze laatste stroming de proto-paschieten genoemd. Aan een vaste Paasdatum dacht amper iemand.

313 t/m de middeleeuwen[bewerken]

Na 313, het jaar van de erkenning van het christendom door de Romeinse overheid met de afkondiging van het Edict van Milaan de zogeheten 'kerkvrede', kreeg het paasfeest een ander aanzien. Het werd nu voor pelgrims mogelijk om de gebeurtenissen van Pasen te vieren op de plek waar ze volgens het verhaal hadden plaatsgevonden, in en rond Jeruzalem. Een vroege (laat-vierde-eeuwse)getuige hiervan is het verslag van de pelgrim Egeria. Dit werkte een 'historisering' van de Paasliturgie in de hand. In Jeruzalem werd deze verdeeld in losse gebeurtenissen die op losse dagen en verschillende plaatsen gebeurd zouden zijn. Het liturgische Triduum Sacrum werd ingevoerd:

  1. Witte Donderdag (instelling van de Eucharistie en het priesterschap, begin van het lijden van Jezus);
  2. Goede Vrijdag (lijden en sterven);
  3. Stille Zaterdag of paaszaterdag (grafrust);
  4. paaszondag (opstanding).

Na de middeleeuwen[bewerken]

Paaszondag in Portugal: de "compasso" gaat met een kruis, versierd met bloemen, de katholieke huizen van het dorp langs

Van de middeleeuwen tot halverwege de 20e eeuw werd de paaszondag min of meer apart gezien van de overige paasdagen. Het Tweede Vaticaans Concilie herstelde de liturgische eenheid van het Triduum. Ook hersteld is de paaswake, die in de nacht van zaterdag op zondag gehouden wordt. Deze was in de reformatorische traditie vrijwel onbekend, maar wordt de laatste decennia her en der gevierd, ook in evangelische- en pinksterkringen.

Op het 4de Concilie van Lateranen (1215 - 1216) te Rome werd bepaald dat christenen op zijn minst een maal per jaar en dan vooral op Pasen de eredienst moesten bijwonen en moesten biechten. Dit impliceert dat, in tegenstelling tot wat veel mensen over de middeleeuwen denken, voor dit concilie het niet gebruikelijk was dat iedere christen regelmatig naar de kerk ging.

De rooms-katholieke Kerk kent de traditie van de Kruisweg, een uitbeelding van de lijdensgang van Jezus. Tijdens de paasdagen worden, met name in de rooms-katholieke streken, passiespelen uitgevoerd. Het bijwonen van uitvoeringen van passiemuziek van met name Bach is bij gelovigen, en overigens ook bij niet-gelovigen, een populaire vorm van paasviering.

Ook het Carnaval, Aswoensdag, de Vastentijd en Palmpasen zijn vanouds voorbereidingen voor de paasviering. In het Twentse stadje Ootmarsum wordt Pasen uitbundig gevierd met een optocht met zang door de "poaskearls", het zogenaamde Vlöggelen. In het nabijgelegen Denekamp kent men de traditie van het paasstaakhalen.

Data[bewerken]

Eerste paasdag valt volgens de gregoriaanse kalender op de volgende datums (zie ook de datums van Pasen, Hemelvaartsdag en Pinksteren):
jaar dag
2013 31 maart
2014 20 april
2015 5 april
2016 27 maart
2017 16 april
2018 1 april
2019 21 april
2020 12 april
2021 4 april
2022 17 april
jaar dag
2023 9 april
2024 31 maart
2025 20 april
2026 5 april
2027 28 maart
2028 16 april
2029 1 april
2030 21 april
2031 13 april
2032 28 maart
2033 17 april
2034 9 april
jaar dag
2035 25 maart
2036 13 april
2037 5 april
2038 25 april
2039 10 april
2040 1 april
2041 21 april
2042 6 april
2043 29 maart
2044 17 april
2045 9 april
2046 25 maart

Het concilie van Nicea bepaalde in 325 dat Pasen moet worden gevierd op de zondag na de eerste volle maan in de lente. In 1582 voerde paus Gregorius XIII een kalenderhervorming door, die door de Orthodoxe kerken niet werd gevolgd. De Orthodoxe kerken, zoals de Russisch-orthodoxe Kerk (maar niet de Grieks-orthodoxe kerk), bleven de Juliaanse kalender volgen en niet de gregoriaanse kalender (zie de uitleg aldaar), waardoor het begin van de lente, en dus ook de paasdatum, op verschillende dagen valt. Om de zoveel jaar valt de paasdatum van de westerse kerken samen met die van de Orthodoxe kerken.

Als het begin van de lente op 20 maart valt, wordt in de westerse kerken, volgens de regel van het kerkelijke/ecclesiastische Pasen, 21 maart gehanteerd. Ook als de volle maan op 21 maart valt, wordt Pasen op de zondag na de eerste volle maan in de lente gevierd. Daardoor kan het christelijke paasfeest in de westelijke kerken in een periode van 35 dagen vallen, van 22 maart tot en met 25 april.[10][11]

Pasen in de Lage Landen[bewerken]

In de Lage Landen is Pasen voor de meeste mensen een seculier feest geworden dat bestaat uit een aantal vrije dagen en uit tradities zoals gemeenschappelijk eten, het bezoeken van kerk en familie en het eieren zoeken.

Traditioneel worden omstreeks Pasen vaak films op televisie uitgezonden die het lijden van Christus verbeelden. Oudere films zijn Ben Hur en Jesus Christ Superstar. Een recente film is The Passion of the Christ.

België[bewerken]

Net als in Nederland vinden in België nauwelijks commerciële activiteiten plaats op Pasen. Ook op paasmaandag is dit het geval, het is één van de wettelijke feestdagen. Voor scholieren en studenten is er rond Pasen de paasvakantie, die twee weken duurt.

Nederland[bewerken]

In het Limburgse Tegelen wordt om de vijf jaar (meest recent 2000, 2005 en 2010), echter niet op de paasdatum zelf maar in de zomermaanden, een Passiespel opgevoerd in Openluchttheater De Doolhof: de Passiespelen Tegelen.

In het oosten van het land worden veel paasvuren gestookt, tot in de kleinste dorpjes. In Ootmarsum vindt het zgn. vlöggeln plaats, een optocht met voorop acht "Poaskearls (paaskerels)" die onder het zingen van telkens twee oude paasliederen het stadje rondtrekken. Dit gebruik is al eeuwenoud en de precieze betekenis is onbekend. Het vindt op beide dagen plaats rond 17.00 uur en is uniek in Nederland. In het nabijgelegen Denekamp vindt het "paasstaakslepen" plaats waarbij men met een groep mensen in het bos een boom gaat omhakken die dan naar het dorp wordt gesleept en rechtop wordt gezet met een brandende teerton bovenin. Beide gebeurtenissen eindigen op de avond van eerste paasdag met een groot paasvuur.

Op de zondag dat Pasen wordt gevierd vinden er in Nederland minder commerciële activiteiten plaats. Pretparken en dergelijke zijn wel open en populair. Alleen essentiële diensten zoals politie, ziekenhuizen of brandweer zijn actief. Het openbaar vervoer functioneert normaal als ware het een gewone zondagsdienst, met slechts enkele aanpassingen. De maandag na paaszondag (2de paasdag) was traditioneel in Nederland ook een dag voor de viering van Pasen zonder commerciële activiteiten. Tegen het einde van de 20ste eeuw liet men dit steeds meer los. Grote bedrijven, zoals woonboulevards, zijn open, en ook andere winkels zoals supermarkten. Voor personeel in dienst van een overheid is dit nog steeds een vrije dag.

Paastoespraak[bewerken]

Op eerste paasdag houdt de paus in Rome bij de Sint-Pietersbasiliek een toespraak, geeft zijn zegen, Urbi et orbi en wenst iedereen een zalig paasfeest. Paus Johannes Paulus II deed dit in een groot aantal (ruim 60) talen, maar paus Franciscus gebruikte in 2013 enkel het Italiaans.

Spelling[bewerken]

Volgens het Groene Boekje krijgt Pasen een hoofdletter, maar alle samengestelde en afgeleide vormen niet: paasfeest, paasavond, paasei, etc. Dat geldt ook voor eerste paasdag, tweede paasdag, paaszondag en paasmaandag. Het Witte Boekje gebruikt ook voor de afzonderlijke feestdagen hoofdletters: Eerste Paasdag, Tweede Paasdag, Paaszondag, Paasmaandag.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Day of Jesus' Crucifixion Believed Determined. Discovery (24 mei 2012) Geraadpleegd op 13 april 2013
  2. Jefferson B. Williams; Markus J. Schwab & A. Brauer. An early first-century earthquake in the Dead Sea. International Geology Review 54:10 1219-1228. Taylor&Francis (2012)
  3. Humphreys, Colin J.; W. G. Waddington. Dating the Crucifixion. Nature (306) 743-46 (22-29 december 1983)
  4. Standaard Encyclopedie. Het Spectrum N.V., Antwerpen, 1973.
  5. a b c d R.A. Koman, '100%Pasen: geloof, bijgeloof en volksgebruiken in Nederland'. Profiel: Bedum, 2012.
  6. Pinksteren is de vijftigste dag van Pasen, waarbij paaszondag de eerste dag is
  7. Hemelvaartsdag is de veertigste dag van Pasen, waarbij paaszondag de eerste dag is
  8. Is Geschiedenis: Oorsprong van Pasen
  9. E. Doelman, J. Helsloot (red.): De kleine Olympus: over enkele figuren uit de alledaagse mythologie. Amsterdam, 2008.
  10. Dit jaar één paasdatum, kerknieuws.nl, 1 apr. 2004
  11. Towards a Common Date for Easter, Wereldraad van Kerken, 5-10 maart 1997

Beluister

(info)