Hemelvaartsdag

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Verbeelding van de hemelvaart door Giotto di Bondone.

Op Hemelvaartsdag (Latijn: Ascensio Domini) wordt binnen het christendom herdacht dat Jezus Christus is opgevaren naar God, zijn vader in de hemel, negenendertig dagen na Zijn opstanding uit de dood. De viering is onderdeel van de paascyclus en daarin telt Hemelvaartsdag als de veertigste paasdag.

Algemeen[bewerken]

Hemelvaartsdag valt altijd op een donderdag, tien dagen vóór Pinksteren. In veel landen is Hemelvaartsdag een algemeen erkende feestdag. Veel christenen zullen een kerkdienst of mis bezoeken. In andere landen (bijvoorbeeld Hongarije, Italië, Polen, Portugal en Spanje) viert men de Hemelvaart op de zondag zeven dagen voor Pinksteren.

Hemelvaartsdag is tevens het feest van de Christelijke Arbeidersbeweging. Men herdenkt dan dat in 1891 de pauselijke encycliek over sociale rechtvaardigheid, Rerum Novarum, werd afgekondigd. Vermoedelijk stonden vroeger mensen op Hemelvaartsdag al om drie uur 's nachts op om zingend en blootsvoets op het gras te dansen. Daar zou de term dauwtrappen vandaan komen.[1] De dauw op het gras zou een zuiverende werking hebben en zou terug te voeren zijn op een heidens gebruik om het meifeest of de heropleving van de natuur te vieren.[2]

Data[bewerken]

Hemelvaartsdag valt op de 39e dag na eerste Paasdag en 10 dagen voor Pinksteren. De vroegst mogelijke datum is 30 april, de laatst mogelijke is 3 juni.

Data Hemelvaartsdag 2014-2020
Jaar Datum
2014 29 mei
2015 14 mei
2016 5 mei
2017 25 mei
2018 10 mei
2019 30 mei
2020 21 mei

Bijbelse achtergrond[bewerken]

Oude Testament[bewerken]

Al in het Oude Testament is twee (of drie) keer sprake van een hemelvaart, namelijk bij Henoch, Elia en eventueel van Mozes.

1rightarrow blue.svg Zie Hemelvaart (personen in de Bijbel) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Lucas en Handelingen[bewerken]

De hemelvaart veertig dagen na Pasen is gebaseerd op Handelingen van de Apostelen 1:1-12. Volgens de meest gangbare uitleg voer Jezus volgens dit verhaal veertig dagen na zijn opstanding op naar de hemel:

Aanhalingsteken openen

Na zijn lijden en dood heeft hij hun herhaaldelijk bewezen dat hij leefde; gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over het koninkrijk van God.
(Handelingen 1:3 NBV)

Aanhalingsteken sluiten

Zijn discipelen waren bij de hemelvaart aanwezig. Hij beloofde hun dat de heilige Geest binnen korte tijd zou komen om hen te helpen en te ondersteunen.

Aanhalingsteken openen

Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: 'Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.'
(Handelingen 1:9-11 NBV)

Aanhalingsteken sluiten

Volgens dit Bijbelverhaal werd de belofte van de heilige Geest vervuld op Pinksteren, vijftig dagen na Pasen. Ook in het Evangelie volgens Lucas, dat van dezelfde auteur is als de Handelingen van de apostelen, wordt verteld over de opname van Jezus in de hemel. Na zijn verschijning aan de leerlingen op de dag van de opstanding, gaat hij met hen de stad uit tot bij Betanië. Dan gebeurt het volgende:

Aanhalingsteken openen

Terwijl hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel.
(Lucas 24:51 NBV)

Aanhalingsteken sluiten

Het later toegevoegde slot aan het Evangelie volgens Marcus plaatst de hemelvaart ook direct na de laatste verschijning van de opgestane Jezus aan de elf apostelen (Marcus 16:19). Deze tekst is waarschijnlijk gebaseerd op de verhalen van Lucas.

Aanhalingsteken openen

Nadat hij dit tegen hen had gezegd, werd de Heer Jezus in de hemel opgenomen en nam hij plaats aan de rechterhand van God.
(Marcus 16:19 NBV)

Aanhalingsteken sluiten
  • Johannes 6:62; (Jezus vraagt aan de Joden) "Maar als jullie nu de Mensenzoon zouden zien opstijgen naar waar hij eerst was?" (NBV)
  • Johannes 20:17b; (Jezus zegt tegen Maria Magdalena) "Houd me niet vast," zei Jezus. "Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is." (NBV).
  • Handelingen van de Apostelen 2:33a en 34a; Hij is door God verheven, zit aan zijn rechterhand (...) David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen (...) (NBV)
  • Romeinen 10:6; En over de rechtvaardigheid die op grond van geloof geschonken wordt staat geschreven: "Zeg niet bij uzelf: Wie zal opstijgen naar de hemel?" – en dat betekent: wie zal Christus naar beneden brengen? (NBV)
  • Efeze 4:8-10; Daarom staat er: "Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen." "Hij steeg op" – wat betekent dat anders dan dat hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? Hij die is afgedaald is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen. NBV)
  • 1 Timoteüs 3:16b; Ongetwijfeld is dit het grote mysterie van ons geloof: Hij is geopenbaard in een sterfelijk lichaam, in het gelijk gesteld door de Geest, is verschenen aan de engelen, verkondigd onder de volken, vond geloof in de wereld, is opgenomen in majesteit. (NBV)
  • 1 Petrus 3:22; (Jezus Christus) die de hemel is binnengegaan en nu aan Gods rechterhand zit, terwijl de engelen, machten en krachten aan hem onderworpen zijn. (NBV)

Chronologie[bewerken]

In de gangbare uitleg bestaat er tegenspraak tussen Lucas (met Marcus 16:19) en Handelingen. In Lucas vindt de hemelvaart plaats op de dag van de opstanding, terwijl in Handelingen Jezus pas na veertig dagen in de hemel wordt opgenomen. Exegeten gaan verschillend met dit gegeven om:

  1. Traditioneel harmoniseert men beide verhalen en neemt men aan dat tussen Lucas 24:49 en 24:50 stilzwijgend 40 dagen zijn verstreken.
  2. In de wetenschappelijke exegese laat men doorgaans de spanning staan. Sommige exegetische onderzoekers nemen aan dat Lucas met elk verhaal zijn eigen bedoeling had en nogal vrij met zijn stof omging.
  3. Sommige uitleggers wijzen erop dat de 40 dagen in Handelingen niet slaan op de termijn tot de hemelvaart, maar op de periode van de verschijningen.[3] Aangezien Jezus met de opstanding al "in de glorie was binnengegaan" (Lucas 24:26), Hij was niet meer gebonden aan het ruimtetijd kader van het aardse universum maar was de tijdloze eeuwigheid van God binnengetreden, vonden die verschijningen vanuit de hemel plaats. Handelingen 1:4-14 vindt dan ook plaats op de opstandingsdag. Er is dan geen moeilijk verklaarbare tegenspraak meer binnen het werk van één auteur.

Betekenis[bewerken]

Volgens de traditionele uitleg in het christelijke geloof ging Jezus terug naar de hemel om te zitten aan de rechterhand van God de Vader. Daarmee wordt uitgedrukt dat Christus de wereld meeregeert. Christus is dus op mens en wereld betrokken, vanuit de hemel naar de aarde. Maar er is ook de beweging andersom: Christus is ook de hogepriester die de zaak van de mensen bij God bepleit. Jezus' hemelvaart maakte de weg vrij voor de uitstorting van de Heilige Geest, wat herdacht wordt op Pinksteren. Bovendien Jezus bij de wederkomst terugkomen naar de aarde, om het Laatste Oordeel uit te voeren.

In de christelijke traditie wordt verschillend gedacht over de precieze voorstelling van zaken bij de hemelvaart. Overheersend is de opvatting van onder anderen Augustinus dat de hemel een ruimtelijk begrip is en Jezus dus met zijn lichaam daar naartoe is gegaan. Luther dacht er anders over. De hemel waar Christus naar toe ging zou geen ruimte zijn, waarin hij 'opgesloten' zou zitten, maar hij is lichamelijk alomtegenwoordig geworden. Na de opstanding had Jezus immers een 'verheerlijkt lichaam'. Deze opvatting is ook te vinden in de avondmaalsopvatting van Luther: Christus is óók in brood en wijn (consubstantiatie).

Zwingli en Calvijn volgden Augustinus in de mening dat het lichaam van Christus ruimtelijk naar de hemel is gegaan. En als Christus daar is, kan hij niet terug naar het vergankelijke. Zijn tegenwoordigheid bij de gelovigen moet dan in geestelijke zin worden opgevat, evenals in het brood en de wijn van het avondmaal. Beiden zijn van mening dat de hemelvaart niet betekent dat Christus weg is, ook al is hij uit zicht van de discipelen geraakt. De wijze waarop Christus onder en in de mensen is, verschilt.

In de moderne theologie houdt men rekening met het feit dat voorstelling van de hemelvaart behoort tot een verouderd wereldbeeld en slechts gebaseerd is op één auteur binnen het Nieuwe Testament. Men vat de viering van de hemelvaart dan op als de veraanschouwelijking van niet-aanschouwelijke uitspraken over de verhoging van Christus. Met de hemelvaart wordt dus een aspect van Pasen naar voren gehaald.

Belijdenisgeschriften[bewerken]

Reeds uit geschriften van de Apostolische Vaders blijkt het geloof aan de hemelvaart van Jezus (Polycarpus van Smyrna, Justinus de Martelaar en Irenaeus van Lyon). In de geloofsformules van Nicea (325) en van Constantinopel (381) wordt de hemelvaart van Jezus vermeld.

Lokale gebruiken[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Dauwtrappen op Hemelvaartsdag - Historiek.net
  2. Hemelvaartsdag: sinds vijfde eeuw feestdag: refdag.nl
  3. Henk Jan de Jonge, ‘The Chronology of the Ascension Stories in Luke and Acts’, New Testament Studies 59 (2013), 151-171.