Maria Magdalena

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Maria Magdalena
Maria Magdalena, Jan van Scorel, Rijksmuseum
Gestorven 1e eeuw
Naamdag 22 juli
Attributen zie [noot 1]
Beschermheilige voor zie [noot 2]
Lijst van christelijke heiligen
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Maria Magdalena of Maria van Magdala (Hebreeuws: מרים המגדלית, Oudgrieks: Μαρία ἡ Μαγδαληνή) was volgens het Nieuwe Testament een leerling van Jezus. Het evangelie volgens Lucas 8:2 introduceert haar als "Maria, genaamd Magdalena" (Statenvertaling) of "Maria uit Magdala" (NBV). Magdala was een vissersdorp op de westelijke oever van het Meer van Tiberias. Haar naamdag op 22 juli is sinds 2016 een katholiek feest.

Nieuwe Testament[bewerken | brontekst bewerken]

In Lucas staat dat Jezus Maria Magdalena bevrijdde van zeven demonen.[1] Er wordt niet vermeld hoe Jezus en Maria elkaar leerden kennen, maar het was waarschijnlijk in de omgeving van het meer van Tiberias. Maria volgde Jezus vanuit Galilea naar Jeruzalem. Ze zorgde voor Jezus en de twaalf apostelen, dus was waarschijnlijk een rijke vrouw.[2] Ze was aanwezig bij de kruisiging van Jezus[3] en de graflegging.[4] Ze behoort daarmee tot de zogenoemde drie Maria's. Ze was de eerste die bij het lege graf van Jezus kwam[5] en de eerste die Jezus zag na zijn opstanding.[6] Toen ze dit vertelde aan de apostelen, geloofden ze haar niet en vonden het kletspraat.[7]

Traditie in de christelijke kerken[bewerken | brontekst bewerken]

In 591 zou paus Gregorius I in een preek die hij hield in San Clemente Maria Magdalena verwisseld hebben met Maria van Bethanië[8] en met de boetvaardige zondares (vrouw van lichte zeden) uit Lucas 7[9] (die moeilijk dezelfde persoon kunnen zijn). Door deze vermenging van verschillende figuren in de persoon van Maria Magdalena, werd zij in het katholieke westen daarna vaak in die hoedanigheid voorgesteld in legendes en kunstwerken. Deze vermenging vond niet plaats in de oosterse traditie.

De eerste bestrijder van de onjuiste voorstelling van Maria Magdalena (als zondige vrouw) was Jacob Faber, die zijn bezwaren neerschreef in zijn De Maria Magdalena et triduo Christi disceptatio (1517). Het standpunt over Maria Magdalena als zondige vrouw is door de Rooms-Katholieke Kerk in 1969 nader gepreciseerd en sinds die tijd wordt Maria Magdalena niet meer als boetvaardige zondares opgenomen in de heiligenkalender.

Verblijf in Frankrijk en cultus na overlijden[bewerken | brontekst bewerken]

Grot van Maria Magdalena in bergmassief bij Plan-d’Aups-la-Sainte-Baume.
Beeld Maria Magdalena in haar grot in Plan-d’Aups-la-Sainte-Baume

Een westerse middeleeuwse legende verhaalt hoe Maria Magdalena met Lazarus naar Zuid-Frankrijk zou zijn gekomen. Zij zou daar dertig jaar in een grot nabij Plan-d'Aups-Sainte-Baume in het massief van la-Sainte-Baume hebben geleefd. Na haar overlijden zou zij in Aix-en-Provence of in Saint-Maximin zijn begraven. In de basiliek van Maria Magdalena in Saint Maximin is een graftombe waar zich haar stoffelijke resten zouden bevinden.

Volgens een andere legende werd het gebeente van Maria Magdalena (vanuit het Heilige Land via Saintes-Maries-de-la-Mer en Aix-en-Provence) in de 9e eeuw naar Bourgondië overgebracht. Deze relieken zouden zich bevinden in de basiliek La Madeleine te Vézelay, wat sinds de 11e eeuw de verering van Maria Magdalena in West-Europa heeft bevorderd.

Basiliek van Maria Magdalena in Saint Maximin

Katholiek feest[bewerken | brontekst bewerken]

Op 10 juni 2016 heeft de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten aangekondigd dat de verplichte gedachtenis van de heilige Maria Magdalena op 22 juli wordt verheven tot een Feest. In haar desbetreffende brief vermeldt deze Congregatie onder meer dat Thomas van Aquino haar al "Apostel van de Apostelen" noemde. In het Nieuwe Testament is Jezus het eerst aan haar verschenen en heeft haar bij deze verschijning gezegd: "Ga naar mijn broeders en zeg hen: Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God."[6] Paus Franciscus heeft deze verheffing bepaald als passend in het heilig jaar van de Barmhartigheid.

Maria Magdalena in gnostische geschriften[bewerken | brontekst bewerken]

Maria Magdalena komt ook voor in een aantal gnostische geschriften. In een aantal gnostische geschriften wordt Maria Magdalena beschreven als een leerling met een bijzondere band met Jezus, maar dit geldt niet voor gnostische literatuur in het algemeen.

Evangelie van Filippus[bewerken | brontekst bewerken]

In het apocriefe evangelie van Filippus wordt Maria Magdalena als een bijzondere leerlinge van Jezus voorgesteld. De authenticiteit van de overlevering is onduidelijk, aangezien een repliek daarop door de historische orthodoxie ontbreekt. Een fragment uit het geschrift:

Christus hield meer van Maria dan van alle leerlingen. Hij kuste haar dikwijls op haar [mond?].[noot 3] De andere [leerlingen ...] en zeiden tegen hem: ‘Waarom houdt u meer van haar dan van ons allemaal?’ De verlosser antwoordde hun met de woorden: ‘Waarom houd ik niet van jullie zoals van haar?"

Evangelie van Maria Magdalena[bewerken | brontekst bewerken]

In 1896 werd in Caïro het evangelie van Maria Magdalena ontdekt. De eerste zes pagina's ontbreken en het te lezen deel begint in het midden van een gesprek tussen de opgestane Jezus en zijn leerlingen. Maria Magdalena treedt hierin op als een van de leerlingen, die in conflict geraakt met de apostelen Petrus en Andreas. De meest complete tekst dateert uit de 5e eeuw, terwijl er twee fragmentarische teksten gedateerd kunnen worden tot in de 3e eeuw. De aan de vondsten voorafgaande originele tekst, is waarschijnlijk ontstaan tussen 180 en 200. In het evangelie betwisten Petrus en Andreas dat Maria Magdalena door Jezus toegang gehad zou hebben tot bijzondere kennis. In de latere 5e-eeuwse tekst wordt bovendien de autoriteit van Maria Magdalena betwist op grond van haar vrouw-zijn.

Andere gnostische geschriften[bewerken | brontekst bewerken]

Maria Magdalena komt ook voor in de volgende gnostische geschriften:

In de literatuur van het manicheïsme[bewerken | brontekst bewerken]

Maria Magdalena komt ook in de literatuur van het manicheïsme voor. In 1928 werd nabij Medinet Madi in de Egyptische regio El-Fajoem een Psalmenboek gevonden. Het was een Koptisch handschrift dat drie psalmen bevat die onder meer over Maria Magdalena handelen. Alle drie de psalmen maken deel uit van de codex dat de zogenaamde psalmen van Heracleides bevat. Deze was een discipel van Mani. Het is onmogelijk te zeggen of Heracleides de auteur van de psalmen was dan wel of deze alleen aan hem toegeschreven zijn. Het Koptisch is een vertaling van wat een Grieks of Syrisch origineel moet zijn geweest. De oorspronkelijke tekst moet tussen het eind van de derde en midden vierde eeuw zijn geschreven. De eerste psalm is een hymnische dialoog tussen Maria en de herrezen Christus die zij als eerste herkende. Maria krijgt van Christus opdracht de mannelijke discipelen te zoeken en hen weer naar hem te brengen. In de tweede en derde psalm wordt verslag gedaan van deze opdracht aan Maria. Zij wordt hierin beschreven als een toonbeeld van en voorbeeld voor manichese gelovigen en missionarissen. Zij representeert ook de geest van wijsheid omdat zij als eerste het karakter van de herrezen Christus herkende. Zij neemt in de psalmen echter geen bijzondere positie in ten opzichte van de overige discipelen.

Moderne legendevorming[bewerken | brontekst bewerken]

De landing van Maria op een Frans strand is een negende-eeuwse legende, die in Frankrijk nog jaarlijks met een processie wordt herdacht. Dat er een huwelijk zou hebben plaatsgevonden tussen Jezus en Maria wordt door de Kerk beschouwd als negentiende-eeuwse fictie. De Franse fantast Pierre Plantard (1920-2000), uitvinder van de Priorij van Sion, combineerde deze twee legenden, en beweerde dat Maria Magdalena met de hulp van Jozef van Arimathea naar Frankrijk vertrokken was en er een dochter Sara (Hebreeuws voor prinses) ter wereld bracht. Deze zou stammoeder van de Merovingen zijn. In dit verhaal wordt Maria Magdalena gezien als de San Greal (Latijn voor Heilige Graal), waarbij San Greal als Sang Real (oud-Frans voor koninklijk bloed) wordt beschouwd. Elementen uit deze speculatie over Maria Magdalena, die Jezus soms als echtgenoot van Maria Magdalena voorstelt, zijn verwerkt in verschillende romans, waaronder Het heilige bloed en de heilige graal van Michael Baigent, Richard Leigh en Henry Lincoln, De Da Vinci Code van Dan Brown en Het Magdalena Mysterie van Kathleen McGowan.

Maria Magdalena in de kunst[bewerken | brontekst bewerken]

Traditioneel wordt Maria Magdalena afgebeeld met een zalfpot en met lang haar.


Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Esther de Boer, Maria Magdalena, De mythe voorbij, Meinema, Zoetermeer 2006 - ISBN 9021139863
  • Esther de Boer, De geliefde discipel, vroegchristelijke teksten over Maria Magdalena, Meinema, Zoetermeer 2006 - ISBN 9021140748
  • King, Karen L., The gospel of Mary of Magdala, Jesus and the first Woman apostle, Polebridge Press, Santa Rosa, California, 2006, ISBN 0 944344 58 5.
  • John van Schaik, Waarom Jezus niet getrouwd was met Maria Magdalena, Christofoor, Zeist 2006 - ISBN 90-6238-810-8
  • J. Slavenburg & W.G. Glaudemans, De Nag Hammadi-geschriften 1, Ankh-Hermes, Deventer, 1994 - ISBN 9020219642
  • Ph. Jenkins, The New Anti-Catholicism. The Last Acceptable Prejudice, Oxford University Press, New York 2003
  • Karel & Caroline van Huffelen, Maria Magdalena en de schijnheiligen, Uitgeverij Petiet, 2006 - ISBN 90-807533-2-7
  • Ton van der Kroon, Boek der Liefde, uitgeverij Frontier, 2006 - ISBN 90 7807 005 6
  • Margaret Starbird, De Vrouw Met De Albasten Kruik, Uitgeverij Ankh-Hermes, 1995 - ISBN 90-2028-063-5
  • Margaret Starbird, Maria Magdalena Bruid In Ballingschap, Uitgeverij Ankh-Hermes, 2006 - ISBN 90-2028-428-2
  • Guido Kindt, Maria Magdalena Vrouw, Minnares Of Apostel Van Jezus?, Uitgeverij Van Halewyck, 2006 - ISBN 90-8553-016-4
  • Anne-Marie Wegh, Maria Magdalena, auteur van het vierde evangelie, Magdalena Uitgevers, 2019 - ISBN 978-90-825023-3-6

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Primaire heiligen

Gloriole.svg

Dit zijn de zeven primaire heiligen. Deze zeven vrouwen worden allemaal genoemd in de eerste Romeinse Canon.