Brief van Paulus aan de Romeinen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Romeinen
Paulus
Paulus
Auteur Paulus
Tijd rond 57
Taal Grieks
Categorie brief van Paulus
Hoofdstukken 16
Vorige boek Handelingen
Volgende boek I Korintiërs
Rom 7:4–7 in de Codex Claromontanus (ca. 400 n.Chr.)

De Brief van Paulus aan de Romeinen (vaak kortweg Romeinen genoemd) is een boek in het Nieuwe Testament van de christelijke Bijbel. Het is een brief van de apostel Paulus aan een christelijke gemeenschap in Rome. Het is de langste brief in de Bijbel, telt 16 hoofdstukken en is geschreven in het Koinè-Grieks.

Achtergrond[bewerken]

De christelijke gemeenschap in Rome, waaraan wie de brief gericht is, werd niet door Paulus gesticht en Paulus heeft deze gemeenschap ook nog niet bezocht op het moment dat hij deze brief schrijft. Hij is dit echter wel van plan, en dat is dan ook de aanleiding voor de brief. Paulus beschouwt zijn werk in Klein-Azië en Macedonië als afgerond en hij is van plan om naar Spanje te reizen. Op weg daarheen wil hij de christenen in Rome een bezoek brengen en hij hoopt dat zij hem ook zullen ondersteunen bij zijn reis naar Spanje. Maar eerst wil hij nog naar Jeruzalem reizen om daar de opbrengst van een collecte, die christenen in Macedonië en Achaea voor de christenen in Jeruzalem gehouden hebben, heen te brengen. Volgens Handelingen van de Apostelen is het echter niet helemaal zo gelopen als Paulus verwacht had: hij wordt in Jeruzalem gearresteerd en, nadat hij als Romeins burger een beroep op de keizer doet, in gevangenschap naar Rome gebracht.

De brief werd waarschijnlijk in Korinthe geschreven en in Rome afgeleverd door Febe, een dienares (mogelijk een diakones) van de gemeente in Kenchreeën.[1] De brief werd door ene Tertius voor Paulus opgeschreven. Paulus verbleef in Korinthe bij Gajus.[2] De genoemde Erastus was beheerder van de financiën van de stad (mogelijk was hij een questor, maar de precieze betekenis van het gebruikte Griekse woord, oikonomos, is in dit verband niet duidelijk).[3]

De precieze tijd dat de brief geschreven is, staat niet in de brief vermeld. Wel staat vermeld dat de apostel op het punt staat naar Jeruzalem te gaan om 'de broeders te versterken'. De brief werd dus geschreven aan het eind van zijn tweede bezoek aan Griekenland. Over het algemeen dateert men de Romeinenbrief rond 55 of 58.

De christelijke gemeenschap in Rome[bewerken]

Hoe de christelijke gemeenschap in Rome ontstaan is, is niet bekend. Uit de Romeinenbrief blijkt dat Paulus zelf deze in ieder geval niet gesticht heeft. Volgens de traditie is de gemeente in Rome gesticht door Petrus, die ook de eerste bisschop van Rome geweest zou zijn. Hieruit is het Pausdom voortgekomen.

In het laatste hoofdstuk van de brief groet Paulus 28 verschillende mensen. Paulus is op dat moment zelf nog nooit in Rome geweest, dus verschillende mensen die hij van elders kende zijn blijkbaar in Rome terechtgekomen. Enigszins opvallend is dat Petrus hier niet genoemd wordt.

De Romeinenbrief suggereert dat de gemeente in Rome toen reeds talrijk was, en op meerdere plaatsen samenkwam.[4] Zij bestond waarschijnlijk voor een groot deel uit niet-Joden.

Volgens Suetonius zou Claudius tijdens zijn regering als Romeins keizer, die van 41 tot 54 duurde, op een gegeven moment alle Joden opgedragen hebben Rome te verlaten, naar aanleiding van onlusten.[5] Dezelfde suggestie is ook in Handelingen 18:2 te vinden. De precieze aard en omvang van zowel de onlusten als de door Claudius genomen maatregelen zijn niet duidelijk. Mogelijk heeft deze verbanning van Joden uit Rome ertoe geleid dat de christelijke gemeenschap op het moment dat Paulus de Romeinenbrief schreef voor een relatief groot deel uit niet-Joodse christenen bestond.

Doel[bewerken]

In tegenstelling tot de andere brieven die door Paulus geschreven zijn, of aan hem toegeschreven zijn, is het doel van de Romeinenbrief niet direct duidelijk. De overige brieven van Paulus richten zich meestal op specifieke dwalingen of laakbaar gedrag in de aangeschreven gemeente, of hebben tot doel de lezers te sterken in verband met conflicten en vervolgingen. In de Romeinenbrief zijn zulke specifieke aanleidingen niet duidelijk terug te vinden. De inhoud van de brief is een vrij algemene theologische uiteenzetting die niet speciaal op de gemeente in Rome afgestemd lijkt te zijn. Mogelijk is de aankondiging van Paulus' bezoek aan Rome en zijn verzoek aan de christenen in Rome om hem te steunen bij zijn (zendings)reis naar Spanje de belangrijkste reden voor het schrijven van de brief. Toch heeft de brief een defensieve ondertoon, en de retoriek van vraag en antwoord (bijvoorbeeld in 3:1-9 en 6:1-23) heeft een apologetisch karakter. Mogelijk maakt Paulus van de gelegenheid gebruik om zich te verweren tegen beschuldigingen en kritiek waarmee hij tijdens zijn activiteiten te maken krijgt.

Inhoud[bewerken]

De inhoud kan puntsgewijs worden samengevat als:

  • Introductie (1:1-15)
  • De hele mensheid is schuldig tegenover God (1:16-3:20)
  • Alleen het geloof redt (3:21-5)
  • Vrede met God en een nieuw leven (5-6)
  • De wet als stelregel voor een christelijk leven, en de overwinning (7-8)
  • Gods plan met Israël (9-11)
  • Het christelijke leven (12-15:13)
  • Reisplan en groeten (15:14-16)

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • (en) Anatomy of the New Testament, 2e ed., R.A. Spivey, D. Moody Smith, 1974, Macmillan Publishing, ISBN 0024152803
  • (en) The New Testament: A Historical Introduction to the Early Christian Writings, B.D. Ehrman, 1997, Oxford University Press, ISBN 0195084810

  1. Of: Kenchrea; dat is de haven van Korinthe. Romeinen 16:1
  2. Romeinen 16:23; 1 Korintiërs 1:14)
  3. Hij wordt ook genoemd in 2 Timoteüs 4:20
  4. Romeinen 16:14, 15
  5. De Vita Caesarum: Claudius 25