Supermarkt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kassa-afdeling van een grote supermarkt

Een supermarkt is een relatief grote zelfbedieningswinkel waar voedingsmiddelen, waaronder ook verse groente, brood en vlees, en huishoudelijke artikelen worden verkocht. Soms behoren meer soorten artikelen, bijvoorbeeld kleding en medicijnen, ook tot het assortiment, en heeft de winkel deels het karakter van een warenhuis. Supermarkten zijn vaak onderdeel van een keten die in een regio, land of zelfs meerdere landen winkels heeft.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste zelfbedieningszaken verschenen in de Eerste Wereldoorlog in de Verenigde Staten. Vóór die tijd werden voedingsmiddelen verkocht door kleine kruideniers. In 1946 startte Chris van Woerkom als eerste met zelfbediening in Nijmegen [1] in 1948 gevolgd door Dirk van den Broek in Amsterdam[2] en in 1949 door Kijkgrijp in Velsen-Noord. Begin jaren vijfig volgden diverse andere zaken.

In 1961 kreeg Nederland een nieuwe Vestigingswet Bedrijven, waarin de eisen tot gescheiden verkoop van vlees, groenten en brood werden geschrapt. Vanaf dat jaar gingen zelfbedieningskruideniers hun assortiment verbreden, en het nieuwe type winkel werd met de Amerikaanse naam "supermarkt" aangeduid. Aanvankelijk trok vaak een slager of groenteboer bij de kruidenier in, en bleef zo nog jaren een semi-zelfstandige. Geleidelijk verdrongen de landelijke ketenbedrijven echter de plaatselijke supers. Met de steeds grotere automobiliteit vestigden zich de allergrootste supermarkten aan de rand van de steden.

Tegen het einde van de twintigste eeuw waaide het supermarktconcept (winkelwagentje vullen en aan het eind afrekenen bij de kassa) ook over naar andere branches zoals doe-het-zelf-, meubelzaken (IKEA) en zaken voor huishoudelijke artikelen (Blokker).

De supermarkt betekende een revolutie voor het boodschappen doen, dat destijds voornamelijk door vrouwen werd gedaan. In plaats van lang in de rij te staan bij de kruidenier konden de vrouwen zelf hun boodschappen uitzoeken, om daarna lang in de rij te staan voor de kassa.

De supermarkten betekenden ook een revolutie in verpakkingsmateriaal. Werd bij de kruidenier vrijwel alles afgewogen in aparte papieren zakken verpakt, in de supermarkt ligt alles zo aantrekkelijk mogelijk verpakt, met verschillende merken en verschillende hoeveelheden.

De komst van de supermarkt heeft tot gevolg gehad dat zeer veel kleine, gespecialiseerde winkels verdwenen zijn. Een supermarktketen wordt, als overblijfsel van de kruideniersoorsprong, nog wel eens een "grootgrutter" (grutter = kruidenier) genoemd. Supermarktketens die gericht zijn op het aanbieden van zo goedkoop mogelijke producten worden discount of discountwinkel genoemd.

Uit onderzoek blijkt dat men in Nederland gemiddeld 680 meter moeten reizen voor de dichtstbijzijnde supermarkt, onafhankelijk van welke keten dat is.[3]

Gespecialiseerde supermarkten[bewerken]

Chinese supermarkt in Nieuw-Zeeland

Sinds de jaren negentig van de twintigste eeuw zijn de gespecialiseerde supermarkten in opkomst: winkels die net als algemene supermarkten een breed aanbod van producten hebben, maar zich wel op een specifieke etnische of maatschappelijke doelgroep richten. Supermarkten die gespecialiseerd zijn in een etnische doelgroep verkopen vaak producten uit het land van herkomst die in algemene supermarkten niet verkocht worden.

Voorbeelden van gespecialiseerde supermarkten zijn:

Zie ook[bewerken]