JHWH

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Het artikel God (jodendom) behandelt het godsbegrip binnen het jodendom.
Het Tetragrammaton in Oud Hebreeuws (1100 v.Chr. tot 300 n.Chr.), Aramees (10e eeuw v.Chr. tot 1 v.Chr.) en in modern Hebreeuws schrift

De Hebreeuwse lettercombinatie יהוה (jod-hee-vav-hee (JHWH of JHVH)) is in de Hebreeuwse Bijbel de Naam van God. Deze lettercombinatie wordt ook wel tetragrammaton genoemd: τετραγράμματον - wat Grieks is voor 'vier letters'.

Herkomst en mogelijke betekenis[bewerken]

De naam JHW[bewerken]

De naam Jhw ("Jhw in het gebied van de Shasu") duikt voor het eerst op in Transjordanië, vanaf 1400 v.Chr., namelijk in Egyptische teksten van Amenhotep III die verwijzen naar een volk dat daar leefde (ref. Donald Redford). Stammen werden wel meer geïdentificeerd aan de hand van de godheid die zij aanhingen. In dit geval zou Jhw duiden op Jaw of Jahu, de naam waarvoor de vroegere El door een stam werd ingeruild. De aanroeping Hallelu-Jah betekent letterlijk Ere zij Jah.[1] Veel persoonsnamen van deze stam die eerder el bevatten (Elia, Natanaël), kregen nu ja als suffix. El zou dus de evolutionaire voorloper zijn van Jahweh.[2][3]

Latere teksten in Ugarit opgegraven komen volgens taalgeleerden qua stijl erg dicht bij die van de Tenach en vermelden El en Baäl ("de Heer") tezamen.[2] Het vroeg Hebreeuws lijkt bovendien heel erg op het Ugaritisch. Michaël Kerrigan c.s. menen dat de latere profeten van het Oude Testament Baäl als een valse god en vijand verketterden om het verband tussen Baäl en El te ontkennen.[2] In Ugarit was El echter de vader van de vruchtbaarheidsdgod Baäl en zijn strijdbare zuster Asnat.[4] Volgens Exodus 6 werd God door de stamvaders van Israel vereerd als El Shaddai. El betekent hoog of verheven. Aan Mozes maakt God zich bekend als JHWH, "ik ben die ik ben". De naam El blijft meestal in de meervoudsvorm Elohim, een aanduiding van God. Het woord Baal, heer, wordt helemaal verbonden met de vruchtbaarheidscultus, zodat men later zelfs in de geschriften namen als Isbaal en Mefibaal veranderde in Isboseth en Mefiboseth (Boseth = schande). Aanvankelijk zal Baal echter een neutraal woord geweest zijn.[5] Op kleitabletten, gevonden tijdens opgravingen in Ebla, komt de naam Ja (Jaw (JW), Jahu (JHW)) overigens al voor ( zie ook Ea).[6]

Het werkwoord HWH[bewerken]

Qua etymologie houdt de naam waarschijnlijk verband met een oud Hebreeuws werkwoord ‘zijn’ (HWH); de betekenis is dan: ‘hij is’ of ‘hij zal zijn’ (derde persoon mannelijk enkelvoud, onvoltooide tijd). Vormen van dit werkwoord zijn verder betrekkelijk zeldzaam, in tegenstelling tot de (modernere?) stam HJH die hetzelfde betekent maar juist veel voorkomt. JHWH kan ook een verbuiging zijn van de causatieve vorm van HWH, ‘hi·wah’ (vormen, veroorzaken te zijn); de naam betekent dan ‘hij veroorzaakt (zal veroorzaken) te worden.’

In de Thora (Exodus hoofdstuk 3, vers 14-15) wordt beschreven dat Mozes aan God vroeg met welke naam Hij aangeduid wilde worden, voor het geval de menigte die naam wilde weten. In deze passage vinden we een regel met zowel de werkwoordstam היה als הוה. Opmerkelijk is dat de verbuiging אהיה van de eerste stam traditioneel is vertaald met ‘Ik zal zijn’, en de verbuiging יהוה van de tweede stam niet met 'Hij zal zijn' maar met ‘HEERE’ (JHWH):

En God zei tegen Mozes: „Ik zal zijn (אהיה) die ik was (אהיה)”, en Hij zei: „Het volgende zul je zeggen tegen de zonen van Israël: ‘Ik zal zijn (אהיה) heeft mij naar jullie gestuurd.’” En God zei verder tegen Mozes: "Het volgende zul je zeggen tegen de zonen van Israël: ‘JHWH (יהוה), God van jullie vaders, God van Abraham, God van Izaak en God van Jakob, Hij heeft mij naar jullie gestuurd’; dit is Mijn Naam voor eeuwig, en dit is Mijn aandenken voor generatie (en) generatie!"

Esoterische interpretatie[bewerken]

De esoterische interpretatie van de woorden JHWH en HWH verwijst naar de ervaring van ieder mens van het zijn(de) in zichzelf. Dat is heel erg simpel, maar moeilijk te begrijpen omdat het 't begrip te boven gaat. Het is de stille levende eeuwige getuige die altijd aanwezig is. De essentie van de oorsprong van het ego. Het "ik" of "zelf" van het waarnemende bewustzijn: zie ik ben. Het ikbesef zonder dat men het ego bedoelt. Het ik is voor iedereen "ik" en hetzelfde voor iedereen. Hier ligt het eenheidsbesef en het begrip van broederschap als toegang tot empathie en eenheidservaring. Het probleem is hierbij dat de taal het niet kan definiëren, omdat de taal uitgaat van een abstract begrippen kader. De ervaring van de eeuwige getuige kan niet onder woorden gebracht worden, net zoals de ervaring van bijvoorbeeld de geur van een roos. Bij datgene wat duidelijk gemaakt wil worden ligt het qua abstractie nog moeilijker omdat het geen echte ervaring is maar datgene wat ervaring waarneemt. Dat is volgens de esotericus de reden dat de naam van JHWH niet uitgesproken dient te worden: het is in principe onmogelijk en als men het toch doet ontstaat er verwarring en verdeeldheid door een vals anthropomorfisch beeld. In het verlengde hiervan kan men begrijpen dat men geen "beeld" van God mag maken. Daarom, volgens de esoterie, staat op tempels en stond op de stadspoorten in het oude Griekenland "Mens ken uzelve" als een opdracht tot actieve zelfreflectie in plaats van een abstracte duiding. De stille eeuwige getuige wordt verbeeld met een oog in een driehoek zoals in vrijmetselaarstempels, in het oude Egypte als het "oog van Horus" en hieronder staat een plaatje waar de vier letters JHWH staan inplaats van het oog in diezelfde driehoek. Het zelf dat schijnt door ieders hart. Zie voor het verschil met de schepperGod Elohim volgens de esoterie bij El.

Uitspraak[bewerken]

De juiste uitspraak van JHWH is onderwerp van discussie. Het Hebreeuws werd namelijk ongevocaliseerd (dat wil zeggen zonder klinkers) geschreven. Flavius Josephus schreef over de 'vier klinkers' van de Naam, waarvan je de uitspraak zou kunnen reconstrueren door te vergelijken met woorden waarvan de uitspraak bewaard gebleven is, zoals JHWDH (Jehoeda). De Naam mocht slechts eenmaal per jaar worden uitgesproken: door de hogepriester (kohen gadol) in de Joodse tempel tijdens de offerdienst van Jom Kipoer. De juiste uitspraak was niet echt geheim, maar doordat de Naam zo zelden werd uitgesproken, zal het volk de uitspraak niet gekend hebben. Men veronderstelt dat de hogepriester de uitspraak aan zijn opvolger leerde. Aangezien de Tempel al bijna 2000 jaar niet meer bestaat en er al even lang geen hogepriester meer is, is de uitspraak van de Naam verloren gegaan.

Dit verbod op het uitspreken van deze Naam op andere momenten dan tijdens de offerdienst door de hogepriester op Jom Kipoer had te maken met het zware verbod dat de Tora geeft voor het onnodig uitspreken ervan.[7] De rabbijnen beperkten daarom niet alleen het gebruik, maar ook de kennis van de uitspraak ervan tot enkel de hogepriester, die het aan de volgende hogepriester doorgaf. Trouwens, als de naam niet mag worden uitgesproken, spreekt het vanzelf dat buitenstaanders de naam nooit horen.

Schrijfwijze[bewerken]

Het Hebreeuws wordt vanouds alleen met medeklinkers geschreven. In latere tijd werden er klinkertekens toegevoegd als hulp bij de uitspraak. Deze klinkers horen dus niet bij de heilige, oorspronkelijke tekst. De oorspronkelijke Hebreeuwse medeklinkertekst is door de Masoreten van klinkertekens voorzien. Waar een ander woord gelezen moet worden dan in de medeklinkertekst staat, zetten ze een Q in de kantlijn met de medeklinkers die gelezen moesten worden; boven het woord in de tekst plaatsten ze dan de klinkertekens van het te lezen woord. Als een bepaald woord erg veel voorkwam als Qere/ketiev werd de aantekening in de kantlijn weggelaten; dit heet Qere perpetuum.

Eén van deze vaak voorkomende gevallen was de Naam, waarvoor in de plaats Adonai (Heer, meervoudsvorm uit eerbied) gelezen moest worden. In de tekst kwam dan te staan JHWH met de klinkers van Adonai, de bedoeling was niet dat er Jehowah werd gelezen, maar Adonai. Als er reeds Adonai stond (bijvoorbeeld Adonai JHWH of JHWH Adonai) werd Elohim, God gelezen; Adonai JHWH werd dus Adonai Elohim, de Heer God. Ook hier was het woord in de tekst Jehowih alleen een herinnering om Elohim te lezen. De oudste handschriften van de Masoretische Tekst, de Codex Aleppo en de Codex Leningradensis schrijven meestal JeHWaH, (stomme e en lange a). Er worden daar verschillende verklaringen voor gegeven.

Jehovah[bewerken]

Het is dus nooit de bedoeling geweest de letters JHWH uit te spreken met welke klinkers dan ook. De Qere/ketiev constructie is juist uitgedacht om, zonder de heilige medeklinkertekst te veranderen, te voorkómen dat de heilige Naam werd uitgesproken. De meeste geleerden geloven dat Jehova(h) een late (ca. 1100 n.Chr.) hybride vorm is, die is ontstaan door de combinatie van de medeklinkers van JHWH met de klinkers van adonai. Deze vorm werd gebruikt in de inleiding van de eerste uitgave van de Statenvertaling van 1637.[8]

  • Omdat de beweging Jehova's getuigen zich naar deze uitspraak van JHWH heeft genoemd, wordt de naam Jehova vaak met de Jehova's getuigen geassocieerd.
  • De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (ook wel Mormonen genoemd) gelooft dat Jehovah een naam is van Jezus Christus (God de Zoon).
  • Orthodoxe Joden zullen nooit de Naam uitspreken. De naam God wordt door de Joden vaak geschreven als G'd of G-d, om te voorkomen dat Naam uitgewist kan worden. De uitspraak is gewoon God.

Vertaalvarianten[bewerken]

In het jodendom[bewerken]

Joden spreken יהוה nooit uit, uit respect voor de heiligheid van God; zie uitleg verderop. In plaats daarvan worden de vele namen en titels voor God gehanteerd, waarvan de bekendste zijn:

  • Adonai – mijn Heer; wordt gehanteerd bij plechtige voorlezingen (in gebeden etc.)
  • Elohim of in dagelijks gebruik Elokiem (zie ook de paragraaf Uitspraak)
  • Hakadosj Baroech Hoe – De Heilige, Gezegend is Hij (in religieus-orthodoxe kringen)
  • Hasjeem – letterlijk ‘de Naam’; meest gebruikte versie in dagelijks, niet-plechtig gebruik
  • ATaH - A (alev) en T (tav) zijn de eerste en laatste letter Hebreeuwse alfabet: de schepping omvattend; de H he staat voor Hasjeem (de Naam) en is tegelijk de vijfde letter van het alfabet en tevens get getal 5, verwijzend naar de 5 boeken van Mozes
  • El(i) – de eerstbekende naam; El is het Hebreewse woord voor God, Eli betekent mijn God
  • Adosjem – de rabbijnen zijn echter voor afschaffing van deze versie en geven de voorkeur aan "Hasjeem"
  • El Sjaddaj – de almachtige God
  • Adonai Tsevaot - HEER der heerscharen (NBG) - HEER van de hemelse machten (NBV)
  • Jah – verkorte vorm van Jahwe, vooral in andere eigennamen gebruikt (Jesaja, Jeremija, etc.)
  • El Eljon – de allerhoogste God
  • Sjalom – [God van] vrede
  • Sjechiena – de aanwezige God, of de Aanwezigheid
  • Ehje Asjer Ehje – ‘Ik ben die ik ben’ of ‘Ik zal er zijn’ (Exodus 3:14)
  • God, zonder meer – Strikt genomen is dit geen naam, maar een soort ‘functieaanduiding’ of titel.[9]

Griekse vertalingen[bewerken]

Origenes (tweede eeuw) en Hiëronymus van Stridon (vierde eeuw) schrijven dat er Septuagint handschriften bestaan met de onuitspreekbare heilige Naam. Er zijn hiervan nog zo’n tien fragmenten bewaard gebleven. Hiëronymus meldt in 384 in zijn brief aan Marcella, dat niet-ingewijden de onuitspreekbare naam onterecht toch proberen uit te spreken en dan ΠΙΠΙ, oftewel Pipi lezen.[10]

Papyrus fragment uit de rol van Nahal Hever
met de tekst van Habakkuk 2:19, 20
gedateerd tussen 50 voor en 50 na Christus

Er zijn de laatste jaren oude Griekse handschriften ontdekt die Gods naam, JHWH of יהוה (het tetragrammaton; de vier letters) bevatten. Die zijn vervaardigd door Joodse schrijvers voor de opkomst van het christendom en door Joodse redacteurs daarna, die tot een betere vertaling van het Hebreeuws trachtten te komen. In die tijd was de standaardtekst voor niet Hebreeuws sprekende christenen de Septuagint. We weten veel over de late Joodse herzieningen en recensies van het Grieks tegenover het Hebreeuws. Beroemd zijn de Grote drie: Aquila (Ad 128), Symmachus en Theodotion. Deze drie vertalingen volgen het Hebreeuws letterlijk, vergeleken met de oudere Griekse vertalingen van de LXX. Moderne geleerden beschouwen een of twee van de drie als volledig nieuwe Griekse versies van de Hebreeuwse Bijbel.[11] Deze Griekse vertalingen hebben het Tetragrammaton in oud en in nieuw Hebreeuws schrift, en ook wel omgezet in Griekse letters, middenin de Griekse tekst van het verhaal. Sommige kopieën van het Griekse Oude Testament uit de laatste eeuwen voor Christus, hebben een lege plek waar het tetragrammaton gestaan zal hebben, ander geven de Naam van God weer met "ΙΑΩ" (IAO); anderen gebruiken Phoenician he.pngPhoenician waw.pngPhoenician he.pngPhoenician yodh.png; en er zijn nog handschriften met andere varianten.[12] Een belangrijke versie die Phoenician he.pngPhoenician waw.pngPhoenician he.pngPhoenician yodh.png gebruikt, is de versie van Aquila van Sinope.[13]

Er zijn geen aanwijzingen dat er handschriften van (delen van) het Nieuwe Testament hebben bestaan met deze weergave van de onuitspreekbare naam.

Handschriften[bewerken]

Een site van Jehova's getuigen[14] noemt de volgende handschriften: LXX P. Fouad Inv. 266; LXX VTS 10a; LXX IEJ 12; LXX VTS 10b; 4Q LXX Levb (=4Q120); LXX P. Oxy. VII.1007 Aq Burkitt Aq Taylor; Sym. P. Vindob. G. 39777; Ambrosiano O 39 sup. De Papyrus Rylands 458 wordt nogal eens in deze discussie betrokken, maar geeft lege plekken.

In het christendom[bewerken]

JHWH met de vocalisatie van Adonai

Christenen hanteren voor een deel andere titels dan joden, ook al wordt hiermee dezelfde God bedoeld:

  • Adonai - mijn Heer (niet echt algemeen)
  • Aanwezige
  • De Almachtige
  • de Eeuwige
  • de Heilige Naam (ook wel: nomen sacrum)
  • De Naam
  • Eeuwige Vader
  • El(i) - de eerst-bekende naam
  • Elohiem (deze naam werd oorspronkelijk in het Oude Testament gebruikt) (zie ook de paragraaf Uitspraak)
  • Enige
  • God (algemeen)
  • HEER (Willibrordvertaling, NBV), HERE (NBG51) of HEERE (StV) (in het Oude Testament, als vertaling van JHWH)
  • Heer (Willibrordvertaling, NBV), Here (NBG51) of Heere (StV) (In het Nieuwe Testament, als vertaling van het Griekse Κυριος (= Heer))
  • Hemelse Vader
  • Ik ben (vooral in het Evangelie volgens Johannes)
  • Jahwe of Jahweh (redelijk algemeen)
  • Jehova of Jehovah (onder andere bij Jehova's getuigen)
  • Levende
  • Onnoembare
  • Vader (in de hemelen)
  • Vredevorst

Gebruik in vertalingen[bewerken]

In navolging van de Joodse traditie en het Nieuwe Testament is in veel Bijbelvertalingen de naam ‘JHWH’ vervangen door ‘Heer’, bedoeld als vertaling van ‘Adonai’. Toch kan men aan het lettertype soms nog zien of er oorspronkelijk in het Hebreeuws JHWH of Adonai stond:

Elohim Adonai JHWH Adonai JHWH JHWH Elohim JHWH Sebaoth
Voor Joden geoorloofde uitspraak Elohim Adonai Adonai Adonai Elohim Adonai Elohim Adonai Sebaoth
King James God the Lord the LORD the Lord GOD the LORD God the Lord of hosts
Statenvertaling God de Heere de HEERE de Heere HEERE de HEERE God de HEERE der Heirscharen
Petrus Canisiusvertaling48 God de heer Jahweh Jahweh, mijn heer, Jahweh god Jahweh der heirscharen
NBG 1951 God de Here de HERE de Here HERE de HERE God de HERE der Heerscharen
Willibrordvertaling75 God de Heer Jahwe Jahwe, mijn Heer, Jahwe God Jahwe van de machten
Groot-Nieuwsbijbel God de Heer de Heer de Heer mijn God de Heer mijn God de almachtige Heer
Het Boek God de Here de HERE de Heer mijn God de HERE mijn God de HERE van de hemelse legers
Willibrordvertaling95 God de heer de HEER Heer GOD de HEER mijn God de HEER van de machten
NBV 2004 God de Heer de HEER[15] God, de HEER
HEER, mijn God
God, de HEER de HEER van de hemelse machten
NBV Studiebijbel 2008 God de Heer JHWH de Heer, JHWH JHWH,God JHWH van de hemelse machten
Herziene Statenvertaling 2010 God de HEERE de HEERE de Heere HEERE de HEERE God de HEERE van de legermachten
Nieuwe-Wereldvertaling[16] God de Heer Jehovah Soevereine Heer Jehovah Jehovah God Jehovah der legerscharen
  • Het verschil tussen Adonai en JHWH is in veel vertalingen dus wel zichtbaar (maar niet hoorbaar) doordat het laatste in KLEINKAPITAAL wordt geschreven. In de NBV staat zelfs de beginletter van HEER in kleinkapitaal (in tegenstelling tot de namen van de Bijbelboeken, die allemaal met een gewone hoofdletter beginnen).
  • In de eerste tekst in de bijbel waarin de naam JHWH voorkomt (namelijk Genesis 2:4) voegt bijvoorbeeld de Statenvertaling de volgende uitleg toe: Na de voleinding van het werk der schepping, wordt hier allereerst God de naam van JEHOVAH gegeven, betekenende den zelfstandige, den zelfwezende, van zichzelven zijnde van eeuwigheid tot eeuwigheid en de oorsprong of oorzaak van het wezen aller dingen, waarom ook deze naam den waren God alleen toekomt. Onthoud dit eens voor al: waar gij voortaan het woord HEERE met grote letters geschreven vindt, dat aldaar in het Hebr. het woord JEHOVAH of korter JAH staat.[17]
  • In 1753, 1756, 1761 en 1762 drukte drukkerij Goetzeet te Gorcum, die beheerd werd door diens weduwe, een versie van de Statenvertaling, waarin niet HEERE werd geschreven, maar JEHOVAH. De versie werd anoniem uitgebracht, omdat ze tegen het besluit van de synode in ging.[18]
  • De rooms-katholieke Petrus Canisiusvertaling (1948) en de eerste editie van de Willibrordvertaling (1975) geven de naam weer als Jahweh, dan wel Jahwe. In de tweede editie van de Willibrordvertaling keert men hiervan terug, mede naar aanleiding van bezwaren uit joodse kring, de Katholieke raad voor Israël en het Overlegorgaan voor Joden en Christenen (OJEC).[19]
  • Jehova's getuigen gebruiken Jehovah, en vinden dit zo belangrijk dat zij in hun Bijbelvertaling, de Nieuwe-Wereldvertaling, deze naam zelfs in het in het Nieuwe Testament toevoegen, terwijl het tetragrammaton in geen enkele Griekse NT tekst voorkomt. Ook in nieuwtestamentische citaten uit het Oude Testament (Tenach), waar men de naam van God zonder enig bezwaar correct zou kunnen hebben geciteerd als ‘JHWH’, blijkt men in de – Griekstalige – grondtekst toch de voorkeur te hebben gegeven aan het Griekse Κυριος (Kurios, Heer). Hier zou de Septuagint van invloed kunnen zijn geweest. Zo wordt de profeet Joël geciteerd (Joël 2 vers 32 in de meeste vertalingen, ofwel Joël 3 vers 5 in de Biblia Hebraica, de Willibrordvertaling en de Nieuwe Bijbelvertaling) door de apostel Petrus in Handelingen 2 vers 21 en door de apostel Paulus in Romeinen 10 vers 13 (zie Brieven van Paulus). Opmerkelijk is, dat in beide citaten uit Joël de weergave van JHWH als Κυριος wordt betrokken op Ιησους (= Jesous, Jezus).

Opmerkelijk is dat de Franse protestantse vertaling van Louis Segond[20] voor JHWH de vertaling l’Éternel (letterlijk: de Eeuwige) gebruikt;[21] dit sluit goed aan bij wat gewoonlijk als de betekenis van JHWH wordt beschouwd, nl. Ik ben die Ik ben of Ik zal zijn die Ik zijn zal. Ook voor de NBV is de vertaling Eeuwige overwogen, doch deze is uiteindelijk afgewezen.[22]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • (de) B.D. Eerdmans, The Name Jahu, O.T.S.V (1948), blz. 1-29
  • (de) G.J. Thierry, The Pronunciation of the Tetragrammaton, O.T.S.V, blz. 30-42
  • (de) O. Eissfeldt, Neue Zeugnisse für die Aussprache des Tetragramms als Jahwe, Z.A.W. 1935, blz. 59-76
  • (de) Th.C. Vriezen,Ehje asjer ehje, Festschrift für Bertholet 1950, blz. 498 vv
  • M. Buber, Mose2, 1952, blz. 47-67
  • (de) L.M. v. Pákodzdy, Die Deutung des JHWH-Namens in Exodus 3, 14, Judaica, Band 4, 1955, blz. 193-208
  • (en) Lemma 'YAHWEH', K. v. d. Toorn, B. Becking, P. v. d. Horst, Dictionary of deities and demons, Brill, Leiden, 1995, kol. 1711, 1712
  • Jurriaan Wijchers en Simon Kat, Bijbels Namenboek, druk 1994, 318 blz., uitgeverij Boekencentrum BV - Zoetermeer, ISBN 9023918924
  • Kerrigan,Michaël; Alan Lothian, Piers Vitebsky (1998) Midden-Oosterse Mythen, De eerste Heldendichten, Time-Life books BV, Amsterdam, ISBN 9053902147
  • Samuel Noah Kramer, J.A. Wilson, G. Ernest Wright en H.W.F. Saggs, 1974: Dagelijks leven in de Bijbeltijd

Noten:

  1. prof. Samuel Noah Kramer, prof. J.A. Wilson, dr. G. Ernest Wright en H.W.F. Saggs, (1974): Dagelijks leven in de Bijbeltijd, p. 85
  2. a b c Kerrigan,Michaël; Alan Lothian, Piers Vitebsky (1998): p. 137
  3. De Hebreeuwse Jod komt het meest overeen met de Nederlandse J (of de i wanneer gebruikt als klinker). In het Engels en het Frans klinkt J als dzj, daarom gebruikt men in die talen de Y. Wij kiezen er voor in dit artikel de Jod weer te geven als J.
  4. Cyrus H. Gordon; Vóór de Bijbel; 1966 het Spectrum
  5. Bijbelse Encyclopedie, Baal, blz. 93; Kok 1979
  6. Bermant, Chaim en Weitzman, Michael: Ebla, Syrie, bakermat van de aartsvaders?
  7. Leviticus 24:16 bepaalt dat het lasteren van Gods Naam dient te worden gestraft met de dood door steniging. Deze bepaling diende als afschrikking om de ernst van de laster aan te geven. Het onnodig uitspreken van de Naam, zou hieronder kunnen vallen. De doodstraf werd overigens zelden uitgevoerd en door de Talmoed zo aan banden gelegd, dat in de praktijk de doodstraf niet werd voltrokken.
  8. Inleiding van de Statenvertaling
  9. Vergelijk het verschil tussen Koningin en Beatrix.
  10. Engelse vertaling - S. Girolamo (1961): Le Lettere, Rome, deel 1, blz. 237, 238
  11. Vergelijk Dines, die alleen Symmachus een echt nieuwe versie noemt, met Würthwein, die alleen Theodotion als een herziening beschouwt en zelfs als een voorbeeld van een vroegere niet-septuagint versie.
  12. See The 'Textual Mechanics' of Early Jewish LXX/OG Papyri and Fragments.
  13. Zie Swete's Intro to the OT in Greek, chapter 2.6.5: "Het Tetragrammaton wordt niet omgezet in Griekse lettters, maar geschreven met Hebreeuwse letters, en met de letters van het paleo-Hebreeuwse alfabet; zo ook Origenes over Psalm 2; καὶ ἐν τοῖς ἀκριβεστάτοις δὲ τῶν ἀντιγράφων Ἐβραίοις χαρακτῆρσιν κεῖται τὸ ὄνομα, Ἐβραικοῖς δὲ οὐ τοῖς νῦν ἀλλὰ τοῖς ἀρχαιοτάτοις —waar de meest precieze handschriften ongetwijfeld zijn van de versie van Aquila, want geen van de kopiisten van de versie uit Alexandrië twijfelde of hij ο κς (de Heer) of κε (Heer,) in plaats van יהוה zou schrijven"
  14. http://jehovah.to/exe/greek/yhwh.htm (!)
  15. Ook de beginletter als kleinkapitaal
  16. In de Nieuwe-Wereldvertaling wordt Jehovah gespeld, niet Jehova.
  17. Kanttekeningen bij de Statenvertaling; geraadpleegd van de OnlineBible, Importantia 2010
  18. Anne Jaap van den Berg en Mathieu Knops, De merkwaardige drukgeschiedenis van de Jehovabijbels (1753-1762; Met andere woorden, 30/4
  19. Het vraagstuk van de Godsnaam, NBV informatie 13, NBG 2001; blz. 5
  20. Louis Segond in de Franse Wikipedia
  21. Voorbeeld: Numeri 6:23-27
  22. http://www.nbv.nl/vragen-antwoorden/#c2248 NBV.nl