Junia

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Junia met Andronikus en Athanasius

Junia was volgens Romeinen 16:7 een christelijke vrouw van Joodse afkomst, woonachtig in Rome. Zij krijgt samen met een zekere Andronikus de groeten van Paulus. Beiden behoorden tot de allereerste christenen en waren "aanzienlijken onder de apostelen". Deze laatste zinsnede heeft tot veel discussie geleid, want laat de suggestie open dat er een vrouwelijke apostel zou hebben bestaan. Volgens de regels van het Grieks kan deze bijzin "aanzienlijken onder de apostelen" zowel betekenen dat Junia en Andronikus "aanzienlijke apostelen" waren als dat zij "in aanzien waren" bij de apostelen.

Junia of Junias[bewerken]

De conclusie dat een vrouw "apostel" zou kunnen zijn geweest, ging vroeger veel Bijbelvertalers te ver. Door de Griekse naam van een ander accent te voorzien, lazen zij "Junias", wat een mannennaam kan zijn.[1] Deze naam komt echter niet voor in Griekse en Latijnse teksten uit die tijd, terwijl de naam Junia zeer gangbaar was, zeker in Rome, waar de familie der Junii reeds vele generaties aanwezig was. De voor de NBG 1951 verantwoordelijke mannen kozen niet alleen voor "Junias" maar voegden ook nog voor de zekerheid het woordje "mannen" toe bij de vertaling (wat er in het Grieks niet staat). Paulus groet hier "Andronicus en Junias [...], mannen, onder de apostelen in aanzien" . De Nieuwe Bijbelvertaling kiest niet alleen voor de vrouwennaam, maar heft ook de dubbelzinnigheid van de Griekse bijzin op door "aanzienlijken onder de apostelen" te vertalen met "die als apostelen veel aanzien genieten". Hoewel deze inclusieve vertaling sterke papieren heeft, zijn de geleerden het op dit punt niet allen eens.[2]

Zie ook[bewerken]