Katholieke brieven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Met de katholieke brieven[1] of Algemene (zend)brieven[1] worden zeven boekjes uit het Nieuwe Testament aangeduid, die de vorm van een brief hebben. Het betreft:

Traditionele briefnaam Auteur volgens tekst (NBV) Traditionele toeschrijving Moderne consensus[2](3:10)
Brief van Jakobus "Jakobus, dienaar van Jezus Christus" Jakobus, broer van Jezus Een onbekende Jakobus
Eerste brief van Petrus "Petrus, apostel van Jezus Christus" Petrus Misschien Petrus
Tweede brief van Petrus "Sim(e)on Petrus, dienaar en apostel van Jezus Christus" Petrus Waarschijnlijk niet Petrus
Eerste brief van Johannes anoniem Johannes, zoon van Zebedeüs Onbekend
Tweede brief van Johannes anoniem Johannes, zoon van Zebedeüs Onbekend
Derde brief van Johannes anoniem Johannes, zoon van Zebedeüs Onbekend
Brief van Judas "Judas, dienaar van Jezus Christus en broer van Jakobus" "Judas, broer van Jezus" Een onbekende Judas

Benaming[bewerken]

Het woord katholiek in de term katholieke brieven is sinds de 4e eeuw gangbaar. Destijds betekende dat woord nog 'algemeen' en was niet specifiek verbonden met bijvoorbeeld wat later de rooms-katholieke Kerk zou gaan heten. Om toch de indruk te vermijden dat deze brieven alleen in het katholicisme worden erkend, worden daarom ook de alternatieve termen 'algemene brieven' of 'algemene zendbrieven' gebruikt. Waarschijnlijk duidde het woord katholiek erop dat brieven tot de algemene kerk was gericht en niet tot bepaalde, afzonderlijke gemeenten. Daartegen pleit dat dit minder goed van toepassing is op 2 en 3 Johannes. Sommige historici denken daarom dat de benaming aanvankelijk op 1 Johannes werd toegepast en pas later werd uitgebreid tot alle niet-Paulijnse brieven.[1]

Geadresseerden[bewerken]

De brieven hebben geen omschreven geadresseerde.[bron?] Ook de brief van Paulus aan de Efeziërs is niet geadresseerd, al doet de titel anders vermoeden; de woorden "in Efeze" zijn pas later aan de brief toegevoegd.[noot 1]

De brief aan de Hebreeën is evenmin geadresseerd en is bovendien de enige traditioneel aan Paulus toegeschreven brief die zelf geen afzender noemt.[4] Toch wordt hij niet tot de katholieke brieven gerekend.

Auteurschap[bewerken]

Drie van de zeven brieven zijn anoniem. Deze drie zijn traditioneel toegeschreven aan Johannes, zoon van Zebedeüs en een van de Twaalf Apostelen van Jezus, ook al beweren de brieven dat zelf niet. Moderne onderzoekers betwijfelen sterk of de schrijver(s) überhaupt 'Johannes' heette(n).[2]

Twee van de brieven beweren te zijn geschreven voor Simon Petrus, een van de Twaalf Apostelen van Jezus. De meeste moderne onderzoekers denken dat de tweede brief zeer waarschijnlijk niet door Petrus is geschreven, omdat de brief waarschijnlijk begin 2e eeuw is geschreven, toen Petrus allang dood was. Maar over de eerste brief zijn de meningen meer verdeeld; sommigen menen dat deze brief authentiek is.[2]

In een brief noemt de auteur zichzelf enkel Jakobus. Het is onbekend om welke Jakobus het gaat. Er zijn verschillende traditionele christelijke interpretaties van andere nieuwtestamentische teksten die deze Jakobus identificeren als een broer van Jezus, al worden deze redeneringen bekritiseerd door moderne onderzoekers, omdat de auteur zelf geen familiale band met Jezus aangeeft. Een soortgelijk probleem doet zich voor bij de brief van Judas: de schrijver noemt zichzelf een broer van Jakobus, maar welke Jakobus is niet duidelijk. Volgens sommige christelijke tradities is dit dezelfde Jakobus als auteur van de Brief van Jakobus, die een broer van Jezus zou zijn; derhalve zou deze Judas ook een broer van Jezus zijn, ook al geeft hij zulks geheel niet duidelijk aan in zijn tekst.[2]

Met uitzondering van de twee brieven van Petrus, die mogelijk allebei pseudepigrafen zijn, zijn de zeven katholieke brieven dus aan de canon van het Nieuwe Testament toegevoegd, omdat vroege kerkvaders de anonieme brieven toeschreven aan belangrijke mensen, en de brieven geschreven door mensen, die dezelfde naam hadden als belangrijke mensen, toeschreven aan die belangrijke mensen.[2](4:18)