De Nieuwe Bijbelvertaling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Nieuwe Bijbelvertaling)
Ga naar: navigatie, zoeken
De Nieuwe Bijbelvertaling
De Nieuwe Bijbelvertaling, opengeslagen bij Jesaja 1
De Nieuwe Bijbelvertaling, opengeslagen bij Jesaja 1
Taal Nederlands
Uitgever Nederlands Bijbelgenootschap
Katholieke Bijbelstichting
Uitgegeven 2004
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) is een oecumenische Bijbelvertaling in het Nederlands uit 2004. Deze is naast de Statenvertaling en de NBG 1951 een van de officiële Bijbelvertalingen van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).

Voorbereiding[bewerken]

Hieraan is sinds 1993 gewerkt door het Nederlands Bijbelgenootschap, de Katholieke Bijbelstichting, het Vlaams Bijbelgenootschap en de Vlaamse Bijbelstichting. Het is een geheel nieuwe vertaling van de Bijbel vanuit de grondtalen. Men heeft geprobeerd enerzijds trouw te zijn aan de oorspronkelijke tekst, anderzijds alleen in het Nederlands gebruikelijke woorden en zinsconstructies te gebruiken ('brontekstgetrouwheid' en 'doeltaalgerichtheid'). Aan deze vertaling werd gewerkt door een heel team van theologen, neerlandici, classici en hebraïci.

In 1998 verscheen een selectie van Bijbelboeken in deze vertaling onder de naam "Werk in uitvoering". Dit veroorzaakte veel discussie. In 2000 verscheen deel 2 met de Bijbelboeken Genesis, Zacharia, Tobit, Marcus, 1 Korintiërs en Openbaring. In december 2003 verscheen "Werk in uitvoering 3" waarin de teksten van Ruth, Amos, de Wijsheid van Jezus Sirach en Lucas zijn opgenomen. In de boeken Werk in uitvoering wordt bovendien uitvoerig ingegaan op vertaalkeuzes die men bij de besproken boeken heeft gemaakt.

Edities[bewerken]

Op woensdag 27 oktober 2004 werd De Nieuwe Bijbelvertaling officieel gepresenteerd in De Doelen in Rotterdam (waarbij koningin Beatrix vers 1 tot en met vers 10 van Genesis 1 voorlas). Verschillende boekhandels in Nederland hielden speciale openingstijden. De eerste en tweede druk waren binnen een week uitverkocht. Op 29 oktober 2004 werd de NBV in Antwerpen gepresenteerd.

De Nieuwe Bijbelvertaling is in verschillende edities verkrijgbaar: een standaardeditie met en zonder deuterocanonieke boeken, een huisbijbel, een katholieke editie met de deutorocanonieke boeken in de volgorde van de katholieke canon, een kerkbijbel, een literaire editie (zonder versnummers), een kanselbijbel, een paralleleditie (links Statenvertaling, rechts NBV), een cd-romuitvoering en een downloadbare editie. Sinds 17 juni 2006 is de Jongerenbijbel verkrijgbaar, en sinds oktober 2008 de Studiebijbel.

De eenvoudigste editie toont op de omslag de beginwoorden van Genesis (Hebreeuws: בְּרֵאשִׁית בָּרָא אֱלֹהִים, Beresjit bara Elohim) en Johannes (Grieks: Ἐν ἀρχῇ ἦν ὁ λόγος, En archè èn ho Logos). Beide boeken beginnen met dezelfde woorden: In het begin.

Vertaling[bewerken]

Het begin van Genesis 1 in de NBV

Brontekst[bewerken]

De brontekst van de NBV is afkomstig uit drie uitgaven van de Deutsche Bibelgesellschaft

Methoden[bewerken]

De vertaling werd uitgevoerd door een team van vertalers, waarbij elk Bijbelboek door een vertaalkoppel werd vertaald: een brontaalkenner en een neerlandicus/neerlandica of - als er sprake is van een poëtische tekst - dichter. Zo werd ernaar gestreefd de vertaling goed te laten aansluiten bij hedendaags Nederlands. De vertaling werd gecontroleerd door supervisoren uit verschillende kerken en door een Vlaams lezerspanel dat ervoor zorgde dat de vertaling geen constructies bevatte die alleen gebruikt worden door Nederlanders (zogenaamde hollandismen).

Uitgangspunt[bewerken]

De vertaalprincipes van de NBV zijn: brontekstgetrouw en doeltaalgericht.

Brontekstgetrouw wil zeggen, dat de Nederlandse tekst moet weergeven wat in de grondtaal bedoeld wordt. De brontekst is niet woordelijk vertaald, want daarmee zou het resultaat juist verder van de betekenis af komen te staan. Brontekstgetrouw houdt ook in, dat getracht wordt in dezelfde stijl als de oorspronkelijke Bijbeltekst te schrijven: als de tekst in het Hebreeuws of Grieks poëtisch, hoogdravend of juist simpel van taal is, dient de vertaling dat ook te zijn.

Met doeltaalgericht wordt bedoeld, dat men goed Nederlands schrijft, en Hebreeuwse, Aramese of Griekse zinsconstructies of spreekwoorden door een Nederlands gezegde met dezelfde betekenis vervangt. De lezer moet geen hinder hebben van eigenschappen van de oorspronkelijke talen. De NBV vermijdt bijvoorbeeld hebraïsmen zoals de Hebreeuwse genitief, die in oudere vertalingen zoals de Statenvertaling veelvuldig voorkomen.

Voetnoten[bewerken]

Waar bijvoorbeeld de NBG51 een tekst tussen vierkante haken zette omdat die waarschijnlijk niet in de oorspronkelijke tekst stond, vermeldt de NBV hem in een voetnoot. Zo ook het Comma Johanneum, al bestaat van deze glosse alleen een Latijns origineel.

In veel oudere vertalingen, met name in de Statenvertaling, staan veel verwijzingen naar parallelteksten direct bij de paragraaf in kwestie. Dit is een rijke bron om de samenhang van de verschillende Bijbelse uitspraken en verhalen beter te kunnen begrijpen, precies op de plaats waar de lezer dat nodig heeft. De NBV heeft deze verwijzingen bij de paragrafen zelf verwijderd en ze achter in de Bijbel opgenomen. Daar vindt de lezer ook een verklarende woordenlijst.

Namen[bewerken]

De namen van personen worden geschreven zoals de Bijbelgenootschappen in 1988 overeengekomen zijn.[3] Daarbij kwam men tot de conclusie dat deze afspraken nog eens geëvalueerd moeten worden.[4]

Kritiek[bewerken]

Er kwam kritiek op de nieuwe vertaling toen bleek dat termen als "kribbe" en "zondebok" vervangen werden door "voederbak" en "bok"[5]. Omdat in de originele teksten nergens sprake was van een café of herberg verdween die, er staat nu "er was voor hen nergens plaats".[6] Het Bijbelgenootschap heeft het woord "voederbak" gebruikt in de naam van een website met informatie over vertaalaspecten van De Nieuwe Bijbelvertaling.[7] Zoals dat ook het geval was met de NBG51, zijn er mensen die in de NBV nauwelijks de hun vertrouwde Bijbel meer herkennen en dit uiten in niet mis te verstane bewoordingen.[8] Het woord dat gekozen is voor melaatsheid (Hebreeuws: tsara'aat; Grieks lepra), huidvraat, deed ook aanvankelijk vraagtekens ontstaan.[9]

Verband tussen Oude en Nieuwe Testament[bewerken]

De NBV vertaalt het Oude Testament zoals het er ligt, dus niet vanuit de optiek van het Nieuwe. Voor de gelegenheden waar het Oude Testament geciteerd wordt in het Nieuwe geldt dat die om meerdere redenen soms moeilijk herkenbaar kunnen zijn: het citaat komt uit de Septuagint en die wijkt af van de Masoretische tekst of het citaat is door de Nieuw-Testamentische schrijver aangepast aan zijn bedoeling ermee. De regel van de NBV is dat de context waarin geciteerd wordt, boven de oorspronkelijke context van het citaat gaat.[10] Volgens critici zijn veel citaten onherkenbaar geworden.

Te vrij[bewerken]

Ook wordt er bezwaar tegen gemaakt dat de gebruikte vertaalmethode (aangepaste dynamische equivalentie; dat wil zeggen begrip voor begrip, niet per se woord voor woord) niet wetenschappelijk wordt verantwoord en dat bij herhaling een 'Handboek', waarin de vertaalregels zijn vastgelegd, als bron wordt geciteerd, terwijl de tekst daarvan door het Nederlands Bijbelgenootschap niet wordt vrijgegeven.

Minder concordant[bewerken]

De Nieuwe Bijbelvertaling is minder vaak concordant[11] dan de oudere vertalingen. Concordant vertalen betekent dat men hetzelfde woord in de grondtekst steeds met hetzelfde Nederlandse woord vertaalt. Het uitgangspunt is dat elk woord meer betekenissen heeft; en dat het maar weinig voorkomt dat twee woorden precies hetzelfde betekenen in twee talen. Voorbeelden zijn wet of vlees in de Romeinenbrief. Door per tekst te kijken welke betekenis de woorden hebben, geeft het Nederlands de betekenis zo precies mogelijk weer. Nadeel is echter dat theologische begrippen vlees of wet minder zichtbaar worden, en ook is niet langer zichtbaar hoe Paulus met deze woorden speelt.

JHWH[bewerken]

De onuitspreekbare Naam van God[12] is ondanks veel reacties uiteindelijk gewoontegetrouw weergegeven met HEER, zoals ook in de Septuagint gebeurde (Kyrios) en in oudere Bijbels (HERE of HEERE). Voorgesteld zijn onder meer De Eeuwige, de Aanwezige, de Levende, De Enige, De Betrokkene, JHWH. De Studiebijbel 2008 geeft JHWH. De kritiek hierop is:

  1. Heer is exclusief mannelijk, terwijl JHWH sekseneutraal is
  2. Heer heeft de connotatie heerser
  3. Heer doet geen recht aan de betekenissen van JHWH
  4. Een eigennaam vertaal je niet[bron?]
  5. Jezus wordt ook Heer genoemd
  6. Een beroep op de traditie is een beroep op de – niet-gezaghebbende – Septuagint[13]

Inclusief[bewerken]

In de visie van de NBV zijn veel vertalingen cultureel bepaald, waardoor vrouwen onzichtbaar blijven. De NBV wil echter nadrukkelijk vrouwen niet buitensluiten. Voorbeelden zijn:

  • Waar mannen en vrouwen samen aangesproken worden, gebruikt het Grieks het mannelijk meervoud. In de brieven van Paulus richt hij zich vaak tot adelfoi, letterlijk broeders, in de NBV wordt dat vertaald met Broeders en zusters.[14]
  • In Handelingen 1:16 wordt zelfs andres adelfoi (mannen broeders) vertaald met broeders en zusters; ook dit is correct, zie vers 14 - een moderne Nederlander zou een gemengd gezelschap nooit serieus aanspreken met mannen broeders.
  • De NBG51 heeft de vrouwennaam Junia in Romeinen 16:7 vertaald met een (niet-bestaande) mannennaam Junias. In de NBV mag Junia met haar eigen naam onder de apostelen in aanzien zijn.
  • In Efeziërs 5:22 laat de NBG51 midden in een zin een nieuwe paragraaf beginnen. De NBV heeft de twee zinsdelen ("wees elkander onderdanig, (...) de vrouwen aan de mannen") weer bij elkaar gezet, zodat zichtbaar wordt dat de opstelling van vrouwen naar hun man een verbijzondering is van de gewenste instelling van een christen in het algemeen.

Hoofdletters[bewerken]

Oud Grieks, Aramees en Hebreeuws maken geen verschil tussen hoofd- en kleine letters. De hoofdletters in de NBV volgen de regels van het Nederlands. Sedert de 18e eeuw is men steeds meer hoofdletters gaan gebruiken om eerbied te tonen, de eerbiedskapitalen. De NBV gebruikt deze hoofdletters summier. Er worden geen hoofdletters gebruikt voor voornaamwoorden (hij, zijn, zich), ook niet als ze op God betrekking hebben. Ook worden geen hoofdletters gebruikt voor woorden uit de godsdienst, zoals tempel, ark enzovoorts.[15] Dit wordt door sommigen oneerbiedig gevonden.

Acceptatie in de kerken[bewerken]

Gebruik in de katholieke liturgie[bewerken]

Het was aanvankelijk de bedoeling dat deze vertaling in oktober 2004 de NBG- en de Willibrordvertaling zou aflossen. Toch werd besloten dat deze beide vertalingen zullen blijven bestaan. Vooral de Willibrordvertaling wordt sinds de herziene uitgave in 1995 meer gebruikt, ook onder protestanten. De Rooms-Katholieke Kerk heeft besloten de NBV niet te gebruiken in de liturgie, waar het voorgeschreven lectionarium gebaseerd is op de Willibrordvertaling van 1978 met het imprimatur van 1980.

Gebruik in de Protestantse Kerk in Nederland[bewerken]

De Nieuwe Bijbelvertaling werd in 2004 in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) vrijgegeven ter beproeving. Tijdens de protestantse synode van 22 en 23 april 2010 werd de NBV met een ruime meerderheid (van de 146 aanwezige leden stemden slechts 16 tegen; anderen vroegen uitstel) verkozen als een van de officiële Bijbelvertalingen van de PKN. Het heeft daarmee een predicaat dat gelijk is aan dat van de Statenvertaling en de NBG-vertaling van 1951; een van deze drie moet "bij voorkeur" worden gebruikt in de erediensten van de bij de PKN aangesloten kerken; andere vertalingen zijn overigens niet verboden. Critici binnen de PKN vonden de tekst te ver van de brontekst afstaan en meenden er te veel nieuwe, subjectieve inkleuring in te zien. Voorstanders wezen op de in hun ogen al bestaande brede acceptatie onder 'gewone' gelovigen.

Studiebijbels[bewerken]

In 2008 werd door het NBG en de KBS een Studiebijbel uitgegeven. Ook hieraan is in teamverband gewerkt. De Studiebijbel bevat de tekst van de NBV, met dit verschil dat ze in plaats van Heer (in kleinkapitaal) de letters JHWH geeft. Verder zijn er gekleurde kaarten, inleidingen, kaderartikelen, extra voetnoten, enzovoort. Voor sommige christenen is de Studiebijbel te vrij. Zo wordt er bijvoorbeeld in gezegd dat 2 Timotheüs een fictieve situatie beschrijft. In 2009 kwam een tweede Studiebijbel uit die een meer traditionele lijn volgt, de Studiebijbel in perspectief.

Externe links[bewerken]